Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Pierre Zelissen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Hypofysestichting


lettergrootte: A  A  A
Prolactinoom en andere oorzaken van een verhoogd prolactinegehalte

Een sterk verhoogde (vaak meer dan tienmaal de bovengrens van het referentiegebied) prolactinespiegel wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een macroprolactinoom (prolactinoom groter dan 1 cm in doorsnede). Licht verhoogde prolactinespiegels kunnen het gevolg zijn van een microprolactinoom (kleiner dan 1 cm in doorsnede), maar er kan ook sprake zijn van een heel andere omstandigheid of oorzaak.
Zwangerschap of tijdens het geven van borstvoeding;
Tijdens het gebruik van oestrogenen (vrouwelijk hormoon), zoals in de pil;
Gestoorde functie van lever of nieren (prolactine wordt dan onvoldoende afgebroken);
Primaire hypothyreoïdie; dit is een ziekte van de schildklier waarbij te weinig schildklierhormonen worden gemaakt;
Gebruik van medicijnen die de dopamineproductie verlagen; de belangrijkste zijn:
• Middelen die gebruikt worden bij psychiatrische ziekten zoals psychoses, onrust en depressies (bijvoorbeeld haloperidol, risperidon);
• Middelen die gebruikt worden tegen misselijkheid en braken (bijvoorbeeld metoclopramide, domperidon);
• Sommige (weinig gebruikte) bloeddrukverlagende medicijnen, opiaten en bepaalde maagzuurremmers.
Frequente stimulatie van de tepels of verwonding van de wand van de borstkas;
Alle grote hypofyse-adenomen (dus ook de adenomen die zelf geen prolactine maken) kunnen tot een licht verhoogde prolactinespiegel leiden als gevolg van druk op de hypofysesteel waardoor dopamine uit de hypothalamus onvoldoende de prolactine producerende cellen in de hypofyse kan bereiken die daardoor dus minder geremd worden.

Klachten en verschijnselen als gevolg van een verhoogd prolactine
Melkafscheiding uit de borsten (dit heet galactorrhoe) is een opvallend verschijnsel dat kan optreden bij een verhoogde prolactinespiegel. Dit komt voor bij ongeveer de helft van de vrouwen met een verhoogd prolactine. Ook bij mannen kan dit wel voorkomen, maar dit is vrij zeldzaam. De afscheiding van melkachtig of waterig vocht uit de tepels kan overvloedig zijn (voortdurend ‘lekken’), maar kan ook gering zijn en alleen te merken wanneer er op de borsten bij de tepels worden gedrukt. Bij mannen kan er ook enige zwelling van borstklierweefsel optreden; dit wordt gynaecomastie genoemd.

Een ander gevolg van hoge prolactinespiegels betreft een verlaagde functie van de geslachtsklieren. Hoge prolactinespiegels remmen namelijk in de hypothalamus de productie van het hormoon GnRH (gonadotropin releasing hormone). Dit hormoon stimuleert de hypofysevoorkwab tot de productie van LH (luteïniserend hormoon) en FSH (follikel stimulerend hormoon) en deze hormonen zijn essentieel voor een normale werking van de eierstokken bij de vrouw en van de testikels bij de man.

Figuur 18. Verband tussen prolactine en de functie van de geslachtsklieren: een te hoge prolactinespiegel remt in de hypothalamus de afgifte van GnRH met als gevolg afname van de LH en FSH-productie door de hypofyse en daardoor een gestoorde functie van de geslachtsklieren.


Onvoldoende stimulatie van de eierstokken leidt tot een verminderde productie van de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogenen en progesteron en onvoldoende uitrijping van eicellen met als gevolg afname van de vruchtbaarheid, verlaagde seksuele libido en het verminderen of zelfs volledig stoppen van de menstruatie (dit heet respectievelijk oligomenorrhoe en amenorrhoe).
Bij de man leidt onvoldoende stimulatie van de testikels tot verminderde productie van het mannelijk hormoon testosteron, met als gevolg verlaagde seksuele libido en potentiestoornissen, en tevens tot afname van de spermaproductie.
Daarnaast kan er in geval van een macroprolactinoom sprake zijn van hoofdpijn, stoornissen in de gezichtsvelden of het zien (zie hoofdstuk 3) en een verlaagde productie van de andere belangrijke hypofysehormonen met alle gevolgen van dien (zie hoofdstuk 6).

Diagnostiek bij hyperprolactinemie
Bij een patiënt met verhoogde prolactinespiegels zal de endocrinoloog uiteraard eerst nagaan of er misschien sprake is van een van de hiervoor genoemde omstandigheden die tot hyperprolactinemie kunnen leiden. Als dat niet het geval is, zal een MRI van de hypofyse worden verricht waarbij het macro- of micro-adenoom meestal gemakkelijk zichtbaar is.
Als er aanleiding voor is, zullen ook de spiegels van de andere hormonen van hypofyse en overige hormoonklieren in het bloed worden bepaald. Bij macroprolactinomen zal ook vaak een onderzoek naar gezichtsscherpte en gezichtsvelden door de oogarts noodzakelijk zijn.

Behandeling
Een macroprolactinoom moet eigenlijk altijd behandeld worden, vooral om te voorkomen dat er door groei in de richting van de oogzenuwen stoornissen in het zien optreden. Het is echter niet altijd noodzakelijk om elk ­microprolactinoom te behandelen. Deze micro-adenomen groeien gewoonlijk nauwelijks. Als er echter sprake is van duidelijke groei, verminderde vruchtbaarheid, afwezige menstruatie met tekort aan vrouwelijk hormoon, testosterongebrek of hinderlijke melkafscheiding, bestaat er wel een behandelindicatie.

Prolactinomen kunnen zeer goed met medicijnen behandeld worden. In verreweg de meeste gevallen wordt hierdoor het prolactinegehalte normaal en schrompelt het prolactinoom tot een klein restje. Dit effect treedt snel op: vaak kan men na enkele weken al zien dat het prolactine normaal en het adenoom duidelijk kleiner is geworden. Een operatie is alleen nodig als de medicijnen niet verdragen worden of als er onvoldoende goede reactie op de medicijnen is.

Figuur 19. Indrukwekkende afname van de grootte van een macroplactinoom (in de witte cirkel) tijdens behandeling met een dopamineagonist (A: voor behandeling, B: na twee maanden behandeling).

De medicijnen die voor de behandeling van prolactinomen worden gebruikt, berusten alle op hetzelfde principe: het zijn dopamine-agonisten, dat wil zeggen ze hebben een effect dat sterk lijkt op dopamine, de natuurlijke remmer van prolactine. Er zijn in Nederland drie dopamine-agonisten beschikbaar: bromocriptine, quinagolide en cabergoline. Al deze middelen worden in tabletvorm ingenomen in een frequentie van enkele malen per dag (bromocriptine), eenmaal per dag (quinagolide) of tweemaal per week (cabergoline). Bij het merendeel van de patiënten met een prolactinoom is cabergoline het meest effectief en heeft daarbij de minste bijwerkingen.
Meer gedetailleerde informatie over medicijnen die bij prolactinomen worden gebruikt, zoals bijwerkingen, vindt u in bijlage A.
Meestal moeten deze medicijnen langdurig, en soms zelfs levenslang, worden ingenomen omdat in feite het prolactinoom hiermee niet volledig wordt weggenomen. Toch kan circa 20 tot 25 procent van de patiënten de behandeling na drie à vijf jaar stoppen zonder dat er groei van het rest-prolactinoom optreedt of de prolactinespiegels weer gaan stijgen.
Vrouwen in de vruchtbare levensfase moeten er rekening mee houden dat hun menstruatiecyclus weer op gang komt door het normaliseren van de prolactinespiegels en ze dus zwanger kunnen worden. Hoewel een macroprolactinoom de neiging heeft om tijdens de zwangerschap extra te groeien, kunnen de medicijnen meestal worden gestopt zodra bekend is dat een vrouw zwanger is. Wel moet er dan controle van de gezichtsvelden worden verricht. Soms is het nodig om de medicatie door te gebruiken in de zwangerschap; dit kan in elk geval veilig met bromocriptine. Bij microprolactinomen ontstaan er eigenlijk nooit problemen tijdens een zwangerschap. Borstvoeding kan na de bevalling gewoon gegeven worden, tenzij de vrouw met een dopamine-agonist behandeld moet worden wegens groei van het adenoom.

Albert 2
In 2007 voelde ik me ineens ’s middags zo moe dat ik na mijn werk even een uurtje moest slapen. Toen dat gevoel aan bleef houden – en voor een man van 44 jaar is dat niet erg gewoon – besloot ik naar de huisarts te gaan. Die hoorde mijn verhaal aan en ging bloed prikken. Eerste test: niets bijzonders. Zo ging dat een aantal weken door, totdat ik er op een gegeven moment genoeg van had en een afspraak maakte met een internist in het Diaconessenziekenhuis in Leiden. Alleen nog even een verwijsbriefje van de huisarts. Die was er niet heel blij mee, maar schreef het briefje zonder morren. De internist hoorde mijn verhaal aan en wat ik aan verdere klachten gehad had en ging gericht bloed prikken. Meteen was het raak: mijn prolactinewaarde was veel te hoog. Omdat hij vermoedde dat ik een prolactinoom had, regelde hij in twee dagen een MRI-scan. Ik was nog niet thuis of de telefoon ging en de internist had de uitslag: inderdaad een prolactinoom. Hij verwees me onmiddellijk door naar het LUMC. De volgende dag werd ik daar uitgebreid gehoord. Om zeker te weten of de medicamenteuze behandeling mogelijk was, moest uitgesloten worden dat de prolactinoom op mijn oogzenuwen drukte. dus ging ik naar oogheelkunde. Alle mogelijke testjes en uiteindelijk bleek dat mijn gezichtsvermogen niets mis was. Dat was voor mijn behandelend endocrinoloog het sein dat hij mij met medicijnen kon gaan behandelen: drie keer in de week Dostinex en verder hydrocortison en thyrax. Dankzij de hydrocortison verdween mijn vermoeidheid als sneeuw voor de zon en voelde ik me weer als vanouds. Na een paar maanden onderging ik opnieuw een scan. Het resultaat: de prolactinoom was aanzienlijk gekrompen en de behandeling sloeg goed aan. De huisarts belde nog om excuses aan te bieden en te vertellen dat hij nog nooit van deze aandoening gehoord had. Hij had er ook weer wat van geleerd.
Nu ben ik bijna vijf jaar verder en het gaat prima: de prolactinoom is niet verdwenen, maar klein en onder controle. Mijn endocrinoloog is heel tevreden en zegt iedere keer dat ik met een minimum aan medicijnen het maximale resultaat haal. Ik kan hiermee leven, gewoon oud mee worden, alleen zal ik misschien voor de rest van mijn leven medicijnen moeten slikken.




terug verder




De hypofyse hapert


Dit boek is bestemd voor mensen bij wie pas hypofyseziekte is vastgesteld en voor de chronische patiënt die al geruime tijd met een hypofyseziekte leeft. Ook de aandoeningen van kinderen komen aan bod.

Auteur(s) : Dr. Pierre Zelissen
Prijs : € 24,95
ISBN : 9789491549021