|
|
Overige problemen die met de schildklier samenhangen Hypofyse-uitval Uitval van de hypofyse kan optreden als gevolg van een (meestal goedaardige) hypofysetumor of na een heftige bloeding, bijvoorbeeld na een bevalling (syndroom van Sheehan) (zie Schildklier en zwangerschap). Hierbij kan de schildklier uitvallen. Belangrijk is dan om te bedenken dat ook andere hormoonsystemen, in het bijzonder de bijnieren, de eierstokken en het groeihormoon kunnen uitvallen. Voordat eventuele schildklierhormoontherapie wordt voorgeschreven, is het noodzakelijk te weten te komen of de bijnieren normaal functioneren. Als dat niet zo is, dienen eerst de bijnieren vervangen te worden met behulp van tablettherapie (hydrocortison, eventueel cortisonacetaat). Zou eerst schildklierhormoon gegeven zijn, dan kan de patiënt ernstig in de problemen komen en zelfs in coma raken als de bijnieren het helemaal opgeven en de extra behoefte, ontstaan door het geven van schildklierhormoon niet aankunnen. MEN-syndromen MEN betekent multipele (veelvoudige) endocriene neoplasie (nieuwvorming). De MEN-syndromen I, IIa en IIb komen vaak in de familie voor en omvatten elk een aantal endocriene aandoeningen. ![]() Bij de MEN II-syndromen hoort het medullaire schildkliercarcinoom dat bij MEN IIa gecombineerd voorkomt met vooral primaire hyperparathyreoïdie en feochromocytoom en bij MEN IIb vooral met feochromocytoom, neuromen van de slijmvliezen en huid en een marfanoïde habitus (lang, mager en slungelig uiterlijk met dikke lippen en tong en overrekbare gewrichten). Polyglandulaire auto-immuunsyndromen Hierbij worden aandoeningen bedoeld waarbij sprake is van antistoffen tegen eigen lichaamscellen (auto-immuunaandoeningen) en waarbij minstens twee endocriene klieren en andere niet endocriene auto-immuunafwijkingen zijn betrokken. Er zijn drie typen en in elk ervan komen schildklierafwijkingen voor. Ze staan opgesomd in onderstaande tabel. ![]() Type 1 begint al op de kinderleeftijd. Type 2 wordt ook wel het syndroom van Schmidt genoemd. De polyglandulaire auto-immuunsyndromen zijn betrekkelijk zeldzaam. Het 'sick euthyroid syndrome' Het sick euthyroid syndrome, vroeger ook wel 'non-thyroidal illness' genoemd, is geen echte ziekte. Het komt voor bij ernstige, meestal acute ziekten waarbij de gehalten van T3 en soms ook T4 in het bloed dalen. Het TSH-gehalte is daarbij vaak normaal en men gaat er dan ook van uit dat er waarschijnlijk sprake is van adaptatie en dat de patiënt in feite euthyreoot is. Bij herstel stijgen T3 en T4 weer tot normaal en wordt er soms een geringe TSH-stijging gezien die kort duurt. Als alleen het T3 verlaagd is, spreekt men ook wel over het 'low T3-syndrome'. Hiervan zijn meerdere oorzaken bekend, die vermeld staan in onderstaande tabel. ![]() Psychiatrie Omdat de klachten van zowel hypo- als hyperthyreoïdie niet altijd compleet en specifiek zijn, kunnen beide aandoeningen gemakkelijk ten onrechte aangezien worden voor psychiatrische ziekten. Speciale aandacht verdient daarbij het ziektebeeld apathische hyperthyreoïdie, omdat deze nog gemakkelijker kan worden gemist. Hierbij is er waarschijnlijk sprake van een verwaarloosde, niet vastgestelde, hyperthyreoïdie, die dus ook niet wordt behandeld. De patiënten zijn gewoonlijk ouder en zijn vaak inactief en depressief, volstrekt anders dan bij een gewone hyperthyreoïdie. Zelfs de polsfrequentie is vaak aan de trage kant. Behandeling is als de gewone hyperthyreoïdie, vaak is therapie met radioactief jodium nodig. Bij twijfel wordt geadviseerd bloedonderzoek te doen (TSH). Op die manier is in het algemeen simpel een afwijkende schildklierfunctie vast te stellen en hoeft de psychiater niet te worden ingeschakeld. Pijn in de hals Alhoewel door menigeen bij pijn in de hals (schildklier) in eerste instantie zal worden gedacht aan een carcinoom, als oorzaak is dit slechts zelden het geval. Veel vaker is er sprake van een bloeding in een cyste of een subacute thyreoïditis, waarvan de verdere kenmerken staan vermeld in onderstaande tabel. ![]() Resistentie voor schildklierhormoon Resistentie betekent ongevoeligheid. In bepaalde families kan, zowel bij mannen als bij vrouwen, resistentie voor schildklierhormoon optreden. Omdat het lichaam hiervoor probeert te compenseren, wordt meer schildklierhormoon gevormd en zijn de spiegels van T4 en T3 in het bloed hoog. Opvallend daarbij is dat de TSH-waarde normaal is, terwijl hij normaal gesproken onderdrukt zou moeten zijn. De reactie van de verschillende lichaamsweefsels op deze hoge schildklierhormoonwaarden is wisselend, zowel een normale als een verminderde respons is mogelijk. Onder deze omstandigheden kan ook een struma ontstaan. Behandeling in de zin van radioactief jodium of operatie is niet aangewezen en levert meestal geen verbetering op, T4 en T3 blijven hoog, steeds weer met een normaal TSH. Deze normale TSH-spiegel moet er dus op wijzen dat er een euthyreote toestand is en dat behandeling onnodig is. Hypothyreote patiënten met ongevoeligheid voor schildklierhormoon hebben vaak (zeer) hoge doses thyroxine nodig om het TSH te normaliseren. Dit gaat dan gepaard met hoge FT4 en T3-spiegels, zoals te verwachten was. |
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |









