In samenwerking met :  

Maag Lever Darm Stichting


 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Voedingsadviezen en leefregels

Nog steeds heerst ten onrechte de mening dat voeding altijd de oorzaak van maagklachten is. Bij maagpatiënten bestaan ook nog aardig wat misverstanden over welke voedingsmiddelen men wel of juist niet moet vermijden bij maagklachten. Sommige patiënten beperken zich tot het eten van witbrood en beschuitjes en drinken van thee en melk. Volkorenbrood, fruit en veel soorten groenten worden vaak weggelaten. Ten onrechte, want deze voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld rijk aan vitamines, mineralen en vezels. Heel langzaam kan de voedselkeuze resulteren in een eenzijdig eetpatroon; te veel van het een en te weinig van het ander. Er ontstaan tekorten aan voedingsstoffen, voornamelijk van de vitamines en mineralen zoals ijzer. Doordat de patiënten te weinig energie uit de voeding krijgen, en soms ook te weinig eten, vallen ze af. Slechte eetlust kan bijvoorbeeld ook weer bloedarmoede veroorzaken. Er is kortom veel onduidelijkheid, die wij hier willen wegnemen.

De rol van voeding bij maagaandoeningen
Het is slechts zelden zo dat er bepaalde voeding kan worden aangewezen als ongezonde voeding die maagklachten veroorzaakt bij iedereen of bij een groot deel van de mensen. Uitzondering hierop vormen uiteraard bedorven voedsel (waarin zich bacteriën hebben vermenigvuldigd of giftige stoffen zijn gevormd), of voeding met giftige bestanddelen (zoals bij overdadig alcoholgebruik).
Wel zijn er vele voedingsmiddelen en voedingsbestanddelen aan te geven die kunnen bijdragen aan een gunstige omgeving voor het ontstaan van maagklachten en het doen verergeren van bestaande maagklachten. De meest voorkomende voedingsmiddelen die klachten kunnen geven, zijn: koolsoorten, bruine bonen, gebakken voedingsmiddelen, gekruid voedsel, vet eten, sinaasappelsap en koffie. Deze voedingsmiddelen zijn echter niet per definitie ongezond, en moeten alleen vermeden worden als ze last veroorzaken.
Behalve de bovengenoemde voedingsmiddelen kunnen in individuele gevallen ook andere voedingsmiddelen verergering van maagklachten veroorzaken. Hiervoor ontbreekt nogal eens een wetenschappelijke verklaring. Bij het vermijden van voedingsmiddelen moet men met grote terughoudendheid te werk gaan. Dat wil zeggen dat men niet meteen na de eerste aanwijzing dat het voedingsmiddel een slechte invloed heeft, moet besluiten tot langdurige of levenslange vermijding van dat voedingsmiddel. Het vermeende verband kan immers ook op toeval berusten. Pas wanneer herhaaldelijk en zonder enige twijfel een verband is aangetoond, is het verstandig dit voedingsmiddel voorlopig niet te gebruiken.

Tips bij maagklachten
Onderstaande voedingsmiddelen veroorzaken bij iedereen weleens problemen. Vermijd ze echter alleen wanneer ze last veroorzaken.
Gasvormende voedingsmiddelen:
• koolzuurhoudende dranken (cola, seven-up, bier)
• ui, prei, bonen, koolsoorten
• scherpe kruiden
• nieuwe aardappelen
• onrijp fruit
Overige voedingsmiddelen:
• gebakken en gefrituurde voedingsmiddelen
• vet eten
• sinaasappelsap
• koffie

Refluxziekte
Terugstromend maagzuur is een veelvoorkomende klacht. De klachten kunnen verergeren bij verkeerde voedings- en leefgewoontes, overgewicht en obstipatie.
Als de onderste sluitspier van de slokdarm verslapt, kan het maagzuur gemakkelijker terugstromen in de slokdarm. Bepaalde voedingsmiddelen hebben een grote invloed op verslapping van de onderste slokdarmspier. De spier verslapt door vette voeding, alcoholhoudende dranken, pepermunt en chocolade. Daarentegen heeft eiwitrijke voeding zoals magere vlees-, vis- en kipproducten en magere melkproducten vaak een gunstig effect op de sluitspier.
Voedingsmiddelen en dranken die aanleiding kunnen geven tot een toename van refluxklachten zijn onder andere:
• zure voedingsmiddelen als citrusvruchten (sinaasappel, citroen, grapefruit, mandarijn)
• prikkelende voedingsmiddelen als koffie, scherpe kruiden en specerijen, alcoholhoudende dranken en koolzuurhoudende dranken
• hete of koude voedingsmiddelen.
Daarnaast kunnen voedingsgewoontes het terugstromen van maagzuur bevorderen. Verkeerde voedingsgewoontes zijn: niet ontbijten, te grote of vetrijke maaltijden nemen, slecht kauwen en haastig eten. Ook wordt afgeraden vlak voor het slapen gaan nog iets te eten, want dit verhoogt de zuurproductie in de maag waardoor 's nachts klachten ontstaan. Het advies is zo'n twee à drie uur voor het slapen gaan niets meer te eten. Als een patiënt nachtelijke refluxklachten heeft of een oesofagitis, kan het zinvol zijn het hoofdeinde van het bed te verhogen om de terugstroom van maagzuur te voorkomen.
Wat betreft leefgewoontes heeft roken een ongunstige invloed op de werking van de onderste slokdarmspier. Ook kleding en houding spelen een rol. Knellende kleding verhoogt de druk in de buikholte en kan klachten geven. Bij voorover buigen kan maagzuur in de slokdarm komen. Het is daarom raadzaam met een rechte rug door de knieën te zakken.

Tips bij zuurbranden
Vermijd:
• grote maaltijden
• vette voedingsmiddelen en gerechten
• alcoholhoudende dranken
• pepermunt en chocolade
• producten die irritatie kunnen veroorzaken: zure en prikkelende of hete en koude voedingsmiddelen
• roken
• knellende kleding
Adviezen:
• Neem kleine maaltijden verdeeld over de dag.
• Gebruik voldoende vezels en vocht om een goede stoelgang te bevorderen.
• Zorg voor een goed lichaamsgewicht.
• Eet en drink twee à drie uur voor het slapen niets meer.
• Verhoog bij nachtelijke refluxklachten of een oesofagitis het hoofdeinde van het bed 15-20 cm.
• Let op een juiste houding; zak door de knieën om iets op te rapen.

Wel of geen melk bij brandend maagzuur?
Melk bindt het maagzuur en geeft daardoor tijdelijk verlichting van de pijn, terwijl kalk en eiwitten uit de melk juist de productie van maagzuur stimuleren. Melk is gezond en kan niet zomaar weggelaten worden. Het levert belangrijke voedingsstoffen zoals eiwitten, kalk en vitamine B2. Dagelijks heeft men twee tot drie glazen melk, karnemelk of yoghurt nodig.

Overgewicht en/of obstipatie bij refluxziekte
Iemand met overgewicht heeft meer vet in de buik. De maag heeft minder plaats en wordt omhooggeduwd. Daardoor neemt de druk in de buikholte toe, zodat het maagzuur gemakkelijker kan terugstromen.
Wanneer iemand obstipatie heeft, neemt bij persen de druk in de buikholte toe, wat invloed heeft op het terugstromen van maagzuur. In de westerse samenleving is obstipatie een veelvoorkomend probleem. Verkeerde eet- en leefgewoontes spelen hierbij een grote rol: de voeding bevat te weinig vocht en vezels en men heeft te weinig lichaamsbeweging.

Zweerziekte
De opvattingen rondom voeding en maagzweren zijn de afgelopen eeuw nogal veranderd. Mensen met een zweer aan de maag en de twaalfvingerige darm kregen vanaf het einde van de 19e eeuw tot ver in de jaren zeventig van de vorige eeuw strenge 'maagsparende' diëten voorgeschreven. Artsen en patiënten geloofden toen heilig in de genezende werking van de 'maagdiëten'. Daarnaast moest een dieet herhaling van een maagzweer voorkomen. Het doel van de maagdiëten was om zo min mogelijk maagzuur aan te maken en het toch geproduceerde maagsap te binden. Maagsap wordt al gemaakt bij het zien en ruiken van elk voedsel. Daarom werd naast strenge bedrust soms alle voeding verboden of het dieet bestond uit een kleurloze, reukloze, smaakloze en vormloze voeding, zonder genotmiddelen als koffie, alcohol en tabak. Maagsap wordt ook gevormd bij grote maaltijden door uitzetting van de maag. Zodoende werd aangeraden regelmatig en meermalen kleine maaltijden te nuttigen. Vooral diëten met vloeibaar en gemalen voedsel moesten uitzetting van de maagwand en een grote maagactiviteit voorkomen.
Het maagzuur dat ondanks dieetmaatregelen toch nog werd gevormd, moest gebonden worden aan eiwit en kalk uit de voeding, hoofdzakelijk bestaande uit melkproducten. De maaltijden in het aloude maagdieet waren dan ook eenzijdig, ze bestonden immers uit melk en room. Veel maagpatiënten werden daardoor 'vetgemest'. De voorgeschreven bedrust droeg daar nog een steentje aan bij. Het gevolg was ook dat alle patiënten bloedarmoede kregen door een tekort aan ijzer. Immers, melk en room bevatten geen ijzer, terwijl er ook nog een verhoogde kans was op bloedverlies door maagbloedingen. Het menu voor patiënten met een maagzweer was kortom saai en bepaald geen pretje.

In 1935 schafte de Deense dokter Meulengracht deze eenzijdige voedingen af en introduceerde voor patiënten met een maagzweer een volwaardige pureevormige voeding, echter zonder stimulerende stoffen. Daardoor ontstonden geen tekorten aan vitamines en mineralen meer.
Tussen 1930 en 1975 is het aantal maagzweren afgenomen. Dit wordt onder meer toegeschreven aan de consumptie van de meervoudig onverzadigde vetzuren arachidonzuur en linolzuur. Deze vetzuren worden omgezet in prostaglandines, die beschermen tegen inwerking van het maagzuur op het maagslijmvlies. Deze gunstige vetzuren komen onder andere voor in maïsolie, zonnebloemolie, sojaolie en worden verwerkt in dieetmargarines. Ook visolie werkt beschermend.
Een streng dieet is nu niet meer nodig dankzij medicijnen die de maagzuurvorming tegengaan zoals H2-blokkers en protonpompremmers. Daarnaast is door onderzoek ondertussen meer bekend geworden over het effect van voeding op de maag. De conclusies die daaruit getrokken kunnen worden, geven een volledige ommekeer te zien:
• Voeding kan geen maagzweer veroorzaken.
• Een maagsparende voeding (dieet) geneest de maagzweer niet sneller dan een normale voeding. De maaginhoud is bij normale voeding vrijwel even zuur als bij dieetvoeding. Voedsel stimuleert de vorming van maagzuur, maar bindt het ook.
• Voortdurend eten zet de maag aan tot het produceren van maagsap. Het is dus verstandig hooguit drie tot vier maaltijden per dag te nemen, want dan krijgt de maag meer rust dan bij het regelmatig nemen van kleine maaltijden. Ook is het niet raadzaam vlak voor het slapen gaan nog iets te eten, want dan is de kans groot dat men wakker wordt met pijn. Er wordt 's nachts immers veel maagsap gevormd als reactie op voedsel.
• De indeling in makkelijk of moeilijk verteerbaar voedsel is irrelevant bij het ontstaan of de behandeling van zweerziekte. Het is nooit aangetoond dat moeilijk verteerbaar voedsel (vooral vet- en/of vezelrijk voedsel) de genezing van zweerziekte nadelig beïnvloedt, dus patiënten hoeven dit voedsel niet te vermijden.
• Vezelrijke voeding is goed voor mensen met zweerziekte. Voedingsvezels blijven langer in de maag. Het maagsap heeft 'veel werk' aan een vezelrijke maaltijd, waardoor het maagsap minder snel de maagwand kan aantasten.
• Kruiden en specerijen geven in het algemeen geen extra klachten, dus hoeven niet per definitie vermeden te worden.
• Melk geeft weliswaar verlichting van de pijn, maar veroorzaakt ook een verhoogde aanmaak van maagzuur. Een voeding die hoofdzakelijk bestaat uit melkproducten is dus geen oplossing, maar het is ook niet verstandig alle melkproducten te vermijden.
• Alcohol heeft geen invloed op het ontstaan van een maagzweer. Alcohol stimuleert echter wel de zuurproductie; grote hoeveelheden alcohol kunnen een maagontsteking veroorzaken. Bij veel alcoholisten wordt gastritis aangetroffen. Koffie, thee, cacao en cafeïnehoudende cola stimuleren de zuurvorming in de maag, vooral als deze buiten de maaltijden gedronken worden. Ook cafeïnevrije koffie heeft een slechte invloed want deze bevat stoffen die de maag tot zuurvorming aanzetten. Wees dus matig met alcohol, (cafeïnevrije) koffie, thee en cacao.
Bij een deel van de patiënten met zweerziekte treedt bloedverlies op uit de zweer, wat bloedarmoede kan veroorzaken.

Tips bij maagzweer
Eet een smakelijke, verantwoorde en gezonde voeding:
• Gebruik een vezelrijke en gevarieerde voeding.
• Eet op regelmatige tijden, drie à vier keer per dag.
• Gebruik niet te grote maaltijden.
• Kauw goed, meng het speeksel door het voedsel.
• Gebruik de laatste maaltijd ongeveer twee uur voor het slapen gaan.
• Gebruik koffie en alcohol met mate.
• Vermijd (tijdelijk) producten die last veroorzaken.
• Stop met roken.

Maagmotoriekstoornis
Bij een 'luie maag' wordt het voedsel te langzaam gekneed, niet goed vermengd met het maagsap en onvoldoende voortgeduwd. Pas als het voedsel vloeibaar is en fijngemalen, kan het de maag weer verlaten. Normaal duurt dit verteringsproces drie uur, maar bij een luie maag kan het wel vijf uur duren. De verschijnselen zijn misselijkheid, braken, opboeren, vol gevoel in de maag, maagpijn, slechte eetlust en daardoor eventueel ook vermagering.
Het is aangetoond dat vet voedsel de maag langzamer laat werken. Bij een maagmotoriekstoornis is het dus verstandig vetrijke voedingsmiddelen te vermijden. Dit zijn bijvoorbeeld gebakken en gefrituurde gerechten, salades met mayonaise, kaas en worst, gebak of gevulde koek. Wel moet men proberen zoveel mogelijk een gezonde voeding te gebruiken, ook al heeft men geen trek. Wanneer de voeding te eenzijdig wordt of te weinig energie bevat, ontstaan tekorten aan voedingsstoffen die de vertering nadelig beïnvloeden. Verder kan de maag het beste kleine maaltijden verteren. Neem daarom veelvuldig een kleine maaltijd verdeeld over de dag.
Wanneer men last heeft van het verschijnsel opboeren, komt de lucht die bij het eten en drinken is ingeslikt weer naar buiten. Ook bij praten wordt veel lucht ingeslikt, dat is heel normaal. Probeer daarom rustig te eten en goed te kauwen tijdens de maaltijden. Daarnaast zorgen gasvormende voedingsmiddelen zoals peulvruchten, ui, prei, koolsoorten en koolzuurhoudende dranken voor extra lucht in de maag. Deze kunnen beter vermeden worden.

Tips bij een maagmotoriekstoornis
• Eet rustig en kauw goed.
• Verdeel de voeding over kleine maaltijden.
• Vermijd gasvormende voedingsmiddelen.
• Vermijd koolzuurhoudende dranken.
• Zorg voor goede voeding, ook bij matige eetlust.
• Ga bij aanhoudende klachten naar een diëtist.

Maagkanker
Maagkanker komt steeds minder vaak voor in geïndustrialiseerde landen, maar wereldwijd blijft het een van de meest voorkomende vormen van kanker.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat fruit, sla, uien en tomaten een bescherming tegen maagkanker bieden. De stoffen die deze beschermende werking uitoefenen zijn vitamine C en bèta-caroteen. Naar schatting 50-60% van de gevallen van maagkanker kan voorkomen worden door het dagelijks eten van een ruime hoeveelheid groente en fruit.
Twee factoren die het risico op maagkanker vergroten, zijn de consumptie van gezouten en gerookte voedingsmiddelen en van voeding met een hoog nitraatgehalte. Zouten en roken van voedingsmiddelen is een manier om de houdbaarheid te verlengen. Tijdens dit zouten en roken kunnen stoffen worden gevormd die bijdragen aan het ontstaan van kanker. In Nederland is het aantal patiënten met maagkanker de afgelopen jaren afgenomen. Waarschijnlijk is een van de oorzaken dat gezouten en gerookte voedingsmiddelen minder vaak gegeten worden door de komst van de koelkast en de diepvriezer. 'Snijbonen in 't zout' en pekelvlees staan nauwelijks meer op het menu.
De grootste hoeveelheid nitraat die wij binnenkrijgen komt uit groenten en drinkwater. Het drinkwater in Nederland mag niet meer dan een maximum hoeveelheid nitraat bevatten, dus dat kan onbeperkt gedronken worden. In groenten komt nitraat van nature voor. Tijdens het bewaren en opwarmen van groente wordt nitraat door bacteriën omgezet in nitriet. Nitriet kan in de maag een verbinding aangaan met bestanddelen uit eiwitrijke voedingsmiddelen. Deze verbindingen heten nitrosaminen. Nitrosaminen dragen bij aan het ontstaan van kanker. Het advies is niet vaker dan tweemaal per week nitraatrijke groente te eten (zie Goede Voeding Top Tien).

Voedingsproblemen na maagoperaties
Na een maagoperatie kan men last krijgen van 'het syndroom van de kleine maag'. Het syndroom van de kleine maag wordt veroorzaakt doordat de maag de functie van bewaren en opslag na de operatie heeft verloren. De patiënt raakt hierdoor snel verzadigd. Na enkele maanden kan men meestal wel weer grotere maaltijden verdragen. Het advies luidt vaak een kleine maaltijd te gebruiken en gasvormende voedingsmiddelen te vermijden.
Klachten die optreden zijn braken, bloedarmoede, gewichtsverlies en het verschijnsel 'dumping'. Deze klachten duren meestal maar een paar weken, slechts bij een kleine groep patiënten houden ze langer aan. Het spijsverteringsstelsel past zich na verloop van tijd aan de nieuwe situatie aan.
Braken is veelal het gevolg van een te trage of te snelle maagontlediging of van het terugstromen van de gal. Door veelvuldig een kleine maaltijd te gebruiken, worden deze problemen minder.
Na een maagoperatie kan een tekort ontstaan aan ijzer, vitamine B12 en/of foliumzuur, omdat deze stoffen niet meer goed opgenomen kunnen worden door de maag. Dit tekort kan, samen met een slechte eetlust na de operatie, bloedarmoede veroorzaken. Ook bloedingen tijdens en kort na de operatie kunnen bloedarmoede veroorzaken. Bloedarmoede is te voorkomen door een gezonde, gevarieerde voeding die voldoende ijzer, vitamine B12 en foliumzuur bevat. Zie ook Over vitamines en mineralen. Als ijzertekort de oorzaak van bloedarmoede is, neem dan bij elke maaltijd een voedingsmiddel dat rijk is aan vitamine C, zoals fruit, vruchtensap, groenten en aardappelen. Vitamine C bevordert namelijk de ijzeropname vanuit de darm.
Maagpatiënten worden magerder doordat ze weinig eten en als gevolg daarvan onvoldoende energie uit de voeding kunnen halen. Onder Goede Voeding Top Tien vindt u eetadviezen bij vermagering.
Een aantal voedingsmiddelen beïnvloedt de dumpingklachten. Soms treden dumpingklachten op na gebruik van melk en melkproducten. Melk bevat het melksuiker lactose dat diarree veroorzaakt als het te snel in de darm komt. Patiënten laten veelal de melk weg zonder er iets voor in de plaats te nemen. Dit is niet verstandig, want een voeding zonder melkproducten levert te weinig kalk (calcium). Een tekort aan kalk veroorzaakt botontkalking. Een goede vervanging voor melk zijn zure melkproducten zoals yoghurt en kwark. Deze geven meestal minder klachten. Kaas is ook een geschikte vervanging van melk omdat het een goede kalkbron is en geen melksuiker bevat. In plaats van melk kunnen daarnaast producten op sojabasis worden gebruikt zoals sojamelk en sojavla.
Dumpingklachten kunnen ook optreden na gebruik van veel suiker en suikerrijke producten. Wees matig met de hoeveelheid suiker in limonade, frisdranken, koffie en thee, snoep en koek.

Tips bij dumpingklachten
• Gebruik kleine maaltijden verdeeld over de dag (verdeel de voeding in zes tot negen maaltijden).
• Drink weinig (maximaal een kopje) of niet bij de maaltijden.
• Eet iets bij het drinken - zoals een biscuitje, cracker of toastje - zodat het vocht enigszins wordt gebonden.
• Ga na de maaltijd even liggen, zodat de voeding minder 'dumpt'.
• Als er geen melkproducten worden gebruikt, zorg dan voor een goede vervanging.
• Probeer na enige tijd weer eens voorzichtig voedingsmiddelen die vlak na de operatie klachten gaven.
• Vraag advies aan een diëtist.

Algemene voedingsadviezen
Een goede voeding is van (levens)belang omdat die de energie en de voedingsstoffen geeft die ons lichaam zo hard nodig heeft. Goede voeding draagt behalve aan het functioneren van ons lichaam ook bij aan een algeheel gevoel van welzijn, en aan de weerstand tegen ziekten.
Nu eet iedereen weleens minder (gezond) dan anders, bijvoorbeeld als men ziek of gespannen is. Dat zal dan niet direct problemen geven, want ons lichaam heeft van de meeste voedingsstoffen een voorraad van enkele weken. Echter, als zo'n periode van slechte eetlust te vaak voorkomt of te lang duurt, krijgt het lichaam geen kans meer om de voorraden aan te vullen. Er ontstaat dan een tekort aan onmisbare voedingsstoffen als vitamines en mineralen. Nu zijn er een hoop mensen die menen dit probleem te kunnen ondervangen door vitamine- en mineralenpreparaten te slikken. Deze middelen kunnen echter geen oplossing bieden voor tekorten in de voeding, en overmatig gebruik is zelfs schadelijk. Als iemand langdurig te weinig eet en drinkt, ontstaat bovendien een tekort aan eiwitten, vetten, en koolhydraten; belangrijke voedingsstoffen die energie geven aan het lichaam.
Goede voeding is vooral smakelijk en gevarieerd. Als men gevarieerd eet, bestaat er immers de minste kans dat er een tekort ontstaat aan essentiële voedingsstoffen. De Voedingsraad, een wetenschappelijk adviesorgaan voor de regering, heeft een aantal richtlijnen voor goede voeding opgesteld. Noodzakelijke voedingsstoffen zijn: vitamines, mineralen, voedingsvezels, water, eiwitten, vetten en koolhydraten. Het Voedingscentrum in Den Haag geeft op basis van adviezen van de Voedingsraad veel praktische informatie over de samenstelling van een goede voeding, bijvoorbeeld in de vorm van de Voedingswijzer.
In het overzicht hierna kunt u lezen welke voedingsmiddelen een gezonde volwassene dagelijks gemiddeld nodig heeft. Deze tabel biedt een algemene richtlijn, en is geënt op de Nederlandse voedingsgewoontes. Variaties hierop zijn uiteraard mogelijk. Het kan bijvoorbeeld geen kwaad meer dan het vermelde aantal 5-8 sneetjes brood te eten, of brood bijvoorbeeld (gedeeltelijk) te vervangen door muesli of pap. Ook tussendoortjes als een handje noten of een plak cake horen er af en toe bij. Gezond eten kan ook lekker zijn!

Welke voedingsmiddelen heeft een gezonde volwassene dagelijks, gemiddeld ongeveer nodig?
Brood: 5-7 sneetjes
Aardappelen: 3-5 stuks
Groente: 3-4 groentelepels (150-200 gram)
Fruit: 2 vruchten
Melk en melkproducten: 2-3 glazen (300-450 ml)
Kaas: 1-2 plakken (20-40 gram)
Vlees, vis, kip, ei, tahoe, tempé: 100 gram (75 gram gaar)
Vleeswaren: 1-2 plakjes (15-30 gram)
Halvarine, margarine: 5 gram per sneetje brood (= 1 theelepel)
Margarine voor de bereiding: 15 gram (= 3 theelepels)
Vocht: 1 1/2 liter

Goede Voeding Top Tien
De belangrijkste voedingsregels zijn terug te vinden in de 'Goede Voeding Top Tien'. Hieronder volgt een toelichting op die tien regels.

1. Eet gevarieerd.
Gevarieerde voeding zorgt er niet alleen voor dat men voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt, het voorkomt ook dat men te veel schadelijke stoffen opneemt.

2. Wees matig met vet.
Te veel vet is schadelijk voor de gezondheid. Acht op de tien Nederlanders eten te veel vet. Een vetarme voeding voorkomt overgewicht.
Vetarme producten:
• halfvolle of magere melk, karnemelk of magere yoghurt
(in tegenstelling tot volle-melkproducten)
• minder volvette kaas en 20+-kaas, magere smeerkaas of Hüttenkäse
• mager vlees, magere vleeswaren en magere vis; bijvoorbeeld mager rundergehakt, hamlappen, kipfilet, achterham, rookvlees en kabeljauw
• minder vette snacks als popcorn, Japanse zoutjes, crackers,
rijstwafels, vruchtenvlaai of eierkoek (in tegenstelling tot vette soorten als kaas, worst, pinda's en gebak).

3. Eet volop zetmeel en vezels.
Vezels zijn onverteerbare stoffen in ons voedsel. Ze zijn belangrijk omdat ze een goede darmfunctie en stoelgang bevorderen. Vezels zorgen namelijk voor vulling in de darmen, en bij een goede darmvulling wordt de darmwand geprikkeld waardoor het voedsel in de darm goed wordt voortgestuwd. Met andere woorden: vezels zorgen voor een goede peristaltiek. Een ander voordeel van vezels is dat ze vocht aantrekken waardoor de ontlasting zacht wordt. Een vezelrijke voeding moet dan ook voldoende vocht bevatten, want anders kan er verstopping ontstaan. Een vezelrijke voeding geeft overigens ook een gevoel van verzadiging en dat is handig om te weten als men wil afvallen.
Vezelrijke voedingsmiddelen:
• volkoren- en roggebrood
• aardappelen, zilvervliesrijst, volkoren macaroni of spaghetti en peulvruchten zoals witte bonen, bruine bonen of kapucijners
• groente en fruit (tip: dit kan ook als broodbeleg gebruikt worden!).
Ook bevorderend voor een goede darmwerking is:
• ontbijten (een goede maaltijd in de ochtend bevordert de voortstuwende werking in de darm)
• voldoende lichaamsbeweging (vijf keer per week of vaker een halfuur extra inspanning verrichten, zoals wandelen, fietsen, zwemmen etc.).

4. Eet drie maaltijden per dag en eet niet vaker dan viermaal iets tussendoor.
Het advies om het aantal keren dat men iets eet en drinkt te beperken, wordt vooral gegeven met het oog op tandcariës. Bij sommige maagklachten is het echter weer raadzaam meerdere maaltijden te gebruiken (zie hiervoor paragraaf de De rol van voeding bij maagaandoeningen .

5. Wees zuinig met zout.
Grote hoeveelheden zout zijn schadelijk voor de gezondheid. Ons lichaam krijgt al voldoende zout binnen met de hoeveelheid die van nature in ons voedsel zit. Voeg daarom zo weinig mogelijk zout toe bij het koken en wees onder andere ook matig met het gebruik van soeparoma, bouillonblokjes, en eet niet te veel zoutjes en hartige snacks. Hierin zit namelijk veel verborgen zout. Het eten van voeding met weinig zout is ook een van de maatregelen die men kan nemen om maagkanker te voorkomen.

6. Drink dagelijks ten minste anderhalve liter vocht en wees matig met alcohol.
Anderhalve liter vocht staat gelijk aan twaalf koppen, tien bekertjes of acht mokken. Vocht kan zijn melk, koffie, thee, vruchtensap, limonade, frisdrank of water. Voor de meeste mensen, maar zeker ook voor maagpatiënten, is het verstandig om niet meer dan vier koppen koffie per dag te drinken. Wat betreft alcohol wordt aangeraden dat bij voorkeur niet dagelijks te gebruiken, en niet meer dan twee tot drie consumpties op een dag.

7. Houd uw gewicht op het juiste peil.
Als we minder eten en drinken dan we nodig hebben, krijgen we minder energie (uitgedrukt in calorieën) binnen. Na verloop van tijd neemt het lichaamsgewicht af. Als gevolg van ziekte of na een operatie kan de eetlust verminderen en het hongergevoel verdwijnen. Eten kan dan een hele opgave worden. Als we juist weer meer eten en drinken dan we nodig hebben, krijgen we te veel energie (calorieën) binnen. Na verloop van tijd neemt ons lichaamsgewicht daardoor toe. Blijvend gewicht verliezen bereik je niet door gewoon minder te eten: ook veel eet- en leefgewoontes zullen moeten veranderen. Zulke veranderingen gaan niet van de ene dag op de andere; ze moeten zeer goed voorbereid worden, waarbij ook steun uit de omgeving nodig is.
Tips voor als men mager is, afvalt of verminderde eetlust heeft
• Gebruik meerdere kleine maaltijden verdeeld over de dag. Probeer bijvoorbeeld om de twee uur iets te eten of te drinken.
• Ga goed uitgerust aan tafel zodat er voldoende eetlust is.
• Trek tijd uit voor een maaltijd, eet bijvoorbeeld aan een uitgebreid gedekte tafel.
• Drink een halfuur voor de maaltijd een beker bouillon. Dit wekt de eetlust enigszins op.
• Vermijd voedingsmiddelen waarvan men uit ervaring weet dat men ze slecht verdraagt.
• Eet energierijke voedingsmiddelen zoals volle melkproducten, volvette kaas en room.
Tips bij overgewicht
• Vermijd alcohol en gewone frisdranken, en gebruik liever energiearme dranken als koffie, thee, bouillon, light frisdrank, en last but not least: water.
• Vermijd vette producten en kies magere-melkproducten, halvarine op de boterham, mager broodbeleg, mager vlees en vetarme snacks.
• Gebruik zoetjes in plaats van suiker in de koffie en de thee.
• Zorg voor een vezelrijke voeding zodat een verzadigingsgevoel optreedt.
• Zorg voor goede eetgewoontes. Dat wil zeggen: kauw de voeding goed, eet langzaam en eet altijd aan tafel.
• Probeer altijd drie hoofdmaaltijden te nemen.
• Zorg voor voldoende lichaamsbeweging.

8. Voorkom voedselvergiftiging door goede hygiëne.
Bewaar voedingsmiddelen in gesloten verpakkingen en niet langer dan de aangegeven houdbaarheidsdatum op de verpakking.

9. Houd rekening met de aanwezigheid van schadelijke stoffen.
In alles wat we eten en drinken zitten goede en slechte bestanddelen. Gelukkig is er onder andere door de Keuringsdienst van Waren en de fabrikanten een goede controle op wat wij eten en drinken. Ons voedsel kan echter besmet raken met schadelijke stoffen. Het is daarom verstandig voor afwisseling in de voeding te zorgen, zodat er zo min mogelijk kans is op het binnenkrijgen van die stoffen. Sommige schadelijke stoffen zijn van nature in de voeding aanwezig, zoals nitraat dat in groente voorkomt. Door bemesting van landbouwgebieden en door de teelt onder glas kan het nitraatgehalte van groenten sterk oplopen. Als men echter verse, nitraatrijke groenten niet langer dan een tot twee dagen in de koelkast bewaart en ze niet vaker eet dan tweemaal per week loopt men geen risico. Ook lever, nier en zoetwatervis bevatten schadelijke stoffen. Men kan ze daarom beter niet vaker eten dan eens per veertien dagen.
Nitraatrijke groenten: andijvie, bleekselderij, Chinese kool, koolrabi, paksoi, postelein, raapstelen, rode bieten, alle soorten sla, spinazie, spitskool en venkel.
Nitraatarme groenten: asperges, aubergine, bloemkool, boerenkool, broccoli, champignons, courgette, doperwten, knolselderij, komkommer, koolraap, paprika, peulen, pompoen, prei, rabarber, rode kool, savooienkool, schorseneren, snijbonen, sperziebonen, suikermaïs, spruiten, taugé, tomaten, tuinbonen, uien, witlof, witte kool, wortelen, zuurkool.

10. Lees wat er op de verpakking staat.
Op de verpakking van een product staan allerlei gegevens die van belang kunnen zijn voor de consument. Fabrikanten zijn verplicht de houdbaarheidsdatum en de ingrediënten te vermelden. Op de verpakking staat ook vaak de voedingswaarde.

Over vitamines en mineralen
Een goede en gevarieerde voeding levert voldoende vitamines en mineralen om tekorten te voorkomen en gezond te blijven. Vitamines en mineralen komen in zeer kleine hoeveelheden in de voeding voor. De meeste mensen zijn bang om te weinig vitamines binnen te krijgen. Het is bij de meesten wel bekend dat tekorten aan vitamines allerlei ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken. De oorzaken voor een tekort aan vitamines en mineralen kunnen zijn:
• Onvoldoende en slechte voeding.
Bij onvoldoende en slechte voeding ontstaan vooral tekorten aan de in water oplosbare vitamines. Dit zijn vitamine B1, vitamine B2, vitamine B6, vitamine B12, foliumzuur en vitamine C. Daarbij bestaat de kans op een mineralentekort, vooral van ijzer en kalk (calcium).
Te veel kan men niet gauw krijgen van deze vitamines en mineralen, maar het is overbodig om ze als preparaat in te nemen als men op een goede voeding let. Wel is van vitamine C bekend dat een te hoge dosis onder andere nierstenen en zenuw- en nierbeschadigingen kan veroorzaken.
• Abnormaal verlies van vitamines, bijvoorbeeld door diarree.
• Verhoogde behoefte aan vitamines en mineralen, bijvoorbeeld bij te weinig maagzuur.
• Verminderde opname van vitamines en mineralen.
Een teveel aan vitamines kan echter ook nadelige gevolgen hebben, namelijk vergiftigingsverschijnselen. Dit laatste gaat vooral op bij de in vet oplosbare vitamines A, D en E. Een overdosis van vitamine A kan ernstige leverafwijkingen tot gevolg hebben. Zwangere vrouwen moeten oppassen voor een overdosis aan vitamine A; dit kan beschadiging geven aan het ongeboren kind. Een teveel aan vitamine D kan botafwijkingen veroorzaken. Wie een te hoge dosis vitamine E inneemt, kan bijvoorbeeld last krijgen van algemene malaise, bloedingen, trombose en vergroting van de lever.

Waar komen de belangrijkste vitamines en mineralen in voor?

Vitamine B1: volkoren graanproducten, aardappelen, peulvruchten, noten, pindakaas, melk(producten) en varkensvlees; aanbevolen hoeveelheid: 0,7-1,6 mg

Vitamine B2: melk(producten), vlees, groene groenten, peulvruchten (bonen), eieren; aanbevolen hoeveelheid: 1,2-2 mg

Vitamine B6: aardappelen, bruin- en volkorenbrood, eieren, vlees, vis, melk en groenten; aanbevolen hoeveelheid: 1,8-2,2 mg

Vitamine B12: alleen in dierlijke producten: vlees, vis, kaas, melk(producten), eieren; aanbevolen hoeveelheid: 1,25-2,5 mcg

Vitamine C: fruit (vooral aardbeien, citrusvruchten, zwarte bessen, rozenbottels, kiwi's), groenten (spruitjes, koolsoorten, paprika, bladgroenten, aardappelen); aanbevolen hoeveelheid: 70 mg

Foliumzuur: groene bladgroenten, volkoren graanproducten, gistproducten, vlees; aanbevolen hoeveelheid: 200-300 mcg

IJzer: vlees, groene groenten, peulvruchten, volkoren graanproducten; aanbevolen hoeveelheid: 10-15 mg

Calcium: melk en melkproducten zoals vla, yoghurt, karnemelk, kwark en kaas; aanbevolen hoeveelheid: 800-1.000 mg

Veranderen van voedingsgewoontes
Het daadwerkelijk veranderen van voedingsgewoontes is een zware opgave. Vooral voor ouderen kan het moeilijk zijn het vertrouwde eetpatroon op te geven. In dergelijke gevallen kan een diëtist helpen bij het stapsgewijs veranderen van de eetgewoontes. De diëtist vraagt allereerst na wat de patiënt dagelijks eet en drinkt en wat de eetgewoontes zijn. Daarna kan de diëtist laten zien in hoeverre de voeding tekortschiet, en met de patiënt naar een oplossing zoeken waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke eet- en leefgewoontes van de patiënt.
De eerste stap is de voedingsmiddelen die de patiënt niet verdraagt, weg te laten. Om er achter te komen welke voedingsmiddelen dat zijn, kan een eetdagboek hulp bieden. Hierin houdt de patiënt bij wat hij eet (handig is ook de bereidingswijze te noteren: rauw, gekookt, gefrituurd of gebakken) en welke eventuele klachten dat tot gevolg heeft. Via zo'n eetdagboek is een mogelijk verband tussen bepaalde voedingsmiddelen en klachten op te sporen.
De tweede stap is de onmisbare voedingsmiddelen geleidelijk aan weer in het dagmenu te introduceren. Indien de eetlust is verminderd en gewoon eten tegenstaat, kan de diëtist adviseren over energierijke drinkvoedingen.




terug verder




Maagklachten

In dit boek worden de alledaagse en de minder vaak voorkomende maagklachten uitgebreid beschreven. Aan de orde komen de oorzaken, de verschillende onderzoeksmethodes en de medicijnen waarmee deze klachten behandeld kunnen worden

Auteur(s) : Prof. dr. A.J.P.M. Smout/A. Donker
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066114074

Gezond eten voor je darmen

Gezond eten voor je darmen bevat meer dan 100 recepten die zijn ontwikkeld om de smaakpapillen te prikkelen en tegelijkertijd de symptomen van PDS te bestrijden. Het boek bevat veel waardevolle adviezen en praktische informatie die je helpen de ziekte te herkennen en de overlast te beperken.

Auteur(s) : Sophie Braimbridge en Erica Jankovich
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066117037

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.
Gezond eten zonder gluten

Geen gluten en toch lekker eten? Gezond eten zonder gluten bewijst dat het kan. Eet smakelijk!

Auteur(s) : Darina Allen en Rosemary Kearney
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066117044