Adjuvante therapie Toedienen van medicijnen of hormonen om eventueel aanwezige tumorcellen te doden. Deze tumorcellen zijn echter niet aangetoond. | |
Anti-oestrogeen Een geneesmiddel dat de effecten van vrouwelijke hormonen (oestrogenen) blokkeert op een voor vrouwelijk hormoon gevoelige kankercel. Het meest gebruikte middel is tamoxifen. | |
Aromataseremmer Een geneesmiddel dat de omzetting van mannelijk hormoon uit de bijnier in vrouwelijk hormoon remt. Dit is vooral van betekenis bij vrouwen die in de overgang zijn omdat de vrouwelijke hormonen bij hen voortkomen uit omzetting van mannelijke hormonen (andr | |
Chemotherapie Behandeling met medicijnen om kanker te bestrijden. | |
Chromosoom Kleine staafje eiwitachtige stof in de celkern die de drager is van de erfelijke eigenschappen (genen). In in elke celkern bevinden zich 46 (23 paren) chromosomen. Van elk paar chromosomen komt er één van de vader en één van de moeder (zie ook DNA). | |
CT-scan Computer Tomografie-scan. Met behulp van röntgenstraling en een computer worden plakjesgewijs beelden van het lichaam in dwarsdoorsnede gevormd. Ook kunnen driedimensionaal beelden worden gecreëerd met de in de computer opgeslagen gegevens. | |
Curatief Met de bedoeling genezing te bewerkstelligen. | |
Cytostatica Geneesmiddelen die de celdeling remmen en gebruikt worden bij de bestrijding van kanker en bij de behandeling van afstotingsreacties na een transplantatie. | |
Diagnose De wetenschappelijke formulering waarmee een arts zijn opvatting weergeeft over wat er in medisch opzicht bij een bepaalde patiënt aan de hand is en op basis waarvan de behandeling en de prognose bepaald kunnen worden. | |
DNA Afkorting voor desoxyribo nucleic acid (desoxyribonucleïnezuur), de chemische naam voor het basisbestanddeel van waaruit de chromosomen (erfelijkheidsdragers) zijn opgebouwd: een lange keten van allerlei opeenvolgende combinaties van vier verschillende ei | |
Dosis Spreektaal voor geabsorbeerde dosis. Dit is de hoeveelheid geabsorbeerde (opgenomen) energie per massa-eenheid bestraald materiaal. | |
Echografie Een beeld dat ontstaat door geluidsgolven door weefsel te laten lopen en de teruggekaatste echo’s te registreren. Verschillende weefsels en overgangen van weefsels produceren verschillende echo’s. Onderzoek met behulp van geluidsgolven waarmee vorm en gro | |
Electieve therapie De plaats waar de tumor heeft gezeten uit voorzorg behandelen. | |
Elektromagnetische straling Straling die samengesteld is uit een elektrische en een magnetische component. Beide componenten maken golfbewegingen die loodrecht op elkaar staan. | |
Gen Stukje erfelijk materiaal (DNA) op een chromosoom dat een bepaalde eigenschap herbergt, bijvoorbeeld het opdracht geven voor de productie van een bepaald eiwit. | |
Gezwel Tumor. 1. Zwelling als gevolg van een ontstekingsproces; 2. Zwelling of gezwel ontstaan door de nieuwvorming van goed- of kwaadaardige cellen. | |
Kanker Een groep ziekten die gekarakteriseerd worden door een snelle, ongecontroleerde en abnormale celgroei die gezond weefsel aantast, infiltreert en kan uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam. Kanker kan behandeld worden door chirurgie, chemotherapie, | |
Kanker Een groep ziekten die gekarakteriseerd worden door een snelle, ongecontroleerde en abnormale celgroei die gezond weefsel aantast, infiltreert en kan uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam. Kanker kan behandeld worden door chirurgie, chemotherapie, | |
Metastase Dochtergezwel dat ontstaan is door in bloed of lymfe meegevoerde cellen van het primaire gezwel. Ze zijn ergens blijven steken en hebben zich daar vermeerderd. | |
MRI-scan Een techniek waarbij gebruikgemaakt wordt van magneetvelden en radiogolven om een afbeelding te krijgen van lichaamsweefsels. | |
Neutron Een elektrisch neutraal deeltje dat, met uitzondering van gewone waterstof, in alle atoomkernen voorkomt. | |
Oncoloog Een arts die gespecialiseerd is in de behandeling van kanker. Een radiotherapeutisch oncoloog maakt gebruik van radiotherapie. Een medisch oncoloog maakt gebruik van chemotherapie. Een chirurgisch oncoloog is gespecialiseerd in het opereren van kankerpati | |
Palliatieve therapie Een behandeling om symptomen als pijn te verlichten, maar die de ziekte niet geneest. Vaak wordt palliatieve radiotherapie toegepast voor pijnbestrijding bij botmetastasen. | |
Patholoog Een arts die zich gespecialiseerd heeft in weefselonderzoek met de microscoop. | |
PET Positron Emissie Tomografie, techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van uitgezonden protonen van een toegediende radioactieve stof om de plaats te bepalen waar die radioactieve stof zich heeft opgehoopt. | |
Progrestativa Dit zijn geneesmiddelen die in een grote overmaat toegediend een remmend effect hebben op hormoongevoelige kankercellen. | |
Proliferatie Woekering door celvermeerdering. | |
Radio-isotopen Onstabiele atoomkernen die radioactiviteit vertonen. Bij een medisch onderzoek kunnen de isotopen geïnjecteerd of ingeslikt worden. Ze kunnen door het lichaam gevolgd worden met gammacamera’s. In vaste vorm worden ze ook gebruikt bij de inwendige en uitwe | |
Radioactiviteit Spontane verandering van atoomkernen waarbij straling vrijkomt. | |
Radiologische werkers Mensen die beroepshalve werken met radioactieve stoffen of met toestellen die ioniserende straling uitzenden. | |
Radiotherapie Medisch specialisme waarbij kankerpatiënten behandeld worden met straling: röntgenstraling, gammastraling, bètastraling en met behulp van isotopen. | |
Röntgenstraling Energierijke elektromagnetische straling. | |
Röntgentoestel Toestel waarin röntgenstraling wordt opgewekt. | |
Tumor 1. Zwelling als gevolg van een ontstekingsproces; 2. Zwelling of gezwel ontstaan door de nieuwvorming van goed- of kwaadaardige cellen. | |
Uitzaaiing Metastase, dochtergezwel dat ontstaan is door in bloed of lymfe meegevoerde cellen van het primaire gezwel. Ze zijn ergens blijven steken en hebben zich daar vermeerderd. | |
Uroloog Arts die gespecialiseerd is in het onderzoek en de behandeling van aandoeningen van de urinewegen (nier, urineleider, blaas en urinebuis), de inwendige en uitwendige geslachtsorganen van de man. | |