In samenwerking met :  

Parkinson Patiënten Vereniging


 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Dopamineagonisten

Een dopamineagonist is een stof met een dopamineachtige werking die de receptoren in de synaps stimuleert. Er is daardoor minder dopamine nodig om de impulsen van de ene zenuwcel over te brengen op de andere. Dopamineagonisten hebben een goed effect bij de ziekte van Parkinson en nagenoeg alle ziekteverschijnselen reageren positief op de behandeling. Omdat het effect van dopamineagonisten echter minder sterk is dan van dopamine zelf, kunnen deze stoffen dopamine niet volledig vervangen.
Op dit moment kennen we in Nederland zes dopamineagonisten: apomorfine, bromocriptine, pergolide, pramipexol, ropinirol en rotigotine. Lisuride is eind 2004 in Nederland uit de handel gehaald maar is o.a. nog wel in Duitsland beschikbaar. Cabergoline en piribidil zijn nog twee andere dopamine agonisten die niet in Nederland voor de ziekte van Parkinson zijn geregistreerd, maar wel in een aantal omringende Europese landen. De dopamineagonisten vertonen onderlinge verschillen in hun chemische structuur en uitwerking op de verschillende dopaminereceptoren, en in hun werkingsduur en bijwerkingen. Omdat parkinsonpatiënten onderling verschillen, is de mogelijkheid om tussen verschillende dopamineagonisten te kunnen kiezen erg belangrijk. Als het effect van het ene middel minder gunstig uitvalt, kan een ander gekozen worden.
Dopamineagonisten kunnen globaal in twee groepen worden onderscheiden: de eerste, oudere groep betreft de van ergotamine afgeleide stoffen, zoals bromocriptine en pergolide, met een voorkeur voor de D2 type dopamine receptor. De tweede, nieuwere groep betreft de niet van ergotamine afgeleide stoffen ropinirol en pramipexol die halverwege de jaren negentig beschikbaar zijn gekomen, en het sinds kort beschikbare, oorspronkelijk in Groningen ontwikkelde, rotigotine. De dopamine agonisten uit deze tweede groep hebben een voorkeur voor de D3 type dopamine receptor.
Vanwege de (kleine) kans op ernstige bijwerkingen van de van ergotamine afgeleide dopamineagonisten (zie pag 59) gaat tegenwoordig bij het nieuw instellen op een dopamineagonist de voorkeur uit naar een niet van ergotamine afgeleide stof zoals ropinirol of pramipexol.
Het doseringsadvies voor ropinirol (ReQuip) of pramipexol (Sifrol) is 3 keer per dag. De werkzaamheid van beide middelen is vergelijkbaar.
Momenteel loopt er onderzoek om ropinirol slechts een keer per dag te doseren. Het doel is om een gelijkmatige spiegel in het bloed gedurende de gehele dag en nacht te realiseren om de parkinsonsymptomen onder controle te houden. De verwachting is dat dit middel in de loop van 2008 beschikbaar zal komen.

Gebruik zonder levodopa
Alle dopamineagonisten zijn geregistreerd voor gebruik in zowel ‘monotherapie’ als in combinatietherapie, met uitzondering van apomorfine, dat alleen voor motorische complicaties is geregistreerd en rotigotine, dat alleen op het ogenblik nog alleen als monotherapie is geregistreerd. Zo kan er gekozen worden voor het starten van een behandeling met alléén een dopamineagonist en daar pas in een later stadium van de ziekte een levodopapreparaat toe te voegen. Voor deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld bij jonge parkinsonpatiënten worden gekozen, om het gebruik van een levodopapreparaat zo lang mogelijk uit te stellen. Ook kan een dopamineagonist eerst nog gecombineerd worden met een ander type parkinsonpreparaat, zoals een mao-b remmer, een anticholinergicum of amantadine.

Gebruik in combinatie met levodopa
Dopamineagonisten kunnen aan levodopamedicatie worden toegevoegd wanneer er bij het langdurig gebruik daarvan motorische fluctuaties, wearing-off of dyskinesieën optreden. Ook als de patiënt geregeld valt als gevolg van freezing, kan geprobeerd worden of gebruik van een dopamineagonist verbetering geeft. Een andere strategie is om een dopamineagonist al in een vroeg stadium samen met levodopa te geven. Beide kunnen dan op een relatief lage dosering blijven, zodat er minder kans op bijwerkingen is. Men neemt aan dat op die manier de problemen die bij een langdurige behandeling met levodopapreparaten kunnen vóórkomen (‘on-off’, end-of-dose-dyskinesieën), minder snel zullen optreden, maar een overtuigend wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt.

Dosering
Net als bij de behandeling met levodopa, moet ook bij dopamineagonisten in het begin een lage dosering worden gebruikt. Bovendien kan de gevoeligheid voor dit soort preparaten van persoon tot persoon zeer sterk verschillen. Bij een snelle stijging van de dosis kan in het begin gemakkelijk misselijkheid optreden en dat kan een reden zijn om de dosis niet verder te verhogen.
De hoeveelheid wordt dan langzaam (bijvoorbeeld eens per week) verhoogd, totdat er een verbetering optreedt. Zodra de behandeling aanslaat, kan de hoeveelheid levodopa met ongeveer een kwart worden verlaagd.
Dopamineagonisten kunnen het best over verschillende porties (2 tot 4) worden verdeeld en tijdens de maaltijd worden ingenomen. De opname in het bloed vindt dan geleidelijker plaats, waardoor de kans op bijwerkingen kleiner is. De werkingsduur (halfwaardetijd) van de dopamineagonisten is 6 uur of langer, daarom is vaker innemen dan 4 maal per dag meestal niet nodig. Van de dopamineagonisten is pramipexol de enige die (onveranderd) via de nieren wordt uitgescheiden. Hiermee moet rekening worden gehouden als het middel aan ouderen gegeven wordt.

Bijwerkingen
De bijwerkingen van dopamineagonisten zijn ongeveer dezelfde als die van de levodopapreparaten, maar treden vaker op. Het gaat hierbij vooral om misselijkheid en bloeddrukdaling. Bij langer gebruik verdwijnen deze bijwerkingen meestal. Tegen de misselijkheid kan domperidon (Motilium) worden gebruikt.
Misselijkheid treedt aanmerkelijk minder vaak op wanneer in het begin de dosis heel langzaam wordt verhoogd. Bij mensen die erg gevoelig voor deze bijwerking zijn, kan de dosis het beste met half zo grote stapjes worden opgehoogd als die de fabrikant adviseert. Als men dan toch nog last blijft houden van hinderlijke bijwerkingen, kan men een andere dopamineagonist proberen.
Als er andere stoornissen zoals hallucinaties, verwardheid en achterdocht optreden, is dat een teken dat de dosering voor deze persoon te hoog is. Deze stoornissen op het psychische vlak worden vaak voorafgegaan door slaapproblemen zoals het optreden van zeer levendige dromen en nachtmerries. Vooral ouderen boven de 70 jaar lopen een risico op psychische bijwerkingen, namelijk hallucinaties. Deze bijwerkingen verdwijnen weer, nadat de hoeveelheid dopamineagonist is verlaagd.
Behalve bovengenoemde bijwerkingen zijn er nog enkele specifieke bijwerkingen van traditionele dopamineagonisten: namelijk een verstopte neus en koude, witte of rode vingers (als gevolg van een vernauwing van de kleine bloedvaten). Daarnaast kan bij gebruik van dopamineagonisten met een ergotamine-achtige structuur een overigens zeldzaam voorkomende, longontsteking ontstaan: longvlies- en longfibrose. Hierbij treedt bindweefselvorming op als gevolg van plaatselijke ontstekingen in de longvliezen en in het longweefsel. Dit leidt tot klachten over kortademigheid, aanvankelijk alleen bij inspanning, maar bij voortschrijden van de ziekte, ook in rust. Gebruikers van een dopamineagonist die last gaan krijgen van opvallende kortademigheid bij inspanning, dienen dan ook door een longarts te worden onderzocht. Een vergelijkbare zeldzame en soms ernstige complicatie is een bindweefselvorming, fibrose, van de hartkleppen, waardoor hartfalen kan ontstaan. Deze aandoening is in 2003 voor het eerst geconstateerd bij enkele tientallen patiënten die pergolide gebruikten en later is deze aandoening ook beschreven bij gebruik van cabergoline. Het lijkt vooralsnog om een zeldzame complicatie te gaan, maar bij gebruik van ergotamine-achtige dopamineagonisten is zeker extra oplettendheid geboden en bij verdenking op deze complicatie wordt cardiologisch onderzoek aanbevolen. Het voorkomen van deze complicatie is de reden om bij nieuw in te stellen parkinsonpatiënten eerst een non-ergotamine dopamineagonist te kiezen, zoals ropinirol (merknaam: Requip) of pramipexol (merknaam Sifrol).

De nieuwste dopamineagonist, rotigotine (merknaam Neupro) wordt toegepast als een pleister die éénmaal daags vervangen moet worden.
Het heeft als duidelijk voordeel toedieningsgemak, maar als nadeel het betrekkelijk vaak voorkomen van huidirritaties. Omdat het een kostbaar middel is en in vergelijkend onderzoek niet beter is dan andere non-ergot dopamineagonisten, is het vooralsnog een tweedelijns keuze.



terug verder




Spieren in de vertraging

De ziekte van Parkinson is een van de meest voorkomende chronische aandoeningen van het zenuwstelsel. Bekende verschijnselen zijn het trage voortbewegen in voorovergebogen houding en beverigheid. Door hun gebreken komen Parkinsonpatiënten vaak angstig en onzeker over.


Auteur(s) : drs. E. Brunt / drs. W. Braam
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066117464

Pee en ik

Pee en ik is een boek met korte verhalen over het dagelijkse leven van een jonge vrouw met de ziekte van Parkinson.

Auteur(s) : Dirma van Toorn
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066117860

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.