In samenwerking met :  

Vereniging voor Manisch-Depressieven en Betrokkenen


 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Onderzoek en diagnose

 
De verschijnselen van de manisch-depressieve stoornis zijn lang niet bij iedereen even duidelijk aanwezig. Bovendien zijn er nogal wat verschillende combinaties mogelijk. Soms kan het heel moeilijk zijn om het vermoeden bevestigd te krijgen dat er sprake is van een manisch-depressieve stoornis. Want wanneer is de stemmingsregeling ziek en hoe zie je dat?
Als er van een overduidelijke manische ontremming sprake is, zal dat op dat moment voor een arts weinig problemen opleveren. Opvallend is echter, dat er bij de patiënten zelf een zekere neiging bestaat om later de manische episoden te ‘vergeten’, omdat die immers voor henzelf niet zo verschrikkelijk waren. Waarschijnlijk voelde de patiënt zich in die periode juist prima. Veel meer herinnert hij zich het lijden tijdens de ernstig depressieve episoden die deel uitmaken van het ziektebeloop. De partner daarentegen herinnert zich de manische episoden des te beter, omdat er toen grote hoeveelheden geld over de balk werden gesmeten, er veel ruzies waren, etc.
Voor het stellen van de diagnose is de arts dan ook vaak aangewezen op de beschrijving die partners, familieleden en anderen uit de directe omgeving van de patiënt geven. Dat geldt vooral voor de beschrijving van eventueel vroeger doorgemaakte episoden van de ziekte.
Ook ten aanzien van depressies is de situatie niet altijd even duidelijk. Er is nogal eens een uitlokkende of ontwrichtende factor aan te wijzen, die als het ware een vanzelfsprekende verklaring vormt voor het feit dat iemand op een bepaald moment depressief is. Dit kan vertroebelen dat er ook een duidelijke kwetsbaarheid speelt die ook zonder die externe factoren tot depressies kan leiden.
Als de patiënt niet aan de arts vertelt dat er zich in het verleden een of meer manische episoden hebben voorgedaan, kan de arts een manisch-depressieve stoornis over het hoofd zien. De arts ziet de depressie dan als een losstaande depressie, en niet als een depressieve episode in het kader van een manisch-depressieve stoornis. Dit kan het bepalen van de juiste behandeling bemoeilijken.
Verder kunnen de klachten uit zoveel lichamelijke symptomen bestaan, dat noch de arts noch de patiënt wil geloven dat er sprake is van een depressie. Zij zullen eerder denken aan een lichamelijke kwaal. Dit noemen we in uitgesproken gevallen een gemaskeerde depressie.

Stellen van de diagnose
Wanneer staat nu vast dat iemand lijdt aan een manisch-depressieve stoornis? Strikt genomen is dat alleen het geval, als duidelijk is dat zich ooit een manische episode heeft voorgedaan. Dit is niet altijd even gemakkelijk vast te stellen, omdat de patiënt die periode totaal anders kan hebben beleefd dan zijn omgeving.

Criteria voor een diagnose stemmingsstoornis
In het algemeen kunnen we stellen dat er sprake is van een stemmingsstoornis als de stemming geen of geen juiste relatie meer heeft met de realiteit. Dat wil zeggen: een aanhoudende depressieve of juist overdreven opgewekte stemming, die niet past bij de omstandigheden. Het is in zulke gevallen altijd verstandig in de eerste plaats eens bij de huisarts te rade te gaan, en vooraf een aantal zaken systematisch na te gaan.

Verschijnselen
Geef een beschrijving van de perioden met depressieve verschijnselen, zoals depressieve gevoelens, gevoelloosheid, schuldgevoelens, gevoel van waardeloosheid, traag denken en concentratieproblemen, vergeetachtigheid, slaapproblemen, vermoeidheid, veranderingen in eetlust en lichaamsgewicht, geremdheid of rusteloosheid, denken aan de dood en afname van de seksuele gevoelens.
Geef een beschrijving van de perioden met (hypo)manische verschijnselen, zoals het gevoel van eigenwaarde, slaap en slaapbehoefte, uitgavenpatroon, activiteiten op het sociale, seksuele en beroepsmatige vlak, en eventueel riskant gedrag (bijvoorbeeld in verkeer).

Levensgeschiedenis
Geef zoveel mogelijk met een begin- en een einddatum aan in welke perioden zich de verschillende episoden met klachten hebben voorgedaan. Maak dit overzicht van de levensgeschiedenis bij voorkeur samen met de partner of een vertrouwd familielid. Welke behandelingen en medicijnen zijn in het verleden toegepast? Hoe lang en in welke doses werden de medicijnen gebruikt en met welk resultaat? En werd het bloed regelmatig gecontroleerd?

Uitlokkende factoren
Ga na of er voorafgaand aan een episode een bepaalde uitlokkende factor is aan te wijzen, zoals het gebruik van bepaalde medicijnen, stress of bijzondere levensomstandigheden, zoals een vakantie, jetlag, of een zwangerschap. Volgde een episode op een menstruatie of een nachtdienst?

Erfelijke factoren
Het is belangrijk om te weten of zich in de familie vergelijkbare gevallen voordeden. Zijn er familieleden als gevolg van zelfdoding overleden? Zijn er ooit familieleden in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen? Bedenk daarbij dat ook mensen die zogenaamd alleen maar ‘overspannen’ waren, mogelijk in werkelijkheid aan een psychiatrische ziekte hebben geleden. Door het taboe dat op de psychiatrie rust, blijft de ware reden van een opname of oorzaak van een ziekte nogal eens onduidelijk.

’Life-chart’
Het kan vaak verhelderend werken om het beloop van de stemming in de loop van het leven in kaart te brengen. Het is niet eenvoudig om precies voor ogen te hebben hoe lang en hoe ernstig depressieve en manische perioden zijn verlopen over een periode van enkele jaren. Hulpmiddelen kunnen daarbij goed van pas komen en dan is het nog niet makkelijk. De zogenaamde Life Chart Methode is speciaal voor de manisch-depressieve stoornis ontwikkeld en geperfectioneerd en wordt daarom het meest gebruikt. Om terug te kijken over een bepaalde periode wordt de retrospectieve Life Chart gebruikt. Hiermee kan meer duidelijkheid verkregen worden over de diagnose en het effect op de stemming van medicijnen en allerlei andere factoren.
Ook is het een goede gewoonte om aan het eind van elke dag de stemming te registreren. Hiermee kan het beloop in de tijd goed worden gevolgd en wordt het effect van de therapie inzichtelijk. Omdat het effect van een behandeling vaak pas op lange termijn kan worden geëvalueerd, is het belangrijk om te kunnen zien of de inspanningen succes hebben. Hiervoor wordt een andere versie van de Life Chart gebruikt, de prospectieve, zie de bijlage op pagina 101.

Diagnose
Voor het stellen van de diagnose manisch-depressieve stoornis is helaas geen diagnostische test mogelijk. De arts zal moeten afgaan op wat hij bij de patiënt aan verschijnselen ziet en op de criteria die de patiënt aandraagt.
Als de huisarts vermoedt dat er sprake is van een stemmingsstoornis, kan hij een behandeling instellen. Al naar gelang de aard en ernst van de stemmingsstoornis zal de huisarts een patiënt liever direct doorsturen naar een psychiater. Omdat het stellen van de diagnose manisch-depressieve stoornis vaak lastig is en omdat vaak specifieke medicijnen die goede controle vereisen voorgeschreven worden, wordt het doorgaans aangeraden de patiënt te verwijzen naar een psychiater. Zeker als de primaire behandeling van een stemmingsstoornis door de huisarts onvoldoende resultaat heeft, lijkt verwijzing naar een psychiater op zijn plaats. Ga ook naar de huisarts als een episode alweer voorbij is. Zo krijgt de huisarts meer inzicht in het beloop van het ziektebeeld.

Zoek altijd hulp in de directe omgeving
De professionele zorg voor de manisch-depressieve stoornis is weliswaar zeer verschillend georganiseerd, maar gaat toch uit van een behoorlijke mate van consensus. Dat wil zeggen, dat er overeenstemming bestaat over het beleid dat we bij de manisch-depressieve stoornis voeren. De laatste jaren is die consensus nog aanzienlijk vergroot door de activiteiten van de Lithiumpluswerkgroep en het Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen, die proberen de zorg voor de manisch-depressieve patiënt overal in het land te optimaliseren. Mede op grond van die consensus zijn richtlijnen ontwikkeld die alom als uitgangspunt worden gekozen. Op de websites van het Kennis­centrum en op die van de patiëntenvereniging (vmdb) staat een lijst met psychiaters die zich specifiek hebben toegelegd op de manisch-depressieve patiënt. Daar kan eventueel een second opinion worden aangevraagd. Het is altijd verstandig hulp te zoeken in de directe woonomgeving. In geval van nood of bij complicaties van medicijngebruik is het van belang dat men met spoed gecontroleerd kan worden en dat gaat beter in de eigen regio.




terug verder




Als je geest een vuurpijl is

Een helder en informatief boek over wat er precies wordt verstaan onder een manisch-depressieve stoornis, wat de verschijnselen zijn, de behandelmogelijkheden en de gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving.

Auteur(s) : drs. H. Kamp en dr. R. Hoekstra
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066115781

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.