|
|
Wat is chemotherapie? Chemotherapie is een verzamelnaam voor medicijnen (chemotherapeutica) die worden gebruikt bij de behandeling van kanker. Zij hebben een toxische (schadelijke) werking op kankercellen. Hormoonbehandelingen worden niet tot de chemotherapie gerekend. In 1942 werd chemotherapie voor de eerste keer toegediend. Sindsdien zijn er honderdduizenden middelen ontwikkeld, maar slechts weinige van deze middelen konden uiteindelijk worden ingezet tegen kanker. Veel cellen in ons lichaam, en ook kankercellen, verkeren hoofdzakelijk in een rustfase. Het worden ook wel slapende cellen genoemd. Pas op het moment dat deze cellen een prikkel krijgen om te gaan delen, doorlopen zij een aantal levensfases met als uiteindelijk resultaat een celdeling. Deze levensfases van de cel hebben allemaal een naam. De rustfase heet de G0-fase. Wil de cel zich gaan delen, dan komt hij eerst terecht in de G1-fase. De cel gaat zich voorbereiden om zijn erfelijk materiaal te verdubbelen. Deze fase duurt meestal een paar dagen. In de volgende fase, de S-fase, verdubbelt de cel zijn erfelijk materiaal (dna), meestal in een paar uur. In de fase daarna, de G2-fase, die gewoonlijk ook een paar uur duurt, bereidt de cel zich voor op de uiteindelijke deling, die M-fase wordt genoemd en meestal één tot twee uur duurt. Onderverdeling en combinaties Chemotherapie kan worden onderverdeeld in medicijnen die uitsluitend in een bepaalde levensfase van de kankercel werken, en in medicijnen die in álle levensfases van de kankercel actief zijn. Medicijnen uit de eerste groep, de levensfase specifieke medicijnen, zijn meestal niet erg werkzaam bij kanker waarin de meeste cellen in de rustfase (G0) verkeren. De niet-levensfase specifieke medicijnen werken waarschijnlijk minder goed bij kanker waarvan de cellen zich snel delen. Daarom wordt bij de behandeling met chemotherapie vaak gebruikgemaakt van combinaties van medicijnen die verschillende werking op kankercellen hebben. Zeker is dit het geval als men curatie wil bereiken of bij de adjuvante behandeling. Toch wordt combinatiechemotherapie niet alleen ingezet om de werkzaamheid te vergroten, maar ook om de bijwerkingen van de chemotherapie binnen de perken te houden. Vaak worden medicijnen (chemotherapeutica) gecombineerd die naast hun effectiviteit tegen een bepaalde soort kanker toch van elkaar verschillende bijwerkingen hebben. Zo kan vaak voorkomen worden dat bijwerkingen te hevig zijn. Om dezelfde reden wordt chemotherapie meestal ook in kuren gegeven met daartussen rustpauzes. Deze rustpauzes kunnen dagen tot zelfs weken duren. Dit wordt gedaan om niet-kankercellen, dus het gezonde weefsel, de kans te geven te herstellen van de schade door de chemotherapie. Bijwerkingen en immuniteit In een aantal gevallen lukt het om chemotherapie te ontwikkelen die alle kankercellen doodt. Maar meestal niet. Een chemotherapie te ontwikkelen waarvoor kankercellen zeer gevoelig zijn, is één. Tegelijk moet het dan ook nog lukken om daarmee overal in het lichaam de kankercellen te bereiken en binnen te dringen, en daar ook nog eens lang genoeg te blijven om deze te doden. Twee problemen hierbij zijn in elk geval vermeldenswaard. Om genoeg chemotherapie in de kankercellen te kunnen krijgen om die allemaal te doden, moeten vaak te grote hoeveelheden chemotherapie worden toegediend. Door de schadelijke werking (bijwerking) op gezonde cellen is dit meestal niet mogelijk. Daarnaast hebben kankercellen vaak het vermogen om zich aan de chemotherapie aan te passen en er ongevoelig of minder gevoelig voor te worden. Net zoals sommige bacteriën ongevoelig (immuun) voor penicilline kunnen worden. Hoe wordt chemotherapie gegeven? De meeste chemotherapeutica worden toegediend via een infuus. Afhankelijk van het middel duurt dit een aantal minuten tot enkele uren of zelfs dagen. In een enkel geval, wanneer een infuus dagen duurt, gebeurt het door middel van een infuuspompje thuis. De meeste ziekenhuizen hebben een gespecialiseerde dagbehandelingsafdeling en een klinische afdeling waar de chemotherapie-infusen worden gegeven. Sinds kort wordt ook onderzocht welke kuren wellicht thuis per infuus kunnen worden gegeven. Hiervoor worden gespecialiseerde verpleegkundige teams in het leven geroepen. Zelden is het mogelijk om chemotherapie door middel van een injectie in een spier toe te dienen. Veel onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheid om chemotherapie oraal, dat wil zeggen door de mond in de vorm van pillen, tabletten enz. te geven. Tot nog toe is dat slechts met een paar middelen mogelijk. Ten slotte bestaan er kuren die zowel infusen als oraal ingenomen chemotherapie combineren. Hand/voet-syndroom Bij klachten eerder waarschuwen! Voor het eerst was de dochter van mevrouw Z ook meegekomen naar het spreekuur. Gewoonlijk kwam mevrouw Z alleen met haar echtgenoot. De dochter was teleurgesteld en ook een beetje boos. Pillen hebben toch veel minder bijwerkingen dan infusen met chemotherapie? ‘Jammer genoeg niet. Uw moeder heeft last van het hand/voet-syndroom. Helaas komt dat bij deze pillen ook nogal eens voor.’ Uitgebreid keek de dokter naar de pijnlijke gezwollen handen van mevrouw Z. Zij kon haar handen nauwelijks nog gebruiken. De oncologieverpleegkundige nam mevrouw Z en haar familie mee. Zij legde uit wat er precies ‘aan de hand’ was. Haar werd geadviseerd om haar handen en voeten zo veel mogelijk vet te houden, zo min mogelijk met warm water te wassen en tijdelijk nauwzittende schoenen of pantoffels te dragen. De kuur met tabletten werd afgebroken. Met mevrouw Z werd besproken dat bij een volgende kuur, die pas zou worden gestart wanneer haar klachten (grotendeels) waren verdwenen, de dosering werd verminderd. En ten slotte werd haar op het hart gedrukt een volgende keer eerder te waarschuwen als zij klachten kreeg! Hoeveel kuren? Bij de adjuvante en meestal ook bij de neo-adjuvante behandeling staat het aantal kuren vast. Het aantal verschilt meestal per kankersoort. Maar ook bij een bepaalde soort kanker kan de samenstelling van de kuren en het aantal kuren verschillen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij patiënten met borstkanker. Welke kuren worden gegeven, hangt vooral af van wat bij de operatie is gevonden. De patholoog-anatoom vermeldt dit in zijn verslag, waarbij het belangrijk is of de borstkankercellen bepaalde eigenschappen wel of niet bezitten. Daarnaast speelt ook de leeftijd van de patiënt een rol, en of hij of zij aan andere aandoeningen lijdt, bijvoorbeeld een hartziekte. Soms, als de borstkankercellen het zogenoemde HER2-antigeen bezitten, kan de behandeling zelfs een jaar duren. De patiënten komen dan vaak in aanmerking voor een behandeling met trastuzumab, dat naast chemotherapiekuren wordt gegeven. Trastuzumab is geen chemotherapie maar een ‘monoklonale antistof’. Een behandeling met monoklonale antistoffen wordt immunotherapie genoemd (zie het hoofdstukje daarover). Neo-adjuvante en adjuvante behandeling Bij een neo-adjuvante behandeling staat het aantal kuren niet altijd vast. Als men bijvoorbeeld bij borstkanker de tumor wil verkleinen, kan het aantal kuren afhankelijk zijn van het feit of de tumor kleiner wordt en hoe snel dat gebeurt. Soms worden neo-adjuvante en adjuvante therapie gecombineerd. In dat geval wordt meestal een zelfde aantal kuren voor en na de operatie gegeven. Voorbeelden hiervan zijn maag- en blaaskanker. Tijdens de adjuvante behandeling kan de samenstelling van een kuur wel eens veranderen. Vooral als één van de chemotherapeutica te veel bijwerkingen geeft. Willekeurige voorbeelden hiervan zijn: het weglaten van oxaliplatin na een aantal kuren bij de adjuvante behandeling van dikkedarmkanker; het vervangen van cisplatin door carboplatin bij de adjuvante en neo-adjuvante behandeling van blaaskanker; of het weglaten van paclitaxel of het vervangen ervan door cyclofosfamide bij de adjuvante behandeling van eierstokkanker (ovarium-carcinoom). In alle gevallen gebeurt de verandering omdat de medicijnen te veel schade toebrengen aan de zenuwen, vooral in de handen en voeten, waardoor pijnklachten en problemen ontstaan met het voelen. Consolidatiekuren Behoort genezing (curatie) tot de mogelijkheden, dan is het aantal kuren vaak wisselend en afhankelijk van hoe snel een complete remissie (terugdringing) is bereikt. Van een complete remissie spreekt men als met behulp van lichamelijk onderzoek, röntgenonderzoek (inclusief scans) en bloedonderzoek geen activiteit van de kanker meer kan worden vastgesteld. Is een complete remissie vastgesteld, dan wordt veelal nog een beperkt aantal kuren (bijvoorbeeld twee) gegeven. Deze kuren heten consolidatiekuren. Stoppen of doorgaan? Als genezing niet tot de mogelijkheden behoort, kunnen het aantal kuren, de samenstelling ervan en de frequentie (hoe snel achter elkaar de kuren worden gegeven) nog al eens wisselen. Meestal wordt na twee of drie kuren gekeken of de kuren aanslaan. Er worden dan lichamelijk onderzoek en vaak ook röntgen- en bloedonderzoek verricht. Blijkt dat de chemotherapie niet heeft geholpen, dan beslist de dokter of de behandeling wordt gestopt. Bij sommige soorten kanker, bijvoorbeeld bij weke-delentumoren (sarcomen), is het vaak pas na meer dan twee of drie kuren mogelijk om vast te stellen of de chemotherapie aanslaat. Wanneer de kanker tot staan is gebracht of zelfs is teruggedrongen, beslissen de patiënt en de dokter samen of de behandeling wordt voortgezet of wordt gestopt. Het stoppen kan soms ook tijdelijk zijn. Allereerst moet de patiënt het zinvol vinden om verder te worden behandeld, met andere woorden: de behandeling moet niet erger zijn dan de kwaal. En de dokter moet vaststellen of het verantwoord is om nog meer kuren te geven. Er mag bijvoorbeeld geen kans zijn op ernstige schade aan gezonde organen of dat de schade die al is toegebracht, verergert. Voorbeelden hiervan zijn de al genoemde zenuwbeschadiging of bijvoorbeeld hartschade bij de behandeling met bepaalde antracyclines (doxorubicine). Soms bepalen richtlijnen dat de totaaldosering (de dosering van alle kuren opgeteld) van een bepaald medicijn een bepaalde hoeveelheid niet mag overschrijden. Doxorubicine is daar een voorbeeld van. In een aantal gevallen bestaat ook de mogelijkheid om te onderzoeken of het hart minder goed gaat functioneren. Bij de monoklonale antistof trastuzumab (is geen chemotherapie) kan de hartfunctie worden bepaald met bijvoorbeeld een echo of een zogenaamde muga-scan. Als de hartfunctie verslechtert, kan de trastuzumab tijdelijk of zelfs definitief worden gestaakt. Onderhoudsbehandeling Bij de niet-curatieve, dus palliatieve behandeling wordt steeds na een paar kuren bepaald of verder behandelen zinvol is. Werken de kuren? Heeft de patiënt er baat bij? En is het veilig om door te gaan? Bij een goed resultaat is het soms mogelijk de kuren tijdelijk te staken of de tijd tussen de kuren te vergroten, bijvoorbeeld van drie naar vier weken. In een aantal gevallen is het mogelijk om de kuren minder zwaar te maken door één of meer medicijnen (tijdelijk) weg te laten of te vervangen door medicijnen met minder bijwerkingen. Men spreekt in deze gevallen wel van een onderhoudsbehandeling. Bij de palliatieve behandeling is het van groot belang om steeds te kijken of de klachten van de kanker ook met andere behandelingen kunnen worden verholpen of teruggedrongen. Bijvoorbeeld via het bestralen van pijnlijke uitzaaiingen in botten of slokdarmkanker, die het passeren van voedsel of zelfs drinken naar de maag belemmeren. Bij pijnbestrijding kan natuurlijk ook gebruik gemaakt worden van pijnstillers. En bij vermoeidheidsklachten door bloedarmoede kunnen bloedtransfusies worden gegeven. Het zijn allemaal voorbeelden waarin de klachten van een patiënt worden verminderd en daarmee de kwaliteit van zijn leven wordt verbeterd. Een gecombineerde aanpak Chemotherapie en radiotherapie (bestraling) versterken elkaar in hun werking tegen kanker. De gecombineerde behandeling van beide therapieën is erop gericht een operatie te voorkomen of om een beter resultaat te verkrijgen dan met een afzonderlijke therapie. Meestal wordt de bestraling vier of vijf dagen per week gegeven, soms verschillende keren per dag. De bestraling duurt doorgaans een flink aantal weken. De chemotherapie wordt veelal slechts op een beperkt aantal dagen toegediend. Per kankersoort kunnen de bestraling en de chemotherapie verschillen. Voorbeelden waarbij voor deze gecombineerde aanpak kan worden gekozen, zijn anuskanker (bij de uitgang van de endeldarm), baarmoederhalskanker en bepaalde soorten kanker die in de hals of het hoofd zijn ontstaan. Of een patiënt voor deze behandeling in aanmerking komt, hangt niet alleen af van de soort kanker, maar ook bijvoorbeeld van de grootte en de uitbreiding in de omgeving van de kanker en van de conditie van de patiënt. Uiteraard is het grote winst als een patiënt niet aan zijn anuskanker hoeft te worden geopereerd en niet zijn verdere leven met een stoma (uitgang) op zijn buik hoeft te lopen. Voor bepaalde kankers die in de hals of het hoofd zijn ontstaan, een zelfde verhaal: door de combinatiebehandeling van chemotherapie en radiotherapie kan in een aantal gevallen het vermogen om te kunnen praten of slikken worden behouden. Of kan een erg verminkende operatie achterwege blijven. Niettemin, ook de combinatiebehandeling van chemotherapie en radiotherapie kent bijwerkingen. Sommige patiënten houden blijvend last van diarrhee of incontinentie van ontlasting (ongewild verlies van ontlasting) of hebben voortdurend een droge mond. Een andere bijzondere vormen van chemotherapie is bijvoorbeeld het met chemotherapie doorspoelen (perfunderen) van een bepaald orgaan of lichaamsdeel. Het kan gaan om uitzaaiingen in de lever van dikkedarmkanker, of om uitzaaiingen van een melanoom (kwaadaardige vorm van huidkanker) in bijvoorbeeld een been. Omdat deze behandeling zelden gebeurt, wordt deze chemotherapie niet verder besproken. |
Gezond eten rond chemotherapie Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden. Chemo en meer In dit boek staat de behandeling met chemotherapie van vele vormen van kanker centraal. Vaak vinden deze behandelingen in de polikliniek plaats, maar ook de nieuwe, orale middelen komen aan de orde. |







