|
|
Erfelijkheid Wanneer er iemand in de familie aan de ziekte van Parkinson lijdt, is het begrijpelijk dat andere familieleden zich gaan afvragen of deze ziekte al dan niet erfelijk is. De ervaring leert namelijk dat ongeveer 15 procent van alle parkinsonpatiënten een of meer familieleden heeft met dezelfde ziekte. De kans om de ziekte te krijgen is ongeveer driemaal groter bij mensen die een eerstegraads familielid (vader, moeder, broer of zus) hebben met de ziekte van Parkinson (2,4 procent i.p.v. 0,8 procent). Dit risico is met name verhoogd als het gaat om vroeg beginnende Parkinson: bij een begin voor 45-55 jaar is dit risico zelfs 5-8%. Door onderzoek van familiaire vormen van de ziekte van Parkinson is in de afgelopen jaren ook een aantal genetische oorzaken ontdekt en zijn verschillende veranderingen (mutaties) in het erfelijkheidsmateriaal gevonden die bij het ontstaan van Parkinson een rol kunnen spelen. Bij het eerst ontdekte parkinson gen in 1997, park1, bleek een fout in het alfa-synucleïne gen de oorzaak te zijn van een autosomaal dominant overervende vorm van Parkinson. Sindsdien zijn er tot nu toe meer dan 10 genetische typen gevonden, die genummerd zijn in volgorde van ontdekking: park2, park3 enz. Het gaat zowel om autosomaal dominante vormen die in meerdere generaties kunnen voorkomen, als om autosomaal recessieve vormen, die alleen in één generatie voorkomen. Van een aantal Parkinson-genen is de functie van het eiwit min of meer bekend en daaruit blijkt dat het om uiteenlopende functies gaat. In sommige gevallen betreft het de mitochondriën, die de energie voor de cellen leveren, in andere gevallen gaat het om een functie bij de vorming van synapsblaasjes of bij signaaloverdracht in de cel. Bij ongeveer 2-3% van de mensen met niet-familiaire Parkinson is er thans een genetische factor aanwijsbaar. Bij de huidige stand van zaken is genetisch onderzoek niet zinvol bij mensen die op latere leeftijd de ziekte van Parkinson krijgen en bij wie geen andere familieleden zijn aangedaan. Dat erfelijkheid niet de enige factor is die bepaalt of iemand wel of niet de ziekte van Parkinson krijgt blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek onder ééneiige tweelingen, van wie vaak slechts één van beiden door de ziekte getroffen bleek te zijn. Een ander bewijs voor de rol van omgevingsfactoren is het ontstaan van Parkinson na vergiftiging met een heroine-achtige stof mptp en het voorkomen van Parkinsonverschijnselen bij mangaanmijnwerkers. Momenteel neemt men dus aan dat er bij het ontstaan van de ziekte van parkinson zowel erfelijke als omgevingsfactoren een rol spelen, naast verouderingsprocessen. Het is aannnemelijk dat het aandeel van de verschillende factoren bij iedereen met de ziekte van Parkinson verschillend is. |
Spieren in de vertraging De ziekte van Parkinson is een van de meest voorkomende chronische aandoeningen van het zenuwstelsel. Bekende verschijnselen zijn het trage voortbewegen in voorovergebogen houding en beverigheid. Door hun gebreken komen Parkinsonpatiënten vaak angstig en onzeker over.
Pee en ik Pee en ik is een boek met korte verhalen over het dagelijkse leven van een jonge vrouw met de ziekte van Parkinson. Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |








