Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Leo van Deursen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Vereniging voor Rugpatiënten De wervelkolom


lettergrootte: A  A  A
Het piriformis syndroom

Een diagnose die vaak genoemd wordt, maar in de kliniek nog altijd vrij zeldzaam lijkt, is het piriformis syndroom. Niettemin meldde Filler et al. (2005) onlangs nog dat maar liefst tweederde van 239 onderzochte rugpatiënten met hardnekkige ischialgie, waarbij het MRI-onderzoek geen behandelbare afwijkingen liet zien, bij MR-neurografie bleken te lijden aan een piriformis syndroom. Reden genoeg om hieraan extra aandacht te besteden.

Uitval
Bij het complete piriformis syndroom behoort zenuwuitval op te treden van meerdere ruggenmergtakken, die gezamenlijk verenigd zijn in de ischiaszenuw, de nervus ischiadicus. Figuur 14 laat zien hoe meerdere ruggenmergzenuwen zich verenigen en samen verder gaan als de nervus ischiadicus. Je kunt hem hier tussen twee spierbundels door zien lopen, die samen de musculus piriformis vormen (peervormige spier).

Figuur 14

Nu kan het gebeuren dat deze nervus ischiadicus wordt afgeklemd tussen deze twee spierbundels en dat daardoor dan zenuwuitval gaat optreden in het been en wel van meerdere zenuwtakken tegelijk. Dit zogenaamde piriformis syndroom wordt in het bijzonder gemeld na forse bloeduitstortingen in de bil waarbij verklevingen in de piriformis op zouden treden, waardoor de zenuw klem komt te zitten bij het aanspannen van de spier. Vooral wanneer we de heup naar binnen draaien en daarmee de musculus piriformis rekken, is de irritatie van de ischiadicus op te wekken. De test die dit principe zou moeten bewijzen, is het heffen van het gestrekte been, uitgevoerd met het naar binnen draaien (endorotatie) van het been. Dit is dus dezelfde test als de test die bij het onderzoek naar hernia uitgevoerd wordt, maar nu met endorotatie van het been.

Figuur 15

Wanneer er bijvoorbeeld in deze stand zenuwpijn en uitvalsverschijnselen optreden, kijken we of deze klachten weer verdwijnen als we het been naar buiten draaien, waardoor de musculus piriformus ontspannen raakt. Het rekken van de musculus piriformis op zich zou bij dit syndroom ook pijnlijk moeten zijn, maar dit symptoom is vaak vals positief omdat het rekken in die richting ook rechtstreekse rek op de nervus ischiadicus teweegbrengt.
Niettemin blijft het een moeilijk herkenbaar syndroom, vooral omdat de zenuwuitval over meerdere takken tegelijk erg grillig kan verlopen en meer lijkt op ‘pseudo-radiculaire’ prikkeling (prikkeling die wel op zenuwprikkeling lijkt, maar het niet is), waarbij geen zenuwafklemming bestaat. Toch stemmen de bevindingen van Filler et al. (2005) wel tot nadenken. Wellicht dat we niet moeten afgaan op daadwerkelijke zenuwuitval, maar dat irritatie van de nervus ischiadicus alleen, zonder functie-uitval, voldoende criterium is en dat ook hier van een geleidelijke overgang sprake kan zijn. De vraag blijft of de afklemming meetbaar is en zichtbaar gemaakt kan worden.

Zwarte bil
Zelf zag ik dit complete syndroom slechts een paar maal in mijn praktijk, maar opvallend genoeg hadden deze patiënten tot tweemaal toe een zelfgemaakte foto bij zich waarop hun bijna zwarte bil stond afgebeeld, die ze bij een val hadden opgelopen.
Het ongedaan maken van de verkleving is overigens wel lastig, omdat iedere operatie weer aanleiding tot nieuwe verkleving kan zijn. De vraag is ook of er al wel voldoende ervaring en bereidheid tot deze ingreep bestaat. Soms lukt het om het probleem met injecties of met voldoende rekken op te lossen.



terug verder