|
|
Bestraling Als u voor de bestraling wordt opgeroepen, mag u gerust iemand meenemen. De laboranten wijzen u een kleedkamer toe. Als u klaar bent, halen ze u op om naar het toestel te gaan. U wordt precies in dezelfde stand op de bestralingstafel gelegd als op de simulator. De lichtbundel die uit het bestralingsapparaat (de versneller) komt, wordt op u geprojecteerd. De laborant kijkt of de geprojecteerde lichtbundel precies past op de tekening op uw huid. De kop van het bestralingsapparaat kan om u heen draaien, zodat u zich tijdens de bestraling niet hoeft om te draaien. Soms zal er een rooster met dikke metalen blokken boven u geplaatst worden. Dit zal echter steeds minder vaak gebeuren omdat steeds meer gebruik gemaakt wordt van "multileaf collimatoren" (MLC). Als u goed ligt en het bestralingsveld is ingesteld, verlaten de laboranten en degene die met u meegekomen is de ruimte en gaat de deur dicht. De laboranten houden u via camera's en microfoons in de gaten, zodat zij direct het apparaat kunnen stoppen en naar u toe kunnen komen als er iets aan de hand is. Zij zullen met u afspreken of ze voor het instellen van een volgend veld naar binnen komen of dat dit instellen automatisch gebeurt. Het is goed om te weten dat de dosis straling door twee afzonderlijke meters in de kop van het apparaat wordt gecontroleerd. Als er dus één stuk zou gaan, slaat het apparaat toch op tijd af. Ook worden alle gegevens die tijdens de bestraling zijn verkregen, opgeslagen en later gecontroleerd. Wat merkt u van de bestraling? Van de straling zelf voelt of ziet u niets. Soms stopt het apparaat even. U hoeft hier niet van te schrikken. De bestraling is te vergelijken met een lamp die u thuis aan doet en vervolgens weer uit doet. Met dit verschil dat deze straling onzichtbaar is. Wel hoort u tijdens de bestraling een brommend geluid. Per bestralingsveld duurt de bestraling een paar minuten. De dosis wordt echter niet in minuten uitgedrukt, onder andere omdat de afgifte van elektriciteit niet helemaal constant is. De dosismeter in de kop van het bestralingsapparaat slaat af als de voor u ingestelde dagdosis bereikt is. Tijdens de bestraling worden ook röntgen- of digitale afbeeldingen van uw ligging op het toestel gemaakt. Soms volgt direct een correctie van uw positie, soms de volgende bestralingskeer. Als de bestraling klaar is, komen de laboranten u vertellen dat u zich weer kunt aankleden. Meestal worden met u afspraken voor de hele week gemaakt. Het kan voorkomen dat u een week een keer minder bestraald wordt omdat er technisch onderhoud plaatsvindt aan het toestel. In uw bestralingsschema wordt daarvoor gecompenseerd. Aan u zal een kaart worden meegegeven waarop staat wanneer u tijdens uw behandeling bij de radiotherapeut op controle moet komen. Controle tijdens de behandeling U mag natuurlijk iemand meenemen naar deze controles. Tijdens zo'n controle zal de radiotherapeut u vragen hoe het met u gaat en zal hij naar het bestraalde gebied kijken. Tijdens de controle kunt u vragen of bijkomende problemen bespreken. Als u last heeft van bijwerkingen kan de specialist u iets voorschrijven. Probeer nooit zonder overleg zelf iets uit. U weet immers niet welke middelen goed samengaan met bestraling en welke niet. Het kan zijn dat de radiotherapeut beslist dat er bijvoorbeeld nog bloed geprikt moet worden. Ook kan hij u naar de diëtiste verwijzen als u bijvoorbeeld door de bestraling moeilijker kunt slikken. Als u tijdens de bestraling klachten heeft, kunt u die ook altijd melden aan de laboranten. Zij zullen dan de radiotherapeut waarschuwen. Hij zal u dan, afhankelijk van de klachten, meteen willen zien of uw afspraak met hem vervroegen. Controle na de bestraling Na de allerlaatste behandeling krijgt u meestal een afspraak voor het poliklinisch spreekuur van uw radiotherapeut mee. Aarzel niet om eerder te bellen als de klachten van de bestraling meer toe- dan afnemen. Natuurlijk kunt u ook nu iemand uit uw naaste omgeving meenemen naar het spreekuur. De radiotherapeut zal u weer vragen hoe het met u is. Vervolgens stelt hij aanvullende vragen over problemen die met uw ziekte kunnen samenhangen en zal hij u onderzoeken. Soms zal er bloed worden geprikt of een röntgenfoto worden gemaakt. U zult de komende tijd om en om op controle moeten komen bij uw verwijzend specialist en uw radiotherapeut. De eerste jaren zult u regelmatig op controle moeten komen, gemiddeld eenmaal in de drie maanden. Daarna zult u nog maar één keer per jaar bij beide specialisten op controle moeten komen. Aarzelt u niet, indien u zich ongerust over iets maakt, dit eerder te melden. |
Gezond eten rond chemotherapie Als je vanwege kanker chemokuren krijgt, heb je vaak weinig tot geen trek in eten en ook je smaak is geregeld heftig aangetast. Daarbij komt meestal ook nog eens een gevoelige mond en keel waardoor eten zelfs pijn kan doen. Diezelfde problemen kun je krijgen als gevolg van bestraling. Toch is het juist van essentieel belang voor het herstel – door goed te eten – je lichaam op gewicht te houden. Dit unieke kookboek – het eerste in z’n soort – helpt bij het gevecht weer beter te worden. Met allerlei praktische tips en inspirerende recepten om toch plezier in eten te houden. Bestraling: wat betekent dat voor mij? Wat is kanker? Hoeveel mensen lijden in Nederland aan hanker? Hoe is kanker te voorkomen? Hoe wordt het in Nederland behandeld? Wat gebeurt er op de afdeling radiotherapie en waarom wordt iets gedaan? Welke manesn komt u op deze afdeling tegen en wat doen zij? Op al deze vragen krijgt u in dit boek antwoord.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |







