Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Leo van Deursen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Vereniging voor Rugpatiënten De wervelkolom


lettergrootte: A  A  A
Neurogene claudicatio

Claudicatio betekent letterlijk ‘hinken’ of ‘mank gaan’. Kenmerkend voor neurogene claudicatio is, dat iemand moeite heeft met lopen. Bij rugklachten is het hebben van klachten tijdens lopen op zich al uitzonderlijk. Zoals ik bij mijn onderzoek vaststelde, krijgt slechts 23% van mijn patiëntenpopulatie klachten tijdens lopen en dit is dan meestal nog tijdens slenteren. Eén uitzondering op deze regel is het hebben van bekkeninstabiliteit, waarbij betrokkenen juist veel last hebben met lopen en een waggelende tred laten zien. De andere typische uitzondering vormt deze neurogene claudicatio.
Patiënten met deze aandoening krijgen tijdens het lopen in toenemende mate last van pijn in de rug en vooral in het been, en ze gaan dan wat mank lopen of zelfs slepen met hun been.

Etalagebenen
Als er sprake is van pijn in het been die verdwijnt met stilstaan, waarna men bijvoorbeeld weer honderd meter verder kan lopen, spreekt men ook wel van etalagebenen. Hierbij is veelal sprake van een vernauwing van de bloedvaten die in of naar de benen lopen. Hier is de diagnose ‘vasculaire claudicatio’ van toepassing en dit heeft dus niets met de rug, maar álles met de bloedvaten te maken. Mensen zoeken etalages op, alleen al om de pijn in de benen te laten afzakken.

Krom lopen
Indien men tijdens het lopen de macht in het been verliest, men gaat slepen en de neiging voelt om voorover of wat scheef te gaan lopen en graag wil gaan zitten of hurken, dan is er waarschijnlijk sprake van neurogene claudicatio.
Tijdens het rechtop lopen komt de zenuw kennelijk steeds meer in de klem te zitten. Bukken, hurken en zitten schept meer ruimte voor de zenuw en in veel gevallen herstelt de klacht dan binnen een minuut. En wanneer men dan maar kan blijven zitten, hoeft men totaal geen last meer te hebben. De loopafstand wordt echter steeds korter en men voelt zich gedwongen om met een stok te gaan lopen, omdat je daarmee ook krom kunt blijven lopen. Ooit zag ik iemand die niet kon lopen zonder de kracht in zijn been te verliezen, maar die het wel had gepresteerd om de elf-stedentocht te rijden. Met andere woorden, als hij zijn rug maar ver genoeg gebogen hield, leek er niets aan de hand.
Neurogene claudicatio komt vooral voor bij mensen van boven de vijftig jaar. Het kan best zijn dat ze eigenlijk géén rugklachten (meer) hebben. Later komt dan naar voren dat ze vroeger wel veel last van hun rug gehad hebben. Een aantal blijkt dan dertig jaar geleden zelfs al aan een hernia geopereerd te zijn. De verklaring hierbij is dan dat de geopereerde tussenwervelschijf inmiddels totaal versmald is en dat ook de openingen, waardoor de zenuwwortels uittreden, vernauwd zijn (recessustenose). Alleen wanneer iemand zijn rug voldoende voorover gekanteld houdt, creëert hij nog net voldoende ruimte om de zenuw niet af te klemmen. Een holle rug, zoals men aanneemt tijdens lopen, leidt op zich ook al tot lichte versmalling van de zenuwopeningen. Daarom zullen de patiënten zeggen dat bukken, veters dichtmaken of voorovergebogen zitten, hun klachten binnen één minuut vrijwel doet verdwijnen.
Soms betreft het jonge mensen, waarbij dan echter sprake is van een kleine hernia met geringe uitpuiling, die aanleiding geeft tot afklemming wanneer men rechtop staat óf wanneer men een holle rug moet maken. Mensen met klachten van neurogene claudicatio kunnen dan ook vaak maar moeilijk op hun buik of plat op hun rug liggen. Een enkele keer komt het voor dat iemand een ‘3e tot 4e graad listhesis’ heeft, waarbij een wervel ten opzichte van de wervel eronder, fors naar voren toe is afgeschoven (zie spondylolisthesis, pag. 95). De daardoor opgetreden vernauwing zorgt dan voor de afklemming.

Maar let wel, meestal is de neurogene claudicatio operatief goed te behandelen.



terug verder