|
|
Beloop Veel gebruikt wordt het onderscheid tussen zogenaamd type I en type II bipolaire stoornis. Een beloop dat gekenmerkt wordt door uitgesproken, ‘klassieke’ manieën, doorgaans naast depressieve episoden, wordt dan type I genoemd. Als behalve depressieve perioden vooral hypomanische perioden voorkomen, die bijvoorbeeld niet gepaard gaan met een opname in een psychiatrisch ziekenhuis, spreken we van type II. Dit onderscheid is slechts beperkt relevant. Het kan bijvoorbeeld leiden tot een keuze voor iets andere medicijnen, maar grofweg is de behandeling van beide typen hetzelfde. Een volledig spontaan beloop komt nog slechts zelden voor, omdat de meeste patiënten op een bepaald moment toch behandeld moeten worden. Zonder behandeling, zo weten we uit de periode van vóór de ontdekking van de huidige medicijnen, komt het bijna nooit voor dat de ontregelingen achterwege blijven en de ziekte dus als het ware geneest. Dat betekent dat, als men eenmaal een aantal episoden heeft doorgemaakt, de kans klein is dat het daarbij blijft. Meestal volgen er (zonder behandeling) dan nog meer episoden. Hieruit blijkt duidelijk dat het zeer verstandig is om, wanneer de diagnose manisch-depressieve stoornis eenmaal is gesteld, zich blijvend te laten begeleiden door een psychiater, bij voorkeur in samenwerking met een gespecialiseerde psychiatrisch verpleegkundige. Als een dreigende episode snel wordt behandeld, kan verdere verslechtering vaak worden voorkomen. |
Als je geest een vuurpijl is Een helder en informatief boek over wat er precies wordt verstaan onder een manisch-depressieve stoornis, wat de verschijnselen zijn, de behandelmogelijkheden en de gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |








