Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Nieuwe wegen

 
Voor de behandeling van kanker zijn steeds meer nieuwe medicijnen in ontwikkeling die niet tot de chemotherapie worden gerekend. Een deel van deze medicijnen wordt de small molecules (kleine moleculen) genoemd. Kenmerkend voor deze medicijnen is dat ze vaak veel doelgerichter inwerken op bepaalde processen in kankercellen dan chemotherapie. Zij kunnen worden ontwikkeld omdat er steeds meer inzicht komt in de processen waarmee kankercellen zich in leven houden, zich delen en uitzaaien. Veel meer dan chemotherapie richten deze nieuwe medicijnen zich op één of enkele van deze processen. Door deze medicijnen worden sommige soorten kanker als die zijn uitgezaaid, beter behandelbaar.
Vooral de nieuwe medicijnen zullen er toe bijdragen dat er in de toekomst betere behandelingen voor patiënten met kanker mogelijk zijn. Zij maken het mogelijk dat kankercellen doelgerichter worden aangepakt. Door vóór een behandeling eerst te onderzoeken welke specifieke eigenschappen de kankercellen bezitten, kunnen tijdens de behandeling de medicijnen worden ingezet waarvoor de kankercellen gevoelig zijn. Hierdoor kunnen patiënten met kanker een behandeling op maat krijgen en wordt de succeskans van de behandeling vergroot. Een bijkomend voordeel kan zijn dat in een aantal gevallen de kans op bijwerkingen wordt verkleind omdat bepaalde medicijnen niet hoeven te worden gegeven.

Monoklonale antistoffen en immunotherapie
Aan de buitenkant van alle cellen in ons lichaam komen antigenen voor. Door deze antigenen kunnen cellen worden herkend. De antigenen geven als het ware signalen af waardoor het mogelijk is om te bepalen om welk soort cel het gaat. Ons afweersysteem is zo afgesteld dat het, normaal gesproken, de antigenen van de cellen van het eigen lichaam herkent en met rust laat. Anders is het als ons afweersysteem antigenen op het spoor komt die niet van onze normale lichaamscellen zijn. Dan gaat ons afweersysteem stoffen maken – wij noemen dat antistoffen – die gericht zijn tegen deze lichaamsvreemde antigenen.
Deze antistoffen koppelen zich aan die ‘vreemde’ antigenen en doden de cellen of veranderen de functie van de cellen. De antistoffen zijn dus een soort politieagenten. Zij sporen in ons lichaam cellen op die zich anders gaan gedragen dan gewoonlijk, bijvoorbeeld kankercellen. Helaas is ons afweersysteem niet altijd in staat om deze zich niet-normaal gedragende cellen te herkennen of antistoffen te maken die deze cellen kunnen doden of uitschakelen.
Bij de behandeling van kanker wordt daarom steeds meer gebruikgemaakt van kunstmatige antistoffen die worden ingezet tegen bepaalde antigenen van kankercellen. Het gaat hier om de zogenaamde monoklonale antistoffen, die niet tot de chemotherapie worden gerekend. Voor een deel vervangen monoklonale antistoffen chemotherapie bij de behandeling van kanker, maar vaker worden zij samen gegeven, in elk geval gedurende een bepaalde periode van de behandeling.
Een behandeling met monoklonale antistoffen wordt immunotherapie genoemd. Bij bepaalde kankersoorten wordt immunotherapie al lang toegepast. Bij deze behandelvorm krijgt de patiënt stoffen toegediend die bij iedereen in het lichaam voorkomen: de stoffen die de eigen afweer stimuleren. De bedoeling is dat witte bloedcellen, die tot dan toe hebben gefaald, alsnog kankercellen gaan doden. Het bekendste middel is interferon.

Bijwerkingen
Maar ook monoklonale antilichamen, immunotherapie en andere behandelingen die niet tot chemotherapie behoren, kunnen allerlei bijwerkingen hebben. Voor het grootste deel kunnen deze medicijnen dezelfde bijwerkingen hebben als chemotherapeutica en kunnen zij bepaalde bijwerkingen verergeren wanneer zij gelijktijdig met chemotherapie worden gegeven. Daarom wordt bijvoorbeeld een behandeling met trastuzumab – geen chemotherapie maar een ‘monoklonale antistof’ – bij patiënten met borstkanker niet gecombineerd met chemotherapie die aanleiding kan geven tot een verminderde functie van de hartspier. In dit geval wordt de behandeling met trastuzumab als aanvullende (adjuvante) behandeling bij vrouwen die aan borstkanker zijn geopereerd, pas gegeven nadat de kuren met chemotherapie die schadelijk voor de functie van de hartspier kan zijn, zijn beëindigd. Terwijl bij vrouwen met uitgezaaide borstkanker de trastuzumab wel wordt gecombineerd met chemotherapie die geen nadelige gevolgen heeft voor de functie van de hartspier.

Tabletten?
Mevrouw G keek verbaasd. Tabletten en geen infuus? Aan de ene kant was zij opgelucht, maar zouden tabletten wel even goed werken. De oncoloog legde het haar nog een keer uit. Zij had niet gewone maagkanker, maar een speciale soort die een stromaceltumor werd genoemd en ook in de darm kon voorkomen. Helaas was opereren niet meer mogelijk. Tabletten zouden in haar geval veel meer kans op succes hebben dan infusen met chemotherapie. Vergis u niet, zei de oncoloog, tabletten kunnen ook bijwerkingen hebben. Maar in tegenstelling tot uitgezaaide maagkanker waarvoor chemotherapie met infusen wordt gegeven, hebben wij bij uw soort kanker
een behoorlijke kans dat de tabletten uw ziekte jarenlang in bedwang houden.
Eenmaal per dag slikte mevrouw G een tablet imatinib. Behalve hoofdpijn en wat buikpijn had zij weinig klachten. Soms smaakte het eten niet. Na twee maanden kon de dokter nog niet zeggen of de behandeling aansloeg. Dat is niet ongewoon. U heeft wat wij noemen een GIST. Dat is een soort kanker die nogal langzaam reageert op de medicijnen. Na nog twee maanden straalde mevrouw G. Haar behandeling sloeg aan. Wel moest de dosering worden verlaagd omdat het aantal witte bloedcellen te laag was.

Gestoorde wondgenezing en huidafwijkingen
Als bijwerking kunnen medicijnen die de angiogenese (nieuwvorming van bloedvaten) remmen, onder andere een gestoorde wondgenezing hebben. Een wond kan slechter genezen omdat er geen of te weinig bloedvaatjes worden gevormd die nodig zijn voor een goede wondgenezing
Wanneer patiënten dit soort medicijnen krijgen, moet bij operaties rekening worden gehouden met een gestoorde wondgenezing. Soms, als er geen acute reden is om te opereren, kan het verstandig zijn om een operatie enkele weken uit te stellen. Soms kunnen medicijnen die de angiogenese remmen de bloeddruk verhogen of tot eiwitverlies in de urine leiden. Daarom worden patiënten die deze middelen krijgen, hierop gecontroleerd.
Een deel van deze nieuwe medicijnen staat bekend om de huidafwijkingen die zij kunnen geven. Naast het hand/voet-syndroom (zie kadertje en het hoofdstuk Bijwerkingen ‘Huidtoxiciteit’) zijn dit onder andere: huiduitslag – meestal rood, soms jeukend of schilferend, pukkeltjes – of juist ontkleuring van de huid, zowel de gehele huid als ook gedeeltelijk en verkleuring van haren.

Genetisch onderzoek
Een andere nieuwe ontwikkeling is genetisch onderzoek. Nu richt dit onderzoek zich vooral op aanvullende (adjuvante) behandelingen. Aan de hand van genetisch onderzoek bij bijvoorbeeld patiënten die aan borstkanker zijn geopereerd, tracht men te ontdekken welke patiënten een grote kans hebben op het krijgen van uitzaaiingen en welke niet. Wanneer men daarin slaagt, komt men te weten bij welke patiënten het wel zinvol is om een adjuvante behandeling te geven en bij welke patiënten niet.




terug verder




Gezond eten rond chemotherapie

Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116481

Chemo en meer

In dit boek staat de behandeling met chemotherapie van vele vormen van kanker centraal. Vaak vinden deze behandelingen in de polikliniek plaats, maar ook de nieuwe, orale middelen komen aan de orde.

Auteur(s) : Dr. Harm Sleeboom
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066115743