|
|
Calcium Bij de aanmaak van nieuw botmineraal is calcium nodig. Dat geldt niet alleen tijdens de jeugd, wanneer de botten nog groeien, maar ook nadat de lengtegroei is gestopt. Er wordt elke dag 'versleten' botmineraal afgebroken dat door nieuw botmineraal moet worden vervangen. Bovendien verliest het lichaam elke dag een kleine hoeveelheid calcium. Daarnaast is er calcium nodig om het calciumgehalte in het bloed op peil te houden. Wanneer het calciumgehalte in het bloed daalt, zal het lichaam het tekort aanvullen door calcium aan de botten te onttrekken. Het instandhouden van het calciumgehalte van het bloed is ook nog om een tweede reden belangrijk. Calcium zorgt er nl. ook voor dat de botafbraak enigszins wordt afgeremd: zolang er voldoende calcium in het bloed zit, wordt de afgifte van het bijschildklierhormoon (PTH) afgeremd. PTH stimuleert de afbraak van bot; weinig PTH betekent dus dat de botafbraak enigszins wordt afgeremd. Dagelijkse behoefte aan calcium De dagelijkse behoefte aan calcium is niet gedurende het hele leven gelijk. Zowel kinderen als oudere mensen hebben behoefte aan extra calcium. De richtlijnen van de Nederlandse Voedingsraad voor de dagelijkse dosis (ADD) calcium zijn: - kinderen ca. 800 mg - tieners ca. 1200 mg - volwassenen ca. 800 mg en - ouderen ca. 1000 mg. Bij vrouwen is de calciumbehoefte gedurende de zwangerschap en bij borstvoeding hoger dan anders (1200 mg). Ook tijdens de overgang hebben ze meer calcium nodig (1200 mg). ![]() Risicogroepen; extra calcium nodig De dagelijkse dosis calcium die de Nederlandse Voedingsraad aan volwassenen en ouderen adviseert, is voor mensen die een groter risico hebben om osteoporose te krijgen, niet voldoende. Dat geldt zeker voor mensen die wegens een reeds bestaande osteoporose behandeld worden. Voor hen is een dagelijkse inname van ten minste 1200 mg calcium nodig. Als men die hoeveelheid uit de voeding wil halen betekent dit, dat men elke dag minstens een liter melk of melkproducten moet gebruiken. Die hoeveelheid vinden veel mensen te groot. Daarom adviseren veel artsen om ter preventie van osteoporose dagelijks calciumtabletten (met een totale hoeveelheid van 500 mg elementair calcium) te slikken. Elementair calcium Wanneer er over hoeveelheden calcium wordt gesproken, wordt soms de term 'elementair' calcium gebruikt. Dit geeft aan dat men het alléén over het element calcium (Ca-ion) heeft. Calcium is in de natuur niet los aanwezig, maar is altijd gekoppeld aan een andere stof. Ook in de voeding zit calcium altijd vast aan andere stoffen. Om aan te geven hoeveel calcium er in een bepaald voedingsmiddel zit (dus zonder die andere stof mee te tellen) spreekt men van de hoeveelheid elementair calcium. Op dezelfde manier wordt van calciumpreparaten aangegeven hoeveel elementair calcium erin zit. Calcium in de voeding Melk en andere zuivelproducten (zoals yoghurt, kwark en karnemelk) zijn belangrijke calciumbronnen. Behalve veel calcium bevatten ze bovendien een stof (caseïne), die de opname van calcium door de darmwand bevordert. Een halve liter melk bevat 600 mg (elementair) calcium. Gemiddeld bevat de rest van de voeding per dag ongeveer 300 mg (elementair) calcium. Dit betekent dat de in Nederland gebruikelijke twee glazen melk per dag voor veel mensen niet voldoende is om in de dagelijkse behoefte aan calcium te voorzien. Eigenlijk zou drie tot vijf glazen pas voldoende zijn. Zoveel melk drinken de meeste mensen echter niet, en bovendien is dat vanwege het vetgehalte ook niet aan te raden. Het innemen van calciumtabletten kan dan beter zijn. Verkeerde voedingsgewoonten Sommige voedingsmiddelen remmen de opname van calcium uit de voeding af. Dit geldt vooral voor zemelen, waarin zich een stof bevindt, fytaat, die zich verbindt met het calcium uit de voeding. Hierdoor kan het calcium niet meer door de darmwand worden opgenomen. Vooral tarwezemelen bevatten veel fytaat. Ook groenten die veel oxalaat bevatten (zoals bietjes, rabarber en spinazie) binden calcium. Het heeft dus weinig zin om daarbij een glas melk te drinken vanwege het calcium. Zout heeft een ongunstige werking op de calciumbalans. Het is dus beter om niet te veel zout te gebruiken. Daarnaast zijn er voedingsmiddelen die ertoe bijdragen dat het lichaam via de urine te veel calcium verliest. Dit gebeurt wanneer men te veel vlees (eiwit) eet, of te veel koffie (of andere cafeïnehoudende dranken) drinkt. Calciumpreparaten Het gebruik van een calciumpreparaat is nodig, als iemand te weinig melkproducten gebruikt of meer calcium nodig heeft dan hij via het voedsel binnenkrijgt. Bij het gebruik van een calciumpreparaat kan gekozen worden uit een groot aantal preparaten. De sterkten van de verschillende preparaten is onderling niet goed te vergelijken, omdat er gebruik wordt gemaakt van verschillende calciumzouten. Een calciumzout is een verbinding waarin elementair calcium vastzit aan een hulpstof. Omdat de ene hulpstof zwaarder is dan de andere, bevat het ene calciumzout per 100 mg minder elementair calcium dan het andere calciumzout. Zo bevat 100 mg calciumcarbonaat 40 mg elementair calcium, terwijl er in 100 mg calciumgluconaat slechts 9 mg elementair calcium zit. Van het ene calciumzout moet men dus, om net zoveel elementair calcium binnen te krijgen, ruim vier keer zoveel innemen als van het andere calciumzout. Daarom moet niet gekeken worden hoeveel calciumzout een bepaald preparaat bevat, maar naar de hoeveelheid elementair calcium die erin zit. Keuze maken De voorkeur gaat uit naar preparaten die calciumcitraat, calciumgluconaat, calciumglubionaat of calciumcarbonaat bevatten. Deze calciumzouten veroorzaken de minste bijwerkingen en worden het best in het lichaam opgenomen. Daarbij zou men de voorkeur kunnen geven aan een preparaat dat men slechts 1 of 2 keer per dag hoeft in te nemen, afhankelijk van de dosis. Bijwerkingen Het gebruik van calciumpreparaten veroorzaakt over het algemeen weinig bijwerkingen. De meest voorkomende bijwerking is obstipatie (moeilijke stoelgang). Wanneer dit probleem zich voordoet, is dit meestal goed te voorkomen door extra te drinken. Ook een vezelrijke voeding (volkorenbrood, vers fruit en verse groenten) en extra lichaamsbeweging kunnen de stoelgang verbeteren. Gebruik hiervoor liever geen zemelen. Maagirritatie is een minder vaak voorkomende bijwerking van het gebruik van calciumproducten. Wanneer iemand jarenlang te veel calciumpreparaten gebruikt, bestaat er een erg klein risico op de vorming van nierstenen. Calcium dat in het bloed wordt opgenomen, maar niet voor de botopbouw gebruikt wordt, zal namelijk door de nieren worden uitgescheiden. Bij calciumpreparaten met citraat is het risico hierop minder. Combinatiepreparaten met vitamine D Calcium wordt vanwege het gebruiksgemak tegenwoordig meestal samen met een vitamine D in de vorm van een combinatiepreparaat voorgeschreven. Een nadeel hierbij kan zijn dat bij het gebruik van één tablet per dag de dosis calcium net iets te laag is, terwijl men bij het gebruik van twee tabletten per dag onnodig teveel vitamine D inneemt. Gelukkig ligt de dosis vitamine D bij twee tabletten per dag echter nog binnen veilige grenzen. Een teveel aan vitamine D kan echter schadelijk zijn. Wijze van gebruik Een calciumpreparaat kan men zowel tijdens de maaltijd als 's avonds voor het naar bed gaan innemen. Soms wordt de keuze van het moment van inname bepaald door de andere medicamenten die men eventueel gebruikt. Calciumpreparaten kunnen namelijk de opname van sommige andere medicamenten, zoals fluoride en bisfosfonaten (andere middelen tegen osteoporose) en tetracycline (middel tegen infecties) tegenwerken. Er dient daarom tussen het innemen van deze andere medicamenten en het calciumpreparaat minimaal drie uur te verstrijken. Bijzonderheden Calciumpreparaten zijn veilige middelen. Ze hebben het voordeel dat er zelden bloedonderzoek nodig is om de hoeveelheid calcium in het bloed te controleren. Alleen wanneer men tevens een vitamine D-preparaat gebruikt, kan dit soms nodig zijn. De opname van calcium wordt namelijk door vitamine D gestimuleerd, waardoor de hoeveelheid calcium in het bloed te hoog kan worden. Calciumpreparaten mogen niet gebruikt worden door mensen met een te hoog calciumgehalte van het bloed, een te grote calciumuitscheiding via de urine of slecht werkende nieren. Bij mensen die nierstenen hebben of hier vroeger voor behandeld zijn, moet tijdens de behandeling met calciumpreparaten de hoeveelheid calcium in de urine gecontroleerd worden. eerd worden. |
Broze botten Over osteoporose of botontkalking heersen nog altijd veel misvattingen. Veel mensen denken dat het zwakker worden van de botten een normaal ouderdomsverschijnsel is. Wie wel weet dat het om een ziekte gaat, denkt dat er vaak niets aan te doen valt. Ook denken veel mensen ten onrechte dat deze ziekte alleen bij vrouwen voorkomt. Broze botten wil al deze misverstanden uit de wereld helpen.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.Gezond eten in de overgang Marilyn Glenville legt uit hoe voeding als een natuurlijk alternatief voor hormoonvervangende therapie kan werken, en zo de problemen die gepaard gaan met de overgang kunnen verminderen.
|








