Androgene hormonen Verzamelnaam voor alle hormonen (inclusief de door de geneesmiddelenindustrie [na]gemaakte hormonen) die een vergelijkbare werking hebben als die van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Ook bij vrouwen worden overigens in geringe mate in de bijni | |
Antistoffen Stoffen die door het afweersysteem van het lichaam worden gemaakt en die virussen en bacteriën kunnen doden. Worden ook wel antilichamen genoemd. | |
Antiviraal middel Middel dat virussen doodt. | |
Ataxie Stoornis van de coördinatie van de spieren als gevolg van een aandoening van de hersenen. Een coördinatiestoornis van de spieren van de benen leidt tot een loopstoornis die als 'stuurloos' wordt ervaren. | |
BAEP Afkorting voor brainstem auditory evoked potential onderzoek. Dit is een onderzoek om de werking van de hersenstam te meten. Daartoe wordt een bepaalde geluidsprikkel aan het oor toegediend, waarna de elektrische impuls gevolgd wordt op zijn weg via de ge | |
BAEP Afkorting voor brainstem auditory evoked potential onderzoek. Dit is een onderzoek om de werking van de hersenstam te meten. Daartoe wordt een bepaalde geluidsprikkel aan het oor toegediend, waarna de elektrische impuls gevolgd wordt op zijn weg via de ge | |
Bipolair Letterlijk: tweezijdig. Wordt in de psychiatrie gebruikt voor stemmingsstoornissen waarbij zowel manische als depressieve episoden voorkomen. | |
Borrelia Bacterie die via tekenbeten wordt verspreidt en de ziekte van Lyme veroorzaakt. | |
Catheterisatie Met een slangetje (catheter) via een lichaamsopening vloeistof af laten lopen. Zo wordt een urine-catheter gebruikt om via de plasbuis urine uit de blaas af laten lopen. | |
Cauda equina Letterlijk 'paardenstaart': het geheel van zenuwwortels dat ontspringt aan het ondereinde van het ruggenmerg. | |
Cerebellum De kleine hersenen, gelegen achter en onder de grote hersenen. De kleine hersenen zijn betrokken bij de coördinatie van de spierbewegingen en het evenwicht. | |
Cerebrum Letterlijk 'hersenen', maar in het algemeen gebruikt als naam voor de grote hersenen, ter onderscheiding van de kleine hersenen (het cerebellum). | |
Differentiaaldiagnose Een aantal andere diagnoses die, behalve de vastgestelde diagnose, ook als mogelijke verklaring of oorzaak voor de klachten en verschijnselen van een patiënt opgenoemd kan worden. | |
Dysartrie Een spraakstoornis door problemen met het bewegen van de spieren van de mond, tong en keel, waardoor de spraak slecht verstaanbaar wordt. | |
Echoscopie Apparaat waarmee door middel van geluidsgolven organen binnen het lichaam op een beeldscherm zichtbaar gemaakt kunnen worden. Wordt ook gebruikt om tijdens de zwangerschap de vrucht te bekijken. | |
Elektroforese Een methode om de verschillende eiwitten van elkaar te kunnen scheiden met elektriciteit. | |
ESES Afkorting voor epidurale spinale elektro stimulatie; een methode om pijn te bestrijden, waarbij het ruggenmerg direct elektrisch geprikkeld wordt. | |
Euforie Opgewekte stemming. | |
Frozen shoulder Engels voor 'bevroren schouder'; een pijnlijke verstijving van de schouder. Ontstaat soms als gevolg van een gebrek aan beweging, maar meestal is geen oorzaak aanwijsbaar. | |
Fundoscopie Het bekijken van het netvlies van het oog (de fundus) met een speciaal lampje. | |
Hemiparese Krachtsverlies van de spieren aan één kant van het lichaam (ondermeer gelaat, arm en been). Berust meestal op een infarct of een bloeding (zie CVA) in de hersenen. | |
HLA-systeem Afkorting van human leucocyte antigen, de in een soort streepjescode vastgelegde informatie over een groot aantal weefselkenmerken, die voor ieder mens uniek is. Het verschil in HLA en weefselkenmerken is er de oorzaak van dat weefsel bij een transplantat | |
Hypothese Een als voorlopige waarheid aangenomen maar nog te bewijzen veronderstelling (bijvoorbeeld over de oorzaak van een bepaalde ziekte). | |
Immuunsysteem Het afweersysteem van het lichaam tegen ziektekiemen en andere schadelijke stoffen, bestaande uit bepaalde cellen (onder andere de witte bloedcellen en de lymfeklieren) en de daar gemaakte stoffen (zoals antistoffen). | |
Incidentie Het aantal nieuwe gevallen van een bepaalde ziekte per jaar in een gemeenschap, gerekend per 100.000 personen (zie ook Prevalentie). | |
Incus Een van de drie gehoorbeentjes (zie Aambeeld). | |
Irrationeel Onredelijk, niet gebaseerd op logische redenering. Meestal gebruikt voor een gedrag, idee of beslissing die niet is gebaseerd (of lijkt) op logisch nadenken of het gezonde verstand. | |
Liquor cerebrospinalis Hersenvocht: de vloeistof die zich in de schedel en het ruggenmergkanaal in en rondom het centrale zenuwstelsel bevindt. | |
Lumbaalpunctie Door middel van een dunne naald (ruggenprik) aftappen van hersenvocht uit het ruggenmergkanaal. | |
Magnetic resonance imaging Een techniek waarbij gebruikgemaakt wordt van magneetvelden en radiogolven om een afbeelding te krijgen van lichaamsweefsels. | |
MEP Motor Evoked Potential. Onderzoek om het motorisch systeem van het zenuwstelsel door te meten. | |
Methyl-prednisolon Een sterkwerkend ontstekingsremmend medicijn met de werking van bijnierschorshormoon, dat gebruikt wordt bij opvlammen (exacerbaties) van ontstekings-achtige aandoeningen van gewrichten (zoals reuma), het zenuwstelsel (zoals multiple sclerose), de huid (z | |
Motorisch Dat deel van het zenuwstelsel dat zich bezighoudt met het besturen van bewegingen (de motoriek). | |
MRI Afkorting van Magnetic Resonance Imaging. Het maken van een scan die gebruikt maakt van magneetvelden, waardoor deze onderzoekmethode volstrekt onschadelijk is en daardoor binnen een kort tijdbestek zonder problemen herhaald kan worden. Een MRI is bij uit | |
Multiple sclerose Chronisch verlopende ontsteking van zenuwen in de hersenen en het ruggenmergkanaal, welke verloopt in episoden met verergering en verbetering. De ziekteverschijnselen hangen sterk af van de plaats van de ontstekingsverschijnselen. Vaak voorkomende verschi | |
Myeline De beschermende en isolerende stof rondom een zenuwvezel. | |
Myelopathie Letterlijk: ziek ruggenmerg. Wordt gebruikt als algemene naam voor een aandoening van het ruggenmerg. | |
Neuritis optica Ontsteking van de oogzenuw, die gepaard gaat met een verlies van het gezichtsvermogen. Kan optreden als onderdeel van multiple sclerose, maar ook ontstaan als complicatie van een neus bijholteontsteking of een vergiftiging. | |
Neuritis retrobulbaris Ontsteking van de oogzenuw, die gepaard gaat met een verlies van het gezichtsvermogen. Kan optreden als onderdeel van multiple sclerose, maar ook ontstaan als complicatie van een neus bijholteontsteking of een vergiftiging. | |
Occlusie-effect Verschijnsel dat men de eigen stem 'anders' hoort wanneer de gehoorgangen zijn afgesloten. | |
Oligoclonale antistoffen Antistoffen afkomstig van een gering aantal antistofmakende cellen. Ze worden als losliggende bandjes gezien op het testpapier bij het onderzoek van eiwitten (= elektroforese). Oligoclonale antistoffen worden gezien in het hersenvocht (= liquor) van MS-pa | |
Paraparese Krachtsverlies of onvolledige verlamming van beide benen. | |
Plano lenzen Brillenglazen zonder sterkte ('vensterglas'). Wordt gebruikt voor het goede oog wanneer slechts één van beide ogen slecht ziet. | |
Postpunctionele hoofdpijn Hoofdpijn die kan ontstaan na een ruggenprik en die afhankelijk is van de lichaamshouding: treedt op tijdens rechtop komen en neemt af of verdwijnt na het weer gaan liggen. | |
Prevalentie Aantal gevallen van een bepaalde ziekte per 100.000 inwoners gedurende een bepaalde periode, waarbij zowel de reeds bestaande als de nieuwe gevallen worden meegeteld (zie ook Incidentie). | |
Prion Ziekteverwekker, kleiner dan een virus. Volgens bepaalde theorieën zouden ziekten als de ziekte van Alzheimer en de gekke-koeien-ziekte veroorzaakt worden door een infectie met een prion. | |
Progressie Voortgang van de ziekte in de zin van een verergering van de ziekte (dus achteruitgang van de patiënt). | |
Radioloog Arts die gespecialiseerd is in de beeldvorming (het maken van ondermeer röntgenfoto's en scans) van (delen van) het menselijk lichaam. | |
Remissie Letterlijk: verpozing. De periode waarin de ziekteverschijnselen tijdelijk zijn afgenomen of verdwenen, na een periode waarin de ziekte juist actief was. | |
Sensibel Dat deel van het zenuwstelsel dat zich bezighoudt met het ontvangen van informatie vanuit de zintuigen (zoals zien, horen, voelen, ruiken en proeven). | |
Spasticiteit Verhoogde spanning van spieren waardoor bewegingen moeilijk zijn. Komt bij een groot aantal ziekten van het zenuwstelsel voor en is geen ziekte op zich. | |
SSEP Afkorting van somato sensory evoked potentials, een onderzoek waarbij het sensibele deel van het zenuwstelsel (de gevoelszenuwen) wordt onderzocht. Hierbij wordt een de hand of de voet een kleine elektrische schok toegediend, waarna via elektroden op de h | |
Stress-incontinentie Verlies van urine op momenten dat de druk in de buik plotseling verhoogd wordt, zoals bij lachen, hoesten, niezen, springen, bukken of iets zwaars optillen. | |
Synaps Plaats waar de ene zenuw contact maakt met een andere zenuw of spiervezel, en waar de zenuwprikkels overgedragen worden via neurotransmitters. | |
TENS Afkorting voor transcutane elektrische neuro stimulatie. Hierbij worden via op de huid geplakte elektroden kleine stroomstootjes in de huid gebracht met als doel een moeilijk te behandelen pijn in dat deel van het lichaam te verlichten. | |
Therapietrouw Het op de voorgeschreven wijze innemen van medicijnen of opvolgen van andere medische adviezen. | |
Trigeminusneuralgie Pijn, optredend in aanvallen, in het verzorgingsgebied van een of meer takken van de aangezichtszenuw (nervus trigeminus). De pijn treedt op aan een kant van het gelaat, kaak of mond, na licht aanraken of bij kauwen, is bijzonder hevig en kan enkele secon | |
Urodynamisch onderzoek Een onderzoek waarbij het functioneren van de lagere urinewegen (blaas en urinebuis) en het afsluitmechanisme worden onderzocht. | |
VEP Afkorting voor visual evoked potential onderzoek. Dit is een onderzoek om de werking van de geleidingsbanen van het oog naar de hersenschors te meten. Daartoe wordt met lichtflitsen in het oog geschenen, waarna de elektrische reactie in het gezichtscentru | |