|
|
Wat is hoge bloeddruk? De medische term voor hoge bloeddruk is 'hypertensie'. Hyper betekent 'in zeer sterke mate' en tensie betekent 'druk'. In Nederland wonen 16 miljoen mensen en het aantal mensen waarvan bekend is dat zij hypertensie hebben, is gestegen boven de één miljoen. ![]() Sterfteoorzaken in Nederland, 2002. De bloeddruk wordt bepaald door de kracht waarmee het hart het bloed in de vaten pompt en wordt gemeten in de middelgrote slagaderen van de armen. Hieronder wordt nader ingegaan op de werking van het hart, de bloedsomloop en het verschijnsel van een hoge bloeddruk. Het hart en de bloedsomloop Het hart pompt het bloed door het lichaam en is het middelpunt van de bloedsomloop. Daarbij kunnen we de grote en de kleine bloedsomloop onderscheiden. De kleine bloedsomloop bestaat uit de bloedvaten die naar de longen gaan en van daaruit weer terugkeren naar het hart. De grote bloedsomloop omvat de bloedvaten die naar alle andere organen in het lichaam gaan en weer terugkeren naar het hart. Vanwege deze twee aparte bloedsomlopen bestaat het hart uit een linker- en een rechterhelft die door een tussenschot volledig van elkaar gescheiden zijn. Het hart is ongeveer zo groot als een volwassen vuist en bestaat vrijwel volledig uit spierweefsel. Het is zo opgebouwd dat het vier holtes omvat: twee boezems en twee kamers. De boezems hebben een dunne spierwand. Hier komt het bloed het hart binnen. Vervolgens gaat het bloed naar de kamers. Tussen de beide boezems en de kamers van het hart zitten kleppen. Die voorkomen dat het bloed terugstroomt. De beide kamers hebben een dikke spierwand. Van hieruit wordt het bloed weer uit het hart gepompt. ![]() Schematische voorstelling van de grote en kleine bloedsomloop. De kleine bloedsomloop De kleine bloedsomloop begint in de rechterboezem, waar het zuurstofarme bloed vanuit het lichaam aankomt. De rechterboezem pompt het bloed naar de rechterkamer die het bloed via de longslagaders naar de beide longen pompt. Hier vertakken de longslagaders zich in steeds kleinere slagaders en uiteindelijk in de kleine haarvaten van de longblaasjes. Via een enorm wijdvertakt net van haarvaatjes stroomt het bloed dan om de longblaasjes heen. In het bloed wordt dan de in de longblaasjes aanwezige zuurstof opgenomen. Zuurstof is overal in het lichaam nodig bij de opwekking van energie vanuit bloedsuiker. De daarbij vrijkomende afvalstof koolzuur wordt in de longen vanuit het bloed via de longblaasjes weer afgegeven aan de lucht die we uitademen. Vervolgens komen de haarvaten samen tot kleine aders en deze verenigen zich weer tot steeds dikkere aders, om uiteindelijk samen te komen in de longaders. Via de longaders komt het zuurstofrijke bloed in de linkerboezem, waar de grote bloedsomloop begint. ![]() In de rechterboezem (1) van het hart stroomt bloed uit het lichaam binnen. Een klep (3) regelt de bloedstroom naar de rechterkamer (5). Na het passeren van een tweede klep (8) gaat het bloed via de longslagader (10) naar de longen. De longen sturen zuurstofrijk bloed weer terug naar de linkerboezem (2). Ook daar regelt een klep (4) de toevoer naar de linkerkamer (6). Na het passeren van een tweede klep (7) komt het bloed in de aorta (9) terecht en wordt het bloed naar alle delen van het lichaam gepompt. De grote bloedsomloop De grote bloedsomloop begint in de linkerboezem die het zuurstofrijke bloed in de linkerhartkamer pompt. De linkerkamer heeft een dikke, sterke spierwand om daarmee het bloed via de grote lichaamsslagader (de aorta) de grote bloedsomloop in te persen. Alle organen tot in de verste uithoeken van het lichaam moeten immers van zuurstofrijk bloed worden voorzien. De spierwand van de rechterkamer is wat minder dik, omdat het slechts bloed naar de dichtbijgelegen longen hoeft te pompen. Vanuit de aorta ontspringen slagaders naar het hoofd, de armen, de borst- en buikorganen en de benen. In al deze delen van het lichaam vertakken de grote slagaders zich in steeds kleinere slagaders en uiteindelijk in kleine haarvaten. Vanuit de haarvaten worden de lichaamscellen van zuurstof en voedingsstoffen (zoals suikers, vetten en eiwitten) voorzien en worden koolzuur en andere afvalstoffen weer opgenomen. Daarnaast kunnen de verschillende inwendige organen bepaalde stoffen aan het bloed toevoegen, of juist weer uit het bloed verwijderen. Zo worden in de darmen voedingsstoffen aan het bloed toegevoegd en in de nieren afvalstoffen vanuit het bloed aan de urine afgegeven. Vervolgens verenigen de kleine haarvaten zich weer tot steeds grotere aders, die het bloed uiteindelijk weer terugleiden naar de rechterboezem van het hart. De kransslagaders Het hart is een spier die zelf ook zuurstof en voeding nodig heeft. Dat betrekt de hartspier niet uit het bloed binnenin het hart, maar vanuit het bloed in de twee speciale slagaders die buiten op de hartspier lopen: de kransslagaders. De beide kransslagaders ontspringen vanuit de grote lichaamsslagader, vlak boven de plaats waar deze vanuit het hart tevoorschijn komt, en vertakken zich als een krans over het hart heen (vandaar de term kransslagaders). Het hart als een pomp Het hart pompt gemiddeld 70 maal per minuut. Met elke slag wordt ongeveer zeventig milliliter bloed in de grote bloedsomloop gebracht zodat er per minuut vier tot vijf liter bloed verwerkt wordt. Indien het hart langer dan drie tot vier seconden niet pompt krijgen de hersenen als eerste zuurstofgebrek waardoor men flauwvalt. Een stilstand van de bloedsomloop kan optreden als het hart stil gaat staan, of wanneer als gevolg van een hartritmestoornis het hart zo snel gaat pompen dat de hartkamers niet meer gevuld worden. Er is dan geen sprake meer van een goede pompfunctie. De bloeddruk De bloeddruk wordt bepaald door de kracht waarmee het hart het bloed in de vaten pompt. Schommelingen zijn normaal Gedurende het etmaal schommelt bij iedereen, gezond of niet gezond, de bloeddruk enorm. Dit dag- en nachtritme wordt mede geregeld door de bijnieren via de afgifte van bijnierschorshormonen aan het bloed. 's Nachts is de aanwezige hoeveelheid bijnierschorshormoon relatief klein waardoor ook de bloeddruk relatief laag is. Tegen de tijd dat we wakker worden gaat de bloeddruk een stuk omhoog, doordat de bijnieren dan een extra hoeveelheid bijnierschorshormoon maken. In de loop van de dag neemt de bloeddruk weer iets af, om aan het eind van de middag en het begin van de avond opnieuw te stijgen. Invloed van geestelijke en lichamelijke activiteit De hoogte van de bloeddruk is ook afhankelijk van de lichamelijke en geestelijke activiteit. Bij inspanning, en met name bij zwaardere lichamelijke activiteiten zoals sporten, stijgt de bloeddruk. Als men gewend is aan regelmatige lichamelijke activiteiten is dat ook helemaal niet slecht. Alle organen, met name de spieren, hebben dan ook een verhoogde vraag naar zuurstofrijk bloed om de gevraagde inspanningen te kunnen leveren. Hierbij maakt het een verschil of iemand een slechte lichamelijke conditie heeft of juist een goede conditie. Bij een slechte lichamelijke conditie leidt een geringe inspanning al tot een hoge bloeddruk. Bij iemand met een goede lichamelijke conditie stijgt de bloeddruk pas wanneer er een forse lichamelijke prestatie wordt gevraagd. Daarom is een goede lichamelijke conditie van groot belang voor een gezonde bloeddruk. Na een periode van training stijgt de bloeddruk tijdens inspanning niet meteen tot grote hoogte. Het is gebleken dat een dagelijkse wandeling van 30 minuten leidt tot een aanzienlijke conditieverbetering en dat dit gepaard gaat met een mindere stijging van de bloeddruk. De conclusie mag dus zijn dat, als u regelmatig beweegt, de kans op het krijgen van een hoge bloeddruk kleiner wordt. Hoge bloeddruk bij rust Het is dus normaal dat tijdens inspanning de bloeddruk verhoogd is, maar dat ligt anders wanneer uw lichaam in rust is. Alle bloedvaten blijven dan onder een constant verhoogde druk staan wat dan op den duur leidt tot het ontstaan van afwijkingen aan de structuur van de vaten waardoor ze enorm stug worden en op hun beurt weer een bijdrage leveren aan het verhoogd blijven van de bloeddruk. We spreken niet van hypertensie bij een verhoogde bloeddruk tijdens inspanning. Om te bepalen of u hypertensie heeft, moet de bloeddruk absoluut in rust gemeten worden waarbij u zowel lichamelijk als geestelijk ontspannen moet zijn. Zorg er daarom voor dat u, als u naar de dokter gaat voor een bloeddrukcontrole, ruim op tijd bent en niet op het allerlaatste moment hijgend binnen komt hollen. Boven- en onderdruk Bij het meten van de bloeddruk worden altijd twee waarden genoteerd: de bovendruk (de systolische waarde) en de onderdruk (de diastolische waarde). De systolische waarde komt overeen met de kracht waarmee het hart het bloed de vaten in pompt en de diastolische waarde is een maat voor de druk in de bloedvaten op het moment dat het hart zich ontspant en weer vult met bloed (de rustdruk). Beide waarden kunnen verhoogd zijn. Vroeger werd wel gedacht dat alleen die rustdruk (onderdruk) belangrijk was; we weten nu echter dat verhoging van zowel de systolische als de diastolische druk, en ook van een van beide drukken afzonderlijk, kan leiden tot complicaties. Een verhoging van alleen de systolische bloeddruk geeft vooral complicaties in de grote bloedvaten. Een verhoging van de diastolische bloeddruk geeft meer problemen in de kleinere vaten. Wanneer spreken we van hypertensie Als de bloeddruk bij meerdere metingen verhoogd is, spreken we van hypertensie. Daarbij kunnen zowel de bovendruk (systolische waarde) als de onderdruk (diastolische waarde) verhoogd zijn. Ook wanneer alleen de systolische bloeddruk of de diastolische bloeddruk verhoogd is spreken we van hypertensie. Voordat de conclusie getrokken mag worden dat er sprake is van hypertensie moeten er meerdere metingen gedaan worden op verschillende tijdstippen van de dag over een periode van enkele weken. Daarbij is het van groot belang dat de patiënt echt in een rusttoestand verkeert en dat de bloeddruk dus niet gemeten wordt als de patiënt bijvoorbeeld net een kwartier tegen de wind in gefietst heeft. Ook mag er geen sprake zijn van grote emoties (blijdschap, stress) omdat die ook de bloeddruk tijdelijk kunnen verhogen. Hoe hoog is te hoog? De bloeddruk wordt aangegeven in waarden, uitgedrukt in millimeters (mm) kwik (Hg, van Hydrargyrum, het Latijnse woord voor kwik), bijvoorbeeld 120/70 mm Hg. Het eerste getal geeft de systolische waarde (bovendruk) weer, het tweede de diastolische waarde (onderdruk). In het algemeen spreken we van hypertensie als meer dan één keer een systolische waarde gevonden wordt die hoger of gelijk is aan 140 mm Hg en/of een diastolische waarde die hoger of gelijk is aan 90 mm Hg. In de tabel hieronder staan de waarden voor de bloeddruk die in het algemeen als grens gehanteerd worden. Voor volwassen mannen en vrouwen gelden dezelfde waarden. Voor vrouwen in verwachting, diabeten en nierpatiënten gelden in het algemeen lagere waarden. Kinderen hebben een bloeddruk die normaal onder de 120/70 ligt. ![]() Bij wie moet er gemeten worden? Eigenlijk moet bij iedereen de bloeddruk af en toe gemeten worden. Zoiets kan gemakkelijk als je toch eens bij de huisarts komt, of wanneer je ergens gekeurd wordt, bijvoorbeeld bij een keuring wanneer je bloed gaat geven of bij een bedrijfs- of verzekeringskeuring. Als er daarbij een bloeddruk wordt gemeten die rond de grenswaarde ligt of die duidelijk is verhoogd, dan wil dat overigens nog niet meteen zeggen dat er ook echt sprake is van hypertensie. Het gaat dan immers om een eenmalige meting. Voordat van een hoge bloeddruk gesproken mag worden, zal de bloeddruk toch echt nog enkele malen op andere dagen opnieuw gemeten moeten worden. Als er sprake is van risicofactoren is het zeker zinvol om de bloeddruk ten minste eenmaal per jaar te laten meten. De bekendste risicofactoren zijn overgewicht, diabetes mellitus (suikerziekte), een stoornis in de vetstofwisseling (bv. een te hoog cholesterolgehalte), roken, een zittend bestaan met te weinig lichaamsbeweging en het voorkomen van hart- en vaatziekten in de familie. Ook als er een stoornis in de nierfunctie is geconstateerd, is het belangrijk de bloeddruk regelmatig te laten controleren, omdat een dergelijke stoornis kan bijdragen tot verhoging van de bloeddruk. |
Hoge bloeddruk: wat kan ik eraan doen? Hoge bloeddruk is een ware volksziekte. Zo’n 10 procent van de Nederlanders heeft een verhoogde bloeddruk. Een te hoge bloeddruk geeft weinig tot geen klachten. Heel bedrieglijk, want het is wel degelijk gevaarlijk! Een hoge bloeddruk vergroot namelijk – zeker in combinatie met andere risicofactoren, zoals roken en overgewicht – de kans op hart- en vaatziekten. En hart- en vaatziekten zijn in Nederland nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak. Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.Gezond eten voor je hart Gezond eten voor je hart: Een boek met recepten die zijn ontwikkeld door een bekende chef-kok en gebaseerd op de deskundige adviezen van een diëtiste. Dit boek bevat meer dan 100 recepten die zijn ontworpen om je smaakpapillen te prikkelen en je hart gezond te houden. |











