Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Behandeling

 
De meest toegepaste behandelingsmogelijkheden bij kanker zijn:
  • operatie
  • bestraling (radiotherapie)
  • medicijnen (chemotherapie, hormoontherapie, immunotherapie en doelgerichte therapie: therapie op specifieke eigenschappen van kankercellen of cellen in de buurt van kankercellen).
In een aantal gevallen worden twee of zelfs alledrie behandelingsmogelijkheden gecombineerd, soms gelijktijdig, maar meestal na elkaar. Door een operatie genezen de meeste kankerpatiënten. Ook door bestraling, vaak gecombineerd met een operatie, genezen steeds meer patiënten. Bij behandeling met medicijnen ligt het percentage van genezing lager. Maar door de komst van nieuwe medicijnen stijgt dit percentage de laatste jaren aanzienlijk. Er komen vooral steeds effectievere aanvullende (adjuvante) behandelingen.

Curatief, palliatief en electief
Bij het opstellen van een behandelplan wordt altijd goed voor ogen gehouden wat het doel van de behandeling is. Is genezing (curatie) mogelijk, dan worden soms méér risico’s genomen of bijwerkingen van de behandeling geaccepteerd dan als dat perspectief ontbreekt. Is curatie niet of niet meer mogelijk, dan is de behandeling er hoofdzakelijk op gericht de klachten zoveel mogelijk te bestrijden of te verlichten (palliatieve behandeling).
Bij de palliatieve behandeling kan gebruik worden gemaakt van dezelfde mogelijkheden (medicijnen, bestraling, operatie) als bij een curatieve behandeling. In een aantal gevallen leidt een palliatieve behandeling tot een aanzienlijke levensverlenging.
Van een electieve behandeling spreekt men als een behandeling uit voorzorg wordt gegeven. Bijvoorbeeld bestraling na een borstsparende operatie, om te voorkomen dat kankercellen die misschien zijn achtergebleven, tot een nieuwe tumor uitgroeien.

Adjuvante en neo-adjuvante behandelingen
Een adjuvante behandeling is een behandeling met medicijnen, zoals chemotherapie en hormoonbehandeling, die gericht is op het doden van tumorcellen die zich al in het lichaam hebben verspreid op het moment van de operatie. Alleen bestaan er momenteel nog geen methodes om deze cellen aan te tonen.
Sinds enkele jaren bestaat er ook een neo-adjuvante behandeling. In dat geval wordt chemotherapie of een andere behandeling gegeven voordat de patiënt wordt geopereerd. Onderzoek heeft aangetoond dat bij sommige kankers in bepaalde gevallen een grotere kans op genezing bestaat wanneer een neo-adjuvante behandeling wordt gegeven. Voorbeelden hiervan zijn onder meer maag- en blaaskanker. Maar ook bij vrouwen met borstkanker wordt van neo-adjuvante behandelingen gebruikgemaakt. In een aantal gevallen omdat de chirurg twijfelt of hij wel curatief kan opereren, maar ook wel om het gezwel te verkleinen, waardoor een borstsparende operatie mogelijk wordt. Het moeilijke punt van een neo-adjuvante behandeling is dat men weliswaar weet dat deze behandeling van nut is als men kijkt naar de resultaten bij een grote groep patiënten, maar dat dit niet per definitie geldt voor elke patiënt afzonderlijk.

Curatieve operatie
‘Curatie’ betekent genezing, met andere woorden: een curatieve operatie is een operatie waarbij de chirurg ‘alles’ heeft kunnen weghalen. Aan een operatie gaat vaak een hoop onderzoek vooraf. Niet alleen lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek, maar ook röntgenfoto’s en scans. Te veel om op te noemen. Als de uitslagen van al die onderzoekingen binnen zijn, wordt beslist of een curatieve operatie mogelijk is. Maar pas ná de operatie kan worden bepaald of ook echt ‘alles’ is weggehaald. Daarbij is het niet alleen van belang wat de chirurg tijdens de operatie heeft gezien. Ook het oordeel van de patholoog-anatoom is van belang. Dit is de dokter die onder de microscoop het weefsel onderzoekt dat de chirurg heeft weggehaald. Pas als nergens anders uitzaaiingen zijn gevonden en de patholoog-anatoom zegt dat de snijranden ‘vrij zijn’, is er sprake van een curatieve operatie. Snijranden ‘vrij’ wil zeggen dat zich geen kankercellen bevinden in de randen van het weefsel dat de chirurg heeft weggehaald.

Wel of geen nabehandeling?
Voordat met een patiënt wordt besproken of een nabehandeling zinvol kan zijn of juist niet, vindt overleg plaats met een groot aantal specialisten. Dat zijn in elk geval de chirurg, de patholoog-anatoom, de radiotherapeut (bestralingsarts) en de oncoloog. Vrijwel altijd is ook een consulent of zelfs een aantal consulenten van een academisch ziekenhuis of een kankerinstituut (Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis of de Daniël den Hoed-kliniek) aanwezig. De chirurg vertelt dan welke operatie hij heeft verricht en wat hij heeft gezien.
Vervolgens vertelt de patholoog-anatoom wat zijn bevindingen zijn. Aan de hand van deze gegevens wordt bepaald hoe groot de kans is dat de patiënt later toch nog uitzaaiingen krijgt. Van belang hierbij zijn onder andere wat voor soort kanker het is en welke eigenschappen het kankergezwel en zijn kankercellen bezitten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vraag hoe groot het kankergezwel was en of het was ingegroeid in zijn omgeving. Maar ook of de patholoog-anatoom uitzaaiingen heeft gevonden in de lymfeklieren waarnaar de afvalstoffen van het gezwel werden afgevoerd.

Nabehandeling met chemotherapie
Voor de meeste kankersoorten hebben specialisten uit de hele wereld vastgesteld in welke gevallen een nabehandeling met chemotherapie zinvol kan zijn. Men spreekt dan van adjuvante chemotherapie. Of adjuvante chemotherapie zinvol kan zijn, is door grote onderzoeken vastgesteld. In die onderzoeken zijn patiënten die aan kanker waren geopereerd, bijvoorbeeld dikkedarmkanker, en die een behoorlijke kans op het krijgen van uitzaaiingen hadden, in twee groepen verdeeld. De ene groep patiënten kreeg dan een nabehandeling met chemotherapie. De andere groep niet. Als in de groep patiënten die wel adjuvante chemotherapie kregen, later duidelijk minder patiënten uitzaaiingen kregen, dan is meestal op internationale conferenties besloten dat deze adjuvante behandeling voortaan wordt aanbevolen. En andersom, als de resultaten tegenvielen, om het niet te doen. Helaas blijkt chemotherapie bij sommige kankersoorten niet of nauwelijks werkzaam te zijn.

En de patiënt dan?
Niet alleen de kans op uitzaaiingen, ook de conditie en de leeftijd van de patiënt bepalen of een behandeling met adjuvante chemotherapie zinvol kan zijn. Vanzelfsprekend is het de patiënt zelf die beslist of de voorgestelde adjuvante behandeling ook daadwerkelijk wordt gegeven. Persoonlijke omstandigheden spelen bij deze beslissing vaak een grote rol. Bovendien moet niet worden vergeten dat ook als geen nabehandeling wordt gegeven, een groot aantal patiënten toch vrij zal blijven van uitzaaiingen. Helaas is het op dit moment nog niet mogelijk om te bepalen wie later wel of juist niet uitzaaiingen krijgt. Wel wordt hiernaar steeds meer veelbelovend onderzoek gedaan. Op dit moment is het echter niet meer dan een kansberekening. Kortom, een behandeling met adjuvante chemotherapie biedt geen garantie dat er later geen uitzaaiingen komen, de kans erop wordt alleen kleiner.
Is de beslissing eenmaal weloverwogen genomen, dan kan het een geruststellend idee zijn dat de patiënt nooit de verkeerde beslissing neemt, mits hij of zij zich maar niet door anderen laat overhalen om het wel of niet te doen. En als men zich maar gesteund weet door zijn dierbaren.
Als men besluit om geen nabehandeling te ondergaan, heeft dat vanzelfsprekend geen enkele invloed op de verdere zorg en controles die men krijgt. Hetzelfde geldt voor de situaties waarin blijkt dat de adjuvante behandeling te zwaar is en besloten wordt ermee te stoppen.

Niet wachten tot uitzaaiingen zichtbaar zijn
Een argument vóór adjuvante behandeling is dat bij een groot aantal soorten kanker geen genezing met medicijnen meer mogelijk is wanneer er – kortere of langere tijd na de operatie – uitzaaiingen worden gevonden. Om te worden ontdekt, moeten uitzaaiingen meestal toch wel een halve tot één centimeter groot zijn. Zijn zij kleiner, dan geven zij meestal geen klachten of worden zij op röntgenfoto’s, echo’s of scans niet ontdekt.
Bij vele soorten kanker is genezing door chemotherapie niet meer mogelijk wanneer de uitzaaiingen groter zijn dan een paar millimeter. Men moet dan te veel kuren en vaak ook te hoge doseringen geven om deze uitzaaiingen te kunnen doden. De bijwerkingen van de chemotherapie op de gezonde weefsels (organen) maken dat meestal onmogelijk.

Als genezing niet mogelijk is
Kan een patiënt zich bij behandelingen die kans bieden op curatie, tijdens een heel moeilijke periode nog voor ogen houden waarvoor hij of zij het doet, dat ligt anders bij behandelingen waar de kans op genezing niet aanwezig is. In die gevallen zal nog veel meer een afweging moeten worden gemaakt van de voor- en nadelen van een behandeling.
Tegenwoordig zijn er vele soorten kanker waarbij behandelingen met chemotherapie levensverlengend kunnen zijn. Of dat de moeite waard is? Een ieder moet dat voor zichzelf uitmaken, na uitvoerig te zijn geïnformeerd over wat de behandeling inhoudt, welke kans er is dat de behandeling succes heeft, wat de eventuele bijwerkingen van de behandeling zijn en wat er aan gedaan kan worden om deze bijwerkingen zo min mogelijk te laten zijn.

Chronische ziekte
Nu er meer en meer behandelingsmogelijkheden komen, wordt kanker steeds vaker beschouwd als een chronische ziekte. En waar patiënten met diabetes of hoge bloeddruk dan elke dag hun insuline moeten spuiten of pillen moeten slikken, is dat bij kankerpatiënten die chemotherapie krijgen, meestal niet het geval. De meeste kuren bevatten dagen of zelfs weken waarin de chemotherapie niet wordt gegeven. En als een bepaalde behandeling met chemotherapie goed aanslaat, kan deze in een aantal gevallen zelfs worden onderbroken; dit kan voor weken, maar ook voor maanden en soms zelfs voor jaren. Daar tegenover bestaat echter de kans dat chemotherapie niet werkt en men er uitsluitend de nadelen van heeft.
Uiteindelijk zal de patiënt zelf moeten beslissen of hij of zij een behandeling wel of niet wil ondergaan. Nogmaals, als iemand deze beslissing weloverwogen neemt, neemt hij nooit de verkeerde beslissing.

Second opinion
Veel kankerpatiënten die een second opinion (tweede mening) vragen, hebben behoefte aan meer zekerheid. Zij twijfelen over de diagnose of het behandelplan. Ook kan het zijn dat ze extra hulp nodig hebben bij het maken van een keuze tussen de verschillende behandelingen of omdat ze willen afwijken van het voorgestelde behandelplan. Het is verstandig om de wens voor een second opinion te bespreken met de eigen specialist, omdat die ervoor kan zorgen dat de afspraak snel gemaakt wordt en de benodigde medische gegevens, uitslagen en foto’s op tijd beschikbaar zijn. Een second opinion betreft vaak slechts één of twee consulten. Soms is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoeden een second opinion.




terug verder




Gezond eten rond chemotherapie

Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116481

Chemo en meer

In dit boek staat de behandeling met chemotherapie van vele vormen van kanker centraal. Vaak vinden deze behandelingen in de polikliniek plaats, maar ook de nieuwe, orale middelen komen aan de orde.

Auteur(s) : Dr. Harm Sleeboom
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066115743