Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
dr. Frans Zoetmulder
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Op genezing gericht uitzaaiingen

Het ontstaan van uitzaaiingen is een uiterst gecompliceerd proces. Niet alleen moeten de kankercellen de bloedbaan bereiken, ze moeten ook een plekje vinden om zich te nestelen en daar uit te groeien tot een uitzaaiing. Lang niet alle vrijkomende kankercellen ontwikkelen zich tot uitzaaiingen. Dit proces is nog het beste te vergelijken met pluizen van een paardebloem. Duizenden worden met de wind meegenomen, maar slechts enkele groeien uit tot nieuwe paardebloemen. Of zich uitzaaiingen vormen en hoe de verhouding ligt tussen het aantal vrijkomende cellen en het aantal uitzaaiingen, is sterk afhankelijk van het type kanker.
Zo leert de ervaring dat als borstkanker of longkanker eenmaal uitzaait, dat meestal op veel plaatsen tegelijk gebeurt. Uitzaaiing is bij die kankers een soort alles-of-niets fenomeen. Bij andere typen kanker komt het echter regelmatig voor dat slechts een of enkele uitzaaiingen tot ontwikkeling komen, Voorbeelden hiervan zijn kanker van de dikke darm, kanker van het steunweefsel, kanker van het bot, en kanker van de nieren. Meestal worden uitzaaiingen van deze kankertypen gevonden in de lever of in de longen, afhankelijk van de plaats van de oorspronkelijke kanker. Zo komen kankercellen uit de darm als eerste via de poortader in de lever terecht, terwijl kankercellen uit nieren, bot of steunweefsel in eerste instantie via de holle ader en het hart in de longen terechtkomen.

Wanneer te denken aan operatie voor uitzaaiingen?
Een operatie voor uitzaaiingen komt pas aan de orde als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo moet de oorspronkelijke kanker waaruit de uitzaaiingen zijn ontstaan onder controle zijn, zodat er geen nieuwe meer bij kunnen komen. Er zal dus onderzoek gedaan moeten worden naar de plaats van het oorspronkelijke gezwel. Een tweede voorwaarde is dat elders in het lichaam niet nog meer uitzaaiingen zitten. Tegenwoordig wordt dit onderzocht door middel van een CT-scan van de gehele romp, of door een PET-scan. Tot slot moet het om een beperkt aantal uitzaaiingen gaan. Hoeveel precies is een punt van veel discussie. Uit de meeste onderzoeken op dit gebied is duidelijk geworden dat de kans om patiënten te genezen door operatie aan hun uitzaaiingen sterk afneemt als het er meer dan drie zijn.

Leveruitzaaiingen
Bij operatie aan uitzaaiingen in de lever gaat het vaak om uitzaaiingen van dikkedarm- of endeldarmkanker. Meestal wordt de diagnose gesteld dankzij routineonderzoek bij controle na behandeling van de primaire tumor. Als er aanwijzingen worden gevonden voor leveruitzaaiingen, zal door middel van een zogenaamde vierfasen-CT-scan de lever in beeld worden gebracht. Hierbij wordt de lever vier keer achter elkaar gescand: voor en op verschillende tijdstippen na toediening van contrastvloeistof in de bloedbaan. Op deze wijze kunnen uitzaaiingen beter zichtbaar worden gemaakt, waardoor veelal ook kleinere afwijkingen worden gezien. Bovendien wordt op die manier ook de verhouding tussen de uitzaaiing en de grote leverbloedvaten beter zichtbaar. In de meeste kankercentra wordt een aantal van drie leveruitzaaiingen aangehouden als grens voor operatie. Bij heel jonge patiënten, en als er een lange periode is verstreken tussen de eerste operatie en de uitzaaiingen kan soms worden besloten meer uitzaaiingen aan te pakken.
Operatie heeft alleen zin als alle leveruitzaaiingen kunnen worden verwijderd. De lever is opgebouwd uit acht segmenten, die elk als onafhankelijke functionele eenheid werken. Een mens heeft aan drie gezonde leversegmenten genoeg om in leven te blijven. Het bijzondere van de lever is dat al na verloop van zes weken het overgebleven leverweefsel zodanig is uitgegroeid dat het bijna weer de oorspronkelijke grootte en capaciteit heeft. Er kunnen dus zonder functionele problemen flinke stukken lever worden weggenomen. Met de huidige CT-scantechniek zijn deze operaties nauwkeurig van tevoren te plannen. Afhankelijk van aantal en plaats van de uitzaaiingen zal de chirurg een keuze maken tussen het verwijderen van een of enkele segmenten van de lever of het verwijderen van een helft van de lever. Bij een leveroperatie komt het vooral aan op controle van bloedverlies. Ongeveer een kwart van alle bloed stroomt door de lever. Om bloedverlies te beperken, wordt meestal tijdelijk de instroom van bloed via de leverslagader en de poortader afgesloten. Dit kan ongeveer een uur lang zonder dat ernstige leverschade optreedt. In die tijd wordt door het leverweefsel gesneden. Vaak wordt hiervoor een speciaal apparaat (CUSA) gebruikt. Daarmee wordt het leverweefsel blootgesteld aan ultrasone trillingen, die levercellen vernietigen, maar bloedvaatjes en galgangen intact laten. Dit geeft de chirurg de gelegenheid alle zichtbare bloedvaatjes en galgangetjes dicht te branden of dicht te binden, zodat geen bloed verloren gaat. In ervaren handen zijn operaties aan leveruitzaaiingen veilige operaties, met een sterfterisico van minder dan twee procent. Na complete verwijdering van lever uitzaaiingen van dikkedarmkanker is de kans op blijvende genezing rond 30%.

Longuitzaaiingen
Wat voor leveruitzaaiingen geldt, geldt in principe ook voor longuitzaaiingen. Ook hierbij zijn type kanker en aantal uitzaaiingen bepalend voor de kans op succes, met als verschil dat de long niet het vermogen tot regeneratie heeft zoals de lever. Het functieverlies dat optreedt wanneer stukjes long zijn weggenomen, is definitief. Derhalve is het zaak bij de verwijdering van longuitzaaiingen zo zuinig mogelijk met longweefsel om te springen. De operatie bestaat dan ook uit het wegnemen van de uitzaaiing met slechts een gering randje normaal longweefsel eromheen. Het gat dat de chirurg hierbij in de long maakt, wordt dichtgenaaid of dichtgeniet. De meeste chirurgen geven er de voorkeur aan bij verwijderen van longuitzaaiingen de longholte geheel te openen, omdat zo ook kleine afwijkingen gevoeld kunnen worden en omdat op deze wijze zo zuinig mogelijk met longweefsel kan worden omgesprongen. Als de uitzaaiingen zich aan beide kanten bevinden, kan dat betekenen dat twee operaties nodig zijn. Betreft het slechts één uitzaaiing, dan wordt deze ook wel verwijderd met een kijkoperatie (VATS; video assisted thoracoscopic surgery). Ook voor compleet verwijderde longuitzaaiingen geldt dat de kans op blijvende genezing rond dertig procent ligt.

Radio frequency ablation
De laatste jaren is een nieuwe techniek beschikbaar gekomen, waardoor bij de behandeling van uitzaaiingen in long en lever nieuwe mogelijkheden zijn ontstaan. Radio frequency ablation (RFA) is een techniek waarbij een hoogfrequente wisselstroom wordt geleid over een speciale naaldelektrode, die in weefsel wordt gestoken. Daardoor wordt een bolletje weefsel rondom de tip van de elektrode selectief verwarmd tot circa 80 °C. Dit is dodelijk voor alle cellen, inclusief kankercellen. Er zijn verschillende typen elektroden beschikbaar, waardoor een bolletje met een doorsnede van drie of vier centimeter kan worden vernietigd.
Deze techniek kan door de huid heen worden toegepast, waarbij de röntgenoloog op geleide van echo of CT de elektrode in een uitzaaiing plaatst. RFA kan ook tijdens operatie worden toegepast, waarbij de chirurg de elektrode plaatst terwijl hij de uitzaaiing kan voelen. Hoewel langetermijnervaring beperkt is, lijkt duidelijk dat RFA uiterst effectief kleine uitzaaiingen in lever of long kan uitschakelen, met weinig complicaties. Momenteel wordt onderzocht of met deze RFA-techniek ook patiënten met grotere aantallen uitzaaiingen alsnog behandeld kunnen worden. Probleem bij RFA is de exacte plaatsing van de elektrode, zodanig dat alle kankerweefsel wordt mee verwarmd. Vooral bij toepassing door de huid blijkt dat nogal eens een randje van de uitzaaiing wordt gemist, zodat de ziekte daar weer terugkomt. Om die reden is op dit moment verwijdering nog steeds de gouden standaard voor operatieve behandeling van uitzaaiingen.
De toepasbaarheid van RFA wordt momenteel ook onderzocht bij kleine nierkankergezwellen en bij botuitzaaiingen.




terug verder




Gezond eten rond chemotherapie


Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 22,50
ISBN : 9789491549434