Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Leo van Deursen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Vereniging voor Rugpatiënten De wervelkolom


lettergrootte: A  A  A
Indeling

Lage rugklachten worden gewoonlijk ingedeeld in ‘specifiek’ en ‘aspecifiek’, wat dus wil zeggen: rugklachten mét of zónder een duidelijk aanwijsbare oorzaak. Onder de ‘specifieke’ rugklachten vallen rugklachten als gevolg van zenuwuitval, reumatische aandoeningen, tumoren en uitzaaiingen, maar ook rugklachten door botontkalking, en rugklachten die het gevolg zijn van inwendige ziekten en forse houdingsafwijkingen.
Als er geen duidelijke oorzaak kan worden aangegeven, is het ook moeilijk om de klachten ‘op maat’ te behandelen. Vandaar dat er nationale en internationale richtlijnen zijn opgesteld die ervoor zorgen dat deze niet ingedeelde rugklachten kunnen worden behandeld op basis van bewezen resultaten. We spreken dan over ‘evidence based medicine’. Ook Nederlandse onderzoekers als Koes en van Tulder (1995; 2004) spelen hierbij een belangrijke rol.
Rugklachten worden verder vaak ingedeeld naar de tijdsduur dat ze bestaan. Acute lage rugklachten zijn rugklachten die korter dan zes weken aanhouden. Subacuut worden ze genoemd als ze zes tot twaalf weken bestaan, en rugklachten die langer dan drie maanden duren, noemen we chronisch. Van de 16- tot 45-jarigen noemt 3-5% hun rugklachten chronisch en dit aantal bedraagt 11-12% van de 45- tot 64-jarigen. Bij de 65- tot 84-jarigen is dit percentage 10%. Figuur 1 laat zien dat bij vrijwel alle leeftijds-categorieën 20% van de mannen en 30% van de vrouwen nú last heeft van rugklachten.

Figuur 1: Prevalentie van LRP per leeftijdscategorie. Prevalentie is: ‘het vóórkomen op enig moment gemeten’. Hier bijvoorbeeld: het voorkomen op 25-jarige leeftijd, respectievelijk 35, enzovoort. Bron: Reuma & Trauma 1992; H.C.M. Haanen: De epidemiologie van rugpijn.



terug verder