|
|
Atypische antipsychotica De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar het stemmingsstabiliserend effect van de zogenaamde atypische antipsychotica. Dit zijn medicijnen als risperidon (Risperdal), olanzapine (Zyprexa), quetiapine (Seroquel) en aripiprazol (Abilify). Deze stoffen zijn ontwikkeld als middel tegen een psychose, maar lijken eigenschappen te bezitten waardoor ze ook in toenemende mate gebruikt worden bij de behandeling van de manisch-depressieve stoornis. Atypische antipsychotica kunnen goed een manie bestrijden. Als de patiënt het medicijn na herstel van de manie in blijft nemen wordt de kans op een terugval in de manie kleiner. Sommige atypische antipsychotica lijken ook depressies te kunnen voorkomen of zelfs genezen. Omdat lithium, valproaat en carbamazepine soms tekort schieten (zelfs in combinatie), wordt soms geprobeerd verbetering te verkrijgen met een atypisch antipsychoticum. Dit kan dan alleen, of in combinatie met bijvoorbeeld lithium worden ingenomen. Gebruik De meeste atypische antipsychotica kunnen 1 maal daags worden ingenomen. Bloedspiegels prikken is in het algemeen niet zinvol. Bijwerkingen De oudere antipsychotica hadden vooral als bijwerking het optreden van bewegingsstoornissen die overeenkomen met de verschijnselen van Parkinson. De nieuwere, atypische antipsychotica hebben deze bijwerkingen minder. Wel komen andere bijwerkingen meer voor, zoals gewichtstoename en bijvoorbeeld een grotere kans op suikerziekte, verhoogd cholesterol en hart- en vaatziekten. |
Als je geest een vuurpijl is Een helder en informatief boek over wat er precies wordt verstaan onder een manisch-depressieve stoornis, wat de verschijnselen zijn, de behandelmogelijkheden en de gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |








