Androgene hormonen Verzamelnaam voor alle hormonen (inclusief de door de geneesmiddelenindustrie [na]gemaakte hormonen) die een vergelijkbare werking hebben als die van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Ook bij vrouwen worden overigens in geringe mate in de bijni | |
Anovulatoire cyclus Menstruatiecyclus waarbij géén eisprong (ovulatie) optreedt, waardoor de cyclus meestal onregelmatig wordt. | |
Antacidum Geneesmiddel dat reeds in de maag aanwezig maagzuur neutraliseert. Antacida worden vooral gebruikt bij de bestrijding van brandend maagzuur. | |
Antidepressivum Geneesmiddel ter behandeling van depressies. | |
Antrum (venticuli) Onderste (laatste) deel van de maag, vlak voor de overgang naar de twaalfvingerige darm (duodenum). In dit deel van de maag wordt geen maagzuur geproduceerd. | |
Autonome zenuwstelsel Het gedeelte van het zenuwstelsel dat de onwillekeurige organen (buiten de wil om functionerende organen) verzorgt, zoals die van de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling. | |
Biopsie Het wegnemen van een klein stukje weefsel (biopt) voor nader onderzoek, meestal met de microscoop. | |
Biopt Het stukje weefsel dat voor onderzoek weggenomen wordt, meestal om onder een microscoop te bekijken. | |
Corpus ventriculi Bovenste (eerste) deel van maag. In dit deel wordt het maagsap geproduceerd. | |
Diafragma Wordt zowel gebruikt als medische naam voor het middenrif (de spierplaat tussen de borst- en de buikholte) als voor de verstelbare, ronde, opening (zoals in een oog en in een fototoestel) waardoor de hoeveelheid invallend licht geregeld kan worden. | |
Dumping Aan het Engels ontleende term ('storten') waarmee een zeer snelle maagontlediging in de richting van de darmen wordt aangeduid. | |
Duodenum Twaalfvingerige darm: het ongeveer 25 cm lange eerste deel van de dunne darm, dat begint bij de maaguitgang en waarin de uitvoergangen en de alvleesklier en de galblaas uitmonden. | |
Dyspepsie Letterlijk: slechte vertering. Een verouderde, aan het Grieks ontleende term waarmee na een maaltijd optredende onaangename gevoelens in de bovenbuik (pijn, misselijkheid, vol gevoel, branderig gevoel, oprispingen) worden aangeduid en die overigens niets | |
Endoscopie Letterlijk: naar binnen kijken. Het via een flexibele buis of slang bekijken van een hol orgaan in het lichaam, zoals de urineblaas, slokdarm of buikholte. | |
Gastritis Ontsteking van het maagslijmvlies. Acute gastritis wordt meestal veroorzaakt door inwerking op de maag door schadelijke stoffen (bijvoorbeeld overmatig alcoholgebruik), ziektekiemen (bijvoorbeeld bij voedselvergiftiging) of door bepaalde medicijnen. Chron | |
Gastro-enteroloog Medisch specialist die zich uitsluitend bezighoudt met maag-, darm- en leverziekten. | |
Gastroscopie Onderzoek waarbij het inwendige van de maag bekeken wordt. Tegenwoordig worden hier flexibele kijkers voor gebruikt. Bij dit onderzoek wordt eigenlijk altijd ook de slokdarm en de twaalfvingerige darm bekeken. Men noemt het onderzoek daarom ook wel oesoph | |
Globusgevoel Gevoel alsof er een brok in de keel zit. | |
Helicobacter pylori Bacterie die zich bij veel mensen in de slijmlaag van de maag bevindt en een ontsteking van het maagslijmvlies (gastritis) kan veroorzaken. De bacterie is ook betrokken bij het ontstaan van zweren in de maag en de twaalfvingerige darm. | |
Hiatus-hernia Middenrifsbreuk. Bij deze afwijking is de opening in het middenrif, waardoorheen de slokdarm loopt, te wijd of te slap. Daardoor kan het bovenste deel van de maag in de borstholte komen te liggen. Deze afwijking veroorzaakt op zichzelf geen klachten, maar | |
Histamine-2-antagonist Geneesmiddel dat de zuurproductie in de maagwand afremt en dat vaak wordt voorgeschreven bij de behandeling van een maagzweer en van refluxziekte. | |
Internist Medisch specialist die zich bezighoudt met inwendige geneeskunde. Maag-, darm- en leverziekten vallen onder zijn of haar werkterrein, maar ook ziekten van de ademhalingsorganen en de bloedsomloop, en stoornissen in de hormoonhuishouding. | |
Maagklachten In het dagelijks spraakgebruik worden met de term \'maagklachten\' uiteenlopende symptomen aangeduid. Het is lang niet altijd zeker dat deze klachten ook werkelijk hun oorsprong in de maag vinden. Andere nabijgelegen organen zoals de slokdarm, de galblaas, de alvleesklier of de dikke darm zijn nogal eens de boosdoener. De volgende klachten worden vaak aan de maag toegeschreven: slechte eetlust, een vol, opgeblazen gevoel in de bovenbuik, pijn in de bovenbuik, misselijkheid, braken, boeren en oprispen, zuurbranden, pijn achter het borstbeen en hartwater. | |
Maagontledigingsonderzoek Onderzoek waarmee wordt vastgesteld hoe snel voedsel (vast, vloeibaar of beide) de maag verlaat. Dit onderzoek wordt meestal uitgevoerd met een maaltijd waaraan een kleine hoeveelheid radio-actieve stof is toegevoegd, zodat de verplaatsing van de maaginho | |
Maagresectie Chirurgische verwijdering van een deel van de maag of de totale maag. Deze behandeling werd vroeger vaak toegepast wanneer een maagzweer niet goed genas of regelmatig terugkeerde. Sinds de introductie van medicijnen die de vorming van maagzuur remmen, wor | |
Nystagmus Stoornis in de oogbewegingen, waarbij het oog een zich ritmisch herhalende snelle beweging naar de ene kant maakt, gevolgd door een trage beweging naar de andere kant. De nystagmus kan zich zowel in horizontale als in verticale richting voordoen. Een nyst | |
Oesophagitis Onsteking van het slijmvlies van de slokdarm, de verbindingsbuis tussen de mond-keelholte en de maag. De meest voorkomende vorm van oesophagitis is reflux-oesophagitis. Hierbij ontstaat de ontsteking als gevolg van vanuit de maag in de slokdarm terugkomen | |
Oesophagogastroscopie Onderzoek waarbij het inwendige van de maag bekeken wordt. Tegenwoordig worden hier flexibele kijkers voor gebruikt. Bij dit onderzoek wordt eigenlijk altijd ook de slokdarm en de twaalfvingerige darm bekeken. Men noemt het onderzoek daarom ook wel oesoph | |
Pepsine Eiwit-splitsend enzym dat door de maag wordt geproduceerd. | |
Peristaltiek Het geheel van peristaltische bewegingen: ringvormige insnoeringen van de wand van het maagdarmkanaal die veroorzaakt worden door samentrekkingen van de spieren in de wand met als doel de inhoud van de darm voort te stuwen. | |
pH De maat voor de waterstofionen concentratie (concentratie van zuur of zuurgraad). Een pH 7 is neutraal. Hoe lager de pH, hoe zuurder de vloeistof. | |
Prokineticum Groep medicijnen die de peristaltiek van de spieren in de slokdarm en de maag stimuleert, waardoor ondermeer de lediging van de maag wordt bespoedigd en voedsel minder gemakkelijk terugvloeit in de slokdarm. Deze medicijnen worden ondermeer gebruikt bij d | |
Protonpompremmer Geneesmiddel waarmee de zuurproductie door de maag zeer sterk kan worden geremd. Deze groep medicijnen wordt vooral gebruikt bij de behandeling (en daarna preventie) van een maagzweer en van slokdarmontstekingen als gevolg van terugvloed van zure maaginho | |
Pylorus Medische naam voor de maagportier, de kringspier op de overgang tussen de maag en de twaalfvingerige darm. | |
Pyrosis Medische term voor zuurbranden, een brandend pijnlijk gevoel midden op de borst achter het borstbeen en in de bovenbuik (maagkuiltje). | |
Refluxziekte Symptomen en verschijnselen veroorzaakt door het terugstromen van de zure maaginhoud naar de slokdarm. Dit leidt tot klachten over zuurbranden achter het borstbeen, vooral in liggende houding na de maaltijd of bij het voorover bukken. Op den duur kan er z | |
Ulcus Medische naam voor zweer. | |
Ulcus duodeni Medische naam voor een zweer in de twaalfvingerige darm. | |
Ulcus ventriculi Medische naam voor een maagzweer. | |
Ulcus ventriculi Medische naam voor een maagzweer. | |
Vagotomie Operatie waarbij de tiende hersenzenuw (nervus vagus) geheel of gedeeltelijk wordt doorgesneden, meestal ter hoogte van het middenrif. De operatie werd vroeger toegepast om een vermindering van de zuurproductie door de maag te verkrijgen. Door de introduc | |
Zweerziekte Ziekte waarbij, meestal als gevolg van een teveel aan maagzuur, een zweer in de twaalfvingerige darm of de maag ontstaat. | |