Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Leo van Deursen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Vereniging voor Rugpatiënten De wervelkolom


lettergrootte: A  A  A
Het Facetsyndroom

De term ‘facetsyndroom’ wordt gebruikt voor pijn die uitgaat van facetgewrichten. Lokale gewrichtsafwijkingen kunnen lokale pijn veroorzaken ter hoogte van de lumbale wervelkolom, maar kunnen ook uitstralende pijn veroorzaken. Deze pijn is anders dan de radiculaire pijn die door zenuwafklemming veroorzaakt wordt. Men spreekt van ‘pseudo-radiculaire pijn’, maar zelf zou ik liever de term ‘non-radiculaire pijn’, dus ‘niet radiculair’, gebruiken.

Voor de lokale pijnklachten is het gewrichtskapsel verantwoordelijk. Dit gewrichtskapsel wordt rijkelijk van zenuwvezeltjes voorzien. Het aan de buikzijde gelegen deel van de wervelkolom wordt verzorgd door een andere zenuwbundel die naar voor toe verloopt.
Pijn die afkomstig is van de intervertebrale gewrichten wordt als oppervlakkig ervaren en naast de wervelkolom geprojecteerd. Pijn die uitgaat van de tussenwervelschijf en omringende ligamenten wordt als doffe, diepe pijn ervaren.

Figuur 26: Innervatie van de wervelstructuren.

Functiestoornis
Het facetsyndroom gaat vrijwel altijd gepaard met een functiestoornis in het gewricht, gevolgd door asymmetrisch gedrag van de wervelkolom. Ongetwijfeld hangt het facetsyndroom in de meeste gevallen oorzakelijk samen met een discusdegeneratie. Elke afwijking van de tussenwervelschijf heeft een nadelige invloed op de stabiliteit van de beide aangrenzende wervels en daardoor op de intervertebrale gewrichten (facetgewrichten). Een op zichzelf pijnloze afwijking van de tussenwervelschijf kan aldus leiden tot pijnlijke gewrichtsprikkeling, met kraakbeenprikkeling, op den duur leidend tot spondylartrose, de zogenaamd ‘degeneratieve’ gewrichtsverstijving. Wellicht ook dat het meespelen van andere oorzakelijke factoren als discusdegeneratie mede debet is aan het veelal slechts geringe effect van lumbale ‘facetdenervatie’, het verdoven en uitschakelen van de zenuwtakken die het facetgewricht van gevoel voorzien.
Het facetsyndroom kan ook het gevolg van traumatische overbelasting, door sportletsels bij turnen, judo, volleybal en andere sporten waarbij overmatig achterwaarts doorbewogen wordt.

De pseudoradiculaire uitstraling bij het facetsyndroom is nog niet helemaal opgehelderd, maar gedacht wordt aan de overdracht door segmentale irritatie. Bij punctie met een naald in een intervertebraal gewricht werden bijvoorbeeld uitstralingen gezien zoals afgebeeld in figuur 27. Een prik in de rug levert aldus pijn op die tot in de kuit kan uitstralen zonder dat daarbij de zenuw wordt aangedaan. Overigens wordt één facetgewricht minimaal door drie zenuwniveau’s verzorgd.

Figuur 27

Soms is onderscheid met radiculaire prikkeling dus lastig. Samenvattend kan men echter het volgende stellen: radiculaire prikkeling (zenuwafklemming) gaat gepaard met uitval, het verlies van gevoel, kracht, controle en reflexen. Pseudoradiculaire prikkeling gaat gepaard met overprikkelingsverschijnselen: hyperaesthesie of overgevoeligheid; hyperreflexie of versterkte reflexen; hypertonie of verhoogde spierspanning.
Nu kan gewrichtskapselontsteking en gewrichtszwelling door artrose uiteindelijk ook leiden tot zenuwwortelirritatie, omdat de zenuwwortel door de opening moet die van achter begrensd wordt door de facetgewrichten.

Op de foto (figuur 28) ziet u dat het bovenste ronde gat ( foramen of recessus genaamd), achter de tussenwervelschijfspleet duidelijk kleiner geworden is dan het onderste gat. Dit kan leiden tot zenuwafklemming in het gat. Op deze manier kan dus spondylartrose uiteindelijk leiden tot compressie van een zenuw. Toch valt dit in de praktijk weer vaak mee. Zolang het segment nog beweeglijk is, kan het inderdaad tot afklemming komen. Stel dat u langere tijd met een holle rug staat omdat u een lamp aan het plafond wilt hangen, dan kan de zenuw in de klem komen en vervolgens op gaan zetten, net zoals wanneer uw vinger tussen de deur zit. Wanneer u dan maar weer lang genoeg voorover blijft staan, komt de zenuw weer vrij en kan hij weer slinken. Dit kan natuurlijk een paar dagen duren en gaat sneller wanneer u ontstekingsremmende pillen slikt. Wanneer het niveau door nog meer artrose (‘slijtage!’) goed vast zit, zal ook dit niet meer gebeuren (zie Artrose).

Figuur 28

Radiculaire syndromen komen eventueel in aanmerking voor operatie. Pseudo-radiculaire syndromen niet. Hier helpt fysiotherapie of manuele therapie, dan wel injecties in het gewricht. Bij zeer hardnekkige gevallen gaat men soms over tot uitschakelen van de zenuwvoorziening van zo’n gewricht zelf (gewrichtdenervatie).



terug verder