Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
dr. Frans Zoetmulder
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Hoe functioneert de operatieafdeling?

De chirurgische techniek is een van de oudste technieken waarmee mensen hebben geprobeerd hun gezondheid in stand te houden. De basis lag bij de behandeling van wonden, die mensen door hun bestaan als jager en hun aard als vechtersbaas vanaf de oertijd hebben opgelopen. De basisprincipes van wondverzorging (stop het bloeden, maak de wond goed schoon en leg de wondranden netjes tegen elkaar aan) waren al in de Oudheid bekend. Van daaruit was de stap niet zo groot om zelf een wond te maken (opereren) om iets uit het lichaam weg te halen. Zo bestaan er verslagen uit de klassieke oudheid over het verwijderen van pijlpunten, maar ook van blaasstenen en bloedstolsels uit de hersenen.
Niettemin heeft het tot in de negentiende eeuw geduurd voordat ingewikkelder ingrepen mogelijk werden. Hiervoor was de ontdekking dat infecties veroorzaakt worden door bacteriën essentieel. Pas daarna ontstond het inzicht dat infecties bij operaties voorkomen kunnen worden door in een bacterievrije, steriele omgeving te werken. Een volgende essentiële stap was de introductie van ether, waardoor operaties voor het eerst bij een slapende patiënt (narcose) in alle rust konden worden uitgevoerd.
Daarna is het snel gegaan. Al aan het eind van de negentiende eeuw werden de eerste borst-, darm- en maagkankeroperaties uitgevoerd, begin twintigste eeuw gevolgd door operaties voor endeldarm-, alvleesklier- en longkanker. De ontwikkelingen van de laatste honderd jaar zijn er vooral op gericht geweest operaties veiliger en doeltreffender te maken.

Operatiekamer
In de meeste ziekenhuizen zijn alle activiteiten die met operaties te maken hebben samengebracht op de operatieafdeling, ook wel aangeduid als OK (operatiekamer).
Dit is altijd een gesloten afdeling, waar alleen personeel en operatiepatiënten toegang hebben.
Dat heeft behalve met privacyoverwegingen vooral te maken met het streven om een superhygiënische omgeving te creëren, met een minimum aan bacteriën van buitenaf.

Bouw en indeling
Hoewel er natuurlijk wel enige variatie bestaat, is het bouwkundige principe van alle operatieafdelingen gelijk. De entree bestaat uit een sluis die tot doel heeft zoveel mogelijk vuil en bacteriën buiten de afdeling te houden. Voor de personeelsleden zijn dat de kleedkamers, waar zij de eigen kleding en sieraden achterlaten en schone werkkleding aantrekken, inclusief een bedekking van het hoofdhaar en een kapje voor mond en neus. Voor de patiënten is er een ontvangstruimte waar zij in schone operatiekleding hun bed achterlaten en op een ok-trolley overstappen.
De eigenlijke operatiekamer bestaat uit een ruimte met een centrale operatietafel, die geplaatst is onder een speciale lamp. Een operatietafel is een hard ligbed voor de patiënt, dat in hoogte verstelbaar is, zodat de chirurg kan werken zonder gebukt te hoeven staan. De tafel kan echter ook gekanteld worden, zodat de linker- of rechterzijde meer naar boven komt, of het hoofd- of voeteneinde. Dit alles om het de chirurg zo makkelijk mogelijk te maken om het lichaamsdeel waaraan hij werkt direct onder de hand en in het oog te hebben. Voor specifieke doeleinden zijn er aanzetstukken, bijvoorbeeld beensteunen, vergelijkbaar met die van een gynaecologische stoel, voor operaties aan het zitvlak of de geslachtsdelen. De operatielamp is speciaal gemaakt om licht af te geven over een groot vlak zonder dat er schaduwen ontstaan op het werkterrein van de chirurg, als hij met zijn hoofd over het operatieterrein gebogen staat. Het hoofdeinde van de tafel is het terrein van de anesthesioloog. Daar staan het narcosetoestel en alle instrumenten om de toestand de patiënt te bewaken tijdens de operatie. In het algemeen wordt deze apparatuur op elkaar gestapeld in de vorm van een zuil die staat op een verrijdbare trolley of aan een beweegbare arm hangt aan het plafond. Aan het voeteneinde staat de apparatuur opgesteld die direct met de operatie te maken heeft. Een vacuümsysteem om bloed af te zuigen, een diathermieapparaat om bloedvaatjes dicht te branden enzovoort. Voor sommige specifieke toepassingen worden aparte bouwkundige voorzieningen in een ok ingebouwd, bijvoorbeeld een röntgenapparaat voor botoperaties. De meeste ziekenhuizen hebben een aantal identiek ingerichte operatiekamers, zodat simultaan op een aantal kamers door verschillende operatie teams gewerkt kan worden. Naast de eigenlijke operatiekamer bevindt zich doorgaans een ruimte waar de ok-assistent de steriele tafels dekt. Ook hebben de meeste moderne ok's een aparte ruimte waar de anesthesioloog de patiënt kan voorbereiden op de narcose.
Na operatie gaat de patiënt naar een uitslaapruimte (ook wel recovery of verkoeverkamer genoemd). Dit is een ruimte met een aantal bedden met bewakingsapparatuur, waar de patiënt blijft tot hij goed en wel wakker is. Vandaar verlaat hij de operatieafdeling en gaat terug naar de verpleegafdeling of hij gaat naar de intensive-careafdeling als dat noodzakelijk wordt geacht.
Behalve deze werkeenheden bevat de ok kamers voor de administratie, stafkamers, magazijnen en niet te vergeten een koffiekamer voor het personeel.

Steriliteit
Onze hele omgeving wordt bevolkt door micro-organismen zoals bacteriën, gisten en schimmels. Onze huid, maar ook mondkeelholte en dikke darm zitten er vol mee. Daarentegen is het weefsel binnen in ons steriel, dat wil zeggen vrij van micro-organismen. Als barrière tussen micro-organismen aan de buitenkant en de steriele binnenkant fungeren de huid en de slijmvliezen. Het actieve immuunsysteem van een gezonde mens zorgt ervoor dat hij een bacterie die toch binnenkomt makkelijk aankan. Bij een operatie wordt de huid echter geopend. Bacteriën en andere micro-organismen kunnen direct het lichaam binnenkomen en (levensbedreigende) infecties veroorzaken. Om dit te voorkomen wordt tijdens een operatie een steriel werkterrein gecreëerd van waaruit de chirurg veilig kan werken. De chirurg, zijn directe medewerkers en het instrumentarium behoren tot de steriele ruimte, de grens naar de onsteriele omgeving ligt daarbuiten.
Om dit te bereiken wordt al het materiaal dat tijdens de operatie gebruikt zal worden, gesteriliseerd. Dit gebeurt op een speciale sterilisatieafdeling. Instrumenten, jassen en afdekmateriaal worden eerst dubbel ingepakt en dan in een speciale machine (autoclaaf) langdurig verhit tot boven de 100 °C, zodat alle micro-organismen worden vernietigd.
De steriele pakketten worden door de operatieassistenten volgens een vast patroon uitgepakt. Operatieassistenten functioneren altijd in een team van twee, van wie de een in de steriele ruimte werkt (instrumenterende) en de ander vanuit de onsteriele ruimte het contact met de steriele ruimte verzorgt (omloop). De instrumenterende zal om te beginnen handen en onderarmen wassen, zodat deze weinig of geen bacteriën meer bevatten. Ondertussen pakt de omloop de steriele pakketten uit, zodanig dat de onsteriele buitenkant naar beneden komt te liggen, de steriele binnenkant wordt niet aangeraakt. Dit is essentieel omdat door direct contact bacteriën van de onsteriele handen of materialen de steriele ruimte kunnen besmetten. De instrumenterende neemt vervolgens een steriele jas uit het geopende pakket, trekt die aan zonder de buitenkant aan te raken, daarbij geholpen door de omloop die de jas achter dichtmaakt. De instrumenterende trekt steriele handschoenen aan en is dan aan de buitenzijde geheel steriel en klaar om de steriele ruimte rond de patiënt te creëren.
Daartoe smeert hij het stuk huid waar de snee (incisie) gemaakt zal worden ruim in met een jodiumoplossing. Bij mensen die allergisch zijn voor jodium wordt hiervoor chloorhexidine gebruikt. Micro-organismen kunnen hier niet tegen, zodat een steriel veld ontstaat. Vervolgens worden hieromheen, met overlap, steriele doeken gelegd waar de patiënt geheel onder verdwijnt, met uitzondering van de plaats waar gesneden gaat worden. De instrumenten worden uitgelegd op tafels die met een steriele doek bedekt zijn. Meestal worden de instrumenten die het meest gebruikt worden, uitgestald op een rijdende tafel die over het voeteneinde van de ok-tafel kan worden getrokken. De omloop reikt de verdere benodigdheden aan. Dit gebeurt als volgt: hij opent de verpakking van de steriele materialen zodanig dat hij alleen de buitenkant van de verpakking hoeft aan te raken; de instrumenterende kan dan de steriele inhoud eruit halen zonder contact te hoeven maken met de buitenkant. Omgekeerd geeft de instrumenterende steriele spullen aan de omloop zonder aanraking. Zo geeft hij bijvoorbeeld de uiteinden van de afzuigslang en de diathermiekabel aan de omloop, die ze op zijn beurt aansluit aan de onsteriele apparaten.
Inmiddels hebben de chirurg en zijn assistent zich gewassen en kunnen zij in hun steriele jassen stappen en hun steriele handschoenen aandoen. Het team is nu klaar voor de operatie.
Ook tijdens de operatie zorgen instrumenterende en omloop voor een strikte scheiding tussen steriele ruimte en de onsteriele omgeving.

Anesthesie, anesthesioloog en anesthesieassistent
De anesthesioloog is eerstverantwoordelijk voor het wel en wee van de patiënt tijdens de operatie en de eerste 24 uur daarna. In de meeste ziekenhuizen in Nederland geven anesthesiologen narcose op twee aangrenzende operatiekamers en wordt de continuïteit verzorgd door speciaal opgeleide anesthesieassistenten, die wel permanent aanwezig blijven. In geval van problemen is de anesthesist direct oproepbaar.
Na de inleiding volgt het anesthesieteam nauwkeurig het wel en wee van de patiënt, aan de hand van bloeddruk, pols en zuurstofspanning in het slagaderlijke bloed. Daarnaast kunnen indien gewenst acuut laboratoriumbepalingen gedaan worden als die informatie gewenst is. Zodra het functioneren van het lichaam uit zijn evenwicht raakt als gevolg van de operatie, wordt geprobeerd dit evenwicht te herstellen. Bloedverlies speelt hierbij vaak een centrale rol. Vooral bij grote en ingewikkelde operaties gaat continu bloed verloren. Het bloedverlies wordt derhalve tijdens de hele operatie nauwkeurig bijgehouden, door de hoeveelheid bloed in de afzuigpot te meten en met bloed doordrenkte gazen te wegen. De anesthesioloog vult het verloren bloed aan door toediening van vloeistof via het infuus, zodat de hartpomp voldoende aanbod krijgt om de bloeddruk op peil te houden. In eerste instantie wordt het verloren bloed vervangen door eenzelfde volume van een zoutoplossing. Als echter meer bloed verloren gaat, moeten ook de bloedcellen worden vervangen en is bloedtransfusie noodzakelijk. Shock is de situatie waarbij zo weinig bloed in het vaatstelsel circuleert dat het hart de bloeddruk niet meer op peil kan houden, De organen krijgen dan onvoldoende zuurstof, wat ten koste gaat van hun functie. Dit dient waar mogelijk voorkomen te worden. In dergelijke situaties is goede communicatie tussen chirurg en anesthesioloog belangrijk. Als de chirurg een probleem heeft met een bloeding, dient hij de anesthesioloog te waarschuwen, zodat die voor voldoende transfusiebloed kan zorgen. Omgekeerd waarschuwt de anesthesioloog als hij de bloeddruk niet op peil kan houden, dat de chirurg de bloeding tot staan moet brengen, voordat hij verdergaat met de operatie. Afgezien van bloedverlies vormt iedere operatie een stress voor het lichaam, waardoor soms onverwachte problemen kunnen ontstaan. Het is de anesthesioloog die dit dient op te merken, om waar nodig de gepaste behandeling in te stellen. In deze moderne tijd is het een uitzondering dat zich bij operaties zodanige calamiteiten voordoen dat een patiënt tijdens de operatie overlijdt.

Tijdens de operatie worden door middel van een pompje continu voldoende narcosemiddelen toegediend, om te voorkomen dat de patiënt wakker wordt of pijn ervaart. Aan het einde van de operatie wordt de toediening van de narcosemiddelen gestaakt. Zodra die zijn uitgewerkt, wordt de patiënt wakker en gaat weer zelf ademen, onafhankelijk van de duur van de operatie. De anesthesioloog verwijdert dan de beademingsbuis uit de luchtpijp en de patiënt gaat naar de uitslaapkamer, of indien nodig naar de intensive-careafdeling. Op de uitslaapkamer wordt nog gedurende enkele uren gecontroleerd of alles wel goed gaat en of de pijnstilling voldoende is. Eventuele vervelende bijwerkingen, zoals misselijkheid en braken, kunnen met medicijnen worden bestreden. Daarna gaat de patiënt terug naar de verpleegafdeling.

Gedurende alle operaties worden alle vitale lichaamsfuncties continu geregistreerd. De registratiedata worden bewaard, zodat in geval van een calamiteit, net als bij de 'zwarte doos' van een vliegtuig, altijd achteraf kan worden nagegaan wat niet goed is gegaan.




terug verder




Gezond eten rond chemotherapie


Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 22,50
ISBN : 9789491549434