Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Leo van Deursen
 
In samenwerking met :  

Nederlandse Vereniging voor Rugpatiënten De wervelkolom


lettergrootte: A  A  A
Richtlijn voor huisartsen

Bij de behandeling van lage rugklachten zullen huisartsen zich houden aan de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Deze richtlijnen zijn vooral gebaseerd op de eerder genoemde ‘evidence based medicine’, behandeling op basis van bewezen resultaat. Dit biedt als voordeel dat men géén nodeloze of niet-bewezen middelen inzet om de klachten te behandelen. Het nadeel is dat soms géén middelen ingezet kunnen worden, omdat er voor de klachten geen bewezen therapie bestaat.
De behandeling volgens de richtlijnen houdt in, dat de huisarts allereerst zal proberen na te gaan of de klachten wél of niet berusten op specifieke oorzaken. Zoals hiervoor al aangegeven, vallen slechts 5-10% van alle rugklachten hieronder. Gelukkig betreft dit vooral de meer ernstige rugklachten. Zijn specifieke rugklachten uitgesloten, dan raden de richtlijnen aan om geen verdere behandelingen te adviseren. Zo nodig mag de huisarts wel medicijnen tegen pijn, ontsteking of spierspanning verstrekken en kan hij zeer kortdurend bedrust adviseren. Maar de klemtoon ligt toch op geruststelling en het stimuleren van beweging, en adviseren om zo mogelijk aan het werk te blijven. Immers, het is niet bewezen dat dit slecht of niet verantwoord zou zijn. Sterker nog, er zijn zelfs aanwijzingen voor de veronderstelling dat het goed zou zijn. Bezig blijven voorkomt ook het ‘dis-use syndroom’, de verslechtering door het ‘niet gebruiken’.

Weerstand
Dat het merendeel van de rugpatiënten moeite heeft met de voorgestelde behandeling is begrijpelijk en deze behandeling lijkt soms ook erg hard. Niettemin, voor de huisarts is dit bij de huidige stand van de wetenschap, het enige wat hij verantwoord kan en mag doen. Het is dan ook zaak dat de wetenschap ten aanzien van lage rugklachten verbetert en dat het percentage a-specifieke lage rugklachten, dus rugklachten zonder duidelijke oorzaak, zo spoedig mogelijk liefst tot nul gereduceerd wordt. Pas dan kunnen de best passende maatregelen voor rugklachten genomen worden. Jammer genoeg lijkt alleen al de indeling van de rugklachten in specifiek en a-specifiek een rem gezet te hebben op verder onderzoek naar de oorzaak van de veelal onduidelijke rugklachten. Gelukkig keert het tij en is Koning (2004) duidelijk positiever gestemd met betrekking tot de diagnostiek en aanpak van chronische lage rugklachten. Hij verwacht dat door de verbeterde diagnostiek en de toegenomen wetenschappelijke kennis bij 50 tot 70% van de patiënten met chronisch lage rugklachten een gerichte diagnose mogelijk is, ook al kunnen we nog steeds geen doorbraak constateren in de effectieve aanpak ervan.



terug verder