Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Waar hebt u last van?

Veelal betreft het antwoord: ‘Pijn’.
Het is meestal de pijn die de patiënt dwingt om naar de dokter te gaan. Een enkele keer kan ook krachtsverlies (denk aan zenuwuitval), kramp of tinteling op de voorgrond staan.

Sinds wanneer hebt u pijn?
Kunt u een begin van de klachten aangeven? Belangrijk is om er achter te komen of er misschien iets gebeurd is dat tot een beschadiging heeft geleid. Sinds een val (zie Fractuur, pag. 99; Blokkering, pag. 77; piriformis syndroom, pag. 62)? Sinds de verhuizing (overbelasting van tussenwervelschijf: zie Chronische discopathie, pag. 64)? ‘Na het tuinieren’ (overbelasting: zie Chronische discopathie, pag. 64)? ‘Altijd na het voetballen’ (zie Chronische discopathie, pag. 64)? ‘Sinds de bevalling’ (zie Bekkeninstabiliteit, pag. 80)? Et cetera.
Soms levert dit een duidelijk aanknopingspunt op, soms niet. ‘Het is er geleidelijk aan ingeslopen.’ is natuurlijk een moeilijk antwoord. Maar als het begonnen is met ‘spit’, is de diagnose al half gesteld (zie: Spit, pag. 45). Ook het ontstaan na een ongeval maakt vaak al iets duidelijk.

Waar zit de pijn?
Soms zegt de lokalisatie van de pijn al iets van de mogelijke oorzaak, ofschoon dit vaak nog wat te vaag is.

Figuur 6

• Pijn direct naast de wervelkolom (2) wijst meer in de richting van de wervelgewrichten (facetgewrichten). Dit past bij gewrichtsontsteking of blokkering, maar ook bij lichte uitstraling vanuit het midden (zie Facetsyndroom, pag. 92).
• Precies op dat knobbeltje (3), links en/of rechts onder in de rug, wijst in de richting van de ligamenten (de ‘scheerlijnen’) onder in de rug (zie Ligamentair, pag. 78).
• Een iets groter gebied rond het bekkengewricht (SI-gewricht) (4) kan wijzen op het SI-gewricht (zie Blokkeringen, pag. 77). Vaak treedt ook hierbij een vage uitstraling op naar beneden in het been, passend bij ‘non-radiculaire’ prikkeling.
• De lokalisatie in de rug én net onder de bil (5) met een uitstraling in de kuit, vind ik vaak duidelijker wijzen in de richting van duraprikkeling (zie Duraprikkeling, pag. 58). Natuurlijk heb ik dan nog wel wat extra aanwijzingen nodig, maar toch telt dit duidelijk mee bij de beoordeling.
• Pijn op de bekkenkam vind ik vaag, maar lijkt meer te wijzen op spierpijn.
• Heel vaak zal iemand zeggen dat de pijn: zo maar van links naar rechts onder in de rug zit. Natuurlijk is dit vaag en zegt het nog weinig, maar het sluit ook wel weer andere dingen uit.

Straalt de pijn uit?
Deze vraag vinden artsen heel belangrijk, omdat ze hiermee een echte zenuwaandoening willen uitsluiten.
• Pijn onder in de rug met uitstraling (als pijn, als tintels of als mieren) tot in de grote teen betekent een aandoening van de L5 zenuwwortel. Zelf teken ik hierbij aan: ‘tot het tegendeel bewe--zen is’. Uitstraling tot in de kleine teen en de zijkant van de voet betekent een aandoening van de wortel S1. Als u dit herkent, moet u naar de vragen onder Lijst 3. Uitstraling tot aan de knie, betekent mogelijk een aandoening van de wortel L4. U moet verder met de vragen uit Lijst 3.
• Uitstraling vanuit de rug naar ‘net onder de bil’ en naar de zijkant van de kuit, duidt voor mij op mogelijke duraprikkeling. Dit kan gemakkelijk overgaan in bovenstaande prikkeling van de zenuwwortel (radiculaire prikkeling, zie Duraprikkeling, pag. 58).
• Uitstraling met prikkeling die niet duidelijk naar de tenen, de zijkant van de kuit of de knie verloopt, is meestal ‘pseudo-radiculair’ ( liever zag ik staan ‘non-radiculair’). Deze uitstraling lijkt op radiculaire prikkeling, maar is het niet!

Hebt u last van een ‘doof’ gevoel?
Een écht doof gevoel, of liever ergens géén gevoel meer hebben, betekent dat er sprake is van gevoelsuitval en dus van een zenuwaandoening. Meestal komt dit door een zenuwafklemming. Dit dove gevoel kan ook tijdelijk zijn of onder invloed staan van een bepaalde stand van het lichaam. Zo kan iemand een doof gevoel krijgen tijdens liggen of lopen, wat verdwijnt tijdens zitten. Een doof gevoel in de voorzijde van het bovenbeen komt vrij vaak voor en wijst meestal op een niet ernstige zenuwafklemming (zie Meralgia paraesthetica, pag. 99).
Als er al sprake mocht zijn van uitval en een doof gevoel, dan vragen we ook naar de uitval van kracht, zoals: ‘Hebt u soms een klapvoet?’ of ‘Sleept u misschien met uw been?’. Dit wijst duidelijk op zenuwuitval. Zie de vragen onder Lijst 3.

Hebt u pijn bij hoesten, niezen of persen?
Dit is een voor artsen verplichte vraag, omdat pijn bij hoesten, niezen of persen, wijst in de richting van een hernia. De plotselinge drukverhoging in het ruggenmergkanaal die tijdens dit hoesten, niezen of persen optreedt, betekent extra druk op de hernia (zie onder Hernia, pag. 45). Ook een niet stabiele tussenwervelschijf (zie hoofdstuk Instabiele discus, pag. 71) zal pijnlijk reageren op een dergelijke plotselinge druk. ‘Alsof er een mes in mijn rug gestoken wordt, dokter! Trouwens persen op de WC is ook geen pretje.’ De patiënt heeft de neiging om heel voorzichtig te hoesten of om de druk op te vangen door een beetje krom te gaan staan.
Pijn tijdens hoesten, niezen of persen heeft vrijwel zeker iets te maken met het ruggenmergkanaal, een hernia of discopathie.



terug verder




Een steuntje in de rug

Rugklachten zijn volksziekte nummer één, maar de oorzaken zijn nog grotendeels onbekend en daardoor tast men voor de behandeling nog in het duister. Dit boek geeft inzicht in de diagnose, hoop op herstel en vertrouwen in de toekomst.

Auteur(s) : Dr. Leo van Deursen
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066117372