In samenwerking met :  

Parkinson Patiënten Vereniging


 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Onderzoek en diagnose

 
Het lijkt eenvoudig om de diagnose Parkinson te stellen. Het beven, de spierstijfheid, de bewegingstraagheid en de karakteristieke houding tijdens het lopen zijn toch duidelijke verschijnselen?
In een aantal gevallen zijn die verschijnselen inderdaad duidelijk, maar het komt vaak voor dat het ziektebeeld er toch anders uitziet. Er bestaan zoveel varianten, dat men eigenlijk kan stellen dat geen enkele parkinsonpatiënt dezelfde is. Er zijn bijvoorbeeld betrekkelijk veel parkinsonpatiënten die niet beven. Daarom is er altijd een uitgebreid gesprek en een lichamelijk onderzoek nodig voordat de diagnose gesteld kan worden en er met een behandeling begonnen kan worden.

Observatie
Kijken naar de patiënt is erg belangrijk bij het onderzoek. Dit begint al als de patiënt uit de wachtkamer wordt opgehaald of als hij binnenkomt in de spreekkamer. De arts kijkt naar de manier waarop iemand uit de stoel opstaat en met lopen begint, naar de manier van lopen en de houding tijdens het lopen. Normaal zwaait iemand tijdens het lopen zijn armen met zijn benen mee naar voren en achteren. Bij de ziekte van Parkinson is het meebewegen van één of beide armen verminderd. Ook de manier waarop iemand zich omdraait, kan informatie opleveren. Normaal draait iemand die zich bijvoorbeeld linksom omdraait eerst het hoofd naar links en dan pas volgt de romp. Bij de ziekte van Parkinson draaien het hoofd en de romp zich tegelijkertijd (‘en bloc’) om.
Tijdens het gesprek wordt gekeken naar de gelaatsuitdrukking van de patiënt in rust en tijdens het praten. Ook kijkt de arts of er sprake is van beven. Daarmee is al een belangrijk deel van het onderzoek afgerond dat bepaalt of men bij het lichamelijk onderzoek moet denken aan Parkinson.

Lichamelijk onderzoek
Het beoordelen van de spierstijfheid of rigiditeit is een zeer belangrijk onderdeel van het onderzoek. De aanwezigheid van spierstijfheid beoordeelt de dokter meestal aan de armen. Daarbij voelt hij in hoeverre de elleboog en pols gemakkelijk passief te bewegen zijn terwijl de patiënt zich zo goed mogelijk ontspant. Normaal moet dat aan beide kanten heel gemakkelijk en soepel gaan. Bij de ziekte van Parkinson voelt de dokter dat er een verhoogde, schokkende weerstand is bij passieve bewegingen in de pols of elleboog. Het lijkt wel alsof er aan een stroeflopend tandrad wordt gedraaid. Daarom wordt er ook wel van het ‘tandradfenomeen’ gesproken. Dat tandradfenomeen is bij de ziekte van Parkinson ‘positief’, dus aanwezig. Een lichte mate van rigiditeit kan worden vastgesteld door tijdens het onderzoek naar rigiditeit de andere arm of hand actief te bewegen, terwijl de onderzochte pols juist zo goed mogelijk ontspannen blijft.

Onderzoek naar traagheid en bewegen
Voor het beoordelen van de traagheid van bewegen (bradykinesie) kan de arts vragen bepaalde bewegingen uit te voeren. Daarbij gaat het vooral om snelle, repeterende bewegingen. Voorbeelden hiervan zijn het snel repeterend tikken met de wijsvinger op de duim, het snel achter elkaar openen en sluiten van de hand, het snel en regelmatig heen en weer draaien van de onderarm en het snel en regelmatig op de vloer tikken met de tenen, de hakken of de gehele voet.

Huid- en peesreflexen
Met de reflexhamer kunnen verschillende reflexen worden gecontroleerd. Bij onderzoek van iemand met Parkinson wordt een bepaalde reflex speciaal onderzocht: de glabellareflex. Hierbij wordt met de wijsvinger een aantal keren snel en licht geklopt tussen de wenkbrauwen, vlak boven de neus. Normaal ontstaat hierbij als reflex alleen gedurende de eerste tikjes een oogknipbeweging en dooft de reflex na enkele seconden uit. Bij parkinsonpatiënten is deze reflex versterkt en dooft de reflex niet goed uit. Daarnaast worden ook andere reflexen aan armen en benen onderzocht. Deze zijn van belang voor het onderzoek naar andere oorzaken van de klachten.

Specifiek onderzoek
Er bestaat geen speciale test waarmee het bestaan van de ziekte van Parkinson kan worden aangetoond of uitgesloten. Er zijn bijvoorbeeld geen afwijkingen in het bloed van de patiënt vast te stellen. Ook op röntgenfoto’s van het hoofd of de bevende ledematen is geen afwijking te zien. Zelfs met gebruik van geavanceerde onderzoektechnieken zoals een eeg, ct- of MRI-scan, zijn geen afwijkingen te constateren. Deze onderzoeken dienen dan ook in de eerste plaats om andere oorzaken voor parkinsonverschijnselen uit te sluiten. Een uitzondering geldt voor een bijzondere opnametechniek, de pet- of spect-scan. Met dit onderzoek kunnen in een vroeg stadium bij de ziekte van Parkinson wel vaak afwijkingen worden gevonden in de dopamine-stofwisseling. Het gaat hier om kostbare apparatuur die niet in alle ziekenhuizen beschikbaar is. Hoewel deze onderzoeken wel aan de diagnose kunnen bijdragen, hebben ook zij een beperkte nauwkeurigheid en zijn de afwijkingen in individuele gevallen niet altijd juist. De anamnese en het lichamelijke onderzoek blijven vooralsnog de belangrijkste basis voor het stellen van de diagnose ziekte van Parkinson.

Vaststellen diagnose
Omdat er voor de ziekte van Parkinson geen speciale test bestaat, is internationaal afgesproken dat er voor het vaststellen van de diagnose ziekte van Parkinson aan ten minste 4 criteria voldaan moet zijn:
1. Aanwezigheid van bradykinesie (traagheid van de bewegingen);
2. Aanwezigheid van tremor en/of rigiditeit (beven en/of stijfheid van de spieren);
3. Duur van de verschijnselen bestaan ten minste 1 jaar;
4. Ontbreken van een andere oorzaak van de klachten, zoals een beroerte of medicijnen).
Daarnaast bestaan er nog enkele aanvullende ondersteunende criteria en enkele uitsluitende criteria. Overigens blijft er ook bij toepassing van deze strikte criteria altijd enige mate van onzekerheid over de diagnose bestaan.

Twijfelen aan de diagnose
Het komt geregeld voor dat iemand met de ziekte van Parkinson (of de partner of een van de kinderen) twijfelt aan de gestelde diagnose. Dat is niet zo verwonderlijk, want iemand die een parkinsonpatiënt kent die hevige bevingen vertoont, kan moeilijk begrijpen dat hij zelf ook de ziekte van Parkinson kan hebben wanneer hij zelf geen last van bevingen heeft. Daarom is onderzoek door de huisarts én door een neuroloog belangrijk. In feite blijft er altijd enige twijfel over de diagnose bestaan, omdat er tijdens het leven geen bewijzende test is.
Voor een (proef) behandeling met parkinsonmedicijnen, zoals levodopa, maakt enige onzekerheid over de diagnose eigenlijk geen verschil, omdat in alle gevallen een behandeling met deze medicijnen geprobeerd kan worden.




terug verder




Spieren in de vertraging

De ziekte van Parkinson is een van de meest voorkomende chronische aandoeningen van het zenuwstelsel. Bekende verschijnselen zijn het trage voortbewegen in voorovergebogen houding en beverigheid. Door hun gebreken komen Parkinsonpatiënten vaak angstig en onzeker over.


Auteur(s) : drs. E. Brunt / drs. W. Braam
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066117464

Pee en ik

Pee en ik is een boek met korte verhalen over het dagelijkse leven van een jonge vrouw met de ziekte van Parkinson.

Auteur(s) : Dirma van Toorn
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066117860

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.