4D-Gated radiotherapie Een techniek van bestralen waarmee rekening wordt gehouden met bewegingen van de tumor tijdens de bestraling. | |
Adjuvante therapie Toedienen van medicijnen of hormonen om eventueel aanwezige tumorcellen te doden. Deze tumorcellen zijn echter niet aangetoond. | |
Adjuvante therapie Toedienen van medicijnen of hormonen om eventueel aanwezige tumorcellen te doden. Deze tumorcellen zijn echter niet aangetoond. | |
Angiogenese Vorming van bloedvaatjes. | |
Angiogenese Vorming van bloedvaatjes. | |
Atoom Kleinst mogelijk deeltje van een element, waarin de chemische eigenschappen nog volledig behouden zijn. | |
Atoom Kleinst mogelijk deeltje van een element, waarin de chemische eigenschappen nog volledig behouden zijn. | |
Atoomkern Onderdeel van een atoom. Een atoom is opgebouwd uit een atoomkern met daaromheen elektronen. Een atoomkern bestaat uit protonen en neutronen (een waterstofkern alleen uit een proton). | |
Atoomkern Onderdeel van een atoom. Een atoom is opgebouwd uit een atoomkern met daaromheen elektronen. Een atoomkern bestaat uit protonen en neutronen (een waterstofkern alleen uit een proton). | |
Bètastraling Elektronen die door sommige radionucliden worden uitgezonden. | |
Bètastraling Elektronen die door sommige radionucliden worden uitgezonden. | |
Brachytherapie Een techniek waarbij een radioactieve bron op of in een tumor wordt geplaatst. Dit kan plaatsvinden door behandeling van buitenaf (interstitieel; de stralingsbron zit in naalden die in de tumor gestoken worden) of intracavitair (de stralingsbron wordt in | |
Brachytherapie Een techniek waarbij een radioactieve bron op of in een tumor wordt geplaatst. Dit kan plaatsvinden door behandeling van buitenaf (interstitieel; de stralingsbron zit in naalden die in de tumor gestoken worden) of intracavitair (de stralingsbron wordt in | |
Bronchoscopie Kijkoperatie van de luchtwegen. | |
Bronchoscopie Kijkoperatie van de luchtwegen. | |
Chemotherapie Behandeling met medicijnen om kanker te bestrijden. | |
Chromosoom Kleine staafje eiwitachtige stof in de celkern die de drager is van de erfelijke eigenschappen (genen). In in elke celkern bevinden zich 46 (23 paren) chromosomen. Van elk paar chromosomen komt er één van de vader en één van de moeder (zie ook DNA). | |
Computer Tomografie Een speciale röntgentechniek om foto's (scans) te kunnen maken van dwarsdoorsneden van organen en waarmee de verschillende weefselsoorten goed van elkaar onderscheiden kunnen worden. | |
CT Computer Tomografie, een speciale röntgentechniek om foto's (scans) te kunnen maken van dwarsdoorsneden van organen en waarmee de verschillende weefselsoorten goed van elkaar onderscheiden kunnen worden. | |
CT-scan Computer Tomografie-scan. Met behulp van röntgenstraling en een computer worden plakjesgewijs beelden van het lichaam in dwarsdoorsnede gevormd. Ook kunnen driedimensionaal beelden worden gecreëerd met de in de computer opgeslagen gegevens. | |
Curatief Met de bedoeling genezing te bewerkstelligen. | |
Cytostatica Geneesmiddelen die de celdeling remmen en gebruikt worden bij de bestrijding van kanker en bij de behandeling van afstotingsreacties na een transplantatie. | |
Desoxyribo Nucleic Acid DNA, een zeer lang spiraalvormig molecuul in de cel dat alle erfelijke informatie bevat. | |
Diagnose De wetenschappelijke formulering waarmee een arts zijn opvatting weergeeft over wat er in medisch opzicht bij een bepaalde patiënt aan de hand is en op basis waarvan de behandeling en de prognose bepaald kunnen worden. | |
DNA Afkorting voor desoxyribo nucleic acid (desoxyribonucleïnezuur), de chemische naam voor het basisbestanddeel van waaruit de chromosomen (erfelijkheidsdragers) zijn opgebouwd: een lange keten van allerlei opeenvolgende combinaties van vier verschillende ei | |
DNA-chip Een plaatje met specifieke DNA-fragmenten dat gebruikt wordt om te bepalen welke genen actief zijn in een bepaald stukje weefsel. | |
Dosis Spreektaal voor geabsorbeerde dosis. Dit is de hoeveelheid geabsorbeerde (opgenomen) energie per massa-eenheid bestraald materiaal. | |
Echografie Een beeld dat ontstaat door geluidsgolven door weefsel te laten lopen en de teruggekaatste echo’s te registreren. Verschillende weefsels en overgangen van weefsels produceren verschillende echo’s. Onderzoek met behulp van geluidsgolven waarmee vorm en gro | |
Electieve therapie De plaats waar de tumor heeft gezeten uit voorzorg behandelen. | |
Elektromagnetische straling Straling die samengesteld is uit een elektrische en een magnetische component. Beide componenten maken golfbewegingen die loodrecht op elkaar staan. | |
Elektron Elektrisch negatief geladen elementair deeltje van een atoom. | |
Element Stof die door chemische werking niet splitsbaar is (voorbeelden: waterstof, zuurstof, koolstof, ijzer). | |
Foton Kleinste hoeveelheid elektromagnetische straling, ongeacht de bron van herkomst. Het is bijvoorbeeld afkomstig uit het verval van een radioactief atoom of een röntgenapparaat of een gloeilamp. | |
Gammastraling Energierijke elektromagnetische straling uitgezonden door atoomkernen. | |
Gen Stukje erfelijk materiaal (DNA) op een chromosoom dat een bepaalde eigenschap herbergt, bijvoorbeeld het opdracht geven voor de productie van een bepaald eiwit. | |
Genetische effecten Effecten die tot uitdrukking komen in het nageslacht. | |
Gezwel Tumor. 1. Zwelling als gevolg van een ontstekingsproces; 2. Zwelling of gezwel ontstaan door de nieuwvorming van goed- of kwaadaardige cellen. | |
Graves-ophthalmopathie Oogafwijking bij patiënten met een bepaalde schildklierafwijking. Hyperthyreoïdie t.g.v. auto-antilichamen (TSI = TsAb) dus een auto-immuun aandoening. Gaat vaak gepaard met oogverschijnselen (wat uitpuilende ogen). Genoemd naar de Ierse arts die het als | |
Gray Eenheid van geabsorbeerde dosis. Die komt overeen met de energieafgifte van één joule in één kilogram materiaal. | |
Gy Afkorting van Gray, eenheid van geabsorbeerde dosis. Die komt overeen met de energieafgifte van één joule in één kilogram materiaal. | |
Hyperthermie Behandeling met warmte. | |
IMRT Afkorting van Intensity modulated radiotherapie, een techniek waarmee gebiedjes in het bestralingsveld een hogere of lagere dosis krijgen. | |
Intensity modulated radiotherapie Techniek waarmee gebiedjes in het bestralingsveld een hogere of lagere dosis krijgen. | |
Ion Elektrisch geladen atoom of molecuul dat ontstaat door het afstaan of opnemen van één of meer elektronen. | |
Ionisatie Het scheiden van een atoom in één of meer elektronen en een positief geladen rest. | |
Ioniserende straling Energierijke straling die ionisatie kan veroorzaken. | |
Isotopen Atomen van eenzelfde element met verschillende kernmassa’s. | |
Kanker Een groep ziekten die gekarakteriseerd worden door een snelle, ongecontroleerde en abnormale celgroei die gezond weefsel aantast, infiltreert en kan uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam. Kanker kan behandeld worden door chirurgie, chemotherapie, | |
Kanker Een groep ziekten die gekarakteriseerd worden door een snelle, ongecontroleerde en abnormale celgroei die gezond weefsel aantast, infiltreert en kan uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam. Kanker kan behandeld worden door chirurgie, chemotherapie, | |
Kosmische straling Elektromagnetische straling en deeltjesstraling van zeer hoge energie afkomstig uit de kosmos. | |
Late stralingseffecten Stralingseffecten die lange tijd na een bestraling aantoonbaar worden. | |
Lineaire versneller Een apparaat dat hoogenergetische straling opwekt door elektronen langs een rechte baan (lineair) te versnellen. | |
Lokalisator Ook Simulator. Een apparaat waarmee bestralingsvelden worden bepaald. Het apparaat kan de bewegingen van een bestralingsapparaat nadoen (simuleren). Ook kunnen er (röntgen)foto’s mee worden gemaakt. | |
Magnetic resonance imaging Een techniek waarbij gebruikgemaakt wordt van magneetvelden en radiogolven om een afbeelding te krijgen van lichaamsweefsels. | |
Metastase Dochtergezwel dat ontstaan is door in bloed of lymfe meegevoerde cellen van het primaire gezwel. Ze zijn ergens blijven steken en hebben zich daar vermeerderd. | |
MLC Afkorting van Multileaf Collimator, een soort diafragma bestaande uit een serie plaatjes dat in alle mogelijke vormen in de stralingsbundel kan worden geschoven. De plaatjes kunnen individueel worden aangestuurd per computer. | |
Molecuul Chemische verbinding van twee of meer atomen. | |
Moulage Natuurgetrouwe plastiek ter afbeelding van gezonde of zieke lichaamsdelen. | |
Moulagekamer Ruimte waarin maskers van bijv. het gelaat worden gemaakt. | |
Mouldroom Moulagekamer. ruimte waarin maskers van bijv. het gelaat worden gemaakt. | |
MRI-scan Een techniek waarbij gebruikgemaakt wordt van magneetvelden en radiogolven om een afbeelding te krijgen van lichaamsweefsels. | |
Multileaf Collimator Een soort diafragma bestaande uit een serie plaatjes dat in alle mogelijke vormen in de stralingsbundel kan worden geschoven. De plaatjes kunnen individueel worden aangestuurd per computer. | |
Neutron Een elektrisch neutraal deeltje dat, met uitzondering van gewone waterstof, in alle atoomkernen voorkomt. | |
Oncoloog Een arts die gespecialiseerd is in de behandeling van kanker. Een radiotherapeutisch oncoloog maakt gebruik van radiotherapie. Een medisch oncoloog maakt gebruik van chemotherapie. Een chirurgisch oncoloog is gespecialiseerd in het opereren van kankerpati | |
Oxygenatie Verzadiging met zuurstof. | |
Palliatieve therapie Een behandeling om symptomen als pijn te verlichten, maar die de ziekte niet geneest. Vaak wordt palliatieve radiotherapie toegepast voor pijnbestrijding bij botmetastasen. | |
Patholoog Een arts die zich gespecialiseerd heeft in weefselonderzoek met de microscoop. | |
PET Positron Emissie Tomografie, techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van uitgezonden protonen van een toegediende radioactieve stof om de plaats te bepalen waar die radioactieve stof zich heeft opgehoopt. | |
Positron emissie tomografie Techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van uitgezonden protonen van een toegediende radioactieve stof om de plaats te bepalen waar die radioactieve stof zich heeft opgehoopt. | |
Proliferatie Woekering door celvermeerdering. | |
Proton Elektrisch positief geladen kerndeeltje. | |
Radio-isotopen Onstabiele atoomkernen die radioactiviteit vertonen. Bij een medisch onderzoek kunnen de isotopen geïnjecteerd of ingeslikt worden. Ze kunnen door het lichaam gevolgd worden met gammacamera’s. In vaste vorm worden ze ook gebruikt bij de inwendige en uitwe | |
Radioactiviteit Spontane verandering van atoomkernen waarbij straling vrijkomt. | |
Radiologische werkers Mensen die beroepshalve werken met radioactieve stoffen of met toestellen die ioniserende straling uitzenden. | |
Radionuclide Element met een instabiele kern die naar een rusttoestand vervalt onder het uitzenden van straling. | |
Radiotherapie Medisch specialisme waarbij kankerpatiënten behandeld worden met straling: röntgenstraling, gammastraling, bètastraling en met behulp van isotopen. | |
Röntgenstraling Energierijke elektromagnetische straling. | |
Röntgentoestel Toestel waarin röntgenstraling wordt opgewekt. | |
Simulator Ook Lokalisator. Een apparaat waarmee bestralingsvelden worden bepaald. Het apparaat kan de bewegingen van een bestralingsapparaat nadoen (simuleren). Ook kunnen er (röntgen)foto’s mee worden gemaakt. | |
Teletherapie Ook wel uitwendige radiotherapie genoemd. Radiotherapie waarbij gebruik wordt gemaakt van een stralingsbron die buiten het lichaam geplaatst is en waarmee een bundel ioniserende straling op kankercellen kan worden gericht. | |
TME Afkorting van Total Mesorectal Excision, operatietechniek waarbij het aangedane deel van de endeldarm en het omliggend vetweefsel – waarin zich lymfklieren bevinden – wordt verwijderd. | |
Tolerantiedosis Dosis die een orgaan of weefsel kan verdragen zonder dat het zijn functie verliest. | |
Total Mesorectal Excision Operatietechniek waarbij het aangedane deel van de endeldarm en het omliggend vetweefsel – waarin zich lymfklieren bevinden – wordt verwijderd. | |
Tumor 1. Zwelling als gevolg van een ontstekingsproces; 2. Zwelling of gezwel ontstaan door de nieuwvorming van goed- of kwaadaardige cellen. | |
Uitzaaiing Metastase, dochtergezwel dat ontstaan is door in bloed of lymfe meegevoerde cellen van het primaire gezwel. Ze zijn ergens blijven steken en hebben zich daar vermeerderd. | |
Versneller Een apparaat waarmee elektronen, kernen of kerndeeltjes worden versneld. | |