Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Onderzoek en diagnose

 
De diagnose kanker kan én mag pas met recht worden gesteld als de patholoog-anatoom kankercellen onder zijn microscoop heeft gezien. Hiervoor moet dus materiaal uit de kanker worden gehaald. Soms gebeurt dit door met een heel dunne naald in de kanker te prikken. Wanneer dan slechts wat cellen worden opgezogen, spreekt men van een cytologische punctie. Vaak kan de patholoog-anatoom op dit materiaal niet de juiste diagnose stellen. Daarom haalt de chirurg meestal onder algehele of plaatselijke verdoving de tumor of een uitzaaiing in zijn geheel weg of soms een deel ervan (bioptie ofwel ‘een hapje’).

De patholoog-anatoom
De patholoog-anatoom bewerkt het weefsel van de chirurg en beoordeelt dat onder de microscoop. Maar dat niet alleen. De patholoog-anatoom doet ook onderzoek naar de verschillende eigenschappen van kankercellen, of deze wel of niet aanwezig zijn, en of álle kankercellen van de tumor deze eigenschappen bezitten of slechts een deel. Daarnaast bepaalt de patholoog-anatoom hoe groot de tumor is en of er uitzaaiingen zitten in het weefsel dat de chirurg heeft weggehaald. Dat is nog al eens het geval bij de lymfeklieren die het dichtst bij het kankergezwel liggen, lymfeklieren dus waarnaar de afvalstoffen van het gezwel worden afgevoerd. Vandaar dat de chirurg het weefsel waarin deze lymfeklieren liggen, meestal ook weghaalt.
Het onderzoek dat de patholoog-anatoom verricht, neemt meestal een aantal dagen in beslag. Daarom duurt het ongeveer een week voordat de chirurg kan vertellen wat hij precies bij de operatie heeft gevonden.

Röntgenfoto’s, scans en echo’s
Het is niet alleen belangrijk te weten óf een patiënt kanker heeft, maar – als dat zo is – ook om te weten hoe uitgebreid de ziekte is. Daarvoor is men aangewezen op de bevindingen van de chirurg bij de operatie, maar ook op wat de radioloog (röntgendokter) gevonden heeft op röntgenfoto’s, scans en echo’s. Deze foto’s, scans en echo’s zijn niet per definitie vereist. Dat is afhankelijk van de soort kanker of van de bevindingen van de chirurg en patholoog-anatoom. Eventueel gebeuren deze verrichtingen pas na een operatie.
Voor veel soorten kanker zijn richtlijnen opgesteld voor het stellen van de diagnose kanker. In deze richtlijnen (protocollen) is precies vastgelegd welke onderzoeken moeten worden verricht en meestal ook in welke volgorde. De oncologiebespreking van een ziekenhuis speelt in deze kwestie een centrale rol. Het is dé ontmoetingsplaats voor de specialisten die betrokken zijn bij het diagnosticeren en het behandelen van patiënten met kanker.

De oncologiebespreking
Elk ziekenhuis heeft tegenwoordig een oncologiebespreking. Deze bespreking vindt meestal eenmaal per week of eenmaal per twee weken plaats. Tijdens de bespreking worden alle nieuwe patiënten bij wie kanker is vastgesteld, besproken; en daarnaast alle patiënten die aan kanker zijn geopereerd. Hetzelfde geldt voor patiënten bij wie zich veranderingen in hun ziektebeloop voordoen waarover nader overleg nodig is.
Bij de oncologiebespreking zijn alle specialisten aanwezig die bij het stellen van de diagnose kanker en de behandeling ervan betrokken zijn. Tegelijk doen kankerspecialisten uit een academisch ziekenhuis of een kankerinstituut (Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis of de Daniël den Hoed-kliniek) mee. Zij worden consulenten genoemd. Vaak zijn ook nog de oncologieverpleegkundigen aanwezig en wordt de huisarts van de patiënt uitgenodigd.
Tijdens de bespreking toont de röntgenspecialist de röntgenfoto’s en scans en laat de patholoog-anatoom zien welke soort kanker het betreft. De patholoog-anatoom vertelt of het om een erg agressieve vorm van kanker gaat of juist een minder agressieve vorm. En ook welke eigenschappen de kankercellen al dan niet bezitten die van belang kunnen zijn voor de behandeling.
Vervolgens wordt gemeenschappelijk bepaald wat het behandelplan is dat aan de patiënt zal worden voorgesteld. Meestal zijn hier richtlijnen voor. Deze richtlijnen zijn of in Nederland (nationale richtlijnen) of wereldwijd (internationale richtlijnen) vastgesteld door een groot aantal vooraanstaande kankerspecialisten. Vaak wordt een patiënt verschillende keren besproken. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van de kanker, na de operatie en als er uitzaaiingen zijn vastgesteld. Omdat bij de bespreking ook de specialisten aanwezig zijn die de patiënt kennen, wordt bij het bepalen van het advies ook rekening gehouden met de omstandigheden van de patiënt. Bijvoorbeeld of deze andere ernstige ziektes heeft, de leeftijd, de geestesgesteldheid – te veel om hier allemaal op te sommen. Het advies dat de patiënt krijgt, wordt schriftelijk vastgelegd.




terug verder




Gezond eten rond chemotherapie

Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116481

Chemo en meer

In dit boek staat de behandeling met chemotherapie van vele vormen van kanker centraal. Vaak vinden deze behandelingen in de polikliniek plaats, maar ook de nieuwe, orale middelen komen aan de orde.

Auteur(s) : Dr. Harm Sleeboom
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066115743