Affectieve stoornis Stoornis in het gevoelsleven, meestal gebruikt om aan te geven dat iemands gevoelens of stemming in extreme mate verhoogd (manisch) of juist verlaagd (depressief) is. | |
Agonist Stof die de werking van een andere stof versterkt of imiteert. | |
Aldosteron Hormoon dat in de bijnieren wordt aangemaakt en dat door het vasthouden van natrium (zout) in de nieren bijdraagt aan de regulatie van de hoeveelheid natrium en water in het lichaam. Een teveel aan aldosteron leidt door het overmatig vasthouden van natriu | |
Aneurysma Een abnormale verwijding in een slagader of het hart. Onder invloed van hoge bloeddruk kan een aneurysma scheuren. | |
Angiogram Röntgenfoto van een bloedvat. Door in het bloedvat een stof in te spuiten (een onschadelijk contrastmiddel) die röntgenstralen tegenhoudt, worden het verloop van het bloedvat en eventueel aanwezige vernauwingen zichtbaar gemaakt. | |
Angiotensine Converterend Enzym (ACE) Enzym dat betrokken is bij regulatie van de bloeddruk doordat het de omzetting stimuleert van angiotensine I in angiotensine II, een stof die bloeddrukverhogend werkt. Medicijnen die de werking van dit enzym afremmen (ACE-remmers) verlagen de bloeddruk. | |
Angiotensinogeen Een voorloper van de stof angiotensine, een hormoonachtige stof die betrokken is bij de normale regulatie van de bloeddruk en, indien in te grote hoeveelheden aangemaakt, leidt tot het ontstaan van hoge bloeddruk. | |
Aorta De grote lichaamsslagader, die vanuit de linker hartkamer ontspringt. | |
Autonome zenuwstelsel Het gedeelte van het zenuwstelsel dat de onwillekeurige organen (buiten de wil om functionerende organen) verzorgt, zoals die van de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling. | |
Babinski, reflex van De door de Franse neuroloog Babinski als eerste beschreven afwijkende voetzoolreflex, waarbij de grote teen zich bij het strijken onder de voetzool zich omhoog beweegt in plaats van naar beneden. Deze afwijkende voetzoolreflex, ook wel extensie respons of | |
Catecholaminen Verzamelnaam voor een aantal chemisch aan elkaar verwante stoffen die vooral activerend werken in het het deel van het zenuwstelsel dat de werking van de inwendige organen (als hart, longen, bloedvaten) regelt (het sympatische deel van het autonome zenuws | |
Centraal werkend Gebruikt om medicijnen aan te geven die inwerken op het centraal zenuwstelsel. | |
Centraal zenuwstelsel Het gedeelte van het zenuwstelsel dat centraal gelegen is: de hersenen en het ruggenmerg. De zenuwen die vanuit het centrale zenuwstelsel ontspringen vormen het perifere zenuwstelsel. Afkorting CZS. | |
Cholesterol Vetachtige stof die door het bloed circuleert Cholesterol wordt normaal in het lichaam aangemaakt en zit in onze voeding. Cholesterol vervult in het lichaam diverse belangrijke taken en is nodig voor de opbouw van de celwanden. Een teveel aan cholesterol | |
Complicatie Bijkomend verschijnsel waardoor de ziekte een ernstiger beloop krijgt. | |
Cyclus Letterlijk cirkel, maar in de geneeskunde gebruikt voor een serie gebeurtenissen of processen die met ongeveer dezelfde intervallen in steeds dezelfde volgorde plaatsvinden (zie ook menstruatiecyclus). | |
Diafragma Wordt zowel gebruikt als medische naam voor het middenrif (de spierplaat tussen de borst- en de buikholte) als voor de verstelbare, ronde, opening (zoals in een oog en in een fototoestel) waardoor de hoeveelheid invallend licht geregeld kan worden. | |
Dissectie Het ontstaan van een scheurtje in de binnenste laag van de wand van een slagader. Dissectie in een van de hals- of wervelslagaders kan de oorzaak zijn van een beroerte. | |
Dragee Ronde tablet met suikerlaagje eromheen. Wordt vaak gebruikt voor medicijnen die een stof bevatten die een vieze smaak bezitten, teneinde deze te camoufleren. | |
ECG Afkorting voor elektrocardiogram of hartfilm; een onderzoek waarmee de elektrische stromen die door het hart lopen op een monitor zichtbaar gemaakt kunnen worden of vastgelegd kunnen worden op papier. Is van groot belang voor het vaststellen van bepaalde | |
Eclampsie Bijzondere vorm van zwangerschapshogebloeddruk, met zeer hoge bloeddruk en verstoorde werking van tal van organen. | |
EMG Afkorting voor elektromyografie; een onderzoek voor de registratie van de spierspanning of spiertonus en de activiteit van de spier door middel van elektroden die op de huid boven een spier worden bevestigd. | |
Enterospasme Ander woord voor prikkelbare darm syndroom (PDS), een stoornis in de spierbewegingen in vooral de dikkedarm, waardoor klachten over een zeurende en/of krampende buikpijn ontstaan en de darmfunctie ontregeld raakt. Hierdoor ontstaat een afwijkend ontlastin | |
Essentiële hypertensie Geeft aan dat bij een bepaalde patiënt de oorzaak van de hoge bloeddruk niet bekend is. | |
Etalagebenen Kramp in de beenspieren die ontstaat als gevolg van vernauwingen in de beenslagaders. Door de kramp moet de patiënt bij het wandelen regelmatig even stoppen. De medische benaming voor etalagebenen is claudicatio intermittens (letterlijk: intermitterend hi | |
Extensie reflex De door de Franse neuroloog Babinski als eerste beschreven afwijkende voetzoolreflex, waarbij de grote teen zich bij het strijken onder de voetzool zich omhoog beweegt in plaats van naar beneden. Deze afwijkende voetzoolreflex, ook wel reflex van Babinski | |
Extensie respons De door de Franse neuroloog Babinski als eerste beschreven afwijkende voetzoolreflex, waarbij de grote teen zich bij het strijken onder de voetzool zich omhoog beweegt in plaats van naar beneden. Deze afwijkende voetzoolreflex, ook wel reflex van Babinski | |
Extrasystolie Onregelmatigheid in het hartritme, ook wel 'overslaan van het hart' genoemd. Hierbij komt er een hartslag te snel na de vorige hartslag, waardoor de hoeveelheid bloed dat wordt uitgepompt zo klein is dat deze hartslag niet wordt opgemerkt en het lijkt het | |
Familieanamnese Het nagaan of bepaalde ziekten, bijvoorbeeld hoge bloeddruk, in de familie voorkomen. | |
Feochromocytoom Meestal goedaardige tumor, uitgaande van het bijniermerg, waar adrenaline (een stimulerende stof) wordt afgescheiden en waardoor onder meer hoge bloeddruk en vaak ook hartkloppingen ontstaan. | |
Fibrilleren Snelle en ongecoördineerde samentrekking van de spiervezels in de boezem of kamer van het hart. Bij boezemfibrilleren ontstaat er een verminderde of onvoldoende pompfunctie, welke met medicijnen in de regel goed te behandelen is. Kamerfibrilleren leidt to | |
Fibromusculaire dysplasie Erfelijke afwijking met vernauwing in de slagaderen van de nieren. | |
Glucosurie Suiker in de urine. | |
Glycirrhizine Stof die in drop zit en een bloeddrukverhogende werking bezit. | |
Hartstilstand Toestand waarbij het hart niet meer kan pompen waardoor de bloedcirculatie in het lichaam stopt. | |
HbA1(c) Geglyceerd hemoglobine, dwz hemoglobine (de rode bloedkleurstof in de rode bloedcellen) waaraan zich suikerachtige stoffen gehecht (geglyceerd) hebben. Naarmate de hoeveelheid glucose in het bloed hoger is, zal meer hemoglobine geglyceerd worden en neemt | |
Hemodialyse Nierdialyse: nierfunctievervangende behandeling waarbij bloed via een slangetje in de arm van de patiënt naar een apparaat wordt geleid waar het wordt gereinigd. Het gereinigde bloed wordt daarna weer teruggeleid naar het lichaam van de patiënt. | |
Hoge bloeddruk Te hoge druk binnen in de slagaders, zoals gemeten in de bovenarm-slagader. De medische naam is hypertensie. De grenswaarde waarboven een bloeddruk als te hoog wordt beoordeeld hangt van een aantal factoren af, maar ligt voor de bovenwaarde (systolische b | |
Hypercholesterolemie Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed. | |
Hyperhomocysteïnaemie Verhoogd homocysteïne in het bloed als gevolg van verstoorde afbraak van methionine. Is een risicofactor voor vervroegde aderverkalking. | |
Hypertensie Hoge bloeddruk; te hoge druk binnen in de slagaders, zoals gemeten in de bovenarm-slagader. De medische naam is hypertensie. De grenswaarde waarboven een bloeddruk als te hoog wordt beoordeeld hangt van een aantal factoren af, maar ligt voor de bovenwaard | |
Hypertrofie Toename van het volume van een orgaan zonder dat er sprake is van een toename van het aantal weefselcellen. Bij hypertrofie van het hart gaat het om een verdikking van de hartspier als gevolg van een langdurig verhoogde bloeddruk. | |
Hypertrofie Toename van het volume van een orgaan zonder dat er sprake is van een toename van het aantal weefselcellen. Bij hypertrofie van het hart gaat het om een verdikking van de hartspier als gevolg van een langdurig verhoogde bloeddruk. | |
IBS Afkorting van Inbewaringstelling, een door de burgemeester op advies van een arts afgegeven 'verklaring' in het kader van de wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (zie BOPZ), om iemand tegen zijn wil op te kunnen nemen in een psychiatri | |
Imidazolinereceptor In de hersenen gelegen receptoren ('ontvangers'), die een onderdeel vormen van het systeem in het centraal zenuwstelsel dat de bloeddruk regelt. Bepaalde bloeddrukverlagende middelen (de zogeheten 'centraal aangrijpende middelen') ontlenen hun bloeddrukve | |
Infarct Afsluiting van een bloedvat met als gevolg het afsterven van het door dat bloedvat verzorgde weefsel. | |
Insuline-resistentiesyndroom Combinatie van overgewicht, hoge bloeddruk, verhoogd vetgehalte in het bloed en een verminderde gevoeligheid voor insuline. | |
Insuline-resistentiesyndroom Combinatie van overgewicht, hoge bloeddruk, verhoogd vetgehalte in het bloed en een verminderde gevoeligheid voor insuline. | |
Insulineresistentie Toestand waarbij er een verminderde gevoeligheid van de lichaamscellen is voor insuline, zoals bij bepaalde vormen van suikerziekte kan voorkomen. | |
Kalium Een in het lichaam voorkomend zout dat ondermeer essentieel is voor de werking van alle spieren. Zowel een tekort als een teveel aan kalium zijn schadelijk. | |
Kreatinine Afvalstof van de eiwitstofwisseling die in het bloed voorkomt en door de nieren via de urine wordt uitgescheiden. | |
Kringspier Een kringvormig verlopende spier die een opening afsluit, zoals bijvoorbeeld de anus. | |
mm Hg Millimeters kwik: de waarde waarin de bloeddruk wordt aangegeven. Deze maat is afkomstig uit de tijd dat de bloeddruk werd gemeten met een bloeddrukmeter waarin een rechtopstaande buis met kwik (internationale afkorting van kwik is Hg) zat. Door tijdens d | |
Modificatie Medische naam voor verandering, wijziging of bijstelling van bijvoorbeeld een behandeling, geneesmiddel, natuurlijke stof of een theorie. | |
Natrium Een in het lichaam voorkomend zout, dat essentieel is voor de waterhuishouding van het lichaam. Een teveel kan hoge bloeddruk veroorzaken en aanleiding geven tot het vasthouden van water. Natrium zit ondermeer in keukenzout (als natrium-chloride). | |
Nervus opticus De vanuit het oog ontspringende zenuw (de gezichtszenuw) die de zenuwimpulsen die in het netvlies onder invloed van de lichtprikkels zijn ontstaan, doorgeeft aan de hersenen. | |
Nierdialyse Nierfunctievervangende behandeling waarbij bloed via een slangetje in de arm van de patiënt naar een apparaat wordt geleid waar het wordt gereinigd. Het gereinigde bloed wordt daarna weer teruggeleid naar het lichaam van de patiënt. | |
Nitrobaat Bloedvatverwijdend geneesmiddel dat gebruikt wordt om pijnklachten in de hartstreek en benauwdheidsklachten, als gevolg van vernauwingen van de hartkransslagaders, snel te verlichten. | |
Oesophagogastroscopie Onderzoek waarbij het inwendige van de maag bekeken wordt. Tegenwoordig worden hier flexibele kijkers voor gebruikt. Bij dit onderzoek wordt eigenlijk altijd ook de slokdarm en de twaalfvingerige darm bekeken. Men noemt het onderzoek daarom ook wel oesoph | |
Oversterfte Het verschil tussen het aantal mensen van een bepaalde leeftijd of bepaalde groep dat overlijdt als gevolg van een bepaalde aandoening en de gemiddelde levensverwachting van die groep mensen. | |
Peritoneale dialyse Nierfunctievervangende behandeling waarbij met behulp van een spoelvloeistof die via een buisje in de buikholte wordt gebracht, afvalstoffen via het buikvlies weggespoeld worden. | |
Placebo Een pil, dragee of drank waarin geen werkzame stof zit en die wordt gebruikt bij het onderzoeken van een nieuw geneesmiddel om te meten of het resultaat van de behandeling met het nieuwe medicijn beter is dan die van het placebo. | |
Reflex van Babinski De door de Franse neuroloog Babinski als eerste beschreven afwijkende voetzoolreflex, waarbij de grote teen zich bij het strijken onder de voetzool zich omhoog beweegt in plaats van naar beneden. Deze afwijkende voetzoolreflex, ook wel extensie respons of | |
Renine Hormoonachtige stof die in de nieren wordt gemaakt en die betrokken is bij het ontstaan van hoge bloeddruk. | |
Rhodopsine Staafjesrood. Kleurstof in de staafjes van het netvlies die deze cellen lichtgevoelig maakt. Om rhodopsine aan te maken heeft het lichaam vitamine A nodig. | |
RM Afkorting van rechterlijke machtiging, een juridische maatregel waarmee iemand ook tegen zijn wil in een psychiatrisch ziekenhuis kan worden opgenomen. In tegenstelling tot bij een IBS, verloopt de gehele procedure hier van meet af aan via de rechtbank. | |
Secundaire hypertensie Hoge bloeddruk met een duidelijk aanwijsbare oorzaak, bijvoorbeeld hoge bloeddruk als gevolg van een nierziekte. | |
Sinusknoop Groep cellen bovenin het hart die verantwoordelijk is voor het afgeven van elektrische stroompjes waardoor de hartspiercellen samentrekken en het hart kan pompen. | |
Sympathisch zenuwstelsel Deel van het autonome zenuwstelsel dat vooral regulerend en stimulerend werkt op activiteit en prestatie (capaciteit hart, longen en verbranding neemt toe), een bloedsuikerverhogend effect heeft en de hersenactiviteit stimuleert. Het remt gedeeltelijk de | |
Syndroom van Cushing Ziektebeeld veroorzaakt door een gezwel in de bijnieren. Hierbij wordt een overmaat aan bijnierschorshormonen gemaakt waardoor onder andere hoge bloeddruk ontstaat. | |
Systolische bloeddruk De bovenwaarde van de bloeddruk: de (hoogste) druk in de slagaders op het moment dat het hart een nieuwe hoeveelheid bloed uitpompt. | |
Therapietrouw Het op de voorgeschreven wijze innemen van medicijnen of opvolgen van andere medische adviezen. | |
TIA Afkorting voor transient ischaemic attack, een tijdelijke uitval van de functie van een deel van de hersenen als gevolg van een tijdelijke, kortdurende afsluiting van de bloedstroom in een bloedvat. Een TIA is vaak een voorbode van een permanente afsluiti | |
Toxicose Oude naam voor zwangerschapshypertensie, een abnormale bloeddrukstijging tijdens de zwangerschap. Vroeger ook aangeduid met zwangerschapsvergiftiging. | |
Trommelholte De luchthoudende middenoorholte achter het trommelvlies. | |
Ureum Een afvalstof van de eiwitstofwisseling die normaal in het bloed aanwezig is en die door de nieren via de urine wordt uitgescheiden. | |
Witte-jassenhypertensie Het fenomeen dat de bloeddruk verhoogd is wanneer deze wordt gemeten door een persoon in een witte jas (een arts of verpleger) terwijl de bloeddruk lager is wanneer die thuis zelf gemeten wordt.. | |