Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. J.W.F. Elte en prof dr. Robin Peeters
 


lettergrootte: A  A  A
Thyreoïditis

 
Een thyreoïditis is een schildklierontsteking. In de meeste gevallen is een virus daarvan de oorzaak. Wat voor klachten geeft dat de patiënt? En moet hij ervoor worden behandeld? In dit hoofdstuk wordt daar nader op ingegaan.


Er zijn verschillende vormen van thyreoïditis. De subacute of virale thyreoïditis is de meest voorkomende en is genoemd naar de Zwitserse chirurg De Quervain, die het ziektebeeld voor het eerst beschreef. Minder voorkomende vormen van thyreoïditis worden aan het eind van dit hoofdstuk kort beschreven.
Subacute virale thyreoïditis komt vrij vaak voor, soms in een dusdanig milde vorm dat het niet wordt herkend en voor griep wordt aangezien. Omdat het vrijwel altijd vanzelf geneest, is het niet erg als het niet wordt herkend.
De aandoening komt meer bij vrouwen dan bij mannen voor, vooral als er al een kleine struma bestaat. Waarschijnlijk zijn diverse virussen de veroorzaker, maar gewoonlijk wordt hier niet naar gezocht omdat dit geen consequenties heeft.


Klachten en verschijnselen
We hebben al eerder aangegeven dat het ziektebeeld bij een virale thyreoïditis sterk kan wisselen in ernst. Gewoonlijk begint het met een griepachtig beeld met moeheid, hoofdpijn, spierpijn en lichte temperatuurverhoging. Na enkele dagen wordt de schildklier groter, vaster en pijnlijk, in het bijzonder bij druk. Er ontstaan zowel slikklachten als stekende pijn die door kan trekken tot in de oren. Omdat bij een schildklierontsteking de cellen kapot gaan, lekt er schildklierhormoon in het bloed waardoor thyreotoxische klachten kunnen ontstaan (zoals bij hyperthyreoïdie).

Diagnose stellen
De klachten en symptomen zoals hiervoor beschreven, hoe aspecifiek ook, moeten – vooral als de schildklier pijnlijk vergroot is – doen denken aan een subacute thyreoïditis. Gedurende de eerste fase, als er sprake is van ontsteking, is de bloedbezinking verhoogd, evenals de schildklierhormoonconcentratie (T4 en T3). Het TSH-gehalte is juist onderdrukt. In deze fase laat de schildklier­scan géén normale opname zien van radioactief jodium of technetium als uiting van de kapotte schildkliercellen, die niet tot opname in staat zijn. Gedurende een korte periode kunnen alle schildklierantistoffen verhoogd zijn, wat het onderscheiden van Hashimoto-thyreoïditis (zie verderop) moeilijk maakt.

Beloop en behandeling
De meeste patiënten genezen binnen drie tot zes weken; soms duurt het enkele maanden, slechts zelden langer. Na de fase van thyreotoxicose (verval van de cellen) is er een periode van hypothyreoïdie (de cellen zijn leeg) waarna in de meeste gevallen compleet herstel optreedt. Na een jaar heeft slechts een deel van de patiënten (met name degenen met een zeer ernstige thyreoiditis) een blijvende hypothyreoïdie. Omdat de ziekte meestal mild verloopt, is behandeling vaak niet nodig. Eventueel worden in verband met de pijn salicylaten (aspirine), paracetamol of een NSAID (zoals ibuprofen of diclofenac) geadviseerd. Als er heftige klachten zijn in de fase van thyreotoxicose kunnen bètablokkerende middelen uitkomst bieden. In ernstige gevallen kan kortdurende behandeling met prednison (bijnierschorshormoon) aangewezen zijn, eerst in een hoge dosis (30-40 mg per dag) en in drie tot zes weken uitlopend tot 0. Behandeling met schildklierremmers is nooit nodig.
Na herstel normaliseren bloedbezinking, schildklierfunctie en scintigram, hoewel dit laatste zelden of nooit wordt gecontroleerd.


Andere vormen van thyreoïditis
Hashimoto-thyreoïditis
Bij de Hashimoto-thyreoïditis kan het klinische beeld lijken op dat van De Quervain, zij het dat de schildklierantistoffen sterker zijn en hun aanwezigheid meer blijvend van aard is, dat de bloedbezinking vaak wat lager is en dat de schildklierscan hoogstens verminderde en soms zelfs normale opname van radioactief jodium laat zien.


Silent of painless thyreoïditis
Silent of painless thyreoïditis lijkt erg op de subacute thyreoïditis, maar dan zonder pijn. Het is in feite een variant van Hashimoto. Hierbij worden dan ook vaak antistoffen tegen de schildklier gezien (zoals bij Hashimoto), en ook een hoge bezinking. Het beloop lijkt eveneens op de subacute variant, alleen wordt vaker een blijvende hypothyreoïdie gezien. Eenzelfde beeld zien we ook wel in de eerste jaren na een zwangerschap. Dat noemen we dan een postpartum thyreoïditis (zie hoofdstuk 8).


Amiodarone geïnduceerde thyreoïditis
Op een onvoorspelbaar moment kan tijdens amiodarone therapie een hyperthyreoidie ontstaan. Er zijn twee types: type 1 treft patiënten die al een schildklieraandoening hebben, zoals de ziekte van Graves of multinodulair struma. Deze vorm is door de overmaat aan jodium geïnduceerd en gaat gepaard met een verhoogde schildklierhormoonsynthese. Ook kunnen antilichamen tegen de schildklier worden gevonden (TSAb, TPO). De behandeling is met thiamazol en kaliumperchloraat en is niet altijd eenvoudig. Na de behandeling treedt geen hypothyreoïdie op. In het algemeen wordt geprobeerd om de amiodarone therapie in deze groep te staken, maar dat is lang niet altijd mogelijk. In sommige gevallen zal door middel van een operatie de schildklier verwijderd worden. Type 2 is een destructieve thyreoïditis met een beeld en beloop die lijken op die van de subacute thyreoïditis en wordt veroorzaakt door het toxische effect van amiodarone op de schildkliercellen. In deze groep is er in het algemeen geen sprake van een voorafgaande schildklieraandoening, is er zelden een (kleine) struma en ontbreken antistoffen. De behandeling vindt plaats met prednison gedurende enkele maanden en de amiodarone hoeft niet te worden gestopt. Na de behandeling komt een hypothyreote fase vaak voor.


Riedelse thyreoïditis
Hiermee wordt een chronische thyreoïditis bedoeld, waarbij verbindweefseling (fibrose) optreedt. Door die fibrose ontstaat een zeer harde struma met hypothyreoïdie. De chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel is zeer zeldzaam en er is verband met soortgelijke, ook zeldzame, problemen in de buik zoals retroperitoneale fibrose en scleroserende cholangitis.




terug verder




Mijn schildklier werkt niet goed. En nu?


Schildklierafwijkingen komen vaak voor, in Nederland lijden er waarschijnlijk meer dan een half miljoen mensen aan. Hoewel leeftijd bij sommige schildklieraandoeningen wel een rol speelt, komen schildklierafwijkingen op alle leeftijden voor, bij vrouwen viermaal zo vaak als bij mannen.

Auteur(s) : dr. J.W.F. Elte en prof. dr. Robin Peeters
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549069