Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Veel gestelde vragen, adviezen en tips

 

1 Kom ik ooit van mijn persoonlijkheidsstoornis af?
Hoewel de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis niet gemakkelijk is (zie hiervoor vraag 4) gaan we er nu even vanuit dat u inderdaad een persoonlijkheidsstoornis heeft. Zoals blijkt uit de definitie van een persoonlijkheidsstoornis, is deze stoornis ontstaan door een combinatie van aanleg en van wat iemand meemaakt in opvoeding en andere situaties in het leven. Een persoonlijkheidsstoornis is een stoornis in zowel het denken als het voelen als in het gedrag. Bovendien bestaat deze stoornis al minstens 5 jaar voordat je de diagnose mag stellen. Dit betekent dus dat een persoonlijkheidsstoornis niet zo gemakkelijk te veranderen is. Toch betekent dit niet dat de situatie van mensen met een persoonlijkheidsstoornis hopeloos is. Er zijn verschillende werkzame therapieën, en dan gaat het vooral om psychotherapie. Bovendien worden van een aantal persoonlijkheidsstoornissen de symptomen met het ouder worden minder heftig. Ten slotte krijgen mensen vaak ook minder last van hun persoonlijkheidsstoornis als ze een werksituatie en sociale relaties vinden waarin ze hun sterke kanten kunnen gebruiken en niet voortdurend onder stress staan.

2 Is een persoonlijkheidsstoornis te behandelen?
Zeker is een persoonlijkheidsstoornis te behandelen. Wel is het zo, omdat een persoonlijkheidsstoornis in de loop van de jaren is ontstaan en voor de persoon aanvoelt als ‘zo ben ik nu eenmaal’, dat de behandeling langdurig en intensief zal zijn. Uit onderzoek blijkt dat de meest werkzame vorm van behandeling psychotherapie is. Hiervoor zijn verschillende vormen ontwikkeld zoals bijvoorbeeld de Mentalisation Based Psychotherapie en de Dialectische Gedragstherapie. Vaak blijkt behandeling in een groep, minimaal één jaar ambulant of drie tot zes maanden in een deeltijd- of klinische behandeling, effectief. Het aantal klachten vermindert en na verloop van tijd slaagt zo’n 50 tot 70% van de patiënten erin om bevredigender werk en relaties te vinden.

3 Waar kan ik terecht voor hulp?
Veel mensen met een persoonlijkheidsstoornis zoeken geen hulp. Dit omdat ze ofwel denken dat er geen hulp mogelijk is ‘omdat ze nu eenmaal zo zijn’, ofwel omdat ze zelf niet vinden dat er met hen iets aan de hand is. Soms hebben ze ook niet zoveel klachten omdat hun omgeving bij ze past of rekening met ze houdt (bijvoorbeeld iemand met een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis doet werk waarbij hij veel alleen kan werken of met mensen die hem al lang kennen en weten dat hij er niet zo van houdt om samen koffie te drinken of te lunchen). Als er iets verandert in deze omgeving, bijvoorbeeld een nieuwe baas of een nieuwe, wat opdringerige collega, dan kan het zijn dat iemand met een persoonlijkheidsstoornis in de stress raakt en in de ziektewet belandt.
Meestal gaan mensen allereerst naar de huisarts, en in het algemeen niet met de vraag ‘Ik denk dat ik een persoonlijkheidsstoornis heb’. Vaak worden mensen in eerste instantie dan ook behandeld voor andere klachten: lichamelijke klachten, depressieve klachten, angstklachten of een verslaving. Als na verloop van tijd, bijvoorbeeld omdat de klachten niet overgaan met de gangbare behandeling, duidelijk wordt dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis worden mensen meestal doorverwezen naar de ggz of naar een vrijgevestigd psycholoog of psychiater.

4 Heb ik wel een persoonlijkheidsstoornis?
De diagnose wordt meestal gesteld in de tweede lijn, dat wil zeggen door een psychiater of een psycholoog in de ggz of in een vrijgevestigde praktijk. Meestal gebeurt dit door een of twee uitgebreide gesprekken, soms ook met de partner, de ouders of een belangrijke ander erbij. Soms wordt er gebruik gemaakt van vragenlijsten.

5 Hoe ga ik om met mijn partner of ouder of (volwassen) kind met een persoonlijkheidsstoornis?
Het valt niet mee om in zijn algemeenheid hier iets over te zeggen. Zoals vermeld wordt een persoonlijkheidsstoornis veroorzaakt door een combinatie van aangeboren factoren en zaken in de opvoeding en de levensgeschiedenis. Een element daarbij is de mate waarin ouders en kind bij elkaar passen of juist de lastige eigenschappen van het kind versterken. Ouders die erg gesteld zijn op orde en netheid kunnen het bijvoorbeeld moeilijk hebben met een heel temperamentvol, slordig kind. De diagnose persoonlijkheidsstoornis wordt pas gesteld vanaf het 18e jaar. Meestal gaat het dus om mensen die als jongvolwassenen merken dat ze klachten hebben die bij een persoonlijkheidsstoornis passen. Als ze nog bij hun ouders wonen, is het vaak verstandig om ernaar te streven om op eigen benen te gaan staan. Wederzijds is het soms lastig om elkaar los te laten: ouders voelen zich vaak bezorgd of hun zoon of dochter zich wel kan redden in het leven, of de zoon of dochter denkt niet zonder zijn ouders te kunnen. Hierbij kan het soms nodig zijn om hulp te krijgen van een behandelaar.
Mensen met een persoonlijkheidsstoornis kunnen partners uitzoeken die uiteindelijk eigenlijk niet zo goed voor hen zijn. Een vrouw met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis zoekt bijvoorbeeld een man uit die een rots in de branding lijkt, heel stabiel en zeker van zichzelf. Ze is heel dankbaar dat hij allerlei beslissingen voor haar neemt, niet alleen welke nieuwe auto ze zullen kopen en waarheen ze op vakantie zullen gaan, maar ook welke sieraden ze bij haar nieuwe jurk moet dragen of wat ze moet bestellen als ze samen uit eten gaan. Na verloop van tijd gaat hij zich ergeren aan haar onzelfstandigheid en stimuleert haar om wat vaker alleen op pad te gaan. Ze wordt angstig en onzeker, en is bang dat hij wil scheiden. Hij is dat helemaal niet van plan, maar vindt de manier waarop zij zich aan hem vastklampt, steeds benauwender worden. Als zij uiteindelijk hulp gaat zoeken bij een psycholoog vraagt deze of hij ook een keer meekomt. Hij vertelt dat hij oprecht van zijn vrouw houdt, maar soms veel last heeft van haar afhankelijkheid. De psycholoog stelt voor om een aantal gezamenlijke gesprekken te voeren omdat ze allebei moeite hebben om de patronen die ze samen in hun huwelijk hebben ontwikkeld, te veranderen.

6 Als ik een persoonlijkheidsstoornis heb, is het dan niet beter geen kinderen te krijgen?
Dit is een heel moeilijke vraag. Het komt voor dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis vinden dat ze zelf in hun opvoeding geen erg goed voorbeeld hebben gekregen van hoe je een goede ouder kunt zijn. Ze zijn daarom huiverig om zelf kinderen te krijgen. Bovendien hebben ze vaak hun handen vol om zichzelf staande te houden in het leven en zijn ze bang dat het opvoeden van een kind een te groot beroep op hun energie en aanpassingsvermogen zal doen. Anderzijds kan het ook zijn dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis, zeker als ze door een behandeling inzicht hebben gekregen in hun eigen motieven en levenservaringen, besluiten dat ze het met hun kinderen anders zullen doen dan zoals ze het in hun eigen jeugd hebben meegemaakt. Ook kan een goede partner een grote steun zijn bij de opvoeding. Als het motief om kinderen te krijgen vooral is: ‘Dan heb ik eindelijk iets voor mezelf’, of als de zwangerschap hen overkomt zonder dat ze een stabiele relatie en levenssituatie hebben, dan is er echter wel een kans dat voor iemand met een persoonlijkheidsstoornis de stress te groot is.




terug




Waarom ben je zo?

Mensen met een persoonlijkheids stoornis gedragen zich in de regel niet vreemd. Ze zijn niet in de war of erg somber, ze praten en handelen hetzelfde als meeste mensen. Toch hebben ze een ernstig probleem, omdat hun aandoening hun hele persoon treft. Tegelijkhertijd ervaren ze de aandoening vaak niet als een stoornis.

Auteur(s) : Dr. Moniek Thunnissen
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116887