Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Leo van Deursen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Vereniging voor Rugpatiënten De wervelkolom


lettergrootte: A  A  A
Behandeling

 
In dit boek over de mogelijke oorzaken van lage rugklachten probeer ik te volstaan met een indeling en uitleg. Ik ben nauwelijks ingegaan op de behandeling van lage rugklachten omdat dat hier té ver zou voeren. Toch wil ik enkele aspecten aan bod laten komen die de behandeling van lage rugklachten kunnen ondersteunen.

'Blijf in beweging'
Misschien klinkt het wat vreemd wanneer ik zeg dat bewegen een betere oplossing voor uw rugklachten is dan kalm aan doen, maar toch is het meestal echt zo. Een van mijn confronterende stellingen is daarom ook: met rugklachten kun je beter in de ziektewet lopen, dan in de ziektewet zitten.
Je rug leeft bij de gratie van beweging. Dit klinkt erg dramatisch, maar toch is het zo. Immers, rond ons twaalfde levensjaar verdwijnen de bloedvaatjes uit onze tussenwervelschijven. Vanaf dat moment worden ze geacht zelf voor de nodige voorzieningen te kunnen zorgen. En dit kan alléén door in beweging te blijven.
Waarom de natuur dit zo bedacht heeft, is vooralsnog niet duidelijk. Kennelijk zijn we tóch gewoon gemaakt om te bewegen. En ‘homo erectus’, de rechtop gaande mens uit de oertijd, bewoog voldoende om zichzelf én zijn tussenwervelschijven te voeden. Dit in tegenstelling tot ‘homo sedens’, de zittende mens van nu. Als we nu 72 jaar zijn, hebben we gemiddeld 38 jaar zittend doorgebracht en dan liggen we ook nog eens 24 jaar. Dan hebben we dus nog maar tien jaar over om te bewegen! Om te lopen, te fietsen, te sporten of lichamelijk bezig te zijn. Dat was in de oertijd wel even anders! En dat redden onze tussenwervelschijven niet, dus niet voor niets pleiten we nu voor meer beweging!

Onderzoek toonde aan dat discopathie, degeneratieve verandering van de tussenwervelschijf, vooral voorkomt bij mensen die te weinig bewegen. Een vergelijking van de degeneratieve veranderingen in tussenwervelschijven van zittend kantoorpersoneel en mensen die per dag zo’n tien kilometer moesten lopen als meteropnemer, liet overduidelijke verschillen zien. Er bestond aanzienlijk minder degeneratie bij de meteropnemers. (Evans,1989). Dit wijst er ook al op dat niet zozeer de belasting van de rug, als wel het gebrek aan beweging tot afwijkingen leidt. Maar bestaat er eenmaal degeneratieve verandering, dan kan ook belasting pijnlijk worden. Het lijkt wel wat op poreuze fietsbanden. Wanneer je je fiets lange tijd laat stilstaan, worden de banden poreus. Ze lopen langzaam leeg. Fietsen met slappe banden is behoorlijk lastig en soms nog pijnlijk ook. Wanneer we onze tussenwervelschijven gebruiken, worden ze tussendoor bijna letterlijk opgepompt.

Mijn zoon (van Deursen D.L., 2000) heeft in zijn promotie-onderzoek kunnen aantonen dat de tussenwervelschijven werken als een soort pompjes. De draaiende bewegingen tijdens lopen en fietsen zorgen ervoor dat vloeistoffen uit en in de tussenwervelschijfjes gepompt kunnen worden en we er tijdelijk zelfs gróter van kunnen worden. Het is dan ook niet erg om een gezonde rug flink te belasten en zelfs is het niet erg om aan powerlifting te doen.

Onderbelasting
Lange tijd werd het krijgen van rugklachten geweten aan ‘overbelasting’. Als dat zo was, zouden we powerlifting zeker moeten verbieden. Het klinkt misschien wat raar en verwijtend, maar eerder lijkt ‘onderbelasting’ de schuldige factor te zijn. Een fraai argument hiervoor komt uit de ruimtevaart. Ondanks het feit dat de rugbelasting in de ruimte érg laag is en hooguit neerkomt op de eigen spierspanning, keert ruim 60% van de astronauten met rugklachten uit de ruimte terug. Nu is niet uitgesloten dat de extreme versnellingen tijdens de lancering hier schuldig zijn, maar ook de duur van het verblijf in de ruimte lijkt een rol te spelen. Onderbelasting en gebrek aan drukwisseling in de tussenwervelschijven zou hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn. Immers, door het ontbreken van tegendruk en zwaartekracht bewegen astronauten hun rug nauwelijks.

Wij hebben kunnen aantonen dat vooral kleine, draaiende bewegingen tot drukveranderingen in de tussenwervelschijven leiden. Dit is voor ons zelfs de reden geweest om deze draaibewegingen in te bouwen in een kussentje en in stoelen om zo het zitten minder schadelijk te maken. Maar het beste blijft natuurlijk om net als homo erectus wat meer in beweging te blijven. Veel van mijn rugpatiënten hoor je dan ook zeggen: ‘Dokter, als ik maar in beweging blijf, lukt het wel, maar zitten, staan en winkelen is een ramp.’ U begrijpt nu waarom.

Zit dit nou toch tussen mijn oren dokter?
‘Snapt u dat nou? Soms barst ik van de pijn in mijn rug als ik zo maar stil zit en moet ik echt pillen slikken, maar als ik tennis of voetbal voel ik niets! Mijn vrouw zegt dat het tussen mijn oren zit en mijn baas kijkt ook al zo zuinig. Zit dit nou echt tussen mijn oren dokter?’
Ja, dat kan wel, maar meestal is het niet zo. Het klinkt inderdaad gek wanneer je wél als een hert over de tennisbaan kunt rondspringen of als een gek achter een bal kunt hollen om vervolgens last te hebben wanneer je een tijdje krom moet staan of stil moet zitten. En toch komt dat vaak voor. Heel wat werkgevers kijken inderdaad wat sceptisch wanneer ze Jan ‘s zondags over het veld zien rennen en hij zich maandag na een uurtje metselen af komt melden. Hoe dat toch kan? Ik zal het u proberen uit te leggen.
Wanneer we rugpatiënten vragen wanneer ze last hebben van hun rug krijg je de volgende antwoorden. Met zitten heeft 85% last, met staan 73%. Een beetje gebukt staan, zoals met vegen, stofzuigen, afwassen en tandenpoetsen scoort zelfs 78%. Over slenteren klaagt 66% en over voorovergebogen staan 60%. Met liggen heeft 47% nog steeds klachten en sommigen moeten er echt het bed voor uit. Bedrust met rugklachten is dus ook niet alles. Met lopen heeft maar 23% last en dan blijkt hardlopen nog beter dan gewoon wandelen. Fietsen gaat het beste, slechts 15% heeft last met fietsen en meestal zijn het dan nog de kuiltjes en hobbels in de weg die daaraan schuld zijn.

Figuur 37

In figuur 37 zie je dus dat vooral de statische belasting pijn uitlokt, terwijl dynamische belasting nauwelijks aanleiding tot klachten geeft. De mate van beweging bepaalt in hoge mate of je last van je rug krijgt of niet. Hoe meer je beweegt, hoe beter het voor je rug is. Een baan als postbode is beter voor een rug dan een kantoorbaan. Niet voor niets ben ik als rugdokter enthousiast over de voorgenomen inzet van deeltijdpostbodes bij TPG post.
Een rug leeft letterlijk bij de gratie van beweging! Wanneer we bewegen worden onze tussenwervelschijven tot ware pompjes en zuigertjes en wordt vloeistof en voeding aangezogen en ververst. Als we stil zitten of stil blijven staan zakken de schijven langzaam in elkaar en lijken we zelfs deukjes in de kern van de tussenwervelschijf te drukken. Het is trouwens best moeilijk om een deukje uit een slappe bal te krijgen. Een tijdje krom staan in de tuin en dan recht komen is dus echt opkrikken geblazen. En dat doet nog zeer ook. Dus als u al minder goede tussenwervelschijven hebt en u pompt ze niet voldoende op, dan wordt u stijf, krijgt u pijn en kunt u uw stoel bijna niet meer uitkomen wanneer u een tijdje gezeten hebt.
Dus, u ziet het, voor rugpatiënten is er niets beter dan bewegen. We moeten in beweging blijven om onze tussenwervelschijven te voeden. Vooral statische belasting als zitten, staan en slenteren is slecht, en lopen, fietsen, tennissen en roeien is beter. Dus als u gaat tennissen of voetballen, zal het wanneer u eenmaal op gang bent steeds beter gaan. Okee, misschien bent u de volgende morgen wat stijfjes of staat u soms wat krom en scheef op, maar wanneer u weer op gang bent, lukt het wel weer, want liggen was trouwens ook te statisch. Maar vooral lang krom staan of lang stil zitten moet u vermijden, maar dat wist u toch al. Daar kwam u toch voor? Of moet ik eerst tussen uw oren kijken?

De zin van een korset
‘Dokter, heeft een korset nu wél of géén zin? Ze zeggen dat je er slappe spieren van krijgt en dat je je rug té veel verwent. En je zou juist een spierkorset moeten opbouwen!’
Lastig, dit soort schijnbaar tegenstrijdige uitspraken. Kijken of we er uit kunnen komen. Je kunt zeggen: ‘Ja, soms heeft een korset zin!’ en ‘Je kunt er inderdaad slappere spieren van krijgen.’ en ‘Soms is het goed om een spierkorset op te bouwen.’ Alleen, wanneer is wát belangrijk?

Gips
Wanneer iemand een been breekt, vinden we het niet gek als hij daarvoor in het gips terechtkomt. Immers, zo kunnen de botstukjes de kans krijgen om weer aan elkaar te groeien. Als dat gebeurd is, mag het gips er weer af. En we zijn niet verbaasd wanneer we dan een paar dunne verslapte spieren onder het gips uit zien komen. We vinden dit niet zo erg, want wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen en die spiertjes zijn tenslotte zó weer bijgetraind.
Exact hetzelfde geldt wanneer iemand een korset of een gipskorset voor zijn rug krijgt. Wanneer een rugwervel gebroken is of een tussenwervelschijf ‘instabiel’ geworden is, is het nodig de rug enige tijd te ‘stabiliseren’ met gips of met een korset. Dat hierbij de spieren enige tijd veel minder gebruikt worden en daardoor verslappen, moeten we ook daarbij even voor lief nemen.

Tijdelijk
Een stevig en getraind ‘spierkorset’ helpt natuurlijk uitstekend bij het ‘op zijn plaats houden’ van iets dat gezond en stabiel is, maar het trainen op zich leidt natuurlijk ook tot meer spierspanning en tot druk op de tussenwervels en botstukken. Dit is op zich gunstig om uw rug in conditie te houden en het bevordert de kwaliteit van de tussenwervelschijven, maar dit is niet goed wanneer uw rug het net even écht te kwaad heeft door een breuk of instabiliteit.
Bij een gebroken wervel of een sterk beschadigde tussenwervelschijf of dreigende hernia is het tijdelijk dragen van een korset dan ook een mogelijk goede oplossing. Ook om te beoordelen of de beschadiging, de ‘afschuiving’ of een ‘instabiliteit’ de ware oorzaak achter de klachten is, zal de orthopeed regelmatig op proef een gipskorset, al of niet met pijp, geven.
Bij minder ernstige zaken kan soms een stevige legging of een ouderwetse step-in al deugd doen. En ook de motorgordel of nierband, die hardwerkende boeren wel plegen te dragen, vormt vaak een goede oplossing. Daar is dus niets op tegen, maar daarna, als het even kan, is het opbouwen van een ‘spierkorset’ zeker wenselijk. Trouwens waarom krijgen de sterkste bodybuilders wél een stevige riem om en beginners niet? Wie zou zo’n riem het hardste nodig hebben?

Wat is 'kraken' nu eigenlijk?
‘Kraken’ of manuele therapie is een oude volksgeneeswijze. De oorsprong gaat heel ver terug. Hippocrates, bekend als ‘Vader van de geneeskunde’ zou met evenveel recht ook de ‘Vader van de manuele geneeskunde’ genoemd kunnen worden. Van zijn hand stammen de eerste richtlijnen voor de toepassing van ‘rachiotherapie’. Dit waren handgrepen aan de wervelkolom. Hij veronderstelde kleine verschuivingen in de wervelkolom, door hem ‘paratremata’ genoemd, als oorzaak van allerlei klachten. Terwijl de rug met indrukwekkende apparaten wat uit elkaar getrokken werd, reponeerde hij deze verschuivingen met de hand. Er bestaan fraaie afbeeldingen van deze ‘tractiemanipulaties’, die iets lijken weg te hebben van radbraken. Manuele therapie, of kraken in de volksmond, lijkt dus een volksgeneeswijze van alle tijden. In de middeleeuwen trokken ‘bonesetters’ al krakend rond en werden mensen op welhaast wonderbaarlijke wijze genezen. In Indonesië blijkt de kapper dit kraken nog steeds toe te passen als toegift op het knippen van je haar. Trouwens, je kent ze vast ook wel, die mensen die achter de piano plaatsnemen en eerst hun vingers kraken, of de mensen die zelf hun nek kunnen laten kraken.
Dit geeft al aan dat het kraken op zich niet pijnlijk is, althans niet wanneer het op de juiste manier gebeurt. Op de juiste manier en bij de juiste indicatie. Het laatste is al even belangrijk als het eerste. Er zijn situaties waarbij kraken kan helpen, maar er zijn zeker ook situaties waarbij kraken niet mag.

Goede aanvulling op reguliere geneeskunde
De manuele therapie die momenteel voornamelijk in Europa bedreven wordt, is tijdens de tweede wereldoorlog met het Amerikaanse leger naar Europa gekomen. Eind 1800 ontwikkelde zich in Amerika de osteopathie en de chiropractie, als herontdekking van de oude rachiotherapie van Hippocrates. Twee scholen met een net iets andere insteek, als twee kerken met eenzelfde missie. Nog steeds fungeert er ook in Europa nog een aantal scholen, dat als gemeenschappelijke noemer het kraken of het manipuleren van botjes heeft. Wellicht is de ene methode wat zachtaardiger dan de andere.
De huidige manuele therapie wordt inmiddels beoefend door deskundige fysiotherapeuten, chiropractoren, osteopathen en artsen voor manuele en orthomanuele geneeskunde. Veelal hebben zij een gerichte langdurige opleiding gehad. Manuele therapie wordt gezien als een belangrijke aanvulling bij de behandeling van klachten van rug, nek en andere gewrichten. Ofschoon het soms nog alternatief genoemd wordt, vormt manuele geneeskunde een heel goede aanvulling op de reguliere geneeskunde.

Blokkeringen
Want, kleine ‘verschuivingen’ of ‘blokkeringen’ lijken inderdaad vaak een rol te spelen bij een aantal hinderlijke beperkingen in ons bewegingsapparaat. De stijve nek en rug, de trekkende spieren, de hoofdpijn uit de nek, de tintelingen en een lastige schouder vinden vaak hun oorsprong in slechts onschuldige maar hardnekkige blokkeringen. Het herstellen hiervan door kraken, klinkt nog steeds indrukwekkend, maar is voldoende bekend om veilig te zijn.
Heel belangrijk voor ons is ook, dat bij blokkeringen een soort kettingreacties optreden. De bewegingsbeperking op de ene plek zorgt er door balansverstoring voor dat het ook op andere plaatsen misloopt. Zo kun je dan hoofdpijn krijgen wanneer je rug vastzit, of schouderklachten als je bekkengewricht niet goed beweegt en een tennisarm als je ribben blokkeren.

Dat niet alles zomaar gemanipuleerd mag worden, zult u ook wel begrijpen. Een blokkering ontstaat vaak als een natuurlijke beveiliging, die ons een tijdlang moet beletten om bepaalde bewegingen te maken. Juist het weten wanneer deze blokkeringen wél en wanneer ze niet behandeld moeten worden, verraadt de kennis en kunde. Maar dat kunt u trouwens ook goed zelf beoordelen. Je kunt bijna zeggen dat wanneer het manipuleren pijn doet, de behandeling nog niet had mogen gebeuren.
Verder denk ik ook, dat zo lang we niet weten waar en waardoor rugklachten ontstaan, we best wat bescheidener mogen zijn en we in navolging van Hippocrates heus wel eens op oude volkswijsheden mogen vertrouwen.




terug