Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
dr. Frans Zoetmulder
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Veelgestelde vragen

Ben ik na de operatie genezen?
Van de meeste vaak voorkomende kankers zijn de behandelresultaten op lange termijn nauwkeurig bekend. Zo weten we bijvoorbeeld dat na operatie van dikkedarmkanker in een vroege fase van elke 100 patiënten de ziekte nooit terugkeert bij 95 van hen. Ook bij behandeling van voorstadia van borstkanker zijn de resultaten zeer goed. Omgekeerd weten we dat van sommige presentatievormen van kanker slechts een kleine minderheid geneest. Het probleem is dat deze gegevens niets zeggen over hoe het verloop bij een individuele patiënt zal zijn. De enkeling die de pech heeft de ziekte na behandeling van zo'n vroege dikkedarm- of borstkanker toch terug te krijgen, gaat honderd procent dood aan de ziekte. De gelukkige die de slechte prognosesituatie overleeft, is honderd procent genezen. Er zijn dus maar twee mogelijkheden: het gaat goed of het gaat niet goed. Hoe dat voor een individuele patiënt uitpakt, kunnen artsen net zo min voorspellen als wie dan ook. Het onontkoombare feit blijft dat er na behandeling van kanker onzekerheid bestaat over de toekomst. Het is echter goed ervan uit te gaan dat iemand na de kankeroperatie genezen is, totdat het tegendeel bewezen is.

Wanneer weet ik dat ik genezen ben?
Als na behandeling levende kankercellen achterblijven, zullen die op den duur zodanig groeien dat ze bij onderzoek gevonden worden of nieuwe klachten geven. Meestal gebeurt dat binnen enkele jaren. Voor de meeste kankertypen nemen we aan dat als de ziekte na vijf jaar nog niet is teruggekomen, dat betekent dat de patiënt genezen is. Vandaar dat het succes van kankerbehandeling vaak als overlevingspercentage na vijf jaar wordt uitgedrukt.

Ik ken alleen maar kankerpatiënten die zijn doodgegaan, hoe kunt u dan optimistisch zijn over de uitkomst bij mijn ziekte?
Veel patiënten die kanker krijgen, hangen dat niet aan de grote klok. Zij zijn bezorgd om als zielig te worden aangemerkt of in hun bedrijf niet meer voor vol te worden aangezien. Aan de meeste (ex-)kankerpatiënten is aan de buitenkant ook niet te zien dat zij voor kanker behandeld zijn. Dat wordt anders als de kanker terugkomt. De diagnose kan dan niet meer stilgehouden worden. Vandaar dat mensen relatief vaker horen over een patiënt met wie het slecht gaat, dan over al die anderen die zonder verdere problemen genezen. Veel mensen hebben daardoor het idee dat de resultaten van kankerbehandeling veel slechter zijn dan ze in werkelijkheid zijn.

Het vermoeden bestaat dat ik kanker heb, maar het onderzoek duurt zo lang, is dat erg?
Voor de behandeling van kanker is het essentieel dat de diagnose met honderd procent zekerheid wordt gesteld, en dat voldoende informatie wordt verzameld om het best mogelijke behandelplan te maken. Dat kost tijd. Aan de andere kant is verlies van tijd altijd in het nadeel van de patiënt. De kanker groeit nu eenmaal en naarmate meer tijd verstrijkt, wordt de kans op genezing kleiner. Het is dus zaak bij kanker zo weinig mogelijk tijd verloren te laten gaan. Hierbij is een aantal fasen te onderscheiden.
Het eerste tijdverlies ligt vooral bij de patiënt zelf en betreft de tijd die verloopt tussen de eerste verschijnselen en het moment waarop de patiënt besluit naar de dokter te gaan. De laatste jaren is door goede voorlichting bereikt dat het aantal mensen met alarmverschijnselen dat lang blijft doorlopen, sterk is afgenomen.
Het tweede tijdverlies kan zich bij de huisarts voordoen, als deze de verschijnselen niet goed inschat en de patiënt te lang aan het lijntje houdt. Endeldarmkanker met bloed bij de ontlasting die langdurig behandeld wordt als aambeien is een berucht voorbeeld.
Als de verwijzing naar de specialist eenmaal heeft plaatsgevonden, kan ook in die fase nog veel tijd verloren gaan. Wachttijden voor het eerste consult, wachttijden voor specifiek onderzoek en een inefficiënte afstemming van verschillende onderzoeken kunnen bij elkaar maken dat weken tot maanden verloren gaan voordat de diagnose en het behandelplan rond zijn.
Een redelijk tijdpad is dat een eerste consult bij de specialist binnen twee weken plaatsvindt en gestreefd wordt daarna de diagnose binnen twee weken rond te hebben. Bij sommige kankertypen zijn speciale diagnostische poliklinieken georganiseerd, waardoor de diagnostiek in hoge mate versneld kan worden. Zo zijn er in een aantal ziekenhuizen speciale borstkankerpoliklinieken en longkankerpoliklinieken, waar de gehele diagnostiek binnen een dag kan worden afgerond. Het loont de moeite de huisarts hiernaar te vragen of te (laten) informeren in welk ziekenhuis in de omgeving zulke klinieken aanwezig zijn. Hij kan daar dan met de verwijzing rekening mee houden. De huisarts kan ook interveniëren als een patiënt langer dan twee weken moet wachten op een eerste specialistische consult.

Ik sta op de wachtlijst voor operatie, maar de chirurg zegt dat het wel zes weken kan duren voor ik word opgenomen. Wat nu?
De wachtlijsten in Nederland vormen een groot probleem. Samen met het Verenigd Koninkrijk loopt Nederland ver achter als het gaat om voldoende voorzieningen voor medische behandeling, waaronder kankerbehandeling, met als resultaat wachtlijsten. Relatieve onderbetaling heeft voor tekorten bij de instroom van essentiële medewerkers in ziekenhuizen gezorgd. Daarnaast hebben vergaande bureaucratie en een ambtenarenmentaliteit in de ziekenhuizen de mogelijkheid om efficiënt te werken bemoeilijkt. Op dit moment lijkt er sprake te zijn van een kentering. Als gevolg van de recente recessie is het personeelstekort minder nijpend, en ook de extra gelden die in de vorige kabinetsperiode zijn vrijgekomen voor de gezondheidszorg hebben wel degelijk effect. Blijft het feit dat wachttijden in Nederland nog steeds veel langer zijn dan bijvoorbeeld in België. Het hierboven gestelde over tijdverlies tijdens de diagnostiek geldt ook voor wachttijden voor operatie, namelijk dat dit nooit ten goede van de patiënt komt. Zorgelijk is ook dat juist in de gespecialiseerde centra de wachtlijstproblemen het grootst zijn. Hierdoor ontstaat een dilemma: enerzijds weten dat behandeling in een centrum met grotere expertise betere resultaten geeft, anderzijds dat door een langere wachttijd de resultaten nadelig beïnvloed kunnen worden.
In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat een wachttijd langer dan vier weken tussen het stellen van de indicatie tot operatie en het uitvoeren ervan niet acceptabel is. Soms helpt het als iemand zich al op de wachtlijst voor operatie laat plaatsen voordat alle voorbereidende onderzoeken gedaan zijn. De wachttijden voor de diagnose en de operatie schuiven dan in elkaar. En het is altijd mogelijk een patiënt weer van de wachtlijst af te halen als de uitkomsten van het onderzoek daartoe aanleiding geven.

Beïnvloedt dat wachten mijn kans op genezing?
Voor de meeste kankers geldt dat het langzaam groeiende processen zijn, waarin veranderingen zich eerder in maanden dan in weken laten meten. Voor de meeste patiënten zal een wachttijd van vier à acht weken tussen de eerste verschijnselen en de operatie geen essentiële invloed op het verdere beloop hebben. Dit geldt evenwel niet voor alle patiënten. Er bestaat een grote variatie in groeisnelheid tussen de verschillende kankertypen en tussen verschillende patiënten onderling. Helaas komt het ieder jaar voor dat patiënten zich voor het eerst melden met een klein beperkt kanker knobbeltje, terwijl enkele weken later bij operatie de kanker veel groter blijkt en er ook al uitzaaiingen worden gevonden. Tijd is in die gevallen wel degelijk een essentiële factor.

Speelt de psyche een rol bij het ontstaan van kanker?
Veel patiënten hebben het idee dat zij kanker hebben gekregen in een periode waarin zij het psychisch moeilijk hadden. Objectief zijn er echter weinig aanwijzingen dat de psyche directe invloed heeft op het ontstaan van kanker. Wel zijn er natuurlijk allerlei indirecte verbanden aanwijsbaar. Zo is bekend dat mensen die het moeilijk hebben vaker en meer sigaretten roken; zij zullen dientengevolge ook eerder longkanker krijgen. Vrouwen die veel overgangsklachten hebben, en die daarvoor hormonen slikken, hebben een groter risico borstkanker te krijgen.

Kan ik de uitkomst van mijn ziekte zelf beïnvloeden?
Uit onderzoek blijkt dat mensen met een positieve levensinstelling een betere kans maken om van kanker te genezen. Het probleem bij die bevinding is dat we niet weten wat de kip is en wat het ei. Is het zo dat mensen met verder voortgeschreden kanker dat onbewust voelen, waardoor zij een minder positieve instelling krijgen? Of is de positieve levensinstelling zelf een factor die tot beter effect van behandelingen leidt? Een aantal onderzoeken waarbij mensen met kanker erin werden begeleid een positievere instelling te krijgen, heeft geen overtuigende positieve invloed hiervan op het verloop van hun ziekte aangetoond. Het lijkt er dus op dat mensen met een positieve levensinstelling daar gewoon blij mee moeten zijn.

Heeft dieet invloed?
Dieet en leefwijze hebben ongetwijfeld invloed op het ontstaan van een aantal typen kanker. Het lijkt er echter op dat als kanker eenmaal ontstaan is, kwaadaardige cellen zich niets meer aantrekken van wat de patiënt eet. Van diëten zoals het Houtsmuller-dieet en het Moerman-dieet is nooit vastgesteld dat ze invloed hebben op de groeisnelheid van kankers. Wel speelt dieet uiteraard een grote rol bij het welbevinden van een mens, ook van een kankerpatiënt. Een goed uitgebalanceerd dieet draagt bij aan dit welbevinden, en ook aan de snelheid van herstel na operaties en andere kankerbehandelingen. Bij de Nederlandse Kanker Bestrijding (NKB) is een brochure verkrijgbaar over dieet en kanker.

Heeft aanvullende behandeling in de alternatieve sector zin?
Veel patiënten volgen behalve reguliere behandelingen voor hun kanker, behandelingen die hen door een alternatieve genezer worden voorgeschreven. Van geen van die veelheid aan alternatieve therapieën is evenwel vastgesteld dat hij enige invloed heeft op kankergroei. Dat komt vooral doordat de alternatieve genezers tot nu toe niet bereid waren hun therapieën met deugdelijk wetenschappelijk onderzoek te toetsen. Daardoor is het onmogelijk op rationele gronden enigerlei oordeel te geven over zin en onzin hiervan. Wel is het verstandig uiterst wantrouwend te staan tegenover alternatieve genezers die claimen met hun behandeling reguliere behandelingen, waarvan wel bewezen is dat ze tot genezing kunnen leiden, overbodig te maken. Ook vreemde behandelingen, zoals het drinken van eigen urine of het eten van het kraakbeen van haaien die met uitsterven worden bedreigd lijken geen goed idee. Tegen diëten waar mensen zich subjectief lekker bij voelen naast de reguliere behandeling, bestaat daarentegen geen enkel bezwaar. Het is wel goed dat mensen zich realiseren dat zich in het alternatieve circuit behalve toegewijde, aardige mensen, ook gewetenloze, op geld beluste aasgieren bevinden, die misbruik maken van de angst van kankerpatiënten.




terug




Gezond eten rond chemotherapie


Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 22,50
ISBN : 9789491549434