Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Pierre Zelissen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Hypofysestichting


lettergrootte: A  A  A
TSH producerend hypofyse-adenoom

Minder dan 1 procent van alle hypofyse-adenomen is een TSH producerend hypofyse-adenoom. Soms wordt in deze adenomen naast TSH ook een ander hormoon zoals prolactine of GH in overmatige hoeveelheid gemaakt. Het gevolg van de excessieve TSH-productie is dat de schildklier abnormaal sterk wordt gestimuleerd. Het gevolg daarvan is enerzijds dat de schildklier in volume groeit en de patiënt een struma (krop) ontwikkelt en anderzijds dat er te veel schildklierhormonen thyroxine (T4) en trijodothyronine (T3) worden geproduceerd. Deze toestand van te veel schildklierhormoonproductie heet hyperthyreoïdie. Struma en hyperthyreoïdie zijn op zich helemaal geen zeldzame ziektes, maar vrijwel altijd ligt de oorzaak hiervan in de schildklier zelf (we noemen dit primaire hyperthyreoïdie) en slechts hoogst zelden is een TSH producerend hypofyse-adenoom hiervan de oorzaak (in dat geval heet het secundaire hyperthyreoïdie).

Figuur 24. Ontwikkeling van een vergrote schildklier (struma, krop) als gevolg van een TSH producerend hypofyse-adenoom.


De belangrijkste klachten en verschijnselen van hyper­thyreoïdie zijn:
Snelle pols, hartkloppingen;
Niet goed tegen warmte kunnen, meer transpireren;
Gejaagdheid, onrust, nervositeit;
Gewichtsverlies bij toegenomen eetlust;
Toename ontlastingsfrequentie;
Licht trillen van vingers.

Verder kunnen andere verschijnselen optreden als het hypofyse-adenoom groot is (hoofdpijn, stoornissen in het zien of in de gezichtsvelden, uitval van andere hypofysehormonen) of als er ook sprake is van overproductie van een ander hormoon.
De diagnose wordt gesteld door het vinden van verhoogde bloedspiegels van de schildklierhormonen T4 en T3 in combinatie met een ‘normaal’ of verhoogd TSH-gehalte. Deze combinatie van laboratoriumbevindingen is heel bijzonder omdat in ‘gewone’ gevallen van (primaire) hyperthyreoïdie het TSH-gehalte altijd sterk verlaagd is als gevolg van het negatief terugkoppelingssysteem van de schildklierhormonen richting hypofyse. Met een MRI-scan kan dan het adenoom zichtbaar worden gemaakt.
Als behandeling kan gekozen worden voor operatieve verwijdering van het adenoom. Omdat het vaak macro-adenomen betreft, is chirurgie zeker niet altijd genezend, maar brengt wel vaak verbetering. Als operatie niet mogelijk of wenselijk is, kan ook een behandeling worden ingesteld met een van de somatostatine-analogen octreotide of lanreotide. Hiermee lukt het in het merendeel van de patiënten om de overproductie van TSH zodanig af te remmen dat er niet meer te veel schildklierhormonen worden gemaakt. Bij een aantal patiënten wordt tevens een afname van de grootte van het adenoom gezien.





terug verder




De hypofyse hapert


Dit boek is bestemd voor mensen bij wie pas hypofyseziekte is vastgesteld en voor de chronische patiënt die al geruime tijd met een hypofyseziekte leeft. Ook de aandoeningen van kinderen komen aan bod.

Auteur(s) : Dr. Pierre Zelissen
Prijs : € 24,95
ISBN : 9789491549021