Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
dr. Frans Zoetmulder
 
In samenwerking met :  



Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie


lettergrootte: A  A  A
Wat is kanker?

Van kanker wordt vaak gezegd dat het niet één ziekte betreft, maar een groot aantal ziekten. Daar zit wel wat in, omdat de verschijnselen en de behandeling van kanker in de verschillende organen sterk uiteenlopen. Toch is kanker wel degelijk een specifiek verschijnsel, namelijk de ontsporing van het gedrag van cellen, de bouwstenen van ons lichaam. Om dat te begrijpen is enige basiskennis over de samenstelling en het functioneren van het menselijk lichaam essentieel.

Het ontstaan van kanker
Een mens ontstaat door de versmelting van een eicel van moeder en een zaadcel van vader. Zowel eicel als zaadcel bevat een kopie van alle erfelijke informatie. De bevruchte eicel heeft daarna dan ook twee kopieën van alle erfelijke informatie. Deze informatie zit in het zogenaamde DNA, in de kern van alle cellen. Vanuit de bevruchte eicel ontwikkelt zich tijdens de zwangerschap een voldragen mensje. De daarvoor noodzakelijke groei wordt bereikt door deling van de cel, dat wil zeggen de cel maakt een duplicaat van zichzelf en na afsplitsing ontstaan zo twee identieke dochtercellen. Behalve groei is de ontwikkeling van verschillende celtypen noodzakelijk. Dit proces heet differentiatie. Op die wijze ontwikkelt zich het buitengewoon ingewikkelde en gevarieerde organisme dat wij mens noemen. Ook op volwassen leeftijd bevatten dus alle cellen het volledige DNA-pakket. Onderling verschillen de cellen doordat verschillende stukjes DNA (genen) in verschillende celtypen actief zijn. Het proces van celdeling gaat het hele leven door, hoewel het tempo van de celdeling per weefseltype erg kan verschillen. Zo delen hersencellen zich na de vroege jeugd vrijwel niet meer, terwijl cellen van de huid en van slijmvliezen een vrij hoog tempo van deling kennen. In het grootste deel van het lichaam vindt een continue verjonging plaats. Oudere cellen delen zich in twee jonge cellen, die op hun beurt andere oude cellen die afsterven vervangen. Dit proces verloopt via zeer strikte regulering. Celdeling en de regulering ervan zijn buitengewoon ingewikkelde processen. De 35.000 genen, die elk uit honderden tot duizenden chemische verbindingen bestaan, moeten exact worden gekopieerd om gezonde dochtercellen te krijgen. Het zal dan ook niemand verbazen dat er wel eens iets fout gaat. Gelukkig bestaan er in de cel zeer nauwkeurig controlesystemen die moeten voorkomen dat er in het gekopieerde erfelijke materiaal dochtercellen met foutjes ontstaan. Zodra in het DNA foutjes worden geconstateerd, slaat het systeem op tilt en sterft een cel af. Desondanks slipt er toch zo nu en dan een miniem foutje door. Er ontstaan dochtercellen met een kleine variatie, een zogenaamde mutatie. Eén mutatie is vaak te weinig om het gedrag van cellen echt te beïnvloeden. Dat wordt anders als in de loop van tijd de ene mutatie zich op de andere stapelt. Vooral als door een mutatie storingen in het controlesysteem optreden, kan dat resulteren in een stroomversnelling. Tijdens de deling kunnen dan ook cellen met grovere foutjes erdoorheen glippen, waardoor cellen in een vrij korte tijd van ordelijke bouwstenen van het lichaam kunnen veranderen in kankercellen. Doorgaans zijn cellen die al een aantal veranderingen hebben ondergaan (mutaties), maar die het stadium van echte kanker nog niet hebben bereikt, wel als afwijkend te herkennen. We spreken dan van voorstadia van kanker (premaligne afwijkingen).

Kenmerken van kankercellen
Typerend voor kankercellen is ten eerste de toegenomen delingsactiviteit, waardoor meer cellen ontstaan dan nodig voor de vervanging van oude cellen. Deze overmaat aan cellen vormt een gezwel (Latijn: tumor). Een tweede typische eigenschap is dat cellen uit hun verband raken. Normaal zitten cellen vastgekit aan elkaar, zoals bakstenen in cement. Bij kankercellen is het cement losgeraakt, met als gevolg dat de cellen kunnen gaan zwerven. In de directe omgeving leidt dit tot ingroei in naburige weefsels en organen. Cellen kunnen echter ook losraken en door lichaamsvloeistoffen worden meegesleurd. Ze komen dan elders in het lichaam terecht en kunnen daar uitzaaiingen vormen, via de lymfestroom naar lymfeklieren en via de bloedbaan naar organen op afstand.
Onder de microscoop zien kankercellen er anders uit dan normale cellen. Toch blijft een aantal herkenningspunten bewaard van het celtype waaruit de kanker ontstaan is. Zo blijven borstkankercellen op borstklierweefsel lijken en dikkedarmkankercellen op darmslijmvlies. Dit geldt zowel voor het moedergezwel als voor de uitzaaiingen.

Waarom de een wel en de ander niet?
Het krijgen van kanker is afhankelijk van het aantal foutjes dat zich in de loop der jaren ophoopt in het erfelijke materiaal van mensen. De kans hierop hangt samen met het aantal delingen dat plaatsvindt. Leeftijd is derhalve een belangrijke factor. Voor vrijwel alle typen kanker geldt dat de kans om het te krijgen stijgt met de leeftijd. Er is wel gesteld dat als we oud genoeg worden, we allemaal aan kanker sterven. Kanker is een soort slijtageziekte van het erfelijke materiaal. Twee belangrijke factoren bepalen of we tijdens onze natuurlijke levensduur kanker krijgen:
- specifieke aangeboren aanleg;
- leefwijze.

Aanleg wordt bepaald door de erfelijke bouwstenen van vader en moeder en door gebeurtenissen tijdens de zwangerschap. Over de erfelijke aanleg om kanker te krijgen is de laatste jaren veel bekend geworden. Zo blijkt bij ongeveer vijf procent van alle borstkankerpatiënten sprake te zijn van overerving van de aanleg. Bij darmkanker speelt bij eenzelfde percentage van de patiënten erfelijkheid een belangrijke rol. Van deze twee typen is nu bekend in welk deel van het erfelijke materiaal het foutje zit en kan bij gezonde dragers worden vastgesteld of zij de aanleg hebben. Het is overigens niet zo dat het altijd op erfelijkheid berust als een bepaald type kanker vaak in een familie voorkomt. Wij delen tenslotte veel meer met onze familie dan alleen onze genen: we wonen jaren in dezelfde omgeving; kinderen van rokers roken passief mee en gaan vaker zelf roken, we eten uit dezelfde pot enzovoort.
Als het gaat om de verklaring waarom iemand kanker krijgt, staat bij een aantal typen kanker de manier van leven voorop. Zo staat het verband tussen longkanker en sigarettenrook onomstotelijk vast en bestaat er een duidelijk verband tussen dieet en maag- en dikkedarmkanker. Maagkanker komt vooral voor in landen waar veel zoute vis wordt gegeten (Japan), terwijl dikkedarmkanker vooral voorkomt in landen waar veel dierlijk (varkens)vet wordt gegeten en relatief weinig voedingsvezels (zoals bij ons). Borstkanker komt vaker voor bij vrouwen die laat hun eerste kind krijgen, terwijl er een beschermende werking lijkt uit te gaan van het langdurig geven van borstvoeding.
Toch blijft het vaak moeilijk te begrijpen waarom de een wel en de ander geen kanker krijgt. Sommige verstokte rokers krijgen nooit longkanker, sommige mensen die hun leven lang hun best doen een gezond dieet te volgen krijgen toch darmkanker. Het lijkt soms gewoon een kwestie van domme pech.



Kankerbehandelingen in het algemeen
Succesvolle kankerbehandeling berust op drie pijlers:
- zo vroeg mogelijke herkenning van de ziekte, zodat de uitbreiding in het lichaam nog beperkt is;
- nauwkeurig vaststellen van de uitgebreidheid van de ziekte, zowel wat de moederhaard betreft als eventuele uitzaaiingen;
- een goed behandelplan, waarbij enerzijds geprobeerd wordt om alle aanwezige kanker zo goed mogelijk te behandelen, maar anderzijds de schade door de behandeling zoveel mogelijk wordt beperkt.

Op deze drie gebieden is de laatste decennia vooruitgang geboekt. Er bestaat nu een veel grotere bekendheid met de klachten die op kanker kunnen wijzen, zodat mensen eerder naar hun dokter gaan. Bevolkingsonderzoeken naar borstkanker en baarmoederhalskanker hebben ertoe geleid dat patiënten met deze typen kanker in een vroeger stadium behandeld kunnen worden. Enerzijds is de genezingskans hierdoor verbeterd, anderzijds is het veel vaker mogelijk om functie- cosmetisch sparend te behandelen, bijvoorbeeld bij borstkanker.
Verder heeft er een ware revolutie plaatsgevonden op het gebied van de diagnostiek van kanker. Pathologen kunnen al aan de hand van een miniem klein stukje weefsel de juiste aard van een gezwel vaststellen. Röntgenologen kunnen met behulp van foto's, echo-onderzoek, CT-scans, MRI-scans en PET-scans nauwkeurig vaststellen hoe uitgebreid een gezwel is en of er sprake is van uitzaaiingen.
Daarnaast is vooruitgang geboekt in de behandeling. Zowel voor operatie, bestraling als voor behandeling met geneesmiddelen geldt dat de techniek verbeterd is en de behandeling effectiever, met minder ongewenste bijwerkingen. Ook is er meer kennis over welke behandeling het beste bij een bepaald soort kanker kan worden ingezet en over combinaties van de verschillende behandelingen.

Waar past chirurgie in de behandeling van kanker?
De ontwikkeling van kanker neemt vaak jaren in beslag. Uit een normale cel ontwikkelt zich een voorstadium; vanuit het voorstadium een plaatselijke kanker; vanuit de plaatselijke kanker ontwikkelen zich de uitzaaiingen. Dit biedt in verschillende fasen behandelingsmogelijkheden.
Zolang de kanker zich in een voorstadium bevindt, zal het wegsnijden van de zieke plek vrijwel altijd tot genezing lijden. Ook in de vroege periode na de overgang naar echte kanker zal operatie meestal tot volledige genezing leiden.
Naarmate de tijd verstrijkt en een gezwel groter wordt, neemt de kans op verspreiding van kanker via lymfevocht of via de bloedbaan toe. Vaak zijn uitzaaiingen naar lymfeklieren in de directe omgeving de eerste wijze van verspreiding. Bij de meeste kankeroperaties wordt daarom rekening gehouden met die lymfeklieren. Uitzaaiingen die via de bloedbaan in andere organen zijn terechtgekomen, zijn meestal niet meer operatief te verwijderen, uitzonderingen daargelaten. Dit is het terrein van combinatiebehandelingen. Door bij de behandeling bestraling en operatie te combineren wordt geprobeerd het risico op plaatselijk terugkomen kleiner te maken. Door een combinatie van operatie en medicijnbehandelingen wordt geprobeerd alsnog microscopisch kleine kankeruitzaaiingen, die na operatie achterblijven, te genezen.
Operatieve verwijdering van kanker staat centraal bij de op genezing gerichte behandeling van de meeste typen kanker. Van alle kankerpatiënten die genezen, is dat in 80% van de gevallen te danken aan een operatie.
Is kanker eenmaal uitgezaaid door het lichaam, dan zal operatie slechts zelden genezend zijn. Operatie kan soms wel nog een belangrijke rol spelen bij het verminderen van de klachten van kanker.
In dit boek wordt ingegaan op een aantal facetten van de operatieve kankerbehandeling.




verder




Gezond eten rond chemotherapie


Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden.

Auteur(s) : José van Mil
Prijs : € 22,50
ISBN : 9789491549434