Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. J.W.F. Elte en prof dr. Robin Peeters
 


lettergrootte: A  A  A
Overige problemen met de schildklier

 
In dit laatste hoofdstuk komen verschillende problemen aan de orde die min of meer samenhangen met de werking van de schildklier, maar die niet direct afwijkingen van de schildklier zelf zijn.

Hypofyse-uitval
Uitval van de hypofyse kan optreden als gevolg van een (meestal goedaardige) hypofysetumor of na een heftige bloeding, bijvoorbeeld na een bevalling (syndroom van Sheehan, zie hoofdstuk 8). Hierbij kan de schildklier uitvallen. Belangrijk is dan te bedenken dat ook andere hormoonsystemen, in het bijzonder de bijnieren, de eierstokken en het groeihormoon kunnen uitvallen. Voordat eventuele schildklierhormoontherapie wordt voorgeschreven, is het noodzakelijk te weten te komen of de bijnieren normaal functioneren. Als dat niet zo is, dient eerst het tekort aan bijnierschorshormoon te worden behandeld met behulp van tablettherapie (hydrocortison). Zou eerst schildklierhormoon gegeven zijn, dan kan de patiënt ernstig in de problemen komen en zelfs in coma raken als de bijnieren het helemaal opgeven en de extra behoefte, ontstaan door het geven van schildklierhormoon, niet aankunnen.

MEN-syndromen
MEN betekent multipele (veelvoudige) endocriene neoplasie (nieuwvorming). De MEN-syndromen 1, 2A en 2B komen vaak in de familie voor en omvatten ieder een aantal endocriene aandoeningen (tabel 17). Bij de MEN 2-syndromen hoort het medullaire schildkliercarcinoom dat bij MEN 2A gecombineerd voorkomt met vooral primaire hyperparathyreoïdie en feochromocytoom en bij MEN 2B vooral met feochromocytoom, neuromen van de slijmvliezen en huid en een marfanoïde habitus (lang, mager en slungelig uiterlijk met dikke lippen en tong en overrekbare gewrichten).






Polyglandulaire auto-immuunsyndromen (PGA)
Hierbij worden aandoeningen bedoeld waarbij sprake is van antistoffen tegen eigen lichaamscellen (auto-immuunaandoeningen) en waarbij minstens twee endocriene klieren en andere niet-endocriene auto-immuunafwijkingen zijn betrokken. Er zijn drie typen en in elk ervan komen schildklierafwijkingen voor. Ze staan opgesomd in tabel 18.
Type 1 begint al op de kinderleeftijd. Type 2 wordt ook wel het syndroom van Schmidt genoemd. De polyglandulaire auto-immuunsyndromen zijn betrekkelijk zeldzaam.


‘Euthyroid sick syndrome’
Het euthyroid sick syndrome, vroeger ook wel ‘non-thyroidal illness’ genoemd, is geen echte ziekte. Het komt voor bij ernstige, meestal acute ziekten waarbij de gehalten van T3 en soms ook T4 in het bloed dalen. Het TSH-gehalte is daarbij vaak normaal. Men gaat er vanuit dat er waarschijnlijk sprake is van adaptatie en dat de patiënt in feite euthyreoot is. Bij herstel stijgen T3 en T4 tot normaal en wordt er soms korte tijd een geringe TSH-stijging gezien.
Als alleen het T3 verlaagd is, spreekt men ook wel over het low T3-syndrome. Hiervan zijn meer oorzaken bekend, die vermeld staan in tabel 4.

Psychiatrie
Omdat de klachten van zowel hypo- als hyperthyreoïdie niet altijd compleet en specifiek zijn, kunnen beide aandoeningen gemakkelijk ten onrechte worden aangezien voor psychiatrische ziekten. Speciale aandacht verdient daarbij het ziektebeeld apathische hyperthyreoïdie, omdat deze nog gemakkelijker kan worden gemist. Hierbij is er waarschijnlijk sprake van een verwaarloosde, niet vastgestelde, hyperthyreoïdie, die dus ook niet wordt behandeld. De patiënten zijn gewoonlijk ouder en ze zijn vaak inactief en depressief, volstrekt anders dan bij een gewone hyperthyreoïdie. Zelfs de polsfrequentie is vaak aan de lage kant. Behandeling is als de gewone hyperthyreoïdie, vaak is therapie met radioactief jodium nodig. Bij twijfel wordt geadviseerd bloedonderzoek te doen (TSH). Op die manier is in het algemeen simpel een afwijkende schildklierfunctie vast te stellen en hoeft de psychiater niet te worden ingeschakeld.



Pijn in de hals
Alhoewel door menigeen bij pijn in de hals (schildklier) in eerste instantie zal worden gedacht aan een carcinoom, wordt dit slechts zelden veroorzaakt door een carcinoom. Veel vaker is er sprake van een bloeding in een cyste of een subacute thyreoïditis, waarvan de verdere kenmerken staan vermeld in tabel 19.


Resistentie voor schildklierhormoon
Resistentie betekent ongevoeligheid. In bepaalde families komt, zowel bij mannen als bij vrouwen, resistentie voor schildklierhormoon voor. Dit gebeurt meestal door een defect in een van de receptoren voor schildklierhormoon. Bij de meest voorkomende vorm (door een defect in de bètareceptor die ook in de hypofyse zit) probeert het lichaam hiervoor te compenseren. Er wordt meer schildklierhormoon gevormd en daardoor zijn de spiegels van T4 en T3 in het bloed hoog. Opvallend daarbij is dat de TSH-waarde normaal of licht verhoogd is, terwijl hij normaal gesproken onderdrukt zou moeten zijn.
De reactie van de verschillende lichaamsweefsels op deze hoge schildklierhormoonwaarden is wisselend, zowel een normale als een verminderde respons is mogelijk. Onder deze omstandigheden kan ook een struma ontstaan. Behandeling in de zin van radioactief jodium of operatie is niet aangewezen en levert meestal geen verbetering op, T4 en T3 blijven hoog, steeds weer met een normaal TSH. Deze normale TSH-spiegel moet er dus op wijzen dat er een euthyreote toestand is en dat behandeling onnodig is.
Hypothyreote patiënten met ongevoeligheid voor schildklierhormoon hebben vaak (zeer) hoge doses thyroxine nodig om het TSH te normaliseren. Dit gaat dan gepaard met hoge FT4- en T3-spiegels, zoals te verwachten is.
Recentelijk is ook een vorm van resistentie ontdekt door een defect in de alfareceptor voor schildklierhormoon. Deze receptor zit niet in de hypofyse, en daardoor zijn over het algemeen het TSH en FT4 niet afwijkend. Deze patiënten hebben met name last van een verminderde werking van schildklierhormoon in de hersenen, het bot en de darmen en hebben in het algemeen baat van behandeling met extra schildklierhormoon.




terug




Mijn schildklier werkt niet goed. En nu?


Schildklierafwijkingen komen vaak voor, in Nederland lijden er waarschijnlijk meer dan een half miljoen mensen aan. Hoewel leeftijd bij sommige schildklieraandoeningen wel een rol speelt, komen schildklierafwijkingen op alle leeftijden voor, bij vrouwen viermaal zo vaak als bij mannen.

Auteur(s) : dr. J.W.F. Elte en prof. dr. Robin Peeters
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549069