Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
De diagnose

 
Het zal duidelijk zijn dat het niet zo gemakkelijk is om de diagnose persoonlijkheidsstoornis te stellen. Vaak is er sprake van een glijdende schaal van normaal functioneren, naar het vertonen van tekenen die wijzen op een persoonlijkheidsstoornis. Allereerst is, voor het stellen van de diagnose, van belang of de persoon voldoet aan de algemene diagnostische criteria van een persoonlijkheidsstoornis. In het kader hieronder staan de officiële criteria genoemd zoals die door psychiaters en psychologen gebruikt worden om een persoonlijkheidsstoornis te diagnosticeren.

Met klachten naar de huisarts
Er moet sprake zijn van een duurzaam, star patroon van functioneren dat is ontstaan in de jeugd of vroege volwassenheid. Dit patroon bestaat uit afwijkende innerlijke ervaringen – gevoelens en gedachten – en afwijkende gedragingen. Mensen voelen zich dus anders dan de gemiddelde normale persoon, hun gedachtewereld ziet er anders uit en ze gedragen zich niet zoals de doorsneepersoon zou doen. Bovendien leidt dit anders denken, voelen en gedragen tot problemen in werk en relaties, en lijden de persoon zelf en/of anderen hier ernstig onder.

Algemene diagnostische criteria voor een persoonlijkheidsstoornis DSM-IV-TR
A. Een duurzaam, diepgaand en star patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen dat binnen de cultuur van betrokkene duidelijk afwijkt van de verwachtingen.
B. Het patroon uit zich op een breed terrein van persoonlijke en sociale situaties en wordt zichtbaar op ten minste twee van de volgende terreinen:
1. cognities (de manier van waarnemen en interpreteren van zichzelf, anderen en gebeurtenissen)
2. affecten (de draagwijdte, intensiteit, labiliteit en de adequaatheid van de emotionele reacties)
3. functioneren in het contact met anderen
4. beheersing van de impulsen
C. Het patroon is stabiel in de loop van de tijd en begint typisch in de adolescentie of vroege volwassenheid.
D. Het patroon veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

Vaak melden mensen met een persoonlijkheidsstoornis zich allereerst met een scala aan klachten bij de huisarts. Ze hebben last van angst, somberheid, slecht slapen, lichamelijke klachten, problemen op het werk of in hun relatie. Soms blijkt dat mensen zich heel lang staande hebben weten te houden, maar door een verandering in hun leven opeens last krijgen van hun persoonlijkheidstrekken. Een vrouw met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis bijvoorbeeld, cijferde zich haar hele huwelijk lang weg voor haar hardwerkende man, genoot ervan dat hij alle beslissingen nam en paste zich zonder moeite aan zijn verwachtingen aan. Toen hij opeens overleed door een hartaanval stond ze er alleen voor en bleek dat ze volslagen hulpeloos in de wereld stond. Een ander voorbeeld: een man met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis kon altijd goed functioneren op zijn werk waar hij een solofunctie had en iedereen wist dat hij zeer nauwkeurig was en niet graag lastig gevallen werd door anderen. Toen hij een nieuwe chef kreeg die wilde dat zijn medewerkers meer als team gingen opereren, moest hij gaan samenwerken en delegeren. Zijn woede over de nieuwe aanpak hield hij voor zich, maar werd duidelijk in treuzelen, dingen vergeten en zich ziek melden. Uiteindelijk kreeg hij een enorm conflict met zijn baas, die dreigde hem te ontslaan, waarop hij zich bij zijn huisarts meldde.

Clusters
Als blijkt dat de problemen waarmee iemand kampt, niet alleen te maken hebben met het hier en nu of het recente verleden, maar met de hele identiteit van de persoon, wordt gedacht aan een persoonlijkheidsstoornis. Pas daarna wordt onderzocht aan welk type de persoon lijdt. Vaak wordt dan eerst gekeken naar het cluster:
• cluster A: het excentrieke cluster met de paranoïde, schizoïde en de schizotypische persoonlijkheidsstoornis;
• cluster B: het dramatische cluster met de borderline, de narcistische, de theatrale, en de antisociale persoonlijkheidsstoornis;
• cluster C: het angstige cluster met de ontwijkende, de afhankelijke en de obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis.

 

Veel aandacht voor de levensgeschiedenis
Soms gebruikt men vragenlijsten bij het stellen van de diagnose (zie blz. 111). Belangrijker is echter het gesprek met de persoon en liefst ook met een of meer personen uit zijn directe omgeving: partner, broer of zus, ouders, collega, vriend(in). Mensen met een persoonlijkheidsstoornis lijden over het algemeen onder hun problemen, en hun omgeving vaak ook, soms zelfs nog meer dan de persoon zelf. Het goed nagaan van de levensgeschiedenis is van groot belang: hoe zit het met de aangeboren aanleg, met de opvoeding en de relatie met de ouders, en welke levenservaringen heeft iemand opgedaan?
Daarbij moet men vooral kijken naar patronen die zich herhalen: heeft iemand steeds opleidingen niet afgemaakt, heeft iemand geen langdurige relatie volgehouden, krijgt iemand steeds conflicten op het werk met collega’s of superieuren? Nagegaan wordt welke cognitieve schema’s mogelijk een rol spelen, of er sprake is van een negatief zelfbeeld en/of een negatief beeld van anderen.

Interpreteren van de eigen realiteit
Mensen met een persoonlijkheidsstoornis zullen in hun huidige relaties, dus ook in het contact met arts, psychiater of psycholoog, bepaalde patronen herhalen. Ze vertonen daarbij een mechanisme dat hen onderscheidt van anderen. Wat iedereen doet in het dagelijks leven is het selecteren van ervaringen en in geringere mate ook het interpreteren van ervaringen. Bij de meeste mensen komt deze interpretatie redelijk overeen met de realiteit. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis gebruiken echter hun disfunctionele schema’s voor deze interpretatie en zullen daarmee de werkelijkheid vervormen. Soms gaan mensen met een persoonlijkheidsstoornis nog een stap verder en manipuleren ze de werkelijkheid. Een vrouw met een persoonlijkheidsstoornis krijgt bijvoorbeeld een relatie met iemand die haar niet misbruikt of verwaarloost, maar oprecht in haar geïnteresseerd is. Ze kan dat echter niet geloven, dus zal ze vooral ervaringen selecteren en onthouden waarin haar geliefde te laat komt of iets vergeten is. Ze zal deze ervaringen interpreteren als een gebrek aan liefde, zorg en aandacht. Als haar geliefde toch blijft volhouden dat zijn liefde oprecht is, zal ze zich zodanig gaan gedragen dat haar geliefde uiteindelijk teleurgesteld opgeeft – waarna zij kan zeggen: ‘Zie je wel, natuurlijk word ik weer in de steek gelaten.’
Soms gebeurt dit ook in het contact met de arts, psychiater of psycholoog, en wordt op deze manier duidelijk dat er sprake kan zijn van een persoonlijkheidsstoornis: ze komen bij hun huisarts met hun problemen en deze informeert naar spanningen thuis en op het werk; ze reageren kribbig en afwerend, waarna de arts verder doorvraagt. Vervolgens stellen ze zich nog meer terughoudend en wantrouwig op, geven geen rechtstreeks antwoord en kunnen niet goed uitleggen waar hun problemen naar hun idee door worden veroorzaakt. Ze gaan de strijd aan met de arts en zijn het niet eens met de voorstellen die de arts hun doet. Er is kans dat de arts geïrriteerd raakt en er een negatieve wisselwerking ontstaat. De communicatie met mensen met een persoonlijkheidsstoornis is vaak niet eenvoudig, wat kan leiden tot irritaties over en weer, onbegrip en machteloosheid.

Persoonlijkheidsstoornissen en andere psychiatrische stoornissen
Veel symptomen van persoonlijkheidsstoornissen zien we ook terug bij andere psychiatrische aandoeningen. Dat maakt het stellen van de juiste diagnose extra ingewikkeld.
Iemand met psychotische symptomen kan bijvoorbeeld lijden aan een schizotypische of een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Maar dezelfde psychotische symptomen komen voor bij schizofrenie of andere psychoses. Hetzelfde geldt voor het symptoom ‘stemmingsstoornis’. Dit kan bij de meeste persoonlijkheidsstoornissen voorkomen, maar kan ook wijzen op depressiviteit.
Ook angststoornissen kunnen een aandoening op zichzelf zijn, maar ze komen ook als symptomen binnen cluster C voor. Heeft iemand dus last van angsten, dan kan de diagnose niet alleen wijzen op ‘angststoornissen’, maar ook op een ‘cluster C-persoonlijkheidsstoornis’. En hetzelfde geldt voor sommige verschijnselen bij de borderline- of de antisociale persoonlijkheidsstoornis die lijken op kenmerken die we zien bij ADHD.

Het kan natuurlijk ook voorkomen dat iemand aan twee aandoeningen lijdt. Zo kan een persoon met een persoonlijkheidsstoornis tegelijkertijd ook lijden aan een depressie, angststoornis of psychose, los van de persoonlijkheidsstoornis. Het verschil tussen de twee aandoeningen is dat de depressie of de angststoornis meestal overgaat of in ernst vermindert, terwijl voor de diagnose persoonlijkheidsstoornis de symptomen minstens vijf jaar moeten bestaan en een diepgaand, duurzaam en star patroon moeten vormen.
Uit onderzoek blijkt dat er bij meer dan de helft van de mensen met een persoonlijkheidsstoornis die hulp zoeken, ook sprake is van bijvoorbeeld een depressie of angststoornis. Vaak zoeken mensen alleen hulp voor deze laatste stoornis en niet voor de persoonlijkheidsstoornis. De depressiviteit of de angststoornis is echter moeilijker te behandelen als er ook sprake is van een persoonlijkheidsstoornis, gemiddeld duurt de behandeling zelfs twee keer zo lang. Wel verdient het de voorkeur om eerst de depressiviteit of de angststoornis, of de verslaving aan alcohol of drugs – als daar sprake van is – te behandelen en daarna pas de persoonlijkheidsstoornis.
Bij psychiatrische patiënten blijken persoonlijkheidsstoornissen ongeveer 4 tot 10 keer zo vaak voor te komen als bij de bevolking.

DSM-V
Momenteel is men wereldwijd bezig met een hernieuwde versie van het diagnostisch systeem, de DSM-V. Het streven is om hierin plaats in te ruimen voor temperamentsdimensies, bijvoorbeeld de Big Five (blz. 51-54).




terug verder




Waarom ben je zo?

Mensen met een persoonlijkheids stoornis gedragen zich in de regel niet vreemd. Ze zijn niet in de war of erg somber, ze praten en handelen hetzelfde als meeste mensen. Toch hebben ze een ernstig probleem, omdat hun aandoening hun hele persoon treft. Tegelijkhertijd ervaren ze de aandoening vaak niet als een stoornis.

Auteur(s) : Dr. Moniek Thunnissen
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116887