Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
redactie Spreekuur Thuis
 


lettergrootte: A  A  A
De antisociale persoonlijkheidsstoornis

Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis hebben als kenmerken dat ze

weinig oog hebben voor de gevoelens en rechten van andere mensen, en de neiging hebben deze met voeten te treden.

Zij zijn vaak niet in staat zich aan te passen aan maatschappelijke normen. Zo vinden ze het bijvoorbeeld moeilijk om zich aan de wet te houden, en worden ze vaak een of meerdere keren gearresteerd. Ze zijn oneerlijk, liegen herhaaldelijk, gebruiken valse namen of bezwendelen anderen ten behoeve van eigen voordeel of plezier. Ze zijn impulsief en kunnen moeilijk vooruitplannen. Vaak zijn ze prikkelbaar en agressief, en raken ze bij herhaling verzeild in vechtpartijen of geweldplegingen. Ze zijn vaak op een roekeloze manier onverschillig over de veiligheid van zichzelf of anderen. Zo kunnen ze gevaarlijke activiteiten vertonen in het verkeer, zoals een wedstrijdje zo hard mogelijk rijden op een binnenweg. Hun onverantwoordelijke gedrag blijkt bijvoorbeeld ook uit hun moeite om geregeld werk te behouden of financiële verplichtingen na te komen. Hun impulsiviteit kan ertoe leiden dat ze plotseling hun werk opzeggen, een grote reis gaan maken, of hun relatie verbreken zonder rekening te houden met de langetermijngevolgen.

Strafblad (casus)
Barry is vanaf zijn puberteit een bekende van de politie. Ook als kind was hij niet de makkelijkste; hij moest diverse malen van school wisselen in verband met het pesten van jongere kinderen, spijbelen en liegen; hij maakte uiteindelijk het speciaal onderwijs niet af. Hij was een van de leiders van het groepje jongeren dat kattenkwaad uithaalde in de buurt. Maar terwijl het bij de meeste anderen beperkt bleef tot bushokjes bekladden en een fiets in elkaar trappen, had hij op zijn 16e al een strafblad waarop onder andere een veroordeling voor het beschadigen van drie auto’s en enkele tasjesroven. De meeste van zijn vrienden maakten uiteindelijk hun school af en vonden een baan; Barry ging zich bezighouden met drugs dealen, kreeg een vriendin die regelmatig voor geld met zijn vrienden naar bed ging en dit geld aan hem afdroeg. Toen zij dit op een gegeven moment niet meer wilde, sloeg hij haar in elkaar, zodanig dat ze in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Na een jaar gevangenisstraf leek hij even zijn leven te beteren en vond werk in een fabriek. Een paar maanden later echter nam hij ontslag; hij vond het werk te saai en bovendien kon hij veel makkelijker en veel meer geld verdienen in de drugshandel.

Spijt betuigen als teken van zwakte
Een belangrijk kenmerk is ook dat bij mensen met deze stoornis vaak gevoelens van spijt ontbreken. Als ze iets gedaan hebben waardoor een ander zich gekwetst voelt, of als ze iemand mishandeld of bestolen hebben, reageren ze vaak ongevoelig of kil. Of ze geven die ander de schuld: had hij maar niet op dat moment op die plek moeten zijn of zo goed van vertrouwen moeten zijn: ‘Sukkels vragen erom om bedrogen te worden’ of ‘Het leven is nu eenmaal oneerlijk.’ Hun slachtoffers zijn domoren, naïeve sufferds, die niet beter verdienen dan bedrogen of bestolen te worden. Spijt betuigen zou een teken zijn van zwakte en erop duiden dat ze met zich laten sollen.
Om de diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornis te kunnen stellen, moet de persoon in kwestie minstens achttien jaar zijn. De reden hiervoor is dat puberaal kattenkwaad of lichte criminaliteit soms ook bovenstaande kenmerken heeft. Veel pubers groeien gelukkig over dit soort gedrag heen. Bovendien is het voor de diagnose nodig dat er al gedragsproblemen waren vóór hun vijftiende jaar. Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis waren dus als kind ook al zeer lastig en onhandelbaar, en pleegden vaak al delicten op jonge leeftijd. Het kan dan gaan om het ernstig mishandelen van dieren, om het vernielen van eigendommen van anderen, om liegen of stelen, weglopen van huis of spijbelen. Het feit dat er al voor het vijftiende jaar sprake was van gedragsproblemen is een wezenlijk verschil met de andere persoonlijkheidsstoornissen, waarbij er alleen wordt gekeken naar problemen op de volwassen leeftijd.
Misleiding, liegen en manipulatie staan centraal bij de antisociale persoonlijkheidsstoornis. Daarom is het bij het vaststellen van de diagnose van groot belang dat ook gesproken wordt met mensen uit de omgeving van de persoon. Sommige mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis kunnen een zeer charmante indruk maken. Ondanks de delicten (waaronder moord) die zij soms gepleegd hebben, slagen zij er toch vaak in opnieuw relaties aan te gaan met anderen, soms zelfs met personeel van de tbs-kliniek waar zij behandeld worden. Vaak komen mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis in aanraking met politie of justitie, maar dit is niet altijd het geval. Soms wordt de stoornis vooral zichtbaar in interpersoonlijke relaties, waarbij mensen met deze persoonlijkheidsstoornis alleen uit zijn op eigen voordeel of plezier en daarbij de wensen, rechten of gevoelens van anderen volkomen negeren en zonder enige scrupule tegen hen liegen of hen manipuleren. Ze hebben vaak meerdere kortdurende relaties gehad en soms ook een aantal kinderen bij verschillende vrouwen, waarvoor ze weinig verantwoordelijkheid nemen.

Charmant en manipulatief
Veel mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis hebben in hun jeugd geweld, mishandeling en chaos meegemaakt. Vaak vertoonde een van hun ouders ook trekken van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis en was er geen sprake van een veilige omgeving voor kinderen om in op te groeien. Alcoholisme, een gebrek aan duidelijke normen en waarden, tekorten in de meest basale verzorging zoals met een ontbijt en met schone kleren naar school, kenmerkten vaak hun jonge jaren. Ze hebben geleerd dat je het verste komt in de maatschappij met een mentaliteit van ‘ieder voor zich’ en ‘pakken wat je pakken kan’. Ze hebben een diepgeworteld wantrouwen tegenover hun omgeving en dus ook tegenover goedwillende of naïeve hulpverleners die het beste met hen voor zeggen te hebben. Ze zullen vaak geneigd zijn anderen, dus ook hulpverleners uit te testen en zó te manipuleren, te bedreigen of uit te dagen dat deze afhaken – wat hun geloof in de onbetrouwbaarheid van anderen weer bevestigt.
In lichtere mate, als het vooral gaat om de persoonlijkheidsaanpassing met ook positieve aspecten, zou je mensen met antisociale trekken wel ‘charmante manipulators’ kunnen noemen. Ze zijn in staat om mythes te creëren waar anderen in geloven. Ze zijn heel goed in het starten en promoten van nieuwe bewegingen, en hebben dus persoonlijkheidstrekken die we ook veelvuldig zien bij politici, advocaten en zakenmensen. Ze houden van actie en opwinding, gaan echt voor datgene waar ze in geloven en zijn niet bang anderen daarbij te shockeren. Ze komen in de problemen als ze elke omgeving en situatie gaan zien als een competitie die zij moeten winnen, is het niet goedschiks dan kwaadschiks via manipulatie en misbruik maken van anderen. Hoewel ze naar intimiteit verlangen, hebben ze veel moeite met echte trouw en loyaliteit; vaak laten zij de ander in de steek voordat deze dat bij hen doet. Ze gedragen zich alsof ze niemand nodig hebben, en verwarren opwinding en drama met intimiteit.
Bij een subgroep van alle mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis lijkt er sprake van een aangeboren stoornis. Zij hebben een relatief rustige en goede jeugd gehad, zonder al te veel geweld of chaos, maar lijken een aangeboren onvermogen te bezitten om zich in te leven in anderen. Als kind waren zij al berucht vanwege het wreed pesten van dieren (een verhaal vermeldt bijvoorbeeld dat een persoon met een antisociale persoonlijkheidsstoornis als kind konijntjes in het grasveld ingroef zodat alleen hun kopje er nog uitstak en er dan met de grasmaaier overheen ging). Op latere leeftijd kan dit ontaarden in het (ook in seksuele zin) genieten van het verkrachten en sadistisch martelen van anderen.

Fundamenteel gebrek aan inlevingsvermogen
Het onderscheid tussen ‘gewone’ criminelen en mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis is soms lastig. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis vaak rustig worden als ze geconfronteerd worden met gewelddadige of bloederige plaatjes – terwijl de meeste mensen met angst of afkeer reageren. Ook hebben de mensen met deze aandoening vaak een jeugd met veel geweld achter de rug. Bovendien komen ze door hun impulsiviteit vaak in de problemen, meer dan de beroepscrimineel die zijn activiteiten zorgvuldig plant en uitvoert, of de schlemielige kruimeldief die door zijn eigen onhandigheid steeds gepakt wordt. In veel gevallen lijden mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis ook aan angsten of depressies, en vaak zijn ze verslaafd aan alcohol of drugs.
Andersom is het zo dat verslaafden vaak antisociaal gedrag vertonen om voldoende geld voor deze middelen bij elkaar te krijgen (het ‘junkiesyndroom’): ze beliegen en bestelen hun ouders, vrienden en familieleden, gedragen zich onbetrouwbaar, en alles draait om de drugs. Als ze eenmaal afgekickt zijn, vertonen de mensen die uitsluitend verslaafd waren, wel berouw over hun gedrag en schamen ze zich over wat ze hun omgeving, familie en vrienden hebben aangedaan. Ze zullen moeite doen om het verbroken vertrouwen te herstellen en het goed te maken, bijvoorbeeld ook door gestolen geld terug te betalen. Bij hen is er geen sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
De antisociale persoonlijkheidsstoornis komt vaker voor in sociaal-economisch achtergestelde milieus in de steden, en komt veel vaker voor bij mannen (3% in de populatie) dan bij vrouwen (1%). Bij eerstegraadsfamilieleden van mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis komt de stoornis vaker voor, alsmede verslaving aan alcohol of drugs (vooral bij de mannen) en somatisatiestoornis (vooral bij de vrouwen). Uit studies bij geadopteerde kinderen blijkt dat zowel erfelijke factoren als opvoedings- en omgevingsfactoren een rol spelen. Hoewel geadopteerde kinderen wier biologische ouders een antisociale persoonlijkheidsstoornis hadden, een grotere kans hebben om deze stoornis zelf ook te krijgen, kan dat risico verminderd worden door een stabiele opvoeding.
Na het veertigste jaar wordt de antisociale persoonlijkheidsstoornis vaak iets rustiger en is ze minder op de voorgrond aanwezig.
Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis zijn vaak moeilijk te behandelen, juist omdat ze weinig inzicht hebben in hun eigen gedrag en weinig gemotiveerd zijn om te veranderen. Vooral hun fundamentele gebrek aan inlevingsvermogen in anderen lijkt moeilijk te veranderen.
De antisociale persoonlijkheidsstoornis komt bij ongeveer 2% van de mensen in de bevolking voor, en bij ongeveer 9% van de psychiatrische patiënten.



terug




Een persoonlijkheidsstoornis en nu


In dit boek leest u in heldere taal waarom iemand met een persoonlijkheidsstoornis 'zo is'. U krijgt inzicht in de symptomen en leest waarom een diagnose zo moeilijk te stellen is. Het hoofdstuk over behandeling is een echte eyeopener.

Auteur(s) : Dr. Moniek Thunnissen
Prijs : € 23,95
ISBN : 9789491549038