Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Cluster A: excentriek en geïsoleerd

 
Mensen met een cluster A-persoonlijkheidsstoornis gedragen zich vaak vreemd, excentriek en zonderling, ze zijn in zichzelf gekeerd, trekken zich terug uit sociale contacten en zijn beperkt in het uiten van hun emoties. We zien bij hen ook vaak stoornissen in het denken of het waarnemen, dat wil zeggen dat ze soms achterdochtig zijn of waanachtige belevingen hebben die vaak maar kort duren. Ze horen soms bijvoorbeeld een stem negatieve dingen tegen hen zeggen of geloven dat ze een ‘zesde zintuig’ hebben waarmee ze dingen kunnen voorspellen. Vaak hebben ze hier last van in hun contacten met anderen. Ze beleven andere mensen hierdoor vaak als overweldigend, eisend of irritant. Hoewel mensen met een cluster A-persoonlijkheidsstoornis vaak koud en gevoelloos lijken, zijn ze eerder overgevoelig en onhandig. Een van hen schreef bijvoorbeeld: ‘Ik heb het gevoel alsof ik geen huid heb, alsof mensen dwars door me heen gaan.’ Hoe meer de ander een reactie eist of probeert de persoon met deze persoonlijkheidsstoornis uit de tent te lokken, hoe meer deze zich zal terugtrekken. Vaak is deze overgevoeligheid ook een reden waarom ze geen hulp vragen: hulp ontvangen van een ander maakt hen kwetsbaar en dwingt hen tot intiem contact met anderen. Soms betekent dit dat ze erg goed voor zichzelf kunnen zorgen en goed alleen kunnen zijn, maar soms juist dat ze zichzelf verwaarlozen. Dit kan ertoe leiden dat ze uiteindelijk zelf om hulp vragen, maar het komt ook vaak voor dat mensen uit hun omgeving zich zo veel zorgen maken dat zij aan de bel trekken.
Mensen uit cluster A hebben vaak een weinig helder zelfbeeld, ze hebben geen duidelijk doel in hun leven, zijn op veel gebieden onzeker en trekken zich het liefste terug in de veiligheid van hun eigen huis en hun eigen binnenwereld.

De paranoïde persoonlijkheidsstoornis
De kern van deze stoornis ligt in

een diepgaand wantrouwen ten opzichte van anderen.

Mensen met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis interpreteren de beweegredenen van anderen vaak verkeerd: als tegen hen gericht en kwaadwillig. Ze vermoeden bijvoorbeeld, zonder gegronde redenen, dat anderen hem of haar uitbuiten, schade berokkenen of bedriegen. Zo kan geluidsoverlast als de buren een feestje hebben, door een persoon met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis gezien worden als een opzettelijke actie om hem te pesten. Ze piekeren voortdurend over de betrouwbaarheid van vrienden of collega’s zonder dat daar aanleiding toe is. Ze nemen anderen niet snel in vertrouwen, omdat ze bang zijn dat de ander de informatie op een kwaadaardige manier tegen hem of haar zal gebruiken. Achter onschuldige opmerkingen of gebeurtenissen zoeken ze vaak verborgen vernederingen en bedreigingen. Ze zijn vaak rancuneus, voelen zich snel beledigd en gekleineerd en vergeven dat de ander niet. Ze voelen zich gemakkelijk aangevallen of bekritiseerd en kunnen hierop woedend of met een tegenaanval reageren.
Ook als ze een intieme relatie hebben, speelt er vaak wantrouwen: ze denken bijvoorbeeld snel en bij herhaling dat hun partner hen niet trouw is, en leggen allerlei onschuldige zaken (een telefoongesprek tussen hun vrouw en haar mannelijke collega, een keer dansen met een ander tijdens een feestje) al uit als vreemdgaan. Soms kan dit leiden tot verregaande controles van de kilometerstanden van de auto, of voortdurend bellen of sms’en om te controleren waar de ander is. Een verontwaardigde reactie van de partner kan dan uitgelegd worden als: ‘Zie je wel dat je iets te verbergen hebt!’

Achterdocht (casus)
Adrie is tot zijn dertigste alleen gebleven en kwam toen in het café Marian tegen. Hij vond haar vrolijk en ongecompliceerd, en kreeg verkering met haar. Hij dacht dat ze ongeveer van zijn leeftijd was, maar ze bleek pas 16. Toen ze een jaar later zwanger was, trouwden ze en binnen drie jaar hadden ze twee kinderen. Adrie was lange dagen van huis door zijn werk en merkte op een keer dat Marian veel op internet zat te chatten. Hij ontdekte dat ze dat ook met mannen deed en werd steeds achterdochtiger. Toen zij daar met hem over probeerde te praten, hield hij het af: ‘Ik ben geen prater en zij wil alleen maar de baas spelen over mij.’ Hij ging zich steeds verder terugtrekken uit het gezin en ging ’s avonds laat de e-mails en sms’jes van Marian controleren.

Niemand is te vertrouwen
Mensen met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis interpreteren vaak complimenten, grapjes of plagerijtjes als een persoonlijke aanval. Ze zoeken er iets achter of kunnen niet de humor inzien van een onschuldig plagerijtje. Vaak hebben ze grote problemen in intieme relaties of kiezen ze ervoor om als vrijgezel door het leven te gaan. Hun achterdocht en vijandigheid kunnen ertoe leiden dat ze steeds in discussie gaan met anderen, voortdurend klagen of een vijandige, afstandelijke houding aannemen. Vaak hebben ze de neiging anderen de schuld te geven van hun eigen tekortkomingen. Ze bezien anderen vaak bij voorbaat als negatief, en zien niet dat dit te maken heeft met hun eigen angsten of hun eigen vijandige binnenwereld. Hoewel ze emotieloos en koud lijken, zijn ze eerder kwetsbaar van binnen; ze tonen aan de buitenwereld vaak een pantser van vijandigheid, koppigheid en sarcasme. Dit kan vijandige reacties bij anderen uitlokken waardoor de persoon met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis zijn negatieve verwachtingen bevestigd ziet: ‘Zie je wel dat niemand te vertrouwen is.’ Hierin zit een verschil met mensen met een autistische stoornis. De laatstgenoemden trekken zich eveneens terug uit hun sociale contacten, maar er ontstaat minder strijd met de omgeving, zeker als de omgeving rekening houdt met hun eigenaardigheden.

Scherpe, gedetailleerde denkers
Onder stress kunnen mensen met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis kortdurend (minuten tot uren) psychotisch worden, en bijvoorbeeld ervan overtuigd raken dat iemand iets van hen gestolen heeft. In lichtere mate, als het vooral gaat om de persoonlijkheidsaanpassing met ook positieve aspecten, zou je de mensen met paranoïde trekken wel ‘briljante sceptici’ kunnen noemen: heldere, scherpe en gedetailleerde denkers die zelden iets missen, goed kunnen organiseren en alles wat mis kan gaan voor zijn. Daarom functioneren ze vaak goed in werk dat te maken heeft met cijfers of wetgeving. Problemen ontstaan pas dan als ze hun waarnemingen en belevingen als feiten gaan zien en hun rigide, onrealistische verwachtingen van anderen niet kunnen bijstellen.

Bewijs (casus)
Adrie raakt er gaandeweg van overtuigd dat Marian een buitenechtelijke relatie heeft. Alles wat ze zegt om hem van het tegendeel te overtuigen, komt als een boemerang naar haarzelf terug. Als ze uiteindelijk wanhopig zegt dat ze wel eens in de verleiding is geweest met een van haar chatpartners af te spreken, maar dat niet gedaan heeft omdat ze haar gezin niet op het spel wilde zetten, is dat voor hem het bewijs: zie je wel dat ze iets heeft gehad met een andere man.

Vaak zijn mensen die later een paranoïde persoonlijkheidsstoornis ontwikkelen als kind eenzelvig en in zichzelf gekeerd. Soms komen ze uit een gezin dat geïsoleerd leeft van de omgeving, bijvoorbeeld op een boerderij ver weg van het dorp of als enige katholieken in een gereformeerde omgeving. Soms maken ze als kind traumatische dingen mee zoals seksueel misbruik of gepest worden; soms is er sprake van emotionele verwaarlozing door de ouders.
Mensen uit minderheidsgroepen, politieke vluchtelingen of mensen die onbekend zijn met onze cultuur, kunnen ten onrechte de indruk wekken dat ze aan een paranoïde persoonlijkheidsstoornis lijden. Dat komt doordat ze voortdurend op hun hoede zijn, en vaak kritisch en achterdochtig tegenover de in hun ogen onverschillige behandeling door de maatschappij.
De paranoïde persoonlijkheidsstoornis komt bij ongeveer 1-2% van de mensen in de bevolking voor, en bij rond de 7% van de psychiatrische patiënten.

De schizoïde persoonlijkheidsstoornis
De kern van deze stoornis is

het zich terugtrekken uit sociale relaties en een beperkt vermogen om zichzelf emotioneel te uiten.

Mensen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis hebben geen behoefte aan, en beleven geen plezier in hechte relaties. Zelfs in het gezin of binnen de familie waarin ze opgroeien, trekken ze zich vaak terug. Ze kiezen vrijwel altijd activiteiten of hobby’s die ze in hun eentje kunnen doen. Ze hebben meestal geen intieme vrienden of vertrouwelingen, hebben geen seksuele contacten of ervaringen en hebben daar ook geen behoefte aan. Ze lijken onverschillig in contacten met anderen, kritiek of lof lijkt hen niet te raken, en qua emoties lijken ze kil en afstandelijk.
Vaak zien ze er wat apart uit: dragen ze kleding die niet past bij het seizoen of bij de situatie (een dikke trui in de zomer, of een dun T-shirtje en sandalen in de winter), hebben ze een apart kapsel of een speciale manier van lopen.

Reorganisatie (casus)
Anton was van jongs af aan een eenling. Hij is de oudste van drie jongens, en pas toen de andere twee kinderen opgroeiden werd de moeder van Anton duidelijk hoe anders haar oudste zoon was. Hij speelde het liefst alleen en zat uren te lezen. Het verbaasde niemand dat hij Frans ging studeren en uiteindelijk tolk-vertaler werd. Hij functioneerde prima zolang hij boeken en wetenschappelijke artikelen kon vertalen, alleen op zijn werkkamer of thuis. Na een reorganisatie moest hij echter vaker als tolk gaan optreden en toen liep hij volkomen vast. De mensen voor wie hij moest vertalen, klaagden over zijn onverzorgde uiterlijk en zijn in hun ogen onverschillige houding. Toen hij daarop werd
aangesproken, reageerde hij door weg te lopen en zich ziek te melden. Toen zijn baas hem onverwacht thuis bezocht, schrok hij van het kale appartement waar Anton alleen woonde: slordige stapels boeken overal, en in de keuken een kast vol blikjes en magnetronmaaltijden. Hoewel Anton in eerste instantie afwerend reageert op het bezoek van zijn baas, laat hij hem wel binnen en komen ze tot een gesprek. Anton blijkt nooit een relatie gehad te hebben en mist dat ook niet. Hij zit het liefst thuis en is nu begonnen met het archiveren van alle vertalingen die hij ooit gemaakt heeft. Hij mist zijn collega’s niet, maar wel de bezigheden op het werk.

Het liefst alleen
Mensen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis lijken geen enkele behoefte te hebben aan intieme of sociale contacten en zijn het liefst alleen. Hierin verschillen ze van mensen met een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis die wel behoefte hebben aan sociale contacten, maar deze uit angst vermijden; we zullen daar bij cluster C op terugkomen. Ze hebben hobby’s als vissen, lange wandelingen maken in hun eentje, postzegels verzamelen of thuis naar muziek luisteren. In hun werk hebben ze het liefst een baan waarin ze weinig met anderen te maken hebben zoals computerprogrammeur, archivaris of laborant. In sociale contacten lijken ze vaak onhandig, ze begrijpen grapjes niet en houden zich het liefst op de achtergrond. Ze lijken minder emoties te ervaren dan de gemiddelde persoon en tonen dit ook minder in hun gezichtsuitdrukking. Ze worden maar zelden kwaad, zelfs als ze uitgedaagd worden. Vaak blijven ze passief, ook bij nare gebeurtenissen zoals het overlijden van een dierbare, een ongeluk of diefstal in hun huis. Onder grote stress kunnen ze kortdurend psychotisch worden.

Buitenbeentjes
In gesprekken houden ze zich vaak op afstand, waarbij het niet veel lijkt uit te maken wie er tegenover hen zit. Ze doen vooral hun eigen verhaal, vaak zonder zichtbare emoties.
Als kind voelden ze zich vaak al anders dan anderen, een buitenbeentje. Ze hebben een onvermogen om gemakkelijk en ontspannen te communiceren met anderen. Qua aanleg zijn ze introvert en op zichzelf. Dit kan nog versterkt worden door ervaringen in hun jeugd waarbij ze aan zichzelf werden overgelaten: een van de ouders overleed jong zodat er weinig tijd en aandacht voor hen was, de ouders werkten hard en waren weinig beschikbaar. Meestal werd er heel weinig gecommuniceerd in het gezin, en al zeker niet over gevoelens.
In lichtere mate, als het vooral gaat om de persoonlijkheidsaanpassing met ook positieve aspecten, zou je de mensen met schizoïde trekken wel ‘creatieve dagdromers’ kunnen noemen. Dit zijn mensen die heel gevoelig zijn en vaak een artistieke aanleg hebben of zich aangetrokken voelen tot wetenschap, religie, filosofie en de natuur. Ze gedragen zich vaak wat excentriek, zoeken eerder diepgang dan materiële bezittingen en uiterlijk vertoon. Ze zijn eerder verlegen dan afstandelijk en koud; het zich terugtrekken is vooral een bescherming. Problemen ontstaan als ze blijven -hangen in hun fantasiewereld en niet tot actie komen, of als hun behoefte aan op zichzelf zijn te weinig wordt bevredigd.
Immigranten uit een cultuur waarbij introvert gedrag gebruikelijk is, kunnen soms ten onrechte als koud of onverschillig worden gezien, zodat men ten onrechte gaat denken dat ze lijden aan een schizoïde persoonlijkheidsstoornis.
De schizoïde persoonlijkheidsstoornis komt bij ongeveer 0,5-1% van de mensen in de bevolking voor, en bij rond de 4% van de psychiatrische patiënten.

Schizotypische persoonlijkheidsstoornis
Mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis vertonen vaak

ongemak en onvermogen in sociale relaties en daarnaast vertekeningen in hun denken en waarnemen, en excentriek gedrag.

Katten (casus)
Mevrouw Arendsen staat in de buurt bekend als ‘de heks’. Ze woont alleen en komt zelden buiten. Ze heeft meer dan twintig katten en haar buren klagen wel eens over het feit dat de katten via het balkon in hun tuin komen en daar hun behoefte doen. Mevrouw Arendsen gooit de deur dicht als ze bij haar aankomen, soms met een aantal scheldwoorden. Haar huisarts wordt ingeschakeld en gaat een keertje langs. Hij wordt vriendelijk ontvangen en er wordt een plekje op de bank (vol kattenharen) voor hem vrijgemaakt. Hij vertelt dat hij zich zorgen maakt over haar gezondheid, maar dat is helemaal niet nodig, vindt mevrouw Arendsen. Zij is tevreden, alleen in haar huisje, en vertelt dat haar katten heel belangrijk voor haar zijn. Als er met hen iets zou gebeuren – en ze weet, zo zegt ze, dat haar buren geprobeerd hebben de poezen te vergiftigen – zou ze dat niet overleven. Daarom brandt ze speciale kaarsjes om het onheil af te wenden.
Hoewel de huisarts haar gedrag zonderling vindt, is er geen reden tot ingrijpen: ze zorgt voldoende goed voor zichzelf en haar katten, het huis is niet echt vervuild en ze veroorzaakt geen echte overlast. Ze heeft wel vreemde ideeën, maar geen wanen of hallucinaties.
Hij besluit voorlopig niets te doen en over een aantal maanden weer eens een kijkje bij haar te nemen.

Net als mensen met een schizoïde en een paranoïde persoonlijkheidsstoornis voelen mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis zich ongemakkelijk in intieme relaties en hebben ze de neiging deze uit de weg te gaan. Daarnaast gedragen ze zich vaak zonderling of excentriek, zien ze er apart uit qua kleding of uiterlijk, bijvoorbeeld door tatoeages of piercings, door gescheurde of niet-modieuze kleding. Bij een intiemer contact blijkt vaak dat ze eigenaardige overtuigingen of magische denkbeelden hebben, zoals bijgeloof, geloof in helderziendheid, telepathie of een ‘zesde zintuig’. Ze praten vaak een beetje merkwaardig: vaag, wijdlopig, met een overmaat aan details, of stereotype uitspraken. Net als mensen met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis kunnen ze achterdochtig zijn naar anderen en neemt hun angst voor sociale contacten niet af in een vertrouwde omgeving.

Weinig contact met de realiteit
Door de vertekeningen in hun denken en waarnemen kunnen mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis soms tamelijk gemakkelijk of joviaal lijken in het contact. Ze vertellen bijvoorbeeld honderduit zonder in de gaten te hebben dat de gesprekspartner hun verhalen toch wel bijzonder vindt. Ze hebben weinig contact met hun gevoelens en vragen zich ook niet af hoe anderen over hen denken of hoe ze overkomen op anderen. Ze begrijpen dan ook vaak de reacties van anderen op hen niet. Het lijkt of ze in een fantasiewereld leven zonder echt contact met de realiteit. Soms proberen ze hun gevoelens af te remmen, bijvoorbeeld door het gebruik van alcohol en drugs.

Eigen wereldje (casus)
Alexander is stamgast in een klein kroegje in de binnenstad. Iedereen kent hem, hoewel: niemand weet verder iets van zijn leven. Hij zit vaak in zijn eentje achter een pilsje in zichzelf te praten. Maar als er mensen het café binnenkomen die hij van gezicht kent, begint hij soms een heel verhaal tegen ze. Je kan er
vaak geen touw aan vastknopen, hij springt van de hak op de tak en heeft het ook niet door als de ander niet echt geïnteresseerd is. Als de kroegbaas hem onderbreekt, lijkt hij het ook wel best te vinden en trekt zich weer in zijn eigen wereldje terug.

Rituelen en vreemde hobby’s
De bizarre of magische ideeën van mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis kunnen over dagelijkse zaken gaan (‘De buurman laat nu zijn hond uit, omdat ik een half uur geleden dacht dat hij dat maar eens moest gaan doen.’) of kunnen leiden tot rituelen zoals drie keer langs een bepaalde plaats wandelen om onheil te voorkomen. Soms hebben ze vreemde hobby’s zoals het verzamelen van bepaalde spullen of het uitknippen van artikelen over bepaalde onderwerpen in de krant waarbij ze hele stapels hiervan bewaren. Vaak vallen mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis op door een gebrek aan aandacht voor sociale wetmatigheden. Ze lijken niet of nauwelijks geïnteresseerd in relaties of contacten met anderen; ze voelen vaak zelf wel dat ze anders zijn en daarom niet zo ‘erbij passen’. Terwijl mensen met een vermijdende persoonlijkheidsstoornis zich meestal na verloop van tijd meer op hun gemak gaan voelen als ze mensen beter kennen, blijven mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis op hun hoede over de motieven van anderen. Als ze mensen beter kennen, worden ze vaak juist nog meer gespannen en achterdochtig. Door stress kunnen ze kortdurend psychotisch worden. Vaak is er ook sprake van depressieve symptomen.

Introverte en kwetsbare aanleg
Ook mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis voelden zich als kind meestal anders dan anderen en een buitenbeentje. Naast een introverte aanleg hebben ze vaak een erg gevoelige, kwetsbare aanleg waardoor het voor hen moeilijk is om gevoelens te hanteren en te communiceren met anderen. Het gevolg is soms dat ze kortdurend psychotisch worden of een deel van de tijd in een eigen fantasiewereld leven die losstaat van de realiteit. Ook zij kunnen verwaarlozing of trauma’s meegemaakt hebben als kind. Het kan ook zijn dat ouders wel geprobeerd hebben hen te bereiken, maar dat zij zichzelf al heel jong afsloten voor de contacten met anderen.
De rituelen en geloofsbelevingen van mensen uit andere culturen (zoals voodoo, spreken met tongen, sjamanisme, het zesde zintuig, het boze oog) kunnen schizotypisch aandoen, maar hoeven dat niet te zijn. Ze kunnen namelijk ook passen bij die bepaalde cultuur.
In de familie van mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis komt vaker dan gemiddeld schizofrenie voor dan in de algemene bevolking.
De schizotypische persoonlijkheidsstoornis komt bij ongeveer 0,5-1% van de mensen in de bevolking voor, en bij rond de 13% van de psychiatrische patiënten.




terug verder




Waarom ben je zo?

Mensen met een persoonlijkheids stoornis gedragen zich in de regel niet vreemd. Ze zijn niet in de war of erg somber, ze praten en handelen hetzelfde als meeste mensen. Toch hebben ze een ernstig probleem, omdat hun aandoening hun hele persoon treft. Tegelijkhertijd ervaren ze de aandoening vaak niet als een stoornis.

Auteur(s) : Dr. Moniek Thunnissen
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116887