|
|
Schildklierkanker Schildklierkanker komt niet erg vaak voor en de sterfte eraan is laag. Net als bij andere schildklieraandoeningen komt het vaker bij vrouwen dan bij mannen voor (als bij een man een nodus wordt gevonden is de verdenking echter groter omdat bij mannen niet zo vaak schildklierafwijkingen voorkomen). Het kan op alle leeftijden optreden, maar het meest tussen het 30e en 60e levensjaar. Veel klachten zijn er vaak niet. In het algemeen ontstaat er verdenking bij het ontdekken van een solitaire (= enkele) of prominente schildkliernodus. Daarbij moeten we ons realiseren dat verreweg de meeste knobbels uiteindelijk goedaardig blijken te zijn. Wat zijn de risicofactoren Er bestaat een aantal factoren dat de kans - die overal 11% is - op een kwaadaardige aandoening in een nodus verhogen. Deze factoren staan vermeld in onderstaande tabel. ![]() De belangrijkste factoren die de verdenking op schildklierkanker groter kunnen maken zijn: bestraling met röntgenstralen op de hals in de (vroege) jeugd; een acuut ontstane al of niet pijnlijke knobbel in de hals; een knobbel in een asymmetrische schildklier bij een man of een kind; heesheid; voelbare grotere lymfklieren in de hals bij iemand met een struma of schildkliernodus; zeer harde schildklier of nodus; niet beweeglijke nodus bij slikken, dus vastzittend aan huid of spieren; kernreactor ongevallen (Tsjernobyl!). Welk onderzoek is nodig? Nader onderzoek bij knobbels die verdacht zijn voor kanker levert vaak weinig op. De functie is gewoonlijk normaal. Op de schildklierscan wordt een koude - ofwel geen radioactief jodium opnemende - afwijking gezien en bij de echografie wordt meestal een echorijke solide nodus gevonden. Deze beide laatste onderzoeken zijn niet van groot belang. De cytologische punctie is directer en betrouwbaarder, mits uitgevoerd door een ervaren dokter en beoordeeld door een ervaren patholoog. De echografie kan wel behulpzaam zijn om zonodig de laesie te puncteren. Alhoewel schildklierkanker zich in de meeste gevallen dus presenteert als een solitaire (koude) nodus wordt een aanzienlijk deel gevonden bij patiënten met multipele wisselend actieve noduli (dus ook bij een veranderend multinodulair struma). Minder vaak is de eerste manifestatie het optreden van uitzaaiingen in (hals)lymfklieren of op afstand (bot, long). De presentatie van schildkliercarcinoom kan divers zijn en staat vermeld in onderstaande tabel. ![]() Welke soorten schildklierkanker zijn er? De meest voorkomende vormen van schildklierkanker zijn de zogenaamde gedifferentieerde vormen; dat wil zeggen dat de kanker zich bij pathologisch onderzoek ordelijk gedraagt, waarbij de cellen lijken op gewone schildkliercellen. Hieronder vallen het papillaire en folliculaire schildkliercarcinoom. Er zijn echter ook kankervormen die zich minder ordelijk en zelfs agressief gedragen. Een dergelijke vorm heet ongedifferentieerd of anaplastisch carcinoom. Daarnaast zijn er zeldzamer vormen, zoals het medullair schildkliercarcinoom, het lymfoom en de metastasen (uitzaaiing van carcinomen elders in het lichaam). De gedifferentieerde carcinomen komen het meest voor en zijn gelukkig ook het best te behandelen. De belangrijkste kenmerken van de diverse schildkliercarcinomen staan vermeld in onderstaande tabel. ![]() In de nu volgende paragrafen worden de verschillende vormen van schildklierkanker apart besproken. Gedifferentieerde carcinomen Bij de gedifferentieerde carcinomen gaat het dus om papillair en folliculair schildkliercarcinoom. Het papillaire carcinoom komt als vorm het meeste voor en heeft de beste prognose. Beide vormen komen op alle leeftijden voor, zij het dat we bij kinderen vaker de papillaire vormen aantreffen. Behoudens de eerder genoemde risicofactoren is de oorzaak meestal onbekend. Papillaire carcinomen zaaien vooral uit naar lymfklieren in de hals en komen nogal eens op meerdere plekken tegelijk in de schildklier voor; dit kunnen overigens ook lymfogeen veroorzaakte metastasen zijn in de schildklier. De folliculaire carcinomen zijn iets agressiever dan de papillaire, met name bij ouderen, en zaaien via het bloed uit (we noemen dat haematogeen metastaseren). Via het bloed komen uitzaaiingen vooral voor in longen en skelet. Een variant van het folliculaire carcinoom is het zogenaamde 'Hürthle-cel'-carcinoom, waarbij de cellen er iets anders uitzien. De folliculaire carcinomen zijn meestal omkapseld en tonen ingroei in kapsel en bloedvaten. Dit is pas te zien als je de hele afwijking (dus meestal een schildklierkwab) wegneemt en nakijkt. Vandaar dat de cytologische punctie (= alleen losse cellen) het onderscheid tussen goed- en kwaadaardig hier niet altijd kan maken. De behandeling is voor alle vormen van gedifferentieerd schildkliercarcinoom grofweg hetzelfde. De schildklier wordt totaal verwijderd om eerder genoemde redenen en vaak gebeurt dit in twee operaties. Aansluitend wordt therapie met radioactief jodium gegeven om eventueel nog aanwezig schildklierweefsel uit te schakelen en de follow-up te vergemakkelijken. Ook uitzaaiingen worden meestal met radioactief jodium behandeld en in een enkel geval met een operatie. Hierna krijgt de patiënt therapie met schildklierhormoon (thyroxine) enerzijds om de schildklier te vervangen en anderzijds om mogelijke hypofysestimulatie via TSH van achtergebleven schildkliercellen te voorkomen. Men streeft naar een TSH-gehalte in het bloed onder het normale niveau. Als er geen schildklierweefsel meer is, is het thyreoglobulinegehalte in het bloed een goede maat om na te gaan of er recidieven optreden. Thyreoglobuline komt immers alleen in schildklierweefsel (normaal + kankercellen) voor. Als er antistoffen tegen thyreoglobuline bestaan, kan de bepaling foutief laag zijn en dus onbetrouwbaar. Bij twijfel moet de thyroxinetherapie worden onderbroken en wordt een nieuwe scan gemaakt en zonodig therapie met radioactief jodium gegeven. Sinds kort is ook in Nederland recombinant humaan TSH (Thyrogen) beschikbaar. Dit TSH kan net als de natuurlijk verhoogde TSH die na onttrekken van schildklierhormoon ontstaat ervoor zorgen dat eventueel nog aanwezige schildklier(kanker)cellen beter radioactief jodium opnemen. Dit kan de diagnostiek (totale bodyscan) vergemakkelijken en ervoor zorgen dat de vervelende verschijnselen van het onttrekken van schildklierhormoon uitblijven. Patiënten worden gewoonlijk levenslang gecontroleerd, maar uiteindelijk niet vaker dan éénmaal per jaar. Niet alle metastasen nemen radioactief jodium op, dan is operatie of bestraling zo mogelijk nodig. Medullair schildkliercarcinoom Het medullair schildkliercarcinoom is een zeldzame vorm van kanker die ontstaat uit de C-cellen in de schildklier. Dit carcinoom kan de stof calcitonine produceren, die in het bloed te meten is. Soms worden ook nog andere hormonen gevormd. Het komt in families voor en kan via de andere hormonen diarree veroorzaken. Ook wordt het gezien in combinatie met bijniertumoren (feochromocytoom) en hyperparathyreoïdie (te hard werkende bijschildklieren). Men spreekt dan van een MEN-syndroom (MEN staat voor multipele endocriene neoplasie). Uitzaaiingen vinden zowel haematogeen als lymfogeen (via de lymfklieren) plaats. De behandeling is vaak lastiger dan bij de gedifferentieerde carcinomen. In eerste instantie wordt geopereerd (totale schildklierverwijdering + eventuele metastasen) en vervolgens wordt thyroxine voorgeschreven. Bij recidieven is vaak slechts experimentele therapie mogelijk. Radioactief jodium helpt maar zelden. De prognose is slechter dan bij de gedifferentieerde carcinomen. De follow-up wordt vooral gedaan via het eerder genoemde calcitoninegehalte in het bloed. Ongedifferentieerd of anaplastisch carcinoom Deze agressieve tumor komt gelukkig weinig voor. De schildklier voelt hard aan en groeit snel, ook in de omliggende weefsels. Het komt vooral op hogere leeftijd voor (ouder dan 50 jaar). De behandeling helpt slechts tijdelijk en bestaat uit uitwendige bestraling. Zelden is operatie mogelijk en zinvol. Lymfoom Het maligne lymfoom is een tumor die afkomstig is van witte bloedlichaampjes en slechts zelden in de schildklier voorkomt. Het groeit snel en wordt nogal eens verward met het anaplastische carcinoom. Het reageert soms goed op bestraling en/of chemotherapie. Metastasen Uitzaaiingen in de schildklier van tumoren in long, borst of nier komen een enkele keer voor. Meestal is de primaire tumor wel bekend en is behandeling afhankelijk van deze primaire tumor. De tumor is gewoonlijk al ver gevorderd. |
Schildklierafwijkingen Schildklierafwijkingen komen vaak voor, in Nederland lijden er waarschijnlijk meer dan een half miljoen mensen aan. Hoewel leeftijd bij sommige schildklieraandoeningen wel een rol speelt, komen schildklierafwijkingen op alle leeftijden voor, bij vrouwen vier maal zo vaak als bij mannen. Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |










