|
|
Bijwerkingen Het doel van een bestraling is tumorcellen te doden. Maar bij de bestraling zullen onvermijdelijk gezonde cellen ook schade oplopen en in aantal verminderen. Na de bestraling treedt meestal volledig herstel op. De bijwerkingen die vrij snel na het begin van een bestraling optreden, betreffen snel delende gezonde cellen. Die snel delende gezonde cellen komen voor in die delen van het lichaam waar iets langs kan schuren (de huid, de slijmvliezen in mond, keel, slokdarm, darm etc.). Als deze cellen niet tijdig worden aangevuld omdat er door de bestraling te veel cellen verloren zijn gegaan, kunt u bijwerkingen ervaren. Wat de bijwerkingen zijn, hangt sterk af van de plek die bestraald wordt. Want behalve het algemene verschijnsel vermoeidheid, kunt u alleen klachten krijgen van de plek die bestraald wordt. Een plek kan van twee of zelfs meer kanten worden bestraald. Zo wordt bijvoorbeeld een tumor in de long zowel van voren als van achteren bestraald. Dan kan zowel van voren als van achteren de huid rood worden. We zullen nu, om u een indruk te geven, ingaan op enkele bijwerkingen die radiotherapie kan hebben. Het is echter niet mogelijk om heel gedetailleerd op de bijwerkingen en hun eventuele behandeling in te gaan. Uw radiotherapeut en de laboranten zullen u uitgebreid informeren over de gang van zaken en de te verwachten bijwerkingen. Vraag ook naar de folders over dit onderwerp. Verwerkingsproblemen Naast de mogelijke (lichamelijke) bijwerkingen van de bestraling spelen ook allerlei (psychische) verwerkingsproblemen van de ziekte kanker een belangrijke rol. Het is immers niet niks om zomaar kanker te krijgen. Dat heeft invloed op uzelf, maar ook op uw omgeving. Allerlei vragen spelen door uw hoofd. Ga ik dood? Krijg ik veel pijn? U bent soms kwaad, soms bedroefd. U vraagt u af: waarom ik? Het slapen gaat slechter door het piekeren. U bent snel afgeleid en u kunt u niet meer zo goed concentreren. Veel dingen die eerst zo belangrijk waren in uw leven, zijn of lijken dat nu ineens niet meer. De vraag is wat je aan dit soort klachten kunt doen. Denk vooral niet dat u de enige bent die zo op deze ziekte reageert. Het zijn heel normale menselijke reacties! Neem de tijd om rustig na te denken. Praat met uw omgeving over wat u nu bezighoudt. Ook bij kankerpatiëntenorganisaties kunt u terecht voor een gesprek. Medepatiënten bieden een luisterend oor en kunnen informatie geven vanuit de ervaring die zij zelf hebben met de ziekte en het omgaan daarmee. Als de problemen u eventueel boven het hoofd zouden groeien is ook dat niet abnormaal! Zeg dit dan ook tegen uw radiotherapeut. Hij kan immers ook voor deze problemen professionele hulp aanbieden. Schaam u nergens voor. De hulpverleners zijn er voor u. Vermoeidheid Hoe ontstaat vermoeidheid? Niet alleen het heen-en-weer reizen naar het ziekenhuis en de spanning rondom de ziekte, maar ook de behandeling zelf kost extra energie. De gezonde cellen moeten immers nieuwe bouwstoffen voor herstel maken en de dode kankercellen moeten worden opgeruimd. Voor het herstel zijn goede voeding, voldoende drinken, en voldoende zuurstof van belang. Soms veroorzaakt bloedarmoede een te lage zuurstofaanvoer. Behandeling is goed mogelijk met ijzer, foliumzuur, epoëtine-alfa of een bloedtransfusie. Met vragen over voeding kunt u ook altijd terecht bij de diëtiste van de afdeling. Soms lijkt uw vermoeidheid niet over te gaan. Probeer deze dan een plaats te geven. Neem extra rust en ga niet of korter dan anders naar een verjaardag. Leg het mensen in uw omgeving en op uw werk gewoon uit. Ze zullen er begrip voor hebben. De vermoeidheid kan vaak tot enkele weken na de bestraling, maar soms ook langer, aanhouden. Haaruitval Haaruitval treedt alleen op als de stralenbundels een plaats treffen waar haargroei is. Het is afhankelijk van de totale dosis die u op die behaarde plek krijgt of u haaruitval zult krijgen. Als u een hoge stralingsdosis krijgt, komt het haar niet meer terug. In de andere gevallen begint de haargroei ongeveer 3-6 maanden na de laatste bestraling. U zult pas twee tot drie weken na aanvang van de bestraling last krijgen van haaruitval. Als uw hoofdhuid wordt bestraald en u graag een pruik (of haarstukje) zou willen hebben, is het raadzaam die al aan het begin van de behandeling te bestellen. De kapper die de pruik maakt, kan dan uw eigen haar nog zien. Voor een deel hiervan worden de kosten vergoed; vraag uw radiotherapeut om een medische verklaring voor uw verzekering. Huidreacties De reactie van de huid in het bestraalde gebied begint meestal twee tot vier weken na de eerste bestraling. Uw huid wordt op de plaats van bestralen rood. Daarna wordt die donkerder door extra pigmentatie. Een enkele keer ontstaan blaren. Op die plaatsen gaat de huid meestal open. De huidreacties zijn het sterkst in huidplooien (oksels of liezen) en operatielittekens (ook oude littekens). Binnen vier tot zes weken na afloop van de bestraling is de huid meestal weer genezen. Op plekken waar een wondje heeft gezeten, kan de huid iets donkerder blijven. U mag zelf niets op uw huid in het bestraalde gebied smeren, zonder overleg met uw radiotherapeut. Wel mag u ongeparfumeerde talkpoeder gebruiken. U mag ook gerust in de zon. De bestraalde huid is na afloop van de bestraling mogelijk iets meer gevoelig voor zonnestralen (en kan dan mogelijk iets sneller rood worden). Vraag op de bestralingsafdeling nog een foldertje over de huidverzorging (zie ook de KWF-folder over radiotherapie). Klachten van mond- en keelholte en slokdarm Bij bestraling van het hoofd en de hals kunnen ook de speekselklieren bestraald worden. Zij maken dan minder speeksel aan. Daardoor krijgt u een droge mond. Afhankelijk van de totale dosis en de dagporties bestraling zal dit na afloop van de bestraling wel of niet overgaan. Door het tekort aan speeksel loopt u een verhoogd risico op infecties. Met spoelen of medicijnen kan geprobeerd worden de infectie te voorkomen. Omdat een verminderde hoeveelheid speeksel ook tandwolf (cariës) bevordert, zult u als uw speekselklieren bestraald worden, voor aanvang van de bestraling naar de tandarts of mondhygiënist(e) gestuurd worden voor gerichte adviezen. Ook wordt de smaak minder en zult u bepaalde dingen soms vies gaan vinden. Maar ook de reuk kan minder worden. Het hangt van de totale stralingsdosis af of reuk en smaak herstellen. Mede daarom worden deze patiënten naar een diëtist(e) verwezen. Soms kunt u last krijgen van slijmvorming in mond of keel. Aan het eind van de behandeling kunnen uw mond, keel en tong rauw aanvoelen (een soort keelpijngevoel). Deze bijwerkingen ontstaan omdat de slijmvliezen in mond, keel en slokdarm snel delende gezonde weefsels zijn en hun herstel tijdens de bestraling wordt bemoeilijkt. Na de bestraling herstellen de weefsels snel en dus zullen deze klachten snel afnemen. Door de slijmvliesreactie in uw keel en/of slokdarm kan het slikken pijnlijk worden. De radiotherapeut kan u hiertegen een drankje of pijnstillers voorschrijven. Klachten van de buik Misselijkheid en diarree Meestal zal een diëtist(e), indien uw buik bestraald gaat worden, u in de periode voorafgaand aan de bestraling voorlichting geven over voeding tijdens de bestraling. Als de maag direct in het te bestralen gebied ligt, kunt u vanaf de eerste bestraling misselijk zijn. Bij ernstige klachten kunnen hiertegen medicijnen worden voorgeschreven. Liggen de darmen in het bestralingsveld, dan kunt u darmkrampen krijgen en vaker aandrang. De ontlasting kan slijmerig zijn en gepaard gaan met wat bloedverlies. Verder kunt u diarree krijgen. Licht uw radiotherapeut in over uw klachten; wellicht kan hij medicijnen voorschrijven. Ligt de blaas in het bestralingsveld, dan zult u een verhoogde aandrang tot plassen hebben. Vooral 's nachts kan dit invloed hebben op uw nachtrust. Vertel ook dit aan uw radiotherapeut. Vruchtbaarheid en seksualiteit De functie van de eierstokken bepaalt de vruchtbaarheid van de vrouw. Indien de eierstokken in het bestralingsveld liggen, zullen zij na enige tijd niet meer functioneren. De vrouw komt dan in de overgang en de menstruatie stopt. Bij vrouwen die een kinderwens hebben, is het soms mogelijk operatief de eierstokken buiten het bestralingsveld, hoger in de buik, te plaatsen. Als de zaadballen van de man worden bestraald, wordt hij onvruchtbaar. Wel bestaat de mogelijkheid om bij kinderwens voorafgaand aan de bestraling zaad te laten invriezen. Dit zaad kan later via kunstmatige inseminatie tot bevruchting van de vrouw leiden. De kans van slagen is echter geen 100%. Bij bestraling in de buurt van de geslachtsorganen zullen de zaadballen of eierstokken niet direct door de stralenbundel getroffen worden. De vruchtbaarheid loopt dan ook minder gevaar. Wel kan een kleine hoeveelheid straling in de geslachtsorganen komen. Daarom wordt afgeraden tijdens de bestralingsperiode tot ongeveer 6 maanden daarna kinderen te verwekken. Als u er zin in heeft, kunt u in de periode waarin u behandeld wordt gerust vrijen. Wel kunnen factoren als bijwerkingen en alle spanning rond uw ziekte u de lust tot vrijen ontnemen. Leg dit uw partner uit en bespreek het, als u het als een probleem ervaart, gerust ook met uw radiotherapeut. Zwangerschap: Tumoren die ver van de buikholte zijn gelegen zoals borstkanker, hoofd- en halstumoren, kunnen tijdens de zwangerschap worden behandeld. De ongeboren vrucht loopt weliswaar een geringe dosis straling op, maar deze dosis is in het algemeen bij een goede uitvoering van de bestraling zo laag dat de kans op een baby met orgaanafwijkingen verwaarloosbaar is. De kans op een geïnduceerde tumor in de ongeboren vrucht is iets verhoogd maar is verwaarloosbaar bij de kans van circa 30% die iedereen al zonder straling heeft. Klachten van de longen Indien een groot deel van een long wordt bestraald, kan het zijn dat u tijdelijk meer hoest en slijm opgeeft. Dit komt omdat de long door de bestraling wordt geprikkeld en als afweer slijm gaat maken, dat u dan ophoest. Een enkele keer kan in het slijm een spoortje bloed zitten. Dit komt door irritatie van de bloedvaatjes in de long. Hier hoeft u zich geen zorgen over te maken. Bij grotere hoeveelheden bloed moet u uiteraard wel de laborant en/of de radiotherapeut inlichten. Gevolgen op langere termijn Herstel van bijwerkingen De bijwerkingen die u ondervindt doordat gezonde cellen tijdelijk niet kunnen herstellen, verdwijnen enkele weken na afloop van de laatste bestraling. Het herstel kan echter ook onverwacht minder voorspoedig verlopen, maar de kans hierop is heel klein. Vermoeidheid Vermoeidheid is een bijwerking van kanker en/of van de behandeling. U kunt nog lange tijd na de bestraling last hebben van vermoeidheid. Maak dit kenbaar aan uw radiotherapeut als u op controle komt. Een tweede tumor Minder dan 1% van de bestraalde patiënten loopt het risico dat er door de bestraling een nieuwe tumor ontstaat. Deze tumor zit dan in het oude bestralingsveld. Dit gebeurt echter niet op korte termijn, maar pas na 10 tot 30 jaar. Aangezien de meeste mensen die bestraald worden ouder zijn dan 60 jaar, lopen zij geen echt risico op een tweede tumor. Het is een afwegen van risico's. Zonder de bestraling heeft u immers een grote kans om aan de kanker te overlijden. Bij kinderen en jonge volwassenen is de kans op een tweede tumor zeker een punt van overweging. Indien mogelijk wordt voor een andere behandeling gekozen als die tenminste even goede resultaten geeft. Ook let de radiotherapeut tijdens de (jarenlange) controle na afloop van de behandeling op tekenen die kunnen wijzen op een nieuwe tumor. Lymfe-oedeem Vroeger hadden patiënten die wegens borstkanker in hun oksel geopereerd of bestraald moesten worden, veel vaker dan tegenwoordig last van een dikke arm (lymfe-oedeem). Toch kan, ondanks de verbeterde operatie- en bestralingstechnieken, lymfe-oedeem nog optreden. De arm wordt dik doordat tijdens de operatie de lymfeklierketens, die het lymfevocht afvoeren, doorgesneden worden. Dit is onvermijdelijk tijdens de operatie. Indien dit gebied vervolgens wordt bestraald, kan het zijn dat de ketens niet meer goed aan elkaar groeien. Dit hoeft niet per se tot lymfe-oedeem te leiden, omdat het lichaam over een behoorlijke reservecapaciteit beschikt voor het afvoeren van het lymfevocht. Als het lichaam de afvoer van het lymfevocht niet meer kan verwerken, ontstaat lymfe-oedeem: de arm wordt dikker. Hetzelfde kan zich overigens bij operatie en bestraling in de lies voordoen. Bijkomende ontstekingen vergroten het risico op het ontstaan van lymfe-oedeem. Vandaar dat u na een operatie in het okselgebied het advies krijgt geen bloed meer te laten prikken in die arm, handschoenen te dragen als u in de tuin werkt (in verband met doornen van rozen, etc.) en zeker de eerste maanden na de operatie niet zwaar te tillen. Lymfe-oedeem kan niet genezen, maar wel beperkt worden. Hiertoe wordt vaak fysiotherapie voorgeschreven. Impotentie Bij bestraling van het kleine bekken (in de buurt van de blaas en de prostaat van de man) bestaat het risico op tijdelijke of blijvende impotentie. Tijdelijke impotentie kan al ontstaan zijn tijdens onderzoek dat de uroloog verrichtte om de diagnose prostaatkanker vast te stellen. Maar het kan ook het gevolg zijn van spanning en emotie en als u zich door de ziekte niet lekker voelt. De kans op blijvende impotentie door bestraling van het gebied rond de prostaat is ongeveer 25% kleiner dan na het operatief weghalen van de prostaat. Dan is het bijna 100%. Factoren die meespelen zijn de leeftijd en de verwerking van het ziekteproces. Blijft langere tijd na de bestraling de impotentie toch bestaan, dan kunt u dat het best met uw radiotherapeut en uroloog bespreken. Hartklachten Mensen die in het verleden (tot in de jaren zestig) voor de ziekte van Hodgkin zijn bestraald op de linkerhelft van de borstkas, lopen een verhoogd risico op een hartinfarct. Dit komt omdat er in het verleden een grotere portie (fractie) straling per dag werd gegeven en de apparatuur veel minder geavanceerd was. Het risico op een hartinfarct is ook groter bij overgewicht en een te hoge bloeddruk. Doordat de apparatuur tegenwoordig nauwkeuriger is, kan zo veel mogelijk voorkomen worden dat het hart bestraald wordt. |
Gezond eten rond chemotherapie Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden. Bestraling: wat betekent dat voor mij? Wat is kanker? Hoeveel mensen lijden in Nederland aan hanker? Hoe is kanker te voorkomen? Hoe wordt het in Nederland behandeld? Wat gebeurt er op de afdeling radiotherapie en waarom wordt iets gedaan? Welke manesn komt u op deze afdeling tegen en wat doen zij? Op al deze vragen krijgt u in dit boek antwoord.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |








