Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
dr. Frans Zoetmulder
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Onderzoek en diagnose

De meeste patiënten die uiteindelijk kanker blijken te hebben, melden zich eerst met een klacht bij hun huisarts. Soms gaat het om klachten die meteen de verdenking op kanker wekken, zoals een knobbeltje in de borst of bloed bij ontlasting of urine. Vaak gaat het echter om vrij vage klachten. Aan de huisarts de moeilijke taak om de klachten op hun juiste waarde te schatten en patiënten door te verwijzen naar de juiste specialist, meestal in het plaatselijke ziekenhuis. Daar zal door middel van nader onderzoek de diagnose gesteld worden. Soms zal de chirurg zelf dit onderzoek (laten) doen, soms gebeurt dat door andere specialisten, zoals internisten, longartsen of maag-darm-leverartsen die de patiënt met zijn presenterende klachten als eerste zien. Gynaecologen en urologen doen meestal zelf het voorbereidende onderzoek bij kankers op hun terrein.

Belangrijk voor alle kankerbehandelingen is dat een nauwkeurig beeld wordt gevormd van de aard van de kanker alsmede de uitgebreidheid ervan. Er zijn internationale afspraken gemaakt over de stadiumindeling van alle typen kanker, in de vorm van het zogenaamde tnm-systeem. Hierbij staat t (tumor = gezwel) voor de grootte (t1-t4) van de moederhaard en de groei in de omgeving; n (node = lymfeklier) staat voor de aanwezigheid van lymfekliermetastasen en m (metastase = uitzaaiing) voor uitzaaiingen elders in het lichaam.
Pas nadat nauwkeurig de aard en het stadium van de kanker zijn vastgesteld, kan een goed behandelplan worden opgesteld. Om dit beeld compleet te krijgen zijn veelal diverse onderzoeken noodzakelijk, die in het navolgende aan de orde zullen komen:
- weefselonderzoek;
- beeldvormend onderzoek;
- kankermerkstoffen;
- algemeen oriënterend onderzoek.

Weefselonderzoek
Om de diagnose kanker te kunnen stellen, is weefselonderzoek essentieel. De patholoog is de specialist die in het laboratorium door onderzoek van weefsel vaststelt of het om kanker gaat, of niet. Daarvoor heeft hij een stukje representatief stukje weefsel nodig (biopsie). Bij kanker van het maagdarmkanaal wordt dit verkregen door van bovenaf een kijkertje in de slokdarm en maag in te brengen (gastroscopie), of van onderuit in de dikke darm (colonoscopie). In de flexibele slang die daarvoor wordt gebruikt, zit behalve een camera een leeg buisje waar een tangetje door geschoven kan worden Met dit tangetje kan een 'hapje' uit een gezwel worden genomen. Ook bij longkanker en kanker van de blaas wordt door middel van kijkonderzoek (bronchoscopie, cystoscopie) weefsel verkregen. Bij gezwellen die niet aan de oppervakte liggen gaat dat uiteraard niet. Daarbij zal het gezwel met een naald moeten worden aangeprikt om weefsel op te zuigen. Dit kan met een dunne naald, waarmee alleen losse cellen worden opgezogen (cytologie), of met een dikke naald waarmee een pijpje weefsel uit het gezwel wordt gesneden. Deze laatste procedure wordt vaak toegepast bij borstkanker en bij prostaatkanker. Soms heeft de patholoog voor de diagnose meer weefsel nodig en vraagt hij de chirurg via een kleine operatie een groter stuk weefsel te verkrijgen. Bij lymfeklierkanker bijvoorbeeld is het soms nodig een hele lymfeklier te onderzoeken.

Qua mogelijkheden is de wetenschap van de pathologie er de afgelopen jaren sterk op vooruitgegaan. Zelfs aan de hand van heel kleine stukjes weefsel of op losse cellen kan de diagnose kanker meestal met zekerheid worden gesteld. De patholoog kan de grens tussen voorstadia van kanker en echte kanker zeer betrouwbaar bepalen en zelfs op grond van het celbeeld al vaak voorspellen of het een agressief soort kanker betreft of een wat rustiger type.

Beeldvormend onderzoek
Voor een operatie is het belangrijk goed geïnformeerd te zijn over de exacte positie en grootte van het moedergezwel en de verhouding tot de omgevende weefsels. Daarnaast is het belangrijk te weten of, en zo ja waar zich uitzaaiingen bevinden. Dit bepaalt enerzijds de indicatie voor een eventuele operatie en anderzijds de wijze waarop die operatie het best kan worden uitgevoerd. Dat is ook belangrijk om de patiënt van tevoren zo goed mogelijk te kunnen inlichten over aard van de operatie en de (mogelijk blijvende) gevolgen. Om de situatie goed in beeld te brengen, is tegenwoordig een groot aantal technieken beschikbaar. In de meeste ziekenhuizen worden deze onderzoeken uitgevoerd op de afdeling radiologie. De radioloog is gespecialiseerd in het interpreteren van de diverse afbeeldingen. Die bevindingen worden vastgelegd in een verslag. De meeste chirurgen bekijken overigens ook zelf de beelden ter voorbereiding van een operatie.

Röntgenfoto's
Ten behoeve van het maken van röntgenfoto's wordt een bundel röntgenstralen door een deel van het lichaam geleid. Omdat de stralen in wisselende mate in verschillende weefsels worden geresorbeerd, ontstaat een soort schaduwafbeelding, waarin de delen die weinig stralen geresorbeerd hebben zwart worden en de delen die veel geresorbeerd hebben wit. Röntgenfoto's van de longen geven een goed beeld, omdat de longen vrijwel geen stralen absorberen en dus afsteken ten opzichte van het hart, de grote bloedvaten en het middenrif. Ook botten zijn goed te zien op een simpele röntgenfoto. Voor de weergave van details is een CT- of MRI-scan duidelijk superieur.

Mammografie
Bij een mammografie of röntgenfoto van de borst wordt de borst platgedrukt tussen twee platen. Een bundel röntgenstralen wordt door de borst geleid en opgevangen op een fotografische plaat. Een deel van de stralen wordt geresorbeerd door het borstklierweefsel. Daardoor ontstaat een afbeelding die zwart is op plekken waar weinig resorptie heeft plaatsgevonden en wit waar veel van de stralen geresorbeerd zijn. Borstkanker is doorgaans zichtbaar als een wit sterretje met daarin kalkneerslagen (microcalcificaties).

Echo-onderzoek
Echo-onderzoek berust op geluidsgolven. Vanuit een zogenaamde echokop, die direct tegen de huid wordt gehouden, worden geluidsgolven in het weefsel gezonden. De verschillende weefsels kaatsen het geluid op verschillende manieren terug. De teruggekaatste golven worden in de echokop weer opgevangen en via een computer afgebeeld, waardoor de structuur van het weefsel in de diepte te zien is. Echo-onderzoek is uitermate geschikt voor onderzoek van weefsels waar geen lucht in zit. Het wordt veel toegepast bij onderzoek van knobbeltjes in de borst en bij onderzoek van lever en nieren.

Endo-echo-onderzoek
Tegenwoordig zijn er voor onderzoek van de endeldarm echoapparaten beschikbaar waarvan de echokop op een staafje gemonteerd is. Onderzoek van slokdarm en maag met deze apparaten gebeurt via een echokop op een kijkertje. Met behulp van dit zogenoemde endo-echo-onderzoek kan bijvoorbeeld de ingroei van kanker in de darmwand goed zichtbaar worden gemaakt.

CT-scan
Voor het maken van een CT-scan wordt een patiënt liggend op een plank door een ring geschoven. In die ring bevindt zich een röntgenapparaat waarmee van alle kanten opnamen van het lichaam kunnen worden gemaakt. Van ieder punt in het lichaam kan op die manier de mate van resorptie van röntgenstralen worden bepaald. Al deze punten in een vlak resulteren in een soort krantenfoto van een doorsnede door het lichaam. Met moderne CT-scanapparatuur duurt het onderzoek minder dan een minuut en kunnen doorsneden in alle richtingen worden gemaakt. Om het contrast tussen verschillende weefseltypen duidelijker te maken, moet de patiënt van tevoren contrastmiddel drinken en/of wordt contrastmiddel in de bloedbaan gespoten. CT-scans geven uiterst betrouwbare informatie. Gezwellen of uitzaaiingen vanaf een doorsnede van 5 mm kunnen worden onderscheiden. Voor de darmen is de CT minder gevoelig.

MRI-scan
Het MRI-scanapparaat lijkt veel op dat van een CT-scan, alleen schuift de patiënt hier in een lange tunnel doorheen. Bij MRI wordt geen gebruikgemaakt van röntgenstralen, maar van radiogolven in een sterk magnetisch veld. De elektromagneet die dit veld maakt, wordt voortdurend aan- en uitgeschakeld, wat met veel lawaai gepaard gaat. Voor sommige patiënten is dit een beangstigende ervaring. Het onderzoek duurt bovendien langer dan een CT-scan. MRI geeft prachtige beelden van bijvoorbeeld hersenen en ruggenmerg. Daarnaast wordt het veel gebruikt om gezwellen in het hoofd/halsgebied te beoordelen en gezwellen in steunweefsels en bekken.

PET-scan
Voor het onderzoek met een PET-scan wordt een beetje radioactief suiker in de bloedbaan gespoten. Deze suiker concentreert zich op plaatsen waar cellen veel suiker gebruiken, zoals veel kankertypen doen. Met een speciale camera wordt vervolgens weergegeven waar een dergelijke concentratie suiker zich bevindt. Op die wijze kunnen zowel een moederkankerhaard als eventuele uitzaaiingen in beeld worden gebracht. PET-scans worden veel gebruikt bij longkanker om te beoordelen of operatie zinvol is. PET-scans komen in steeds meer ziekenhuizen beschikbaar en spelen in toenemende mate een rol bij belangrijke beslissingen in de kankerbehandeling.

Botscan
Botweefsel wordt voortdurend vernieuwd. Dat nieuwe bot wordt gemaakt met stoffen uit ons bloed. Bij een botscan wordt een radioactieve stof ingespoten die zo in bot wordt ingebouwd. Als na een uur met een speciale camera een foto wordt gemaakt kan in een oogopslag het hele skelet worden overzien. Op plaatsen waar abnormale activiteit in het bot plaatsvindt, concentreert zich meer radioactiviteit, waardoor ze zwart worden weergegeven. Botscans worden vooral gebruikt om botuitzaaiingen uit te sluiten. Eventuele activiteit die te zien is op een botscan kan echter ook door andere oorzaken ontstaan, zoals ontsteking of slijtage. Bij een afwijkende botscan zal altijd door middel van röntgenfoto's of een scan onderzocht moeten worden wat er precies aan de hand is.

Tumormerkstoffen
In veel weefsels worden bepaalde chemische stoffen aangemaakt, die samenhangen met hun functie. Een klein beetje van die stoffen is ook in het bloed van gezonde mensen aanwezig. Doorgaans blijft deze eigenschap om bepaalde stoffen te maken behouden als cellen kwaadaardig worden. Naarmate de hoeveelheid kanker toeneemt, zal de productie van deze stoffen toenemen evenals de hoeveelheid die in bloed terug te vinden is. Deze stoffen worden tumormerkstoffen (markers) genoemd, omdat ze een eenvoudig middel bieden om kankeractiviteit te meten.
Voor de operatie worden altijd de relevante merkstoffen bepaald, deels om te weten of het gezwel de merkstof maakt, deels omdat een hoge uitslag van de merkstof een waarschuwing is dat er mogelijk toch meer gezwel is dan gedacht. Bovendien is bepaling van merkstoffen nuttig bij de controle na kankerbehandeling. Als een de hoeveelheid merkstoffen na operatie normaal geworden is, maar daarna weer toeneemt, is dat een waarschuwing dat de kanker waarschijnlijk weer actief is.



Algemeen oriënterend onderzoek
Behalve onderzoek dat specifiek op de kanker gericht is, wordt meestal ook oriënterend onderzoek gedaan om te bepalen of een patiënt fit genoeg is om een bepaalde behandeling te ondergaan. Wordt operatie overwogen, dan worden meestal een longfoto en een hartfilmpje gemaakt, en worden lever- en nierfunctie door middel van een bloedtest in het laboratorium onderzocht. Ter voorbereiding van sommige operaties wordt extra onderzoek gedaan, dat specifiek betrekking heeft op het te opereren orgaan. Zo zal voor longoperaties vaak onderzoek naar de longfunctie worden verricht.




terug verder




Gezond eten rond chemotherapie


Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 22,50
ISBN : 9789491549434