Adenoom Goedaardig gezwel met gelijkvormige cellen, dat zich ontwikkelt in een orgaan met kliercellen zoals de maag en de schildklier. | |
Angina pectoris Pijn op de borst of hartkramp, die ontstaat als gevolg van zuurstoftekort in de hartspier. Is meestal het gevolg van een vernauwing in de kransslagaders van het hart, waardoor er tijdens lichamelijke inspanning niet voldoende vers bloed met zuurstof de ha | |
Auto-immuunziekte Aandoening waarbij het lichaam afweerstoffen (antistoffen) maakt tegen eigen weefsels. | |
Carcinoïd Tumor van bepaalde hormonaal actieve cellen, vooral voorkomend in darm en long, meestal goedaardig. | |
Claudicatio (dysbasia) intermittens Vernauwing van de beenslagaders, die tot pijn tijdens lopen leidt en die verdwijnt bij stilstaan (etalagebenen). | |
Coeliakie Aangeboren darmziekte, berustend op overgevoeligheid voor gluten, wat leidt tot een opnamestoornis van voedingsbestanddelen en diarree. | |
Colloïd Halfvloeibare massa in de follikels (blaasjes) van de schildkliercel. | |
Cretinisme Aangeboren hypothyreoïdie met als gevolg een lichamelijke en geestelijke groeistoornis. | |
Cyste Met vocht gevulde holte. | |
Cytologische punctie (Nagenoeg pijnloze) prik met een dunne naald waarmee cellen kunnen worden opgezogen om na te kijken (cytologie = celdiagnostiek). | |
Dijodotyrosine (DIT) Aminozuur tyrosine met twee jodiumatomen; bouwsteen voor de schildklierhormonen thyroxine (T4) en trijoodthyronine (T3). | |
Ductus thyroglossus Weefselstreng, soms buisvormig, die ontstaat bij de embryo bij het afdalen van de schildklier vanuit de tongbasis, waar de schildklier oorspronkelijk begint te groeien. | |
Dyshormonogenese Gestoorde hormoonaanmaak. | |
Dysplastisch struma Struma met sterk gestoorde en wisselende opbouw. | |
Echografie Een beeld dat ontstaat door geluidsgolven door weefsel te laten lopen en de teruggekaatste echo’s te registreren. Verschillende weefsels en overgangen van weefsels produceren verschillende echo’s. Onderzoek met behulp van geluidsgolven waarmee vorm en gro | |
Enterohepatische kringloop Heropnamesysteem (‘recycling’), waarbij afgebroken bestanddelen van onder meer hormonen vanuit de darm weer worden teruggevoerd naar de lever. | |
Euthyreoot Met normale schildklierfunctie. | |
Feochromocytoom Meestal goedaardige tumor, uitgaande van het bijniermerg, waar adrenaline (een stimulerende stof) wordt afgescheiden en waardoor onder meer hoge bloeddruk en vaak ook hartkloppingen ontstaan. | |
Graves, ziekte van Hyperthyreoïdie t.g.v. auto-antilichamen (TSI = TsAb) dus een auto-immuun aandoening. Gaat vaak gepaard met oogverschijnselen (wat uitpuilende ogen). Genoemd naar de Ierse arts die het als eerste beschreef. De ziekte van Graves wordt ook wel de ziekte van | |
Hashimoto, thyreoïditis van Auto-immuunziekte van de schildklier waarbij t.g.v. afbrekende (remmende) antistoffen hypothyreoïdie kan ontstaan. Hashimoto was een Japanse patholoog. | |
HCG Humane chorion gonadotrofine. Stof die in grote hoeveelheid wordt gemaakt tijdens de zwangerschap en ook bij het choriocarcinoom (mola zwangerschap). De stof heeft in hoge concentratie een TH-achtige werking en kan zo hyperthyreoïdie veroorzaken. HCG zorgt er ondermeer voor dat de men | |
Hepatitis Leverontsteking. | |
Histologie Wetenschap die zich bezighoudt met de microscopische anatomie van de weefsels. | |
Hyperemesis gravidarum Overmatig zwangerschapsbraken. | |
Hyperparathyreoïdie Ziektebeeld waarbij de bijschildklieren te hard werken. | |
Hyperthyreoïdie Overmatige schildklierfunctie. | |
Hypofyse Een aan de onderkant van de hersenen gelegen hormoonvormende klier (ook wel 'hersenaanhangsel' genoemd), die via de afgifte van het thyreoïd-stimulerend hormoon (TSH) de werking van andere hormoonvormende klieren in het lichaam (bijvoorbeeld de eierstokke | |
Hypogonadisme Onvoldoende werking van de geslachtsorganen (eierstokken of teelballen). | |
Hypoparathyreoïdie Te weinig werkende bijschildklieren. | |
Hypothalamus Een aan de onderkant van de hersenen gelegen hormoonvormende hersenkern, die de werking van de hypofyse bestuurt. (via o.a. afgifte van TRH) | |
Hypothyreoïdie Verminderde schildklierfunctie. | |
Isthmus Smalle verbinding tussen de rechter en linker schildklierkwab. | |
Lipoom Goedaardig vetgezwel. | |
Lobus Kwab. | |
Lobus pyramidalis Een soms aanwezige mediale streng omhoog vanuit de isthmus (restant van de ductus thyroglossus). | |
Malabsorptie Verstoorde opname van voedingsbestanddelen door de darm. | |
Marfan-syndroom Erfelijke bindweefselaandoening met abnormaal grote lichaamslengte, smalle ledematen, weinig onderhuids vet, overrekbare gewrichtskapsels en -banden, etc. Komt voor bij het MEN IIb syndroom. Marfan was een Franse kinderarts. | |
Marfanoïd Op het Marfan-syndroom gelijkend. | |
MEN-syndromen Multipele Endocriene Neoplasie (= nieuwvorming) syndromen, ziektebeeld waarbij meerdere hormoonvormende klieren te veel hormonen maken | |
Monojodotyrosine (MIT) Aminozuur tyrosine met één jodiumatoom; bouwsteen voor het schildklierhormoon trijoodthyronine (T3). | |
Multinodulair struma Struma (schildkliervergroting of krop) met meerdere knobbels. | |
Myasthenia gravis Auto-immuunziekte gekenmerkt door spierzwakte. | |
Myxoedeem Andere term voor hypothyreoïdie. Ook: wasachtige verdikking van de huid bij hypothyreoïdie, waarin geen putjes gedrukt kunnen worden (in tegenstelling tot ‘gewoon’ oedeem door vochtophoping in de huid). | |
Neuroom Uit een zenuw groeiend gezwel. | |
Nodus/nodulus/nodulair Knobbel/knobbeltje/knobbelig. | |
Ophtalmopathie Typische oogafwijkingen (in dit geval wordt bedoeld de oogverschijnselen die bij de ziekte van Graves voorkomen). | |
Palpatie Onderzoek door aftasten met de vingers. | |
Perifere conversie Omzetting van thyroxine (T4) in trijoodthyronine in de (perifere) weefsel, met name de lever. | |
Peroxidase Enzym in de schildklier, waartegen bij auto-immuunziekten, zoals Graves en Hashimoto antistoffen (afweerstoffen) worden gemaakt. Het enzym wordt ook wel thyroïd peroxidase (TPO) genoemd. | |
Placenta Moederkoek; het verbindingsorgaan tussen baarmoeder en vrucht, waar zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen tussen vrucht en moeder worden uitgewisseld. | |
Plummer, ziekte van hyperthyreoot multinodulair struma, onregelmatige vergroting van de schildklier met overmatige vorming van schildklierhormoon. Plummer was een Amerikaanse internist. | |
Polyglandulaire auto-immuunsyndromen (PGA) Combinatie van auto-immuunziekten, waarbij meerdere hormoonvormende organen zijn betrokken. | |
Pretibiaal myxoedeem aan de voorkant van de scheenbenen gelokaliseerde zwelling (myxoedeem), soms onregelmatig gevormd, bij patiënten met de ziekte van Graves (meestal in combinatie met oogverschijnselen). | |
Quervain, de Subacute thyroïditis, pijnlijke ontsteking van de schildklier, meestal t.g.v. een virus. De Quervain was een Zwitserse chirurg. | |
Resistentie Verminderde (of zelfs afwezige) gevoeligheid. | |
Retrosternaal Achter het borstbeen (sternum) gelegen. | |
Reverse T3 Onwerkzame vorm van T3, ontstaat uit thyroxine door afsplitsing van een jodiumatoom (een andere dan bij de vorming van T3). | |
Schildklierafwijkingen Afwijkingen van de schildklier kunnen we indelen in afwijkingen van de vorm en stoornissen in het functioneren. Beide aspecten kunnen uiteraard ook gecombineerd voorkomen, vandaar dat men goed naar beide aspecten moet kijken.
De diagnostische mogelijkheden bij schildklieraandoeningen zijn divers. | |
Scintigrafie Afbeeldend onderzoek (scan) met behulp van radioactieve stoffen, zodat het af te beelden orgaan op de scan beter zichtbaar wordt. | |
Sheehan Gedeeltelijke of gehele uitval van de hypofyse na een grote bloeding bij de bevalling. Sheehan is een Engelse arts. | |
Struma Krop ofwel vergrote schildklier. | |
Subklinisch (Nog) geen merkbare verschijnselen veroorzakend. Bij subklinische hypo- of hyperthyreoïdie wordt tevens bedoeld: afwijkend TSH-gehalte bij normale FT4 en T3-concentratie. | |
Subtotaal Bijna geheel. | |
TBG Thyroxinebindende globuline. Belangrijkste eiwit waarin T4 en T3 getransporteerd worden in het bloed. | |
TBPA Thyroxinebindend prealbumine. Minder belangrijk transporteiwit voor T4 en T3 dan TBG. | |
Thyreoglobuline Eiwit in de schildkliercellen, waarop de fabricage van schildklierhormoon (T4 en T3) plaatsvindt. Omdat het alleen in de schildklier wordt gemaakt, kan van de meting ervan gebruik worden gemaakt bij de follow-up na behandeling van schildkliercarcinoom. Da | |
Thyreoïdectomie Operatieve verwijdering van de schildklier. | |
Thyreoïditis Schildklierontsteking. | |
Thyreostatica Schildklierwerkingremmende medicijnen. | |
Thyreotoxicose Ziektebeeld als gevolg van het overmatig circuleren in het bloed van schildklierhormoon, waardoor overstimulatie van onder meer de stofwisseling. | |
Thyreotoxicosis factitia Thyreotoxicose t.g.v. verzwegen misbruik van schildklierhormoon. | |
Thyroxine (T4) Schildklierhormoon, voornamelijk gemaakt in de schildklier, het prohormoon van T3. | |
Trachea Luchtpijp. | |
TRH Thyrotrophin releasing hormoon. Het hormoon uit de hypothalamus dat de afgifte van TSH door de hypofyse stimuleert. | |
Trijodothyronine (T3) Schildklierhormoon, voornamelijk gemaakt uit thyroxine in de lichaamsweefsels en waarschijnlijk het actieve hormoon. | |
TsAb/TSI Groep van (auto)antistoffen die zich binden aan de celmembraan en via de TSH-receptor de schildklierhormoonproductie stimuleren bij de ziekte van Graves (TsAb = thyroid stimulating antibodies; TSI = thyroid stimulating immunoglobulins). | |
TSH Thyroïd stimulerend hormoon uit de hypofyse, dat de schildklierhormoonvorming stimuleert. | |
Vitiligo Huidaandoening met omschreven witte, ontkleurde plekken door een verworven stoornis in de melaninevorming. Komt vaak voor in combinatie met andere auto-immuunziekten. | |