Adjuvante therapie Toedienen van medicijnen of hormonen om eventueel aanwezige tumorcellen te doden. Deze tumorcellen zijn echter niet aangetoond. | |
Algemeen chirurg Specialist die ziekten behandelt door middel van operatie. In de loop van de tijd zijn van de algemene chirurgie deelgebieden afgesplitst. Op het gebied van kanker houdt de algemeen chirurg zich vooral bezig met borstkanker, kanker van het maagdarmkanaal, | |
Anesthesioloog Specialist verantwoordelijk voor de zorg voor patiënten tijdens operatie. De anesthesioloog zorgt dat de operatie pijnloos kan worden verricht en zorgt voor de veiligheid van de patiënt tijdens de operatie en direct daarna. Ook: anesthesist of narcotiseur | |
Bronchoscopie Kijkoperatie van de luchtwegen. | |
Chromosoom Kleine staafje eiwitachtige stof in de celkern die de drager is van de erfelijke eigenschappen (genen). In in elke celkern bevinden zich 46 (23 paren) chromosomen. Van elk paar chromosomen komt er één van de vader en één van de moeder (zie ook DNA). | |
CT-scan Computer Tomografie-scan. Met behulp van röntgenstraling en een computer worden plakjesgewijs beelden van het lichaam in dwarsdoorsnede gevormd. Ook kunnen driedimensionaal beelden worden gecreëerd met de in de computer opgeslagen gegevens. | |
Curatief Met de bedoeling genezing te bewerkstelligen. | |
Cytostatica Geneesmiddelen die de celdeling remmen en gebruikt worden bij de bestrijding van kanker en bij de behandeling van afstotingsreacties na een transplantatie. | |
Diagnose De wetenschappelijke formulering waarmee een arts zijn opvatting weergeeft over wat er in medisch opzicht bij een bepaalde patiënt aan de hand is en op basis waarvan de behandeling en de prognose bepaald kunnen worden. | |
Diathermie Elektrische techniek waarmee kleine bloedvaatjes kunnen worden dichtgeschroeid en weefsel bloedeloos kan worden doorgesneden tijdens operatie. | |
DNA Afkorting voor desoxyribo nucleic acid (desoxyribonucleïnezuur), de chemische naam voor het basisbestanddeel van waaruit de chromosomen (erfelijkheidsdragers) zijn opgebouwd: een lange keten van allerlei opeenvolgende combinaties van vier verschillende ei | |
Drain Slang die aan het eind van een operatie in een operatiewond wordt achtergelaten om wondvocht en bloed af te voeren. | |
Gen Stukje erfelijk materiaal (DNA) op een chromosoom dat een bepaalde eigenschap herbergt, bijvoorbeeld het opdracht geven voor de productie van een bepaald eiwit. | |
Genetische effecten Effecten die tot uitdrukking komen in het nageslacht. | |
Gynaecoloog Specialist op het gebied van ziekten van de vrouwelijke geslachtsorganen en van vruchtbaarheid en verloskunde. | |
Incisie Meestal gebruikt voor de wijze waarop de huid tijdens een operatie wordt ingesneden. (Latijn: snede) | |
Infuus Wijze van toedienen van vocht vanuit een steriele zak of fles, via een slang direct in een ader. Infusen worden gegeven aan patiënten die geen vocht via het maagdarmkanaal kunnen innemen, zoals rondom een operatie. Ook kan een infuus dienen om medicijnen | |
Intensive-care-unit Speciale ziekenhuisafdeling waar patiënten worden verpleegd die bijzondere intensieve zorg behoeven, bijvoorbeeld na grote operaties, of ingeval van ernstige complicaties. | |
Kanker Een groep ziekten die gekarakteriseerd worden door een snelle, ongecontroleerde en abnormale celgroei die gezond weefsel aantast, infiltreert en kan uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam. Kanker kan behandeld worden door chirurgie, chemotherapie, | |
Kanker Een groep ziekten die gekarakteriseerd worden door een snelle, ongecontroleerde en abnormale celgroei die gezond weefsel aantast, infiltreert en kan uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam. Kanker kan behandeld worden door chirurgie, chemotherapie, | |
Ligatuur Draad waarmee een bloedvat wordt dichtgeknoopt; wordt ook wel onderbinding genoemd. | |
Metastase Dochtergezwel dat ontstaan is door in bloed of lymfe meegevoerde cellen van het primaire gezwel. Ze zijn ergens blijven steken en hebben zich daar vermeerderd. | |
Molecuul Chemische verbinding van twee of meer atomen. | |
Mutatie Een meestal nadelige verandering in het genetisch materiaal (chromosomen), waardoor bijvoorbeeld aangeboren afwijkingen kunnen ontstaan. | |
Neurochirurg Specialist voor operatieve behandeling van afwijkingen van het centrale zenuwstelsel, waaronder kanker van de hersenen. | |
Oncoloog Een arts die gespecialiseerd is in de behandeling van kanker. Een radiotherapeutisch oncoloog maakt gebruik van radiotherapie. Een medisch oncoloog maakt gebruik van chemotherapie. Een chirurgisch oncoloog is gespecialiseerd in het opereren van kankerpati | |
Palliatieve therapie Een behandeling om symptomen als pijn te verlichten, maar die de ziekte niet geneest. Vaak wordt palliatieve radiotherapie toegepast voor pijnbestrijding bij botmetastasen. | |
Patholoog Een arts die zich gespecialiseerd heeft in weefselonderzoek met de microscoop. | |
PET-scan Afbeeldingstechniek waarbij een radioactief gemerkte stof wordt ingespoten, die zich concentreert in kankerweefsel. Veel gebruikt om de moederhaard en uitzaaiingen te lokaliseren. | |
Plastisch en recontructief chirurg Specialist in het operatief herstellen van beschadigingen van het lichaam door operaties of ongelukken, met nadruk op herstel van functie en cosmetiek. | |
Proliferatie Woekering door celvermeerdering. | |
Radioactiviteit Spontane verandering van atoomkernen waarbij straling vrijkomt. | |
Radiotherapie Medisch specialisme waarbij kankerpatiënten behandeld worden met straling: röntgenstraling, gammastraling, bètastraling en met behulp van isotopen. | |
Röntgenstraling Energierijke elektromagnetische straling. | |
Röntgentoestel Toestel waarin röntgenstraling wordt opgewekt. | |
Stoma Operatief aangebrachte opening tussen een lichaamsholte (meestal darm of urineleider) en de buitenwereld en van waaruit ontlasting of urine het lichaam kan verlaten omdat dit via de natuurlijke weg niet (meer) mogelijk is. | |
Stomaverpleegkundige Verpleegkundige met speciale deskundigheid in het adviseren en begeleiden van patiënten met een stoma. | |
Thoraxchirurg Specialist voor operatieve behandeling van ziekten in de borstholte, waaronder hartziekten en soms ook longkanker. | |
TME Afkorting van Total Mesorectal Excision, operatietechniek waarbij het aangedane deel van de endeldarm en het omliggend vetweefsel – waarin zich lymfklieren bevinden – wordt verwijderd. | |
Tumor 1. Zwelling als gevolg van een ontstekingsproces; 2. Zwelling of gezwel ontstaan door de nieuwvorming van goed- of kwaadaardige cellen. | |
Uitzaaiing Metastase, dochtergezwel dat ontstaan is door in bloed of lymfe meegevoerde cellen van het primaire gezwel. Ze zijn ergens blijven steken en hebben zich daar vermeerderd. | |
Urinekatheter Slang die via de plasbuis in de blaas wordt gebracht. De meeste urinekatheters hebben aan het eind een ballonnetje dat wordt opgeblazen met enkele milliliters water, zodat de katheter niet uit de blaas kan uitzakken. Urinekatheters worden geplaatst bij me | |
Uroloog Arts die gespecialiseerd is in het onderzoek en de behandeling van aandoeningen van de urinewegen (nier, urineleider, blaas en urinebuis), de inwendige en uitwendige geslachtsorganen van de man. | |