|
|
Erfelijkheid bij manisch-depressieve stoornissen Patiënten zelf zijn zich meer dan wie ook bewust van het belang van erfelijke factoren. Vrijwel iedere patiënt heeft wel een familielid dat ook aan een manisch-depressieve stoornis lijdt. Bij een grote groep manisch-depressieve patiënten op een polikliniek blijkt een belangrijk deel twee of zelfs meer familieleden te hebben die eveneens lijden aan een manisch-depressieve stoornis. Bij eerstegraads verwanten (vader, moeder, zoon, dochter) is de kans dat men de ziekte eveneens heeft of zal krijgen 10 procent, dus tienmaal zo groot als normaal. Bij tweedegraads verwanten zakt dit percentage aanzienlijk, tot 5 procent, en bij verder verwijderde verwantschap tot de normale 1 procent. Jan, 20 (casus) Jan werd op een dag plotseling opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij liep in een grote stad bizar uitgedost over straat, was vrolijk en ontremd, strooide met geld en dacht dat hij belangrijke dingen aan de wereld te melden had. Zijn vriendin, die hem zo niet kende en volkomen ontredderd was door zijn toestand, was zelfs bang voor hem geworden. In de afgelopen twee dagen had hij al hun spaargeld er doorheen gejaagd, dat ze juist zo naarstig gespaard hadden om samen een huis te kunnen kopen. Jan was altijd gezond geweest, afgezien van een wat sombere periode ongeveer een jaar geleden, waarbij hij tot zijn schrik had bemerkt dat hij tijdelijk zelfs zelfmoord - gedachten had. Een oom van vaderskant had een manisch-depressieve stoornis gehad. De vader van zijn vader was om onduidelijke redenen in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen geweest en daar verdronken in de vijver (mogelijk suïcide). Jan wilde van een opname niets weten. Hij voelde zich immers prima; wat moest hij in een inrichting? Daar kon hij immers niet verder gaan met zijn lezingen en voordrachten. Naarmate er voorzichtig op werd aangedrongen dat hij zich zou laten opnemen, werd Jan ook prikkelbaarder en verbaal agressief. Zijn vriendin vluchtte naar haar ouders en nam iedere dag contact op met de behandelend arts, met de ietwat verwijtende vraag of Jan nu nog niet kon worden opgenomen. Hij gedroeg zich onmogelijk en hij wilde geen enkele hulp accepteren. Jan was inmiddels al twee keer voor een IBS (inbewaringstelling) beoordeeld, maar telkens kon deze door het RIAGG niet worden afgegeven, omdat de door de wet vereiste criteria ontbraken. Ondanks deze situatie bleef Jan om onduidelijke redenen wel naar de polikliniek komen. Op zekere dag lukte het daar wel om Jan over te halen zich te laten behandelen. Hij stelde daarbij wel als voorwaarde dat dit zonder opname zou gebeuren. In de polikliniek is Jan, en later ook zijn vriendin, uitvoerig geïnformeerd over de (beperkte) poliklinische mogelijkheden. Beiden wilden toch dat het poliklinisch zou worden geprobeerd. Jan accepteerde de noodzakelijke medicatie (een antipsychoticum en lithium) en werd in de loop van enkele weken een ander mens. Hoewel men dat niet had verwacht, kon dus een opname worden voorkomen. Met Jan gaat het alweer 8 jaar goed. Overigens gaat een dergelijk beleid ook geregeld mis en is dan de oorzaak van veel extra verdriet. Jolanda, 37 (casus) Jolanda was een erkend manisch-depressieve patiënte. Er was noch bij de behandelaars, noch bij patiënte zelf enige twijfel aan de diagnose. De behandeling verliep uitstekend. De patiënte gebruikte lithium, wat een volledig effect had. Helaas had ze wel wat last van het beven van haar handen en een ernstige dorst. Dit was de reden waarom ooit carbamazepine was geprobeerd. Hierna volgde echter een recidief, daarom was de carbamazepine weer snel vervangen door lithium. Tijdens een gesprek met haar kwam een nicht ter sprake, die ze kortgeleden bezocht had en over wie ze zich zorgen maakte. Zij zat namelijk al weer vele maanden apathisch en zonder aanwijsbare reden thuis. De nicht werd (na overleg met haar huisarts) uitgenodigd en bleek ernstig vitaal depressief. Zij was tuinarchitecte, maar haar laatste opdracht dateerde van vijf jaar geleden. Overigens bleek zij ook een manisch beeld in de voorgeschiedenis te hebben. Eerst werd een antidepressief geneesmiddel geprobeerd, waarop zij helaas hypomanisch werd. Daarom werd ze daarna op lithium ingesteld. Vanaf die tijd gaat het goed met haar. |
Als je geest een vuurpijl is Een helder en informatief boek over wat er precies wordt verstaan onder een manisch-depressieve stoornis, wat de verschijnselen zijn, de behandelmogelijkheden en de gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |








