|
|
Longkanker Bij de behandeling van longkanker maakt men onderscheid tussen het kleincellige type en het niet-kleincellige type longkanker. Het kleincellige type wordt in principe eerst behandeld met chemotherapie. Voor het behandelingsadvies zijn naast het type longkanker natuurlijk ook de conditie van de patiënt en de mate van uitgebreidheid van de kanker van belang. De meest toegepaste behandelingen van het niet-kleincellige type longkanker zijn operatie of bestraling. Ook chemotherapie wordt toegepast: soms voorafgaand aan de operatie of bestraling, soms gelijktijding met de bestraling. Operatie komt in aanmerking bij kleine tumoren en wanneer er voor de operatie geen uitzaaiingen zijn aangetoond. Uiteindelijk komt slechts een klein deel van de patiënten in aanmerking voor een operatie. Het niet-kleincellige type longkanker Patiënten met een geringe tumoruitbreiding worden in beginsel geopereerd. Laat hun algemene conditie dat echter niet toe, dan kunnen ze worden bestraald. Het risico op ernstige complicaties tijdens een zware operatieve ingreep neemt toe met de leeftijd en bij de aanwezigheid van een andere ziekte zoals een hartziekte, longziekte of suikerziekte. Tijdens bestraling is het risico op deze complicaties verwaarloosbaar klein. De behandeling duurt zes à zeven weken; per keer wordt een kleine hoeveelheid straling toegediend. Door gebruik te maken van een CT-scan, wordt het mogelijk om normaal weefsel zo min mogelijk te bestralen. Op de CT-scan is de plek van de longtumor en het omringende normale weefsel (zoals long, hart, slokdarm, ruggenmerg) goed zichtbaar. Hierdoor zijn de klachten die veroorzaakt worden door bestraling van gezonde cellen van de slokdarm en de long beperkt. Meestal wordt in totaal 30 tot 35 keer bestraald. In eerste instantie is het bestralingsveld groot. Nadat u 20 tot 25 keer bent bestraald, wordt een kleiner veld bestraald. Na bestraling is het risico klein dat de tumor in het behandelde gebied opnieuw groeit. Patiënten met een goede algemene conditie, die gezien de uitbreiding van de tumor niet in aanmerking komen voor operatie, kunnen wel in aanmerking komen voor bestraling. Het doel van de bestraling is het voorkomen van ernstige klachten die veroorzaakt worden door het groter worden van de tumor. Sommige patiënten zullen bovendien dankzij de bestraling langer leven. Onderzocht wordt wat de waarde is van chemotherapie voorafgaand aan bestraling of operatie en wat de waarde is van het gelijktijdig toedienen van chemotherapie en bestraling. Ook wordt veel aandacht besteed aan de vraag hoe de wijze van bestraling het best aangepast kan worden, rekening houdend met de beweeglijkheid van de tumor in de long tijdens de ademhaling (de zgn. "4-D Gated" bestraling). Als de operatie wel mogelijk is, wordt tijdens de operatie de longtumor met de omringende lymfeklieren verwijderd. Soms wordt daarbij een hele long verwijderd. Het is een zware operatie. Al het verwijderde weefsel gaat naar de patholoog. Uw longarts, de patholoog, de thoraxchirurg en de radiotherapeut bespreken uw ziektegeschiedenis. Zij zullen uitwendige bestraling van het operatiegebied en de omringende lymfeklieren adviseren wanneer het risico groot is dat er tumorcellen zijn achtergebleven. De behandeling duurt vijf tot zeven weken. Na bestraling is het risico klein dat de tumor in het behandelde gebied terugkeert. Algemeen geldt dat de vooruitzichten van een patiënt met het niet-kleincellige type longkanker matig zijn. Er is dan ook veel onderzoek gedaan om na te gaan of de behandelingsresultaten kunnen worden verbeterd. Gebleken is dat, naast chirurgie of radiotherapie, chemotherapie voor een aantal patiënten een gunstig effect kan hebben. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat de beste volgorde van deze behandelingen zal zijn. Het kleincellige type longkanker Voor de behandeling van het kleincellige type longkanker is het belangrijk te weten of de tumor alleen in de borstholte zit. Als dat zo is, spreken we van een limited disease. Bij voorkeur wordt gestart met het gelijktijdig toedienen van bestraling en chemotherapie. Na de gecombineerde behandeling is het risico op teruggroei van de tumor aanzienlijk afgenomen. De kans op uitzaaiingen naar de hersenen is bij dit type longkanker vrij groot. Omdat chemotherapie niet goed doordringt in het hersenweefsel, worden de hersenen uit voorzorg bestraald. De kans op genezing neemt toe na de gecombineerde behandeling. U moet er rekening mee houden dat de bestraling vier à vijf weken kan duren. Dat komt omdat per keer maar een kleine hoeveelheid straling wordt toegediend. Hierdoor zullen de klachten die veroorzaakt worden door bestraling van normale cellen van de slokdarm, de long en de hersenen gering zijn. Als de tumor ook buiten de borstholte te zien is, spreken we van een extensive disease. In dit geval bestaat de behandeling alleen uit chemotherapie. Bestraling kan in aanmerking komen om klachten te bestrijden of om klachten te voorkomen. |
Gezond eten rond chemotherapie Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden. Bestraling: wat betekent dat voor mij? Wat is kanker? Hoeveel mensen lijden in Nederland aan hanker? Hoe is kanker te voorkomen? Hoe wordt het in Nederland behandeld? Wat gebeurt er op de afdeling radiotherapie en waarom wordt iets gedaan? Welke manesn komt u op deze afdeling tegen en wat doen zij? Op al deze vragen krijgt u in dit boek antwoord.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |








