Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Moniek Thunnissen
 


lettergrootte: A  A  A
Cluster B: extravert en middelpunt van de belangstelling

 
Als het gaat om persoonlijkheidsstoornissen, krijgen de cluster B-typen, en dan vooral de borderline-persoonlijkheidsstoornis, vaak de meeste aandacht. Niet voor niets wordt cluster B ook wel het ‘dramatische’ cluster genoemd. Mensen met een aandoening uit dit cluster laten zich vaak heel duidelijk zien: de persoon met een borderlinestoornis door middel van automutilatie (zelfverwonding), suïcidepogingen en eisend gedrag; de narcistische persoon met veel conflicten om zich heen die hij allemaal aan anderen wijt; de theatrale persoon met kinderlijk of flamboyant gedrag die zich door niemand meer serieus genomen voelt; en de antisociale persoon als iemand die weinig rekening houdt met anderen en veel overlast veroorzaakt.
In vergelijking met cluster A en C treden mensen met een cluster B-stoornis vaak meer op de voorgrond. Dit betekent niet per se dat ze een groter lijden ervaren, maar in elk geval laten ze zich duidelijker horen. Vaak wijten ze de problemen die ze hebben aan iedereen om hen heen, behalve aan zichzelf. Deze combinatie, een groot beroep doen op anderen en tegelijkertijd weinig inzicht in hun eigen functioneren of eigen aandeel, maakt het omgaan met mensen uit dit cluster lastig. Ze komen vaak in conflicten terecht met hun omgeving en omdat de omgeving natuurlijk ook reageert op hun eisende of verwijtende gedrag, is het soms heel moeilijk om in dit proces het begin te ontdekken. Het is uiteindelijk ook niet zo belangrijk wie er ‘gelijk’ heeft of wie er ‘begonnen is’. In de relatie met mensen met een persoonlijkheidsstoornis uit cluster B is het vooral de kunst om uit de strijd te blijven en hun het gevoel te geven dat je naast hem of haar staat – zonder hen per se gelijk te geven. Het basale gebrek aan vertrouwen bij mensen met een cluster B-stoornis komt tot uiting in het gevecht met de omgeving, dus het is allereerst belangrijk om een vertrouwensrelatie met hen op te bouwen.

Borderline
De borderline-persoonlijkheidsstoornis is de persoonlijkheidsstoornis die het meeste in de belangstelling staat. De kern van deze stoornis is

instabiliteit,

en dit wordt duidelijk in hun innerlijke beleven, in hun zelfbeeld en hun emoties, maar ook in hun relaties met anderen. Vaak proberen mensen met een borderlinestoornis krampachtig te voorkomen dat anderen hen in de steek laten. Desondanks of juist daarom zijn hun relaties met anderen vaak heftig en instabiel. Als ze een nieuw iemand leren kennen, kunnen ze helemaal weg zijn van deze persoon en is hij of zij de meest geweldige man of vrouw die ze ooit hebben ontmoet. Na korte of langere tijd slaat dit idealiseren echter om in een kritische houding waarbij ze proberen de ander te kleineren of te vernederen.

Kop in de wind (casus)
Berdien, besproken in de inleiding op blz. 13, is een voorbeeld van iemand met een borderline-persoonlijkheidsstoornis: vanaf haar puberteit gooide ze de kop in de wind en had ze een aantal korte, heftige relaties die steeds misliepen. De relaties begonnen vaak met een heftige verliefdheid van haar kant op die stoere, charmante vent die haar zeker niet in de steek zou laten. Na kortere of langere tijd bleek haar vriend echter minder geweldig dan ze dacht. Er kwamen ruzies waarin zij hem bekritiseerde: opeens deugde er niets meer aan hem. Regelmatig eindigde de relatie met lichamelijk geweld of werd ze door haar (ex-)vriend bestolen. Toen ze met hangende pootjes bij haar ouders terugkwam ging het even goed, maar na een paar weken waren er thuis ook steeds meer ruzies. Haar ouders ergerden zich aan haar egocentrische gedrag, het blowen in huis, het feit dat ze tot ’s middags in bed lag, eten pakte als ze trek had en zich verder van niemand in huis iets aantrok. Toen ze dit met haar bespraken was het meteen ruzie: Berdien schreeuwde hun toe dat ze wel weer de straat op zou gaan en de hoer zou spelen als haar ouders dat liever hadden.

Vaak impulsief
De identiteit van mensen met een borderlinestoornis is vaak zwak en instabiel. Ze zijn impulsief en kunnen zichzelf daarmee ook benadelen: ze eten of drinken te veel, geven in een opwelling veel te veel geld uit, rijden roekeloos, gaan impulsief na een avond uitgaan met iemand mee, hebben onbeschermde seks of begeven zich in gevaarlijke situaties. Ook kan het voorkomen dat ze een poging tot zelfdoding doen of daarmee dreigen, of zichzelf beschadigen door in hun lichaam te krassen of te snijden, of voorwerpen in te slikken (automutilatie). Ook zijn ze instabiel wat betreft hun stemming; ze kunnen omslaan van intens somber naar prikkelbaar of angstig en dan weer naar periodes van vrolijkheid of uitbundigheid. Ze zijn snel kwaad en kunnen zich dan ook moeilijk beheersen, hebben nogal eens last van driftbuien of komen in vechtpartijen terecht. Als ze alleen zijn, is er vaak een chronisch gevoel van leegte. In stresssituaties kunnen ze erg achterdochtig worden of het gevoel krijgen dat ze het contact met zichzelf of de realiteit om zich heen verliezen (een verschijnsel dat dissociatie genoemd wordt).
Vaak zijn mensen met een borderlinestoornis doodsbang om verlaten te worden. In hun ogen betekent verlating door een ander dat ze zelf volkomen slecht zijn en niets waard. Dit gevoel is onverdraaglijk en wordt dan ook afgereageerd op anderen in de vorm van woedende, eisende of wanhopige reacties. Ook kan het zijn dat mensen met een borderlinestoornis hun woede op zichzelf afreageren bijvoorbeeld door zichzelf te beschadigen. Door hun woedende en verwijtende reacties is het vaak moeilijk het angstige, wanhopige kind te zien dat daarachter verscholen zit.

Wereld opgedeeld in goed of slecht
Zwart-witdenken, met het idealiseren van de een en het verguizen van de ander, is een kenmerk van mensen met een borderline-stoornis en houdt vaak verband met een opvoedingspatroon vol onvoorspelbaarheid en onduidelijkheid. Vaak hadden zij als kind een heftig temperament en hadden ze ouders die daar niet tegen opgewassen waren. In plaats van consequent en duidelijk te zijn, zwichtten de ouders vaak voor het gedram van hun kind om vervolgens weer streng bestraffend op te treden. Zo leert een kind dat volwassenen onbetrouwbaar zijn en dat het zin heeft om eindeloos te zeuren en te drammen. Veel mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis hebben daarnaast trauma’s zoals verwaarlozing en seksueel misbruik in hun jeugd meegemaakt. Tegelijk is het ook goed om te bedenken dat een grote meerderheid van de mensen die seksueel misbruikt of verwaarloosd zijn als kind, er toch in slaagt een redelijk gelukkig en zinvol bestaan op te bouwen. Zij hebben in hun jeugd besluiten genomen zoals ‘mijn ouders konden niet goed voor mij zorgen, maar ik zal zorgen dat ik mensen om me heen zoek die wel betrouwbaar zijn’ of ‘ook al heeft mijn oom mij misbruikt, dit betekent niet dat alle mannen alleen maar daarop uit zijn’. Mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis daarentegen hebben vaak op basis van hun negatieve ervaringen de wereld ingedeeld in goed of slecht, in ‘voor of tegen mij’, en één kritische opmerking kan leiden tot een zo grote teleurstelling dat iemand die eerst goed was in hun ogen, onherroepelijk slecht wordt.

Destructiviteit en instabiliteit
In ongeveer 10% van de gevallen overlijden mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis als gevolg van zelfdoding (suïcide); suïcidepogingen en automutilatie komen veel vaker voor. Vaak is de aanleiding een (dreigende) verlating door een belangrijke ander. Hun zelfdestructiviteit is ook duidelijk in het patroon om vaak opleidingen net niet af te maken, om ontslag te nemen of een baan die op zich goed bij hen zou passen, te laten mislukken. In relaties verbreken ze vaak de relatie met een partner die redelijk stabiel en betrouwbaar is, omdat deze als ‘te saai’ ervaren wordt. Zo blijft het patroon van instabiliteit in stand.
Vaak gaat de borderlinestoornis samen met verslaving, eetstoornissen, depressie, PTSS (posttraumatische stressstoornis), ADHD en andere persoonlijkheidsstoornissen.
Adolescenten kunnen soms gedrag vertonen dat lijkt op een borderlinestoornis, zeker als ze daarbij ook nog middelen als alcohol en drugs gebruiken. Als ze er echter in slagen om met het middelenmisbruik te stoppen, hun opleiding af te maken en een baan en een geschikte partner te vinden, dan kan blijken dat dit eerder voorbijgaand heftig pubergedrag was, en hoeven ze zich niet te ontwikkelen tot iemand met een borderlinestoornis.
Het beloop van de stoornis kan wisselen. Vaak zie je dat de instabiliteit het meest heftig is in de vroege volwassenheid, met ook het grootste risico op suïcide, op ernstige gezondheidsrisico’s door automutilatie, impulsief en schadelijk gedrag, en een groot beroep op de gezondheidszorg. Rond het veertigste jaar stabiliseert de stoornis, vaak functioneren mensen dan redelijk en voldoen ze niet langer aan genoeg criteria om een borderline-persoonlijkheidsstoornis te kunnen vaststellen. Echter, het komt regelmatig voor dat ze chronisch ongelukkig en eenzaam zijn; het blijven vaak kwetsbare mensen.
De borderline-persoonlijkheidsstoornis komt veel vaker (ongeveer 75%) bij vrouwen voor, dan bij mannen. Men denkt dat ongeveer 2% van de bevolking lijdt aan deze stoornis; maar in de ambulante psychiatrie komt het bij ongeveer 10% van de -cliënten voor en bij mensen die opgenomen zijn in een psychiatrisch ziekenhuis bij 20-60%. Eerstegraadsverwanten van mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis lijden -ongeveer vijf keer zo vaak aan deze stoornis als de gemiddelde bevolking.

Fraude (casus)
Berend is als directeur van een bedrijf met 1000 personeelsleden een graag geziene figuur op feestjes en de golfbaan. Hij heeft meestal het hoogste woord en omringt zich met mensen die naar hem opkijken en hem onderhoudend vinden. Uit een accountantscontrole van de boeken in zijn bedrijf komt een aantal misstanden naar voren: Berend blijkt zichzelf een aantal bonussen toegekend te hebben. Daarmee geconfronteerd, wordt hij woedend. Wat denken ze wel, hij die zo veel voor het bedrijf over heeft gehad, hoe durven ze hem te verdenken van fraude? Als er een proce-
dure wordt opgestart om hem uit zijn functie te zetten, gaat hij volkomen door het lint. Hij bedreigt een aantal van zijn naaste medewerkers en zegt dat het het bedrijf een miljoen euro gaat kosten om hem kwijt te raken. Uiteindelijk wordt fraude bewezen en wordt hij oneervol ontslagen. Als hij dan merkt dat men hem gaat mijden op de golfbaan en hij niet meer op feestjes wordt uitgenodigd, wordt hij ernstig depressief. Hij gaat veel drinken en veroorzaakt een dodelijk ongeval onder invloed van alcohol.

De narcistische persoonlijkheidsstoornis
Kern van de narcistische persoonlijkheidsstoornis is

grandiositeit, een behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie met andere mensen.

Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis vinden zichzelf, hun prestaties en talenten overdreven belangrijk of ze verwachten als superieur erkend te worden, ook als ze eigenlijk niet zo veel presteren. Ze houden zich overmatig bezig met fantasieën over onbeperkte successen, macht, genialiteit, schoonheid of ideale liefde. Ze geloven dat zijzelf ‘heel speciaal en uniek’ zijn en alleen begrepen kunnen worden door, of horen om te gaan met andere heel speciale mensen, of mensen (of instellingen) met een hoge status.
Personen met een dergelijke aandoening verlangen buitensporige bewondering van anderen en hebben het gevoel dat ze bijzondere rechten hebben. Ze vinden een uitzonderlijk welwillende behandeling dan ook vanzelfsprekend of gaan ervan uit dat een ander automatisch meegaat in hun verwachtingen. Ze hebben de neiging om anderen te exploiteren of te misbruiken om hun eigen doeleinden te bereiken. Ze hebben een gebrek aan empathie, wat wil zeggen dat ze zich te weinig kunnen inleven in de gevoelens en behoeften van anderen; ze kunnen deze behoeften niet erkennen of zich ermee vereenzelvigen. Ondanks hun zelfoverschatting zijn ze vaak afgunstig of denken ze dat anderen jaloers op hen zijn. Ze zijn vaak arrogant en hooghartig in houding of gedrag.

Kwetsbaar achter de opgeblazen facade
Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis overschatten hun talenten en maken een opschepperige indruk; iemand vertelt bijvoorbeeld hele verhalen over de grote rol die hij speelt in de gemeenteraad, terwijl later blijkt dat hij de assistent van een van de gemeenteraadsleden is. Tezamen met het zichzelf opblazen, zie je vaak dat ze geringschattend doen over de prestaties van anderen. Als een ander ook eens vertelt over zijn eigen prestatie, ontstaat er snel een machtsstrijd of concurrentiestrijd, alsof de persoon met de narcistische persoonlijkheidsstoornis er overheen moet bieden met een nog betere prestatie.
Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis vergelijken zichzelf graag met beroemde personen of pochen over de beroemdheden die ze – soms alleen van verre – ontmoet of gekend hebben. Ze voelen zich, meer of minder openlijk, beter dan anderen en vinden dan ook dat ze recht hebben op een speciale behandeling. Als ze ziek zijn, moeten ze niet behandeld worden door een leerling-verpleegkundige of iemand in opleiding, maar op zijn minst door het hoofd van de afdeling of de professor. Dit versterkt hun gevoel van eigenwaarde, maar als de zorg tegenvalt, wordt het instituut of de behandelaar zwart gemaakt.
Onder dit opgeblazen gedrag zit vaak een kwetsbaar persoon die gemakkelijk gekrenkt kan worden en een heel breekbaar gevoel van eigenwaarde heeft. Als kind werden ze vaak te weinig gewaardeerd of juist overgewaardeerd door hun ouders. In beide gevallen echter gold de waardering die ze kregen vooral hun prestaties. Er wordt wel eens gezegd dat deze kinderen het ‘narcistisch verlengstuk’ van de ouders zijn. Het kind mag zich niet ontwikkelen tot wie hij of zij zelf wil worden, maar moet in de voetsporen van de ouders treden of aan hun beeld of normen voldoen. De ouders zijn trots op hun kind, maar alleen in zoverre hij of zij voldoet aan de eisen die de ouders stellen. De teleurstelling ligt dan ook op de loer, en dit patroon (erg hun best doen voor een ander aan wiens eisen ze toch niet kunnen voldoen) herhalen deze kinderen vaak in hun relaties als ze volwassen worden. Ze zijn meer bezig met wat ze kunnen en met de buitenkant, dan met wie ze werkelijk vanbinnen zijn. Hun eigen innerlijke wereld roept vaak schaamte bij hen op en moet met alle energie mooier gemaakt worden.

(On)bewuste exploitatie van de ander
Soms zijn deze mensen kil en afwijzend tegenover anderen, maar vaak ook charmant en vleiend, zeker in de eerste en oppervlakkige contacten. Pas na verloop van tijd wordt duidelijk dat alle aandacht voor de ander uiteindelijk slechts ter meerdere eer en glorie van de eigen persoon is. Hun eigen gevoel van ‘ik heb recht op… (exclusieve aandacht, zorg en waardering)’ is vaak gekoppeld aan een gebrek aan gevoel voor de noden en behoeften van anderen, wat kan uitmonden in een (on)bewuste exploitatie van de ander. De man die bijvoorbeeld al zijn energie nodig heeft voor zijn belangrijke carrière, kan zich niet voorstellen dat zijn vrouw die thuis de zorg voor het gezin heeft, zich ondergewaardeerd en gebruikt voelt door hem en uiteindelijk haar warmte zoekt bij een minnaar. Vaak laten mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis zich negatief uit over de prestaties of het gedrag van anderen, hebben ze weinig geduld met zwakheden of problemen van een ander of zijn ze jaloers als een ander iets bereikt waarvan zij vinden dat het henzelf eigenlijk toekomt.
Soms is het moeilijk de narcistische stoornis te onderscheiden van de andere cluster B-stoornissen. Ook lijken de symptomen soms op de manische fase van de bipolaire stoornis (in de volksmond ook wel manisch-depressiviteit genoemd) of op symptomen die veroorzaakt worden door middelenmisbruik zoals cocaïne.
De narcistische stoornis wordt in de loop van het leven soms iets milder, maar vaak blijven de symptomen bestaan of verergeren ze, zeker als relaties stuklopen en er op het werk steeds meer conflicten ontstaan.

De narcistische persoonlijkheidsstoornis komt bij ongeveer 1% van de bevolking voor en bij 6% van de psychiatrische patiënten; in sommige onderzoeken spreekt men zelfs van 16%. De stoornis komt iets meer bij mannen voor dan bij vrouwen.

Geen doetje (casus)
Bram functioneerde altijd goed als hoofd van een afdeling van een machinefabriek. Hij had ongeveer dertig man onder zich en was een baas tegen wie ze opkeken, al wisten ze dat je geen ruzie met hem moest krijgen, want dan probeerde hij je te vernederen of eruit te werken. De laatste maanden was hij echter steeds prikkelbaarder en agressiever, hij kon mensen stijf vloeken op de werkvloer en dat waren ze van hem niet gewend. Toen hoorde iemand van het personeel bij toeval dat zijn vrouw bij hem weg was en bij een ander woonde. Bram kreeg rugklachten, maar bleef desondanks naar het werk komen; tegen iedereen die het maar horen wilde klaagde hij over zijn rug, hoe slecht hij geslapen had enzovoort. Als iemand tegen hem zei dat hij zich beter een tijdje ziek kon melden, reageerde hij minachtend: dat was iets voor doetjes, hij viel nog liever om dan dat hij zich ziek meldde.

De theatrale persoonlijkheidsstoornis
Kern van de theatrale persoonlijkheidsstoornis is

een enorme behoefte aan aandacht en een overdreven emotionaliteit.

Mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis willen voortdurend in het centrum van de belangstelling staan en voelen zich niet op hun gemak als dat niet het geval is. Contacten met anderen worden vaak gekenmerkt door ongepast seksueel verleidelijk of uitdagend gedrag. Mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis tonen snel wisselende en oppervlakkige emotionele uitingen en maken voortdurend gebruik van hun uiterlijk om de aandacht op zichzelf te vestigen. In hun manier van praten zijn ze vaag, kleurrijk en niet gedetailleerd of precies. In hun emoties zijn ze overdreven, theatraal en vaak niet gespeend van zelfmedelijden. Ze zijn gemakkelijk beïnvloedbaar door anderen of door bepaalde omstandigheden, en beschouwen relaties snel als intiemer dan deze in werkelijkheid zijn.
In het begin van de psychoanalyse, eind 19e eeuw, werd de theatrale persoonlijkheidsstoornis vaak beschreven. Een aantal van de door Freud beschreven vrouwelijke cliënten leed eraan. Tegenwoordig lijkt de stoornis minder voor te komen, of worden mensen eerder als een borderline-persoonlijkheidsstoornis beschouwd.
In gezelschap vallen mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis op door hun kleurrijke uiterlijk en hun expressieve manier van doen, wat in eerste instantie aantrekkelijk en charmant lijkt. Maar, omdat ze vaak weinig echte belangstelling hebben voor de ander, gaat hun manier van doen in de regel na kortere of langere tijd storen.

Prinsesje (casus)
Brigitta had als enig meisje tussen vier broers altijd een speciale positie thuis; haar vader noemde haar ‘mijn prinsesje’. Met haar moeder had ze niet zo’n goede band; ze dacht dat moeder wel eens jaloers op haar was, op haar slanke figuur en haar vele vriendjes sinds de puberteit. Ze trouwde een studievriend, een geneeskundestudent. Nu, vijftien jaar later, is ze ongelukkig en ontevreden met haar leven. Hoewel ze in een mooi huis woont met haar drie kinderen en alles heeft wat haar hartje begeert, vindt ze haar leven leeg en eenzaam. Haar man werkt hard als chirurg, heeft vaak diensten en kan het wel heel goed vinden met de hoofdverpleegkundige van zijn afdeling. Ze heeft deze verpleegkundige een keer gezien: een vrolijke jonge vrouw met een figuur waar zij, na drie zwangerschappen, niet meer aan kan tippen. Ook haar eigen dochter, nu 13, is een mooie meid geworden en tot haar schaamte merkt ze dat ze, net als haar moeder vroeger, ook jaloers is op de jeugd en het enthousiasme van haar dochter, en op de goede band die deze met haar vader heeft. Uiteindelijk meldt ze zich bij de huisarts met allerlei lichamelijke klachten. Als deze voorzichtig informeert naar andere problemen barst ze in tranen uit. Haar relatie stelt niets meer voor, zegt ze; seks hebben ze al jaren nauwelijks en ze is bang dat haar man haar een lelijke oude vrouw vindt en binnenkort zal inruilen voor ‘een jonger exemplaar’, zegt ze cynisch.

Paradepaardjes
Voor hun ouders dienden mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis in hun jeugd vaak als paradepaardje. Ze werden mooi aangekleed en kregen vooral complimenten voor aangepast, charmant gedrag. Zo leren ze hun eigen emoties te onderdrukken of die vooral te tonen op een manier die voldoet in de ogen van hun ouders (als meisje kun je maar beter zielig huilen dan boos worden om je zin te krijgen). Onechtheid wordt zo een karaktertrek, tot ze op volwassen leeftijd oprecht niet meer kunnen aanduiden wat ze werkelijk voelen. In relaties krijgen mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis vaak problemen nadat de eerste romantische droom is verbleekt. Ook in werksituaties blijken deze mensen nieuwe projecten met veel enthousiasme aan te pakken, maar hebben ze moeite met continuïteit, volhouden en doorzetten.

Borrelen van de energie
Mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis hebben vaak uiteenlopende lichamelijke klachten waarvoor ze allerlei medisch specialisten zoals internist, neuroloog of orthopeed bezoeken. Een groot gevaar is dat ze onnodig worden geopereerd of allerlei medicatie krijgen voorgeschreven waarvan de bijwerkingen tot problemen kunnen leiden.
De theatrale persoonlijkheidsstoornis komt vaker bij vrouwen voor dan bij mannen, maar wordt vooral ook vaker gediagnosticeerd bij vrouwen. Een man die opschept over zijn atletische prestaties en met zijn macho-houding voortdurend in het centrum van de belangstelling wil staan, zal eerder als narcistisch dan als theatraal gezien worden.
In lichtere mate, als het vooral gaat om de persoonlijkheidsaanpassing met ook positieve aspecten, zou je de mensen met theatrale trekken wel ‘enthousiaste overreageerders’ kunnen noemen. Het zijn vaak mensen die borrelen van de energie, met wie je veel plezier kunt hebben. Ze vormen het middelpunt van feestjes en zijn fantastische gastvrouwen en gastheren. In functies waarin ze op de voorgrond moeten treden, zoals public relations, functioneren ze vaak uitstekend. Het probleem zit hem in het ‘té’: hun enthousiasme kan overgaan in aandachttrekkend, verleidend en dramatisch gedrag waardoor ze irritaties oproepen. Als mannen ingaan op flirterig gedrag van een vrouw met deze stoornis en seksuele avances maken, komen ze soms van een koude kermis thuis, want dat was helemaal niet de bedoeling. Als er wel een relatie ontstaat, is die vaak niet eenvoudig, want er ontstaan gemakkelijk escalaties en emotioneel uitputtende scènes. Mensen met theatrale trekken beschouwen dat wat ze voelen als realiteit, voelen zich door kritiek vaak volkomen afgewezen en hebben het gevoel dat ze niet meer bestaan als ze niet in het middelpunt van de aandacht staan.
De manier waarop in sommige culturen lichamelijke en psychische klachten worden verwoord, met veel gejammer, expressiviteit en overdrijving, is in onze ogen soms theatraal maar in de betreffende cultuur normaal.
De theatrale persoonlijkheidsstoornis komt bij ongeveer 2-3% van de mensen in de bevolking voor, en bij ongeveer 15% van de psychiatrische patiënten.

De antisociale persoonlijkheidsstoornis
Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis hebben als kenmerken dat ze

weinig oog hebben voor de gevoelens en rechten van andere mensen, en de neiging hebben deze met voeten te treden.

Zij zijn vaak niet in staat zich aan te passen aan maatschappelijke normen. Zo vinden ze het bijvoorbeeld moeilijk om zich aan de wet te houden, en worden ze vaak een of meerdere keren gearresteerd. Ze zijn oneerlijk, liegen herhaaldelijk, gebruiken valse namen of bezwendelen anderen ten behoeve van eigen voordeel of plezier. Ze zijn impulsief en kunnen moeilijk vooruitplannen. Vaak zijn ze prikkelbaar en agressief, en raken ze bij herhaling verzeild in vechtpartijen of geweldplegingen. Ze zijn vaak op een roekeloze manier onverschillig over de veiligheid van zichzelf of anderen. Zo kunnen ze gevaarlijke activiteiten vertonen in het verkeer, zoals een wedstrijdje zo hard mogelijk rijden op een binnenweg. Hun onverantwoordelijke gedrag blijkt bijvoorbeeld ook uit hun moeite om geregeld werk te behouden of financiële verplichtingen na te komen. Hun impulsiviteit kan ertoe leiden dat ze plotseling hun werk opzeggen, een grote reis gaan maken, of hun relatie verbreken zonder rekening te houden met de langetermijngevolgen.

Strafblad (casus)
Barry is vanaf zijn puberteit een bekende van de politie. Ook als kind was hij niet de makkelijkste; hij moest diverse malen van school wisselen in verband met het pesten van jongere kinderen, spijbelen en liegen; hij maakte uiteindelijk het speciaal onderwijs niet af. Hij was een van de leiders van het groepje jongeren dat kattenkwaad uithaalde in de buurt. Maar terwijl het bij de meeste anderen beperkt bleef tot bushokjes bekladden en een fiets in elkaar trappen, had hij op zijn 16e al een strafblad waarop onder andere een veroordeling voor het beschadigen van drie auto’s en enkele tasjesroven. De meeste van zijn vrienden maakten uiteindelijk hun school af en vonden een baan; Barry ging zich bezighouden met drugs dealen, kreeg een vriendin die regelmatig voor geld met zijn vrienden naar bed ging en dit geld aan hem afdroeg. Toen zij dit op een gegeven moment niet meer wilde, sloeg hij haar in elkaar, zodanig dat ze in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Na een jaar gevangenisstraf leek hij even zijn leven te beteren en vond werk in een fabriek. Een paar maanden later echter nam hij ontslag; hij vond het werk te saai en bovendien kon hij veel makkelijker en veel meer geld verdienen in de drugshandel.

Spijt betuigen als teken van zwakte
Een belangrijk kenmerk is ook dat bij mensen met deze stoornis vaak gevoelens van spijt ontbreken. Als ze iets gedaan hebben waardoor een ander zich gekwetst voelt, of als ze iemand mishandeld of bestolen hebben, reageren ze vaak ongevoelig of kil. Of ze geven die ander de schuld: had hij maar niet op dat moment op die plek moeten zijn of zo goed van vertrouwen moeten zijn: ‘Sukkels vragen erom om bedrogen te worden’ of ‘Het leven is nu eenmaal oneerlijk.’ Hun slachtoffers zijn domoren, naïeve sufferds, die niet beter verdienen dan bedrogen of bestolen te worden. Spijt betuigen zou een teken zijn van zwakte en erop duiden dat ze met zich laten sollen.
Om de diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornis te kunnen stellen, moet de persoon in kwestie minstens achttien jaar zijn. De reden hiervoor is dat puberaal kattenkwaad of lichte criminaliteit soms ook bovenstaande kenmerken heeft. Veel pubers groeien gelukkig over dit soort gedrag heen. Bovendien is het voor de diagnose nodig dat er al gedragsproblemen waren vóór hun vijftiende jaar. Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis waren dus als kind ook al zeer lastig en onhandelbaar, en pleegden vaak al delicten op jonge leeftijd. Het kan dan gaan om het ernstig mishandelen van dieren, om het vernielen van eigendommen van anderen, om liegen of stelen, weglopen van huis of spijbelen. Het feit dat er al voor het vijftiende jaar sprake was van gedragsproblemen is een wezenlijk verschil met de andere persoonlijkheidsstoornissen, waarbij er alleen wordt gekeken naar problemen op de volwassen leeftijd.
Misleiding, liegen en manipulatie staan centraal bij de antisociale persoonlijkheidsstoornis. Daarom is het bij het vaststellen van de diagnose van groot belang dat ook gesproken wordt met mensen uit de omgeving van de persoon. Sommige mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis kunnen een zeer charmante indruk maken. Ondanks de delicten (waaronder moord) die zij soms gepleegd hebben, slagen zij er toch vaak in opnieuw relaties aan te gaan met anderen, soms zelfs met personeel van de tbs-kliniek waar zij behandeld worden. Vaak komen mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis in aanraking met politie of justitie, maar dit is niet altijd het geval. Soms wordt de stoornis vooral zichtbaar in interpersoonlijke relaties, waarbij mensen met deze persoonlijkheidsstoornis alleen uit zijn op eigen voordeel of plezier en daarbij de wensen, rechten of gevoelens van anderen volkomen negeren en zonder enige scrupule tegen hen liegen of hen manipuleren. Ze hebben vaak meerdere kortdurende relaties gehad en soms ook een aantal kinderen bij verschillende vrouwen, waarvoor ze weinig verantwoordelijkheid nemen.

Charmant en manipulatief
Veel mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis hebben in hun jeugd geweld, mishandeling en chaos meegemaakt. Vaak vertoonde een van hun ouders ook trekken van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis en was er geen sprake van een veilige omgeving voor kinderen om in op te groeien. Alcoholisme, een gebrek aan duidelijke normen en waarden, tekorten in de meest basale verzorging zoals met een ontbijt en met schone kleren naar school, kenmerkten vaak hun jonge jaren. Ze hebben geleerd dat je het verste komt in de maatschappij met een mentaliteit van ‘ieder voor zich’ en ‘pakken wat je pakken kan’. Ze hebben een diepgeworteld wantrouwen tegenover hun omgeving en dus ook tegenover goedwillende of naïeve hulpverleners die het beste met hen voor zeggen te hebben. Ze zullen vaak geneigd zijn anderen, dus ook hulpverleners uit te testen en zó te manipuleren, te bedreigen of uit te dagen dat deze afhaken – wat hun geloof in de onbetrouwbaarheid van anderen weer bevestigt.
In lichtere mate, als het vooral gaat om de persoonlijkheidsaanpassing met ook positieve aspecten, zou je mensen met antisociale trekken wel ‘charmante manipulators’ kunnen noemen. Ze zijn in staat om mythes te creëren waar anderen in geloven. Ze zijn heel goed in het starten en promoten van nieuwe bewegingen, en hebben dus persoonlijkheidstrekken die we ook veelvuldig zien bij politici, advocaten en zakenmensen. Ze houden van actie en opwinding, gaan echt voor datgene waar ze in geloven en zijn niet bang anderen daarbij te shockeren. Ze komen in de problemen als ze elke omgeving en situatie gaan zien als een competitie die zij moeten winnen, is het niet goedschiks dan kwaadschiks via manipulatie en misbruik maken van anderen. Hoewel ze naar intimiteit verlangen, hebben ze veel moeite met echte trouw en loyaliteit; vaak laten zij de ander in de steek voordat deze dat bij hen doet. Ze gedragen zich alsof ze niemand nodig hebben, en verwarren opwinding en drama met intimiteit.
Bij een subgroep van alle mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis lijkt er sprake van een aangeboren stoornis. Zij hebben een relatief rustige en goede jeugd gehad, zonder al te veel geweld of chaos, maar lijken een aangeboren onvermogen te bezitten om zich in te leven in anderen. Als kind waren zij al berucht vanwege het wreed pesten van dieren (een verhaal vermeldt bijvoorbeeld dat een persoon met een antisociale persoonlijkheidsstoornis als kind konijntjes in het grasveld ingroef zodat alleen hun kopje er nog uitstak en er dan met de grasmaaier overheen ging). Op latere leeftijd kan dit ontaarden in het (ook in seksuele zin) genieten van het verkrachten en sadistisch martelen van anderen.

Fundamenteel gebrek aan inlevingsvermogen
Het onderscheid tussen ‘gewone’ criminelen en mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis is soms lastig. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis vaak rustig worden als ze geconfronteerd worden met gewelddadige of bloederige plaatjes – terwijl de meeste mensen met angst of afkeer reageren. Ook hebben de mensen met deze aandoening vaak een jeugd met veel geweld achter de rug. Bovendien komen ze door hun impulsiviteit vaak in de problemen, meer dan de beroepscrimineel die zijn activiteiten zorgvuldig plant en uitvoert, of de schlemielige kruimeldief die door zijn eigen onhandigheid steeds gepakt wordt. In veel gevallen lijden mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis ook aan angsten of depressies, en vaak zijn ze verslaafd aan alcohol of drugs.
Andersom is het zo dat verslaafden vaak antisociaal gedrag vertonen om voldoende geld voor deze middelen bij elkaar te krijgen (het ‘junkiesyndroom’): ze beliegen en bestelen hun ouders, vrienden en familieleden, gedragen zich onbetrouwbaar, en alles draait om de drugs. Als ze eenmaal afgekickt zijn, vertonen de mensen die uitsluitend verslaafd waren, wel berouw over hun gedrag en schamen ze zich over wat ze hun omgeving, familie en vrienden hebben aangedaan. Ze zullen moeite doen om het verbroken vertrouwen te herstellen en het goed te maken, bijvoorbeeld ook door gestolen geld terug te betalen. Bij hen is er geen sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
De antisociale persoonlijkheidsstoornis komt vaker voor in sociaal-economisch achtergestelde milieus in de steden, en komt veel vaker voor bij mannen (3% in de populatie) dan bij vrouwen (1%). Bij eerstegraadsfamilieleden van mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis komt de stoornis vaker voor, alsmede verslaving aan alcohol of drugs (vooral bij de mannen) en somatisatiestoornis (vooral bij de vrouwen). Uit studies bij geadopteerde kinderen blijkt dat zowel erfelijke factoren als opvoedings- en omgevingsfactoren een rol spelen. Hoewel geadopteerde kinderen wier biologische ouders een antisociale persoonlijkheidsstoornis hadden, een grotere kans hebben om deze stoornis zelf ook te krijgen, kan dat risico verminderd worden door een stabiele opvoeding.
Na het veertigste jaar wordt de antisociale persoonlijkheidsstoornis vaak iets rustiger en is ze minder op de voorgrond aanwezig.
Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis zijn vaak moeilijk te behandelen, juist omdat ze weinig inzicht hebben in hun eigen gedrag en weinig gemotiveerd zijn om te veranderen. Vooral hun fundamentele gebrek aan inlevingsvermogen in anderen lijkt moeilijk te veranderen.
De antisociale persoonlijkheidsstoornis komt bij ongeveer 2% van de mensen in de bevolking voor, en bij ongeveer 9% van de psychiatrische patiënten.




terug verder




Een persoonlijkheidsstoornis en nu


In dit boek leest u in heldere taal waarom iemand met een persoonlijkheidsstoornis 'zo is'. U krijgt inzicht in de symptomen en leest waarom een diagnose zo moeilijk te stellen is. Het hoofdstuk over behandeling is een echte eyeopener.

Auteur(s) : Dr. Moniek Thunnissen
Prijs : € 23,95
ISBN : 9789491549038