|
|
Schildklier en zwangerschap In elke zwangerschap treden hormonale veranderingen op, die ook de schildklier betreffen. In de normale zwangerschap treden symptomen op, zoals een snelle hartactie, warmtegevoelens, nervositeit, moeheid, een verhoogd basaal metabolisme en uitblijven van de menstruatie. Dit kan gemakkelijk verward worden met een hyperthyreoïdie, waarvan in het algemeen objectief gezien (bloedonderzoek) geen sprake is. Een milde hyperthyreoïdie is hierdoor echter ook moeilijk te herkennen. Tijdens de zwangerschap stijgen de spiegels van totaal T4 en T3, omdat het thyroxine-bindend globuline (TBG) verhoogd is. Dit is dan weer het gevolg van een verhoogde oestrogeenproductie in de placenta (moederkoek). De spiegels van het vrije T4 en T3 (d.w.z. niet aan eiwit = TBG gebonden) veranderen niet, zijn zelfs in de eerste maanden van de zwangerschap soms wat lager. Daarbij kan de TSH-concentratie licht stijgen. Auto-immuunziekten die al voor de zwangerschap bestonden, zoals bijvoorbeeld de ziekte van Graves, verlopen tijdens de zwangerschap milder. Antilichaam-gehalten dalen daarbij. Na de bevalling kan weer een verergering optreden. In het eerste trimester is het ongeboren kind volledig afhankelijk van de moeder wat betreft de schildklierhormoonvorming. Daarna ontwikkelt zich de schildklier bij het kind, wat doorgaat tot enkele weken na de geboorte. De placenta is een natuurlijke barrière tussen moeder en kind. Een aantal stoffen is echter in staat de placenta te passeren en dat kan gevolgen hebben voor de therapie die men eventueel geeft. Antistoffen, zoals die voorkomen bij de ziekte van Graves, kunnen de foetale schildklier stimuleren of remmen. Geneesmiddelen zoals thyreostatica (bijv. methimazol = strumazol en propylthiouracil = PTU), bètablokkerende middelen (propranolol, bisopropol) en (radioactief) jodium passeren de placenta. Omdat schildklierhormoon in het bijzonder na de eerste drie maanden de placenta niet passeert, moet eventuele therapie voor hyperthyreoïdie worden aangepast. Hyperthyreoïdie en zwangerschap Hyperthyreote patiënten raken niet zo gemakkelijk zwanger. Dit verandert echter als de hyperthyreoïdie wordt behandeld. Hyperthyreoïdie kan ook tijdens de zwangerschap ontstaan, al gebeurt dat niet zo erg vaak. Overmatig zwangerschapsbraken (hyperemesis gravidarum) kan gepaard gaan met hyperthyreoïdie omdat de hoge HCG-spiegels de concentraties van (F)T4 en T3 verhogen via een TSH-achtige werking. Het herkennen ervan is niet altijd gemakkelijk zoals hiervoor al is uitgelegd. De meest voorkomende oorzaak is de ziekte van Graves, of een subacute thyreoïditis. Deze laatste wordt vaak voorafgegaan door een virale infectie en wordt ook niet altijd herkend. Belangrijk bij de ziekte van Graves is dat er auto-antilichamen circuleren in het bloed van de moeder, die ook kunnen overgaan naar het ongeboren kind. Bij die vrouwen waarbij deze antilichamen (TSI =thyroid stimulating immunoglobulins) voor kunnen komen, moeten ze bepaald worden, omdat de aanwezigheid ervan consequenties kan hebben voor het kind. Als ze in het bloed van het kind komen, dan kan deze in de eerste weken na de bevalling hyperthyreoïdieverschijnselen vertonen, wat extra aandacht van de kinderarts noodzakelijk maakt. De diagnose hyperthyreoïdie bij de zwangere vrouw kan zoals gewoonlijk gemaakt worden door het vinden van hoge vrije T4-spiegels in combinatie met een laag TSH-gehalte. De T3-spiegel is vaak al verhoogd door de zwangerschap omdat daarvan meestal niet de vrije fractie, maar het totaal wordt gemeten. Zoals hierboven is uitgelegd, zal de totale T3-concentratie hoog zijn door de hoge eiwit-(TBG)spiegels. Het is ook belangrijk dat een schildklierscan tijdens de zwangerschap niet kan worden gemaakt in verband met de stralenbelasting voor het kind, maar een echogram maken kan wel (dat is tenslotte een 'geluidsonderzoek'). De behandeling van hyperthyroïdie in de zwangerschap is anders dan bij de niet-zwangere patiënt. Omdat de thyreostatica de placenta wel en schildklierhormoon de placenta niet passeert, wordt niet zoals gebruikelijk buiten de zwangerschap combinatietherapie gegeven, maar wordt gezocht naar de laagst mogelijke dosering strumazol of PTU zonder schildklierhormoon. Vaak is een zeer lage dosis of geen therapie al genoeg. Uiteraard kan radioactief-jodiumtherapie niet worden gegeven. Een eventuele operatie (subtotale thyroïdectomie) wordt het beste in het tweede trimester uitgevoerd. Dit gaat meestal zonder problemen. Van belang is nog om te vermelden dat aangeraden wordt om - als iemand om welke reden dan ook therapie met radioactief jodium heeft gekregen - te wachten met zwangerschap gedurende minstens een half jaar. Dit geldt niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen. Er is anders een risico op miskramen en aangeboren afwijkingen. Hypothyreoïdie en zwangerschap Vrouwen met een onbehandelde hypothyreoïdie worden niet gemakkelijk zwanger. Na goede behandeling is de zwangerschapskans weer normaal. De diagnose van hypothyreoïdie in de zwangerschap stellen, is hetzelfde als de diagnose die buiten de zwangerschap wordt gesteld. Een verhoogde TSH- en een verlaagde FT4-spiegel zijn bewijzend voor de diagnose. Veroorzakende schildklierblokkerende antistoffen die voorkomen bij de ziekte van Hashimoto, kunnen van invloed zijn op de schildklierhormoonstatus van het ongeboren kind en de pasgeborene. Ook de behandeling is niet anders, de thyroxinetherapie wordt opgehoogd tot de TSH-concentratie normaal is. Bij patiënten die al gesubstitueerd worden met schildklierhormoon voor ze zwanger werden, moeten we de therapie continueren. Vaak is een (geringe) verhoging van de dosis (± 25 µg l-T4) tijdens de zwangerschap nodig. Men streeft naar hoognormale waarden van de FT4 en adviseert tijdens de zwangerschap enkele malen (bijv. elk trimester) FT4- enTSH-waarden te meten. Met deze voorzorgsmaatregelen is een normale zwangerschap mogelijk en loopt het kind geen gevaar. Struma en zwangerschap Omdat de behoefte aan jodium tijdens de zwangerschap groter is dan normaal, is lang gedacht dat de schildklier groeit in de loop van de zwangerschap. Dit blijkt in landen waarin voldoende jodium beschikbaar is, zoals in Nederland, niet het geval te zijn. In die gebieden (en dat zijn er nogal wat in de wereld) waar wel jodiumgebrek is, groeit de schildklier wel en kan een struma voelbaar worden. De grootte valt meestal erg mee. In die zeldzame gevallen dat een bestaand (meestal nodulair) struma onaanvaardbaar groeit, wordt de voorkeur gegeven aan een operatie in het tweede trimester. Problemen in de periode na de bevalling In de eerste maanden na de bevalling kan de schildklierwerking enige tijd gestoord zijn, vooral als van tevoren al schildklierantilichamen aanwezig waren. Soms wordt dit opgevat als een zogenaamde postnatale depressie. Behandeling is gewoonlijk niet nodig, tenzij de afwijking blijft bestaan. Er zijn enkele specifieke beelden die kort worden besproken: Postpartum thyreoïditis Na een bevalling kan thyreotoxicose optreden die op een postpartum thyreoïditis berust. Het ziektebeeld lijkt op dat van de stille thyreoïditis (zie Thyreoïditis ) en gaat vanzelf over. Waarschijnlijk is er ook enige verwantschap met de Hashimoto thyreoïditis. Bij patiënten met diabetes treedt de ziekte vaker op. Na een volgende zwangerschap treedt het bij ongeveer de helft opnieuw op. Syndroom van Sheehan Als door overmatig bloedverlies tijdens de bevalling een infarct in de hypofyse optreedt, spreekt men van het syndroom van Sheehan. Door uitval van de hypofyse kan er een tekort ontstaan van diverse hormonen, waaronder het schildklierhormoon. Bij de acute situatie is behandeling met bijnierhormoon als eerste aangewezen. Als daarna de borstvoeding niet optreedt of de menstruatie niet op gang komt, kan dit wijzen op hypothyreoïdie. Gelukkig komt dit slechts zeer zelden voor. Problemen bij pasgeborenen Veel van de mogelijk optredende problemen zijn al aan de orde geweest. Aangeboren hyperthyreoïdie is zeer zeldzaam, meestal voorbijgaand en samenhangend met schildklierstimulerende antilichamen in het bloed van de moeder (soms ook mogelijk lang na een goed behandelde ziekte van Graves). Ook aangeboren hypothyreoïdie komt weinig frequent voor. Dit kan door overbehandeling met thyreostatica van de moeder optreden, maar ook door een aangeboren afwijking in de fabricage van schildklierhormoon bij de baby zelf. Omdat niet behandelen van de hypothyreoïdie in deze periode grote consequenties heeft, vooral voor de hersenen, wordt bij iedere pasgeborene via de hielprik de schildklierfuctie gemeten. Zo kan vroeg met de eventueel noodzakelijke behandeling worden begonnen. |
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |






