Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
dr. Frans Zoetmulder
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Voorbereiding van de operatie

Een operatie is een ingrijpend gebeuren, met soms vergaande gevolgen. Goede voorbereiding is belangrijk.

Poliklinische informatie
Chirurg
Is er een indicatie voor de operatie gesteld en is duidelijk waar en door wie de operatie zal worden uitgevoerd, dan wordt een consult bij de betreffende chirurg geregeld. Ook hier geldt dat het verstandig is dat de patiënt wordt begeleid door partner of een familielid. De chirurg legt tijdens dit gesprek uit wat de voorgenomen operatie precies inhoudt. Bij kankeroperaties gaat het altijd om het wegnemen van een stuk weefsel. Omdat alle weefsel in mensen een functie heeft, zal iedere kankeroperatie enig functieverlies betekenen. Gelukkig hebben veel organen zo'n overcapaciteit dat verwijdering van een stukje tot weinig beperkingen leidt. Besproken wordt welke beperkingen als gevolg van de operatie te verwachten zijn. Daarnaast komt ter sprake welke complicaties kunnen voorkomen, en hoe groot de kans daarop is. Tot slot komt aan de orde wat eventueel de alternatieven voor operatie zijn.
Vaak zal de chirurg zelf aanvullend onderzoek doen, dat direct op de operatie gericht is. Vrijwel altijd bestaat dit uit een lichamelijk onderzoek, Zo zal een chirurg altijd zelf een gezwel in de borst willen voelen, alvorens een besluit te nemen over de exacte manier waarop hij een borstkanker zal verwijderen. Evenzo zullen de meeste chirurgen bij patiënten met endeldarmkanker zelf in de endeldarm willen kijken, zelfs als dat al door een collega-specialist is gedaan, voordat zij besluiten tot behoud van de anus of het aanleggen van een definitieve stoma. Ook is het belangrijk dat de patiënt vragen stelt over wat hem bezighoudt rondom de kankeroperatie. De ervaring leert dat veel mensen vol vragen naar hun chirurg gaan, maar de meeste in de stress van het moment zijn vergeten. Om die reden is het verstandig die vragen op te schrijven en dat lijstje tijdens het gesprek af te werken.

Anesthesioloog
De anesthesioloog is de medisch specialist die ervoor zorgt dat een patiënt comfortabel en veilig een operatie kan doorstaan. De term 'anesthesioloog' wordt vooral door de beroepsgroep zelf gebruikt, binnen ziekenhuizen spreekt men meestal over anesthesisten, en erbuiten over narcotiseurs. De meeste kankeroperaties worden onder algehele anesthesie uitgevoerd, dat wil zeggen dat patiënten met een slaapmiddel en een zeer krachtig pijnstillend middel in een diepe slaap worden gebracht (narcose). Om dit veilig te kunnen doen, moet bekend zijn hoe de lichamelijke conditie van de patiënt is en of belangrijke organen als hart, longen, lever en nieren wel naar behoren functioneren. Ook is het belangrijk te weten welke medicijnen patiënten gebruiken en of een patiënt overgevoelig of allergisch is voor bepaalde medicijnen. De meeste anesthesiologen willen daarom een poliklinische afspraak met de patiënt voorafgaand aan de operatie. Tijdens dit bezoek wordt een klein lichamelijk onderzoek aan hart en longen verricht, wordt de bloeddruk gemeten en wordt beoordeeld of er nog aanvullend onderzoek moet worden verricht. Ook bespreekt de anesthesioloog welke eigen medicijnen de patiënt kan blijven innemen, welke moeten worden vervangen en waarmee moet worden gestaakt. Het is daarom zinvol als de patiënt een lijstje meeneemt met de medicijnen die hij (dagelijks) moet nemen.
Behalve onder narcose kunnen sommige operaties ook worden uitgevoerd, nadat de gevoelszenuwen van het te opereren gebied zijn uitgeschakeld. Dat heet regionale anesthesie (ook wel plaatselijke verdoving). Een bijzonder vorm van regionale anesthesie is de ruggenprik, waarbij het hele onderlijf gevoelloos wordt.
De anesthesioloog zal meestal een duidelijk advies geven over de techniek van anesthesie die zijn voorkeur heeft. Zijn echter bij een bepaalde operatie beide technieken mogelijk zonder medische voorkeur, dan geven de subjectieve gevoelens van de patiënt de doorslag. Sommige mensen vinden een ruggenprik namelijk doodeng of voelen er niets voor om bij bewustzijn een operatie te ondergaan, ook al voelen ze er niets van. Anderen echter zien juist op tegen het totale verlies aan controle tijdens een narcose, of vinden het juist spannend mee te maken hoe het er tijdens zo'n operatie aan toe gaat.

Gespecialiseerde verpleegkundigen
Voor sommige specifieke situaties kan veel informatie worden gegeven door gespecialiseerde verpleegkundigen. Zo hebben stomaverpleegkundigen een belangrijke taak bij het verstrekken van informatie aan en de begeleiding van patiënten die een stoma ('nooduitgang' voor ontlasting of urine) krijgen. In de meeste ziekenhuizen is voorafgaand aan een operatie al sprake van poliklinisch contact. Veel zorg over een eventuele stoma komt voort uit onwetendheid. Het zien van foto's van een stoma - soms ook direct contact met iemand die een stoma heeft - kan veel angst wegnemen. Ook is het goed voor de patiënt om de mensen die belangrijk zijn tijdens de herstelfase na operatie alvast te leren kennen.
Ook bij de zorg voor borstkankerpatiënten is in veel ziekenhuizen een belangrijke rol weggelegd voor gespecialiseerde verpleegkundigen (mammacareverpleegkundigen). Zij geven informatie over de operatieve en niet-operatieve behandeling van borstkanker en regelen een aantal praktische aspecten van de behandeling. Zij hebben vaak wat meer tijd, en zijn ook makkelijker toegankelijk dan de meeste chirurgen.

Psychosociale zorg
Bij sommige patiënten is er sprake van psychologische of sociale problemen. In dat geval is het vaak verstandig voorafgaand aan de behandeling steun te zoeken bij deskundigen op dat gebied, maatschappelijk werkers, sociaalverpleegkundigen, psychologen en psychiaters. Zij zijn in het algemeen verbonden aan de psychosociale afdeling van een ziekenhuis. De confrontatie met kanker en de belastende behandelingen die daarmee samenhangen, kan een moeizaam gevonden evenwicht drastisch verstoren. Deskundige hulp is dan belangrijk. Openheid over eventuele problemen is evenwel essentieel, zodat de nodige contacten op tijd tot stand gebracht kunnen worden.

Andere informatiebronnen
Voor veel standaard kankeroperaties zijn patiënteninformatiefolders samengesteld, die in veel ziekenhuizen beschikbaar zijn of bij de Nederlandse Kanker Bestrijding aangevraagd
kunnen worden. Veel patiënten oriënteren zich tegenwoordig ook op internet over hun ziekte en operatie.

Opname
Voor veel kankeroperaties moeten patiënten worden opgenomen in het ziekenhuis. Meestal vindt opname plaats op de dag voor de operatie. De patiënt maakt dan kennis met de staf van de afdeling, dat wil zeggen de afdelingsartsen en de verpleegkundigen die hen na operatie zullen helpen. De afdelingsarts verricht een algemeen lichamelijk onderzoek en zorgt ervoor dat eventueel nog ontbrekende gegevens worden aangevuld en geactualiseerd.
In het opnamegesprek met een afdelingsverpleegkundige wordt nog eens het hele operatieproces doorgesproken. De nadruk ligt daarbij op de praktische aspecten, zoals te verwachten infuus, neusslang, blaaskatheter enzovoort. In principe komt de chirurg even langs om te checken of de voorbereiding naar wens is verlopen, en om eventueel nog open vragen te beantwoorden. Tenzij er contra-indicaties zijn, krijgen alle patiënten voor de operatie een onderhuidse injectie om het risico op trombose te verminderen.

Scheren en laxeren
Tot voor kort werd bij patiënten de plaats waar de operatiesnede gemaakt wordt, vooraf ruim van haren ontdaan door middel van scheren of een ontharingscrème. Zo werd bijvoorbeeld voor buikoperaties alle haar vanaf de tepels tot en met het schaamhaar verwijderd. Tegenwoordig wordt haar nog slechts verwijderd op de plaats van de snee zelf, en wordt dit bovendien vaak pas gedaan als de patiënt al onder narcose is, aangezien uit onderzoek gebleken is dat scheren een dag van tevoren het risico op wond infecties vergroot. Ook uitgebreid laxeren voor buikoperaties is uit de gratie. Vroeger ging men ervan uit, dat een lege darm het risico op ontsteking met bacteriën uit de ontlasting zou beperken. Uit vergelijkend onderzoek is echter gebleken dat dat niet het geval is, en dat patiënten zich daardoor alleen maar minder fit voelen.

Specifieke voorbereidingen
Sommige operaties vragen om specifieke voorbereidingen. Zo zal de fysiotherapeut voor een longoperatie specifieke oefeningen doornemen, die de patiënt na zijn operatie zullen helpen beter door te ademen en slijm op te hoesten. Bij patiënten die een stoma voor ontlasting of urine zullen krijgen, zal de stomaverpleegkundige, eventueel in overleg met de chirurg, de plaats aantekenen op de buik waar de stoma het beste kan worden aangelegd. Het is uitermate belangrijk dat een stoma wordt aangelegd op een plaats waar geen diepe huidplooien zitten en dat rekening wordt gehouden met de kledingvoorkeuren van de patiënt. Dat plaats bepalen gaat het best van tevoren, als de patiënt kan gaan zitten en staan en - niet onbelangrijk - zijn eigen mening kan geven.

Algemeen
Tot de avond voor de operatie kan de patiënt in principe normaal eten. De patiënt die 's ochtends geopereerd wordt, krijgt alleen op een vroeg tijdstip een kopje thee. Degene die later geopereerd wordt, krijgt nog een licht ontbijt. Dit alles om te voorkomen dat patiënten met een volle maag aan de narcose beginnen. Een volle maag vergroot namelijk de kans op braken bij de inleiding van de narcose, wat inademen van braaksel tot gevolg kan hebben.
Voor operatie doucht de patiënt zich en trekt schone operatiekleding aan.
Vaak schrijft de anesthesioloog een slaap- of ontspanningspilletje voor om te bevorderen dat de patiënt rustig slaapt en ontspannen aan de operatie begint.

Dagbehandeling
Tegenwoordig worden in toenemende mate kleinere operaties in dagbehandeling uitgevoerd. De patiënt komt dan 's ochtends vroeg naar het ziekenhuis, wordt geopereerd, en gaat na uitgeslapen te zijn aan het eind van de middag weer naar huis. In principe is het voorbereidende traject identiek aan dat bij opname, met dit verschil dat er minder tijd beschikbaar is, waardoor het strakker georganiseerd moet worden.

Naar de operatieafdeling
Op de meeste operatieafdelingen start het werk om half acht
's ochtends. De eerste patiënten worden dan naar de voorbereidingsruimte gebracht. Meestal wordt een aantal operaties achter elkaar gepland, waarbij per operatie een streeftijd wordt aangegeven. Aangezien de tijdplanning van operaties altijd anders kan uitpakken, weten patiënt nummer 2 en 3 slechts bij benadering hoe laat ze aan de beurt zijn.

Anesthesie-inleiding
Na aankomst op de operatieafdeling worden eerst de voorbereidingen getroffen voor de narcose. In sommige ziekenhuizen is hiervoor een aparte voorbereidingsruimte beschikbaar, in andere ziekenhuizen gebeurt het op de operatiekamer zelf. Eerst wordt een infuus aangelegd: een naald met een flexibel plastic buisje eromheen wordt in een ader van de arm ingebracht. De naald wordt verwijderd en het plastic buisje blijft zitten en wordt aangesloten op een slang. Via deze slang is de bloedbaan direct toegankelijk, zodat vocht en medicamenten kunnen worden toegediend. Bovendien worden een bloeddrukmeter en een meter voor de zuurstofspanning aangelegd. Bij grotere operaties wordt meestal een slangetje in de blaas ingebracht, zodat de urineproductie tijdens de operatie kan worden gemeten. Tevens wordt doorgaans via de neus een slang in de maag ingebracht, waardoor de maag tijdens en direct na de operatie leeg kan worden gehouden, om braken te voorkomen.
Bij veel borst- en buikoperaties wordt bovendien een epidurale katheter ingebracht. Dit is een dun slangetje dat vanuit de rug in de ruimte rond het ruggenmergvlies wordt gebracht. Via dit slangetje kan een verdovingsmiddel worden ingespoten, waardoor pijnprikkels uit het operatiegebied de hersenen niet kunnen bereiken. Dit biedt tijdens de narcose, maar ook tijdens de periode na operatie de mogelijkheid tot een effectieve controle van pijn, terwijl er sprake is van weinig algemene bijeffecten zoals sufheid of verwardheid.
De narcose komt tot stand door het geven van een slaapmiddel in combinatie met een zeer krachtige pijnstiller en soms, wanneer de operatie dat noodzakelijk maakt, een spierverslappend middel. Na inspuiting in de ader valt de patiënt direct in een diepe slaap. Een bijwerking van de zeer krachtige pijnstillers die worden gebruikt - honderd- tot duizendmaal zo sterk als morfine - is het feit dat de ademhaling wordt onderdrukt. De anesthesioloog plaatst daarom direct nadat de patiënt in slaap is gebracht, een buis door mond en keel tot in de luchtpijp. Deze buis wordt via slangen aangesloten op een beademingsapparaat, dat gedurende de hele narcose de ademhaling kunstmatig in stand houdt. Het lichaam blijft zo voorzien van voldoende zuurstof en het afbraakproduct koolzuur wordt afgevoerd. Met behulp van een zuurstofmeter, die de zuurstofspanning in het slagaderlijke bloed door de huid kan meten, wordt gecontroleerd of dit goed gebeurt.
Bij grotere operaties worden nog extra voorzorgsmaatregelen genomen. Zo kan de bloeddruk rechtstreeks worden gemeten via een slangetje in een slagader in de pols en de druk voor het hart via een slangetje dat via de hals in de bovenste holle ader wordt ingebracht.

Plaatselijke verdoving
Behalve onder narcose worden steeds vaker operaties uitgevoerd onder plaatselijke of regionale verdoving. Hierbij wordt een verdovingsmiddel rondom een zenuw gespoten, met als gevolg dat pijn- en gevoelsprikkels de hersenen niet bereiken. De meeste mensen kennen de verdovingstechniek van bij de tandarts. Op dezelfde manier kunnen kleine ingrepen aan de huid pijnloos worden verricht. Hetzelfde principe kan echter ook gebruikt worden om grote zenuwbundels te blokkeren, waardoor een groter deel van het lichaam gevoelloos wordt. Dit wordt regionale anesthesie genoemd. Door de grote zenuwbundels naar arm of been te verdoven, kunnen grote operaties aan arm of been worden verricht. Als zo'n verdovingsmiddel door middel van een ruggenprik in het onderste deel van de ruggenmergzak wordt gespoten, wordt het hele onderlijf gevoelloos en heeft de patiënt ook geen macht meer over de spieren in zijn benen. Dit heet spinale anesthesie. Afhankelijk van het gekozen middel houden verdoving en verlamming 1-2 uur of 4-6 uur aan. Het is een techniek die veel gebruikt wordt bij operaties aan de anus, de schede en aan de benen. Ook heupoperaties kunnen goed onder spinale anesthesie worden uitgevoerd. De verdere bewaking en begeleiding bij zo'n operatie onder regionale of spinale anesthesie zijn gelijk aan die tijdens een operatie onder narcose. Het grote verschil is echter dat de patiënt wakker is en zelf ademt, wat een groot voordeel kan zijn, vooral bij mensen met slechte longen, of bij zeer oude patiënten. Daarnaast houdt de pijnstilling na regionale anesthesie meestal langer aan dan tijdens narcose, waardoor de behoefte aan pijnstillers na de operatie vaak wat minder is.




terug verder




Gezond eten rond chemotherapie


Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 22,50
ISBN : 9789491549434