In samenwerking met :  

Vereniging voor Manisch-Depressieven en Betrokkenen


 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Lithium

 
Al in de tijd van de Romeinen adviseerden artsen patiënten met een manie water te drinken uit bepaalde bronnen. Later bleek dat deze bronnen lithium bevatten. De Romeinen waren dus waarschijnlijk de eersten die, zonder het te weten, deze stof ter behandeling van een manie toepasten. Lithium werd als scheikundig element namelijk pas in 1817 ontdekt. De herontdekking van lithium als middel tegen manie werd bij toeval gedaan door Cade in 1949. Rond die tijd begon men lithium echter ook te gebruiken als vervangingsmiddel voor keukenzout in een zoutarm dieet. Daarbij bleek dat lithium eigenlijk zeer gevaarlijk is en dat bij ongecontroleerd gebruik ernstige vergiftigingen kunnen optreden. Om die reden werd het gebruik van lithium toen ook in de psychiatrie gestaakt, tot het moment dat een Deense psychiater, Mogens Schou, in 1954 voor het eerst nauwkeurig onderzoek deed naar de werking van lithium bij een manie.

Preventief bij manie en depressie
Korte tijd later bleek dat lithium, behalve als medicijn bij een bestaande manie, ook effectief was ter voorkoming van manieën bij een manisch-depressieve stoornis. Vervolgens bleek hetzelfde te gelden voor depressies.
Lithium werkt alleen zolang je het gebruikt. Als na vele jaren lithiumgebruik zonder psychiatrische problemen geprobeerd wordt ermee te stoppen, blijkt helaas dat dit zeer vaak (bepaalde onderzoeken geven aan bij meer dan 50% binnen 6 maanden) een terugkeer van de manisch-depressieve episoden, in­luidt.
Als de lithiumprofylaxe beëindigd wordt, moet dat bij voorkeur geleidelijk gebeuren. Tenzij dat natuurlijk gewoon niet kan (bij een lithiumvergiftiging bijvoorbeeld).
De effectiviteit van lithium is betrekkelijk groot. Bij meer dan tweederde van de patiënten die lithium gebruiken, komen geheel geen manische of depressieve episoden meer voor, of zijn deze zo licht dat ze nauwelijks problemen veroorzaken.
De ernstige consequenties van een manisch-depressieve stoornis (met name zelfmoord) blijken dankzij lithium sterk te verminderen of nagenoeg te verdwijnen.
Overigens lijkt het erop dat dit antisuïcidale effect van lithium losstaat van de therapeutische effecten op de stemmingsstoornis. Lithium heeft kennelijk een specifiek antisuïcidaal effect. Een geslaagde suïcide bij iemand die goed is ingesteld op ­lithium is (gelukkig) een zeldzaamheid. Ten slotte kan toevoeging van lithium aan een behandeling met antidepressieve geneesmiddelen een tot dan toe niet goed herstellende depressie genezen.

Werking lithium nog niet bekend
Ondanks enorm veel onderzoek, weten we nog altijd niet precies hoe lithium werkt. Het is eigenlijk een wonder dat lithium zo’n heilzaam effect heeft, terwijl het juist zo’n eenvoudige stof is. Sterker nog, de meest eenvoudige vaste stof uit de natuur.
Sommigen hebben dan ook wel gedacht dat het juist werkt door zijn eenvoud en beperkte omvang.
Lithium is een natuurlijke minerale stof, die in veel opzichten lijkt op andere natuurlijke elementen, zoals natrium, kalium en magnesium. In het lichaam gedraagt het zich min of meer als keukenzout; het wordt niet aan eiwitten gebonden en nagenoeg volledig door de nieren uitgescheiden. Dat is dus heel anders dan de meeste medicijnen, die door de lever worden afgebroken. Een zeer klein deel wordt uitgescheiden via ontlasting, zweet of speeksel.
Momenteel gaan we het meest uit van de gedachte dat lithium invloed heeft op het precies afstellen van de signaaloverdracht in de zenuwcel, ofwel de communicatie tussen zenuwcellen. Dit zou ook enigszins kunnen verklaren waarom er een effect is op zowel de manie, de depressie als op de labiliteit. Lithium komt in het lichaam in heel kleine hoeveelheden voor. De concentratie bij mds-patiënten is niet anders dan bij anderen. De therapeutisch gebruikte lithiumconcentraties zijn vele malen hoger en het is dus niet zo dat de lithiumtabletten een te lage lithiumconcentratie zouden corrigeren.
Lithium heeft overigens enorm veel effecten, en waarschijnlijk is er meer dan één werkingsmechanisme. Het heeft effecten (en bijeffecten) op verschillende systemen in het lichaam. Lithium heeft ook bijzondere effecten op andere orgaansystemen. Zo heeft het bijvoorbeeld een stimulerend effect op de witte bloedlichaampjes, die bij de behandeling van kanker te gering in aantal kunnen worden. Het is werkzaam bij clusterhoofdpijn en een aantal andere lichamelijke ziektebeelden.
Interessant is ook de bevinding, dat lithium een beschermend effect heeft op afbraak van zenuwcellen. Dit zou kunnen betekenen dat lithium een positief effect heeft bij zogenaamde neurodegeneratieve ziekten. De respons op lithium is erfelijk bepaald. Er zal dus vast ook een koppeling zijn tussen de werking van lithium en de invloeden van genetische factoren.

Verschillende lithiumpreparaten
Er zijn diverse lithiumpreparaten op de markt. Wat betreft de werking verschillen ze onderling waarschijnlijk niet. Het voordeel van de merkpreparaten (Camcolit en Priadel) is dat er maar één sterkte van bestaat en dat de tabletten goed herkenbaar zijn. De kans op vergissingen is daardoor uiterst klein.
Van het merkloze lithiumcarbonaat, dat het goedkoopst is en even goed werkt, zijn vier verschillende sterkten (200, 300, 400 en 500 mg) in de handel. Dat kan voor vergissingen zorgen. Als iemand tabletten van 500 mg gebruikt en per vergissing tabletten van 200 mg gaat gebruiken, is de kans groot dat de bloedspiegel (de concentratie lithium in het bloed) zo laag wordt dat het preparaat niet meer werkt. In het omgekeerde geval kan de bloedspiegel zo sterk toenemen, dat een lithiumvergiftiging dreigt. Omdat vergissingen zulke grote gevolgen kunnen hebben, kan het bestaan van vier sterkten van het merkloze lithiumcarbonaat een nadeel zijn. Gebruikers moeten daarom altijd opletten of ze in de apotheek de juiste tabletten hebben gekregen. Verder is het waarschijnlijk zo dat de constante afgifte en samenstelling een voordeel is bij merkpreparaten. Ten slotte is bij de merkpreparaten ook de vervelende metaalsmaak minder vaak een probleem.

Gevaarlijk voor kinderen!
Wat voor alle medicijnen geldt, geldt in het bijzonder voor li­thiumpreparaten: zorg dat kinderen er niet bij kunnen komen. Zelfs als een kind maar enkele tabletten heeft ingenomen, of als u dat vermoedt, moet u altijd direct medische hulp zoeken.

Bloedspiegel
De bloedspiegel is de concentratie van lithium in het bloed. De meeste medicijnen worden aan iedereen in één bepaalde standaarddosis voorgeschreven. Bij lithium is dat niet het geval, omdat de bloedspiegel bij één bepaalde dosering van persoon tot persoon kan verschillen. Dat komt doordat de nieren het lithium bij de één veel sneller uitscheiden dan bij de ander. Daarom wordt de dosering voor iedereen individueel vastgesteld aan de hand van de bloedspiegel. Hierbij streeft men naar waarden tussen de 0,6 en 0,8 mmol/l (bepaald in een bloedmonster dat 12 uur na de laatste lithiuminname is afgenomen). Bij therapieresistentie kiezen we wel voor hogere bloedspiegels tussen 0,8 en 1,0 mmol/l. Bloedspiegels beneden 0,4 mmol/l achten we niet zinvol en bij spiegels boven 1,0 mmol/l moet de patiënt rekening houden met behoorlijk wat bijwerkingen.

Figuur 6. Verloop van de lithiumconcentratie in het bloed na één dosis.

Maximale bloedspiegel
Wanneer iemand een dosis lithium inneemt, is vier uur na inname de hoogste concentratie in het bloed bereikt. Daarna daalt deze concentratie weer, totdat de volgende dosis wordt ingenomen. De concentratie in het bloed (de bloedspiegel) is dus niet de hele dag hetzelfde.

Hoe vaak is controle nodig?
De frequentie van de controle is niet voor elke gebruiker gelijk. Dat is afhankelijk van een aantal factoren. Voor iemand die al jaren zonder problemen lithium gebruikt, er veel van weet en bij bijwerkingen direct aan de bel trekt, is één controle per drie maanden voldoende. Anderen, die vaker ontregeld raken, medicijnen gebruiken die de lithiumspiegel beïnvloeden, en/of andere lichamelijke ziekten hebben, zullen vaker voor controle moeten komen. Soms zelfs eenmaal per week. Onder normale omstandigheden houden we in Nederland een termijn van één tot drie maanden aan. Uiteraard dient de bloedspiegel tijdens de instelfase, en ook bij bijzondere omstandigheden, vaker te worden gecontroleerd.

Figuur 7. Verloop van de lithiumconcentratie in het bloed tijdens de instelfase van de behandeling bij gelijkblijvende doses.

Dosis verschilt van persoon tot persoon
Er is geen vast verband tussen het aantal tabletten dat de patiënt slikt en de concentratie lithium in het bloed. De één heeft meer tabletten nodig dan de ander om eenzelfde concentratie in het bloed te bereiken.
Jonge mensen moeten soms iedere dag veel tabletten slikken om een redelijke bloedspiegel te onderhouden, ouderen hebben soms maar één tablet nodig. De enige manier om daarover zekerheid te krijgen, is door het bloed te controleren.

Dosering aanpassen
Onder bepaalde omstandigheden, zoals bij een verminderde uitscheiding door een nieraandoening, of bij het gebruik van middelen tegen reuma of plastabletten, moet de dosering worden aangepast. De bloedspiegelbepalingen dienen hierbij als leidraad en zullen dan ook vaker gedaan worden.

Wijze van gebruik
Er is niet aangetoond dat het eenmaal per dag innemen van een dosis minder effectief zou zijn dan het twee- of driemaal daags innemen. Eenmaal per dag innemen heeft praktische voordelen, vooral als het ’s avonds gebeurt. De hoogste concentratie valt dan ’s nachts wanneer de patiënt slaapt. De eventueel optredende bijwerkingen treden dan ook in die periode op. Ook voor het bepalen van de bloedspiegel is het gemakkelijker als de dagelijkse dosis ’s avonds in één keer wordt ingenomen, omdat het bloed hiervoor 12 uur na de laatste inname moet worden afgenomen. Laboratoria nemen bij voorkeur ’s morgens bloed af. Ten slotte is het voor de nieren minder belastend en op de lange termijn dus gunstig als lithium eenmaal per dag wordt ingenomen.

Begin van een lithiumbehandeling
Wanneer iemand voor het eerst op lithium wordt ingesteld, zal de behandelend arts doorgaans voorzichtig beginnen. Vijf tot zeven dagen na een bepaalde lithiumdosering zal een evenwichtstoestand zijn bereikt en heeft het zin om de bijbehorende bloedspiegel te bepalen.

Bijwerkingen van lithium
Bij bijwerkingen willen patiënten soms met de lithiumbehandeling stoppen en dat is best begrijpelijk. De bijwerkingen geven je immers dagelijks last, terwijl je het werkzame effect vaak niet zo merkt.
Bijwerkingen bedreigen, naast de kwaliteit van leven, ook de betrouwbaarheid waarmee het medicijn wordt ingenomen. Daarom proberen we van alles om de bijwerkingen zoveel mogelijk te reduceren en draaglijk te maken. Aangezien lithium overal in het lichaam te vinden is, en waarschijnlijk een heel basale rol vervult, zullen eventuele bijwerkingen divers en op verschillende orgaansystemen gericht zijn.
Het middel moet natuurlijk niet erger zijn dan de kwaal. Vaak kun je samen met de behandelaar de bijwerkingen draaglijker maken. Het gaat dan meestal om medicatieaanpassingen, dosisverlagingen et cetera. Een dosisverlaging kan de kans op terugval echter vergroten. De meeste bijwerkingen van lithium zijn gelukkig niet ernstig en gaan soms helemaal over door de dosis iets aan te passen. De balans tussen effectiviteit van de medicatie en de bijwerkingen kan soms al gevonden worden in een kleine aanpassing van de dosis.

Dorst
Vrijwel iedereen heeft bij het gebruik van lithium last van dorst, vooral in het begin van de behandeling.
Bij dorst en droge mond hebben veel patiënten permanent een kan met ijswater (eventueel met uitgeknepen citroen) in de koelkast staan. Ze gebruiken zure producten (citroen, komkommer en kwark) en ook ijsthee is populair. Een droge mond, die overigens nog kan worden verergerd door het gebruik van antidepressiva, kan ook cariës tot gevolg hebben. Alhoewel het soms als erg vies spul wordt ervaren, worden sommige patiënten goed geholpen met zogenaamd kunstspeeksel (Saliva Orthana).
Lithium kan ook de smaak beïnvloeden. Veel patiënten klagen over een metaalsmaak. De uitscheiding van lithium in speeksel kan hiervan de oorzaak zijn, of het omhulsel van de tablet. Dan is veranderen van preparaat (en dan bij voorkeur in een merkpreparaat) soms een oplossing.

Maag- en darmklachten
Aanvankelijk zijn er vaak ook lichte maag- of darmklachten (misselijkheid en diarree), die echter vrijwel altijd weer verdwijnen. Soms helpt een middel tegen misselijkheid en/of diarree. Af en toe treden ook slikklachten op. Een ander preparaat, capsules of een drankje met lithium kan de oplossing zijn als deze klachten niet spontaan verdwijnen. Een enkele keer vermindert de eetlust. Zeer zelden is er sprake van braken. Door andere toediening of tijdelijke dosisvermindering verdwijnen de klachten vaak. Ook inname met pap of yoghurt en vooraf wat eten helpen vaak.

Trillende handen
Sommige mensen hebben last van trillende handen. Het minderen van alcohol- en koffiegebruik kan dan een gunstige werking hebben. Dit kan echter best ingewikkeld uitpakken; de cafeïne in de koffie kan de lithiumspiegel iets verlagen. Stoppen met cafeïne verhoogt dus de lithiumspiegel, waardoor het beven juist weer kan toenemen. Beven kan ook een gevolg zijn van emoties. Soms blijkt het voorschrijven van propranolol een oplossing te bieden.

Veel plassen
Door toegenomen dorst gaat de lithiumgebruiker doorgaans meer drinken. Als nog meer wordt gedronken dan het dorstgevoel ons aangeeft, wordt er in verhouding nog meer geplast. Veel drinken is soms een soort gewenning. Bewust niet drinken is echter gevaarlijk en dus altijd af te raden.
Het is wel van belang veel plassen goed in de gaten te houden. Is de hoeveelheid geproduceerde urine in 24 uur minder dan 3 liter, dan wordt dat nog gezien als onschadelijk en ‘normaal’. Bij grotere hoeveelheden dient er nader onderzoek en indien mogelijk behandeling te volgen.

Procedure
Plas op tijdstip T. Gooi die urine weg. Die is immers voor dit tijdstip geproduceerd. Meet de hoeveelheid urine die vanaf dat moment geplast wordt. Plas uit op tijdstip T + 24 uur. Meet die hoeveelheid mee. Die is immers in die tijd door de nieren geproduceerd.

Gewichtstoename
50 procent van de patiënten die lithium gebruiken, heeft last van gewichtstoename. Vaak is dat een gevolg van de combinatie met andere medicijnen. Dat neemt niet weg dat lithium ook gewichtstoename in de hand werkt, onder meer doordat stemmingsverbetering ook tot een toegenomen eetlust kan leiden. Daarnaast heeft lithium een direct effect op de verwerking van koolhydraten. De grotere dorst kan bovendien leiden tot het drinken van grote hoeveelheden hoogcalorische dranken. Ten slotte kan lithiumgebruik leiden tot een trager werkende schildklier en dit kan ook zorgen voor gewichtstoename.
Bij gewichtstoename is de belangrijkste maatregel het verminderen van de calorie-inname en (meer) sporten. Een diëtiste die zich heeft geschoold in deze speciale problematiek, kan hierbij behulpzaam zijn.

Andere mogelijke bijwerkingen
Lithium kan acne en psoriasis uitlokken of verergeren. Meld deze klachten aan uw behandelaar. In het algemeen zal de arts u graag doorverwijzen naar een dermatoloog.
Allergische reacties op lithium zijn wel beschreven, maar komen zelden voor. Vaker gaat het dan om de bijgevoegde stoffen in de tabletten.
Ook haaruitval kan bij gebruik van lithium een probleem zijn, zij het zelden en dan meestal bij vrouwen. Een enkele keer wordt dit veroorzaakt door het optreden van schildklierproblemen, maar het kan ook ontstaan door het gebruik van lithium of andere medicijnen. Nauwkeurige observatie van de haaruitval door een huidarts, terwijl de lithiumbehandeling wordt voortgezet, is hier een mogelijkheid. Spontaan herstel komt dan regelmatig voor. Als dat allemaal niet helpt, adviseren we de dosis te verminderen. In het uiterste geval kan de ­lithiumbehandeling gestaakt worden en kan men een alternatief proberen.
Meestal zijn de bijwerkingen afhankelijk van de lithiumplasmaspiegel, maar dat geldt zeker niet voor alle bijwerkingen. Zo werkt lithium op de zenuwcellen en die bevinden zich in het hele lichaam. Bij gevoelige mensen kan lithium daardoor een heel scala aan neurologische verschijnselen geven. Sommige patiënten klagen over lusteloosheid en spierzwakte en anderen over een vlakke stemming. Ook de concentratie en het geheugen kunnen in sommige gevallen minder zijn. Praat daarover ook met de behandelaar. Meestal is dosisaanpassing voldoende om deze klachten te verbeteren.
Ondanks deze opsomming van mogelijke bijwerkingen, willen we hier benadrukken dat lithium over het algemeen goed verdragen wordt en de bijwerkingen acceptabel zijn. Zeker in vergelijking met de bijwerkingen die bij gebruik van andere psychofarmaca voorkomen.

Lithiumvergiftiging
Oppassen bij zoutverlies
Lithium en keukenzout hebben een bijzondere relatie met elkaar. Wanneer het zoutgehalte in het lichaam afneemt, bijvoorbeeld door een zoutloos dieet, door diarree of zweten, probeert de nier dit zoutverlies tegen te gaan door minder ­lithium (zout) uit te scheiden. Als gevolg daarvan wordt de ­lithiumconcentratie in het bloed aanmerkelijk hoger en ontstaat de kans op bijwerkingen en een lithiumvergiftiging.

Lithiumvergiftiging ontstaat sneller bij:
• een zoutarm dieet;
• gebruik van bepaalde medicijnen (o.a. plaspillen en bepaalde
pijnstillers);
• braken en diarree;
• langdurige transpiratie;
• te weinig vochtgebruik;
• ziekte met hoge koorts.

Verschijnselen van een dreigende lithiumvergiftiging:
• voorheen niet bestaande en snel erger wordende sufheid;
• sloomheid;
• lusteloosheid;
• spierzwakte;
• zwaar gevoel in armen en benen;
• een onzekere ‘dronkemansloop’ of ‘dronkemansgelal’ (terwijl
geen alcohol is gedronken);
• sterk beven van handen en/of kaak;
• braken, diarree;
• spiertrekkingen.

Oppassen voor overdosering
De dosering van lithium luistert zeer nauw. Een geringe overdosering kan al ernstige bijwerkingen veroorzaken. En er is slechts een klein verschil tussen de werkzame bloedspiegel en de bloedspiegel waarbij al vergiftigingsverschijnselen (lithium­intoxicatie) optreden. Een verdubbeling van de concentratie kan dan leiden tot ernstige symptomen. Daarom mag u een vergeten dosis nooit inhalen.

Verschijnselen
Een te grote hoeveelheid lithium in het bloed kan ernstige gevolgen hebben, zoals spierverstijving, spierkrampen, epileptische aanvallen, bewusteloosheid en uiteindelijk, als niet wordt ingegrepen, ook de dood. Hieraan gaat een fase met voorspellende verschijnselen vooraf, waardoor we een dreigende lithiumvergiftiging kunnen herkennen. Overigens is het mogelijk dat er zelfs bij een normale bloedspiegel vergiftigingsverschijnselen optreden. In deze gevallen zal vaker dan gewoonlijk een lithiumbloedspiegel worden bepaald en eventueel de dosis worden aangepast.
Een lithiumvergiftiging is ernstig en kan onherstelbare gevolgen hebben als niet wordt ingegrepen. Hoe zwaarder de vergiftiging en hoe langer de duur ervan, des te groter is de kans op ernstige, soms blijvende symptomen.

Behandeling
Het symptomenbeeld is dus belangrijker dan de bloedspiegel. Meestal zal de patiënt moeten worden opgenomen in het ziekenhuis. Een behandeling met lithium is een specialistische aangelegenheid, die altijd door of in samenwerking met een deskundige psychiater/arts dient te geschieden.
Zodra zich tekenen van een dreigende lithiumvergiftiging voordoen, dient u het gebruik van lithium onmiddellijk te staken en uw behandelaar of de huisarts te waarschuwen. Deze zal met spoed de lithiumspiegel laten bepalen. Bij een vergiftiging zal meestal opname in een ziekenhuis volgen.

Invloed op de schildklier
Vooral bij vrouwen komt het nogal eens voor dat de schildklier minder gevoelig wordt voor het signaal uit de hersenen dat de vorming van het schildklierhormoon (thyroxine of T4) regelt. De hersenen moeten dan steeds meer signaalstof (TSH) afgeven om ervoor te zorgen dat de schildklier voldoende schildklierhormoon vormt. Soms wordt de schildklier daarbij ook groter (struma). Uiteindelijk kan de situatie ontstaan dat de schildklier, ondanks een overmaat van TSH, niet meer in staat is om voldoende schildklierhormoon te maken. Dit komt bij ongeveer één op de twintig gebruikers van lithium (bijna altijd vrouwen) voor. Om deze situatie tijdig op het spoor te komen, zal bij mensen die lithium gebruiken af en toe een bloedonderzoek naar de schildklierwerking plaatsvinden. De meeste kans op schildklierproblemen bestaan gedurende de eerste twee jaar van de behandeling, maar ook na vele jaren kan het nog plotseling de kop opsteken. Vrouwen rond de overgang hebben een grotere kans op schildklierproblemen. Ook het hebben van schildklierantilichamen en schildklierproblemen in de familie zijn factoren die zorgen voor een grotere kans op problemen met de schildklier.
Verschijnselen die bij een te trage werking van de schildklier kunnen optreden, zijn gewichtstoename, traagheid, kouwelijkheid, het lager worden van de stem, obstipatie en een onregelmatige menstruatiecyclus. Ook overproductie van schildklierhormoon komt voor, zij het heel zelden.

Invloed op de nieren
De functie van de nieren is tweeledig. Ze hebben een filterfunctie, waarmee ze het bloed ontdoen van giftige stoffen, en een terugopnamefunctie, waardoor het gefilterde vocht weer wordt opgenomen.
Veel en meer plassen is een belangrijke bijwerking van lithium. Lithium remt het vermogen van de nieren om afvalstoffen te concentreren, waardoor de urineproductie toeneemt. Als gevolg hiervan gaat ongeveer één op de drie lithiumgebruikers duidelijk meer plassen en, omdat hierdoor dorst ontstaat, ook meer drinken. Dit effect op de nieren is soms onomkeerbaar. Bij een zeer grote urineproductie moeten we ons dus afvragen of het lithiumgebruik wel voortgezet moet worden. Naast de genoemde problemen is er een kleine kans dat de nieren door lithiumtherapie ook schade oplopen in de filterfunctie.
Omgekeerd hebben nierziekten ook invloed op de lithiumconcentratie in het bloed. De nieren zijn immers de organen die het lithium uitscheiden. Als de nieren niet goed functioneren, loopt deze uitscheiding gevaar en wordt de kans op een lithiumvergiftiging groter. Regelmatige controle van de filterfunctie van de nier door middel van het bepalen van het kreatinine en de zogenaamde ‘klaring’ is dan ook regel.

Invloed van andere medicijnen op de lithiumspiegel
Sommige medicijnen beïnvloeden de lithiumspiegel. Gelijktijdig gebruik van deze medicijnen en lithium betekent dus dat daarmee rekening gehouden moet worden. Vertel daarom aan iedere arts die u medicijnen wil voorschrijven, dat u lithium gebruikt. Bekende medicijnen die de lithiumspiegel kunnen verhogen zijn plastabletten, pijnstillers zoals diclofenac en sommige antibiotica.
Het is verstandig het gebruik van eventuele andere medicijnen door te geven aan de arts die uw lithiumgebruik controleert, en in overleg met hem te bepalen of extra voorzorgen (bijvoorbeeld tijdelijk frequentere controles van de bloedspiegel) noodzakelijk zijn.

Pijnstillers vormen momenteel de hoofdoorzaak bij het optreden van een lithiumvergiftiging. Ze worden immers zonder recept verkocht en makkelijk over het hoofd gezien. Paracetamol is wat dit betreft veilig. Met betrekking tot andere pijnstillers kan men het beste steeds de apotheek of de voorschrijvend psychiater om advies vragen.

Interacties Diuretica: van plastabletten (diuretica) is bekend dat ze de lithiumspiegel fors kunnen verhogen en zelfs tot een lithiumvergiftiging kunnen leiden. Pijnstillers: minder bekend is dat ook sommige ‘moderne’ pijnstillers de lithiumspiegel kunnen verhogen. Het gaat hierbij om de zogeheten prostaglandinesyntheseremmers, zoals ibuprofen (Brufen), indomethacine (Indocid), en diclofenac (Voltaren). Paracetamol kan in dit opzicht als pijnstiller geen kwaad.
Antibiotica: ook sommige antibiotica kunnen de lithiumspiegel verhogen. Bepaalde middelen tegen hoge bloeddruk, bekend als de ACE-remmers, kunnen ook de lithiumconcentratie in het bloed verhogen. Voorbeelden zijn captopril (Capoten) en enalapril (Renitec).
Daarnaast is er nog een aantal geneesmiddelen dat de lithiumspiegel kan verlagen. Dit zijn onder andere acetazolamide (Diamox en Glaupax) tegen verhoogde oogboldruk (glaucoom) en epilepsie en corticosteroïden (zoals Prednison), gebruikt als ontstekingsremmend middel bij bijvoorbeeld astma.
Ook zijn er medicijnen die in combinatie de lithiumspiegel niet beïnvloeden, maar wel op andere wijze problemen kunnen veroorzaken (sommige antipsychotica, zogenoemde calciumantagonisten, carbamazepine en levodopa).

Ziekenhuisopname
Bij iedere ziekenhuisopname dient u het gebruik van lithium te melden aan de behandelend arts. Meestal zal dan direct bij de opname een lithiumspiegel worden bepaald. Meld een ziekenhuisopname ook altijd aan de arts die u de lithium voorschrijft.

Operaties
Lithium kan de werkingsduur van de spierverslappende medicijnen die bij operaties worden gebruikt, verlengen. Over het algemeen wordt geadviseerd bij kleine ingrepen de toediening van de lithiumdosis eenmaal, en bij grote ingrepen tweemaal over te slaan. Dit zal weinig effect hebben op de profylactische werking van lithium, mits daarna weer lithium wordt genomen. Overleg een en ander altijd met de behandelende anes­thesist.

Zwangerschap
Bij een kinderwens doen zich niet alleen vragen voor over onder andere de erfelijkheid van de manisch-depressieve stoornis, maar ook over het gebruik van lithium. Tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap kan het gebruik van lithium leiden tot aangeboren (hart)afwijkingen bij het kind. Overigens blijkt uit recenter onderzoek dat de kans op schade aan de vrucht door lithiumgebruik waarschijnlijk veel minder groot is dan voorheen werd aangenomen. Voorzichtigheid en terughoudendheid blijven echter geboden.
Aangezien het vaak wel even duurt voordat een zwangerschap optreedt nadat het gebruik van voorbehoedmiddelen is gestaakt, is die periode er een met verhoogd risico als dan het gebruik van lithium al wordt gestopt. Geen lithium betekent immers een grotere kans op een nieuwe manische of depressieve episode. Het al of niet stoppen met lithium gedurende de zwangerschap is een belangrijke beslissing die thuishoort bij psychiaters die gespecialiseerd zijn in zwangerschap bij manisch-depressieve stoornis.
Meestal zullen zij een gedetailleerd beleid aangeven. Daarin wordt een advies geformuleerd over alle gebruikte medicatie en zo nodig wordt omzetting in een ander middel aanbevolen dat meer geschikt is in het licht van de zwangerschap. Zoals algemeen gebruikelijk zal ook foliumzuur worden aangeraden en dat wordt in de regel al voor de bevruchting gestart. En ook ten aanzien van de noodzakelijke extra controles, het beleid rond de zwangerschap en borstvoeding (wordt in het algemeen ontraden) worden nauwkeurige afspraken gemaakt. Omtrent deze speciale materie bestaat specifiek voorlichtingsmateriaal (vmbd).
Ook in de periode na de bevalling is er een speciaal beleid nodig. Bovendien is deze periode berucht om de vergrote kans op stemmingsontregeling.
Al met al is een zwangerschap een hele onderneming, waarvoor ruim van tevoren voorbereidingen moeten worden getroffen. Informeer de behandelaar dus tijdig over eventuele plannen en stop nooit zomaar met het gebruik van anticonceptiemiddelen.
De begeleiding van een zwangerschap bij mds vereist toch wel een bijzondere deskundigheid. Dat is de reden dat er een neiging bestaat die ervaring te bundelen in de wat grotere centra, waar een psychiatrische afdeling naast een gynaecologische met geavanceerde onderzoeksmogelijkheden bestaat.

Tien hoofdregels bij lithiumgebruik
1. Neem de voorgeschreven lithiumtabletten iedere dag in op vaste tijden.
2. Haal een vergeten dosis niet in (neem geen dubbele dosis als u de vorige heeft vergeten).
3. Neem nooit minder (maar zeker ook nooit meer) dan de voorgeschreven dosis.
4. Bloedafname voor de bepaling van de lithiumconcentratie in het bloed moet in principe 12 uur na de laatste inname plaatsvinden.
5. Vertel andere behandelende artsen dat u lithium gebruikt. Laat hen ook uw informatiemateriaal zien, bijvoorbeeld deze hoofdregels of dit boek.
6. Als u extra medicatie (bijvoorbeeld plaspillen) voorgeschreven krijgt, geef dit dan door aan degene die u lithium voorschrijft. Gebruik bij voorkeur paracetamol als u pijnstillers nodig heeft.
7. Breng onbegrepen lichamelijke klachten niet alleen onder de aandacht van uw huisarts, maar ook van degene die u lithium voorschrijft.
8. Lithiumgebruik tijdens de zwangerschap geeft risicio’s voor moeder en kind. Laat u bij een kinderwens eerst voorlichten door uw huisarts en psychiater.
9. Zorg voor voldoende zout- en vochtinname bij warmte, ziekte, hevig transpireren en langdurige inspanning. Overleg over een dieet met degene die u lithium voorschrijft.
10. Lees met enige regelmaat het informatieboek door en zorg dat u de verschijnselen van een (dreigende) lithiumvergiftiging kent. Stop in een dergelijk geval de lithiuminname en neem zo spoedig mogelijk contact op met uw behandelaar of de (waarnemend) huisarts.
(Bron: Lithiumpluswerkgroep/VMDB)




terug verder




Als je geest een vuurpijl is

Een helder en informatief boek over wat er precies wordt verstaan onder een manisch-depressieve stoornis, wat de verschijnselen zijn, de behandelmogelijkheden en de gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving.

Auteur(s) : drs. H. Kamp en dr. R. Hoekstra
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066115781

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.